Speculatietaks

30.12.2015

Speculatietaks

In het kader van de taxshift besliste de regering in oktober om een speculatietaks in te voeren met ingang van 1 januari 2016. De definitieve modaliteiten lieten nog een tijd op zich wachten en last minute werden er zelfs nog wat wijzigingen doorgevoerd. Het wetsontwerp is ondertussen aangenomen in de Kamer.

We vatten even samen wat de speculatietaks nu precies voor jou betekent.

Wat houdt de speculatietaks juist in?

De speculatietaks is een taks die bedoeld is om meerwaarden die gerealiseerd worden binnen de zes maanden na verwerving van bepaalde beleggingen, de zogenaamde speculatieve meerwaarden, te belasten. Het tarief van die taks zal 33% bedragen.

Effecten die je reeds in bezit had vóór 1 januari 2016 zijn niet onderworpen aan de taks.

Wie wordt geviseerd?

De speculatietaks is enkel van toepassing op natuurlijke personen die in België onderworpen zijn aan de personenbelasting of de belasting van niet-inwoners. Vennootschappen  en entiteiten die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting (bv. vzw’s) worden niet geviseerd.

De taks zal worden ingehouden door de Belgische financiële tussenpersoon als de uitbetaling van de meerwaarde gebeurt in België. Belastingplichtigen met een effectenrekening in het buitenland moeten de meerwaarde zelf aangeven in hun belastingaangifte. 

Welke producten worden geviseerd?

Enkel volgende effecten worden getroffen door de nieuwe maatregel:

  • Beursgenoteerde aandelen en aandelencertificaten
  • Opties, warrants, en andere financiële instrumenten die uitsluitend betrekking hebben op één of meer specifieke en vooraf bepaalde beursgenoteerde aandelen of aandelencertificaten (bv. turbo’s, sprinters, speeders…)

Belangrijk om weten is dat het dus niet uitmaakt op welke beurs de effecten verhandeld worden: zowel Belgische als buitenlandse effecten vallen onder de speculatietaks.

Welke producten vallen niet onder de speculatietaks?

Er zijn ook heel wat effecten die niet onder de speculatietaks vallen: obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s), aandelen in gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV’s zoals Cofinimmo, Befimmo…). Ook opties, turbo’s, sprinters en speeders op grondstoffen, munten, ETF’s… zijn niet onderworpen aan de speculatietaks.

Aandelen die verkregen worden via zogenaamde werkgevers(optie)plannen, worden uitdrukkelijk uitgesloten van deze nieuwe maatregel.

Hoe wordt de speculatietaks berekend?

De speculatietaks zal berekend worden volgens het LIFO-principe (last in, first out). Voor de berekening van de taks gaat men er dus van uit dat de laatst aangekochte belegging het eerst verkocht wordt.

Minwaarden zijn heel beperkt aftrekbaar: als je effecten verkoopt die je in de laatste 6 maanden in verschillende schijven hebt gekocht dan worden – volgens het LIFO-principe – zowel meerwaarden als minwaarden in rekening genomen. Het moet wel degelijk om hetzelfde effect gaan, dus minwaarden op een ander effect kunnen niet ingebracht worden.

De eventuele meerwaarde bij een verkoop wordt steeds berekend in de oorspronkelijke munt. Er wordt dus geen rekening gehouden met eventuele wisselkoerswinsten of –verliezen tijdens de periode dat je de effecten in portefeuille had. Uitbetaalde dividenden worden nooit beschouwd als meerwaarde.

Enkele speciale gevallen

  • aandelen die je verworven hebt via erfenis zijn vrijgesteld
  • aandelen verworven uit schenking zijn wel onderhevig aan de speculatietaks, nl.  indien de begiftigde de door schenking verkregen aandelen verkoopt, dan wordt voor de bepaling van de houdperiode en aankoopwaarde teruggegrepen naar de aankoop door de schenker.
  • aandelen verworven door in te tekenen op een beursintroductie zijn ook onderworpen aan de taks

Naast de invoering van de speculatietaks besliste de regering tevens om de roerende voorheffing te verhogen van 25% naar 27% (o.a. op dividenden, interesten van obligaties, kasbons, termijnrekeningen,…) voor inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2016.

Gerelateerde artikels