De wereld in beeld: de pandemie houdt de wereld in haar greep.

Het IMF waarschuwt in zijn halfjaarlijkse verslag over de wereldwijde economische vooruitzichten dat de gezondheidscrisis blijvende schade zal toebrengen aan de levensstandaard van de wereldbevolking en dat de belastingen voor rijken en bedrijven zouden moeten stijgen om deze crisis te kunnen overwinnen.

Nochtans zijn de groeiprognoses voor dit jaar naar boven bijgesteld, omdat de recessie in het tweede kwartaal minder diepgaand was dan werd gevreesd en de landen zich sneller hebben hersteld na de versoepeling van de gezondheidsmaatregelen. Het IMF verwacht nu een krimp van -4,4% in 2020 en een opvering van 5,2% in 2021.
 

Macro-economisch 


1. Verenigde Staten

Amerikaanse economie op een kantelmoment

Zoals vorige maand aangegeven verloopt het herstel in de VS vlotter dan verwacht. Om die reden hebben onze macro-economen het verwachte gemiddelde BBP-groeicijfer voor 2020 opgetrokken van -5,5% naar - 4,5%.  Het herstel naar het jaareinde toe begint echter aan kracht in te boeten, nu de steunmaatregelen van de overheid uitdoven en er vóór de presidentsverkiezingen van november geen bijkomende begrotingsmaatregelen komen.

Daarom verlaagden onze macro-economen het verwachte BBP-groeicijfer voor 2021 naar 4% i.p.v. 4,5%. Bekijken we de BBP-groei op kwartaalbasis, dan merken we de forse opsprong in het derde kwartaal (+33,1%) t.o.v. de sterke dip in het vorige kwartaal (-31,4%).

Het consumentenvertrouwen is wat hersteld, dankzij de steunmaatregelen die werden genomen. Het consumentenvertrouwen opgetekend door de Universiteit van Michigan landde op 81,2 terwijl 80,5 werd verwacht. Dit herstel viel vooral op bij de duurzame goederen (o.a. wasmachines, auto’s) dat maand op maand steeg met 1,9% terwijl de economen een stijging verwachtten van slechts 0,5%. We merken echter wel dat door het wegvallen van de steunmaatregelen (en die zullen pas na de presidentsverkiezingen worden herbekeken) de kleinhandelsverkopen op maandbasis daalden. Een gevolg hiervan is dat we een zwak herstel zagen van de dienstensector. De gezinnen schroeven hun “sociale consumptie” terug zoals restaurantbezoeken en entertainment (in de VS zijn alle bioscoopzalen sedert maart gesloten).

De werkgelegenheidscijfers zorgen evenmin voor euforie. Uiteraard hebben we het absolute dieptepunt van 15,6% achter ons gelaten. De werkloosheid daalde in oktober naar 7,9 (verwacht 8,2%). Wat echter wel een zekerheid is, is dat na corona een aantal jobs niet meer zullen ingevuld worden, waardoor de werkloosheid op een vrij hoog niveau zal blijven. Die werklozen zijn een categorie van consumenten die minder zullen consumeren, wat het algemene consumentenvertrouwen niet ten goede zal komen. In oktober werden “slechts” 661.000 banen gecreëerd tegenover 850.000 verwacht, beduidend minder dan de 1,027 miljoen van september.

De Amerikaanse verkiezingen zorgen (nog steeds) voor onzekerheid. Uit de opiniepeilingen blijkt dat Joe Biden een ruime voorsprong heeft op zittend president Trump (hoewel er na het recente, fatsoenlijke debat, wat procentpunten afgegaan zijn). We weten van de vorige verkiezingen dat opiniepeilingen geen goede graadmeter zijn voor de realiteit. Het grootste risico bestaat er in dat de uitslag zeer nipt zal zijn en dat die mogelijk gecontesteerd wordt, zonder duidelijke uitkomst. Mogelijk moet het (conservatieve) Hooggerechtshof een uitspraak doen en dit zou in het voordeel van Trump zijn. In een worst-case scenario moet zelfs rekening gehouden worden met sociale onrust.

Die contestatie zou negatieve economische gevolgen kunnen hebben omdat de oplopende onzekerheid zwaar zou wegen op het ondernemersvertrouwen en de investeringen. Zelfs met een duidelijke uitslag is er nog geen zekerheid over de (corona)steunmaatregelen. Wel is bekend dat Joe Biden verder wil gaan dan Trump qua steun, maar dat kan door de republikeinen dan weer tegengehouden worden, behalve als Biden zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden binnenhaalt.

Amerikaanse industrie werkt verder aan het herstel.

De harde data m.b.t. de toestand van de Amerikaanse industrie, het ondernemersvertrouwen voor de nijverheid (Manufactoring PMI) bleef stabiel op 53,3, terwijl dat voor de diensten (Services PMI) sterk steeg naar 57,8 in september (56,9 in augustus).

We zien deze positieve cijfers niet in de industriële productie: deze daalde van -7 naar -7,3. In de sentimentsindicatoren (ISM) kunnen we aflezen waarom. Het ISM voor de verwerkende nijverheid daalde naar 55,4 (komende van 56 en lager dan de verwachte 56,5). Belangrijker voor de industriële productie zijn de nieuwe orders. Daar wringt het schoentje want de nieuwe orders kwamen (veel) lager uit dan verwacht : 60,2 versus 65,2.  

2. China

Herstel in China blijft sterk.

De Chinese economie blijft het goed doen. Dit wordt bevestigd in de diverse indicatoren. Zowel in de verwerkende industrie als in de dienstensectoren hebben we cijfers ruim boven de drempel van 50.  

De verwerkende nijverheid klokte af op 53 (tegenover 53,1 de voorbije maand), de niet-verwerkende nijverheid was sterker in september (55,9) dan in augustus (55,2). De dienstensector deed het eveneens beter in september (54,8 versus 54). De industriële productie was heel sterk in september: maar liefst 6,9% op maandbasis tegenover 5,6% in augustus. De kleinhandelsverkopen zijn de afgelopen twee maanden opnieuw positief. We zitten nog niet op het peil van eind 2019, maar het gaat in ieder geval de goede richting uit. 

Op basis van deze hele reeks positieve cijfers hebben onze macro-economen de groeiverwachting voor het Chinese BBP opgetrokken tot 2% voor 2020 en 8,2% voor 2021. De voornaamste redenen zijn de sterke economische indicatoren en het feit dat de coronapandemie er relatief goed onder controle blijft.

 

3. Eurozone

Versoepeling in verschillende landen heeft positief effect op BBP-groei.

In de eurozone tekenden we een zeer sterk economisch verloop op in september in vergelijking met juli. 

In de grafiek zien we dat de groei op kwartaalbasis het eerste kwartaal nog meeviel aangezien de lockdown er pas midden maart kwam om dan zeer hard te crashen in juli. De economie groeide het sterkst in Frankrijk (18,2%), gevolgd door Spanje (16,7%), Italië (16,1%) en Duitsland (8,2%). Het valt op dat de landen die het sterkst daalden, het hardst opveren. Op jaarbasis daalde de Europese economie met 4,3% in het derde kwartaal, terwijl er een daling was van 14,8% in het tweede kwartaal.

Een deel van die forse stijging is het gevolg van uitgesteld koopgedrag door het versoepelen van de coronamaatregelen in de diverse Europese landen. In Frankrijk en in België werd de koopjesperiode zelfs uitgesteld, wat een gunstig verloop had op de verkopen. De consument ging aan het kopen tot … we zagen dat het virus in oktober weer fel om zich heen slaat. De consument aarzelt opnieuw en dat zien we in het consumentenvertrouwen. In augustus was dit -14,7, in september – 13,9 maar bij het laatst gepubliceerde cijfer in oktober vallen we terug naar -15,5. We merken duidelijk aan de stijging van de spaartegoeden in de verschillende landen dat de consument aan voorzorgssparen doet , wat weegt op de toekomstige consumptie en dit kan het economische herstel verzwakken.

Europese industrie : traag verloop 

Ondertussen ging het herstel van de industriële productie in augustus door op zijn elan. Het herstel in de kleinhandel (diensten) is kleiner dan in de industrie. Deze laatste was dan ook heel sterk teruggevallen. Bekijken we even de economische indicatoren dan valt het sterke herstel op van de verwerkende nijverheid (54,4 t.o.v. 53,7) ten opzichte van de diensten (46,2 versus 48).

De sentimentsindicatoren duiden op een moeilijker jaareinde in de eurozone. De composite PMI viel terug naar 50,1 komende van 51,9 in augustus. De aankondiging van lockdowns in diverse Europese landen zijn niet van die aard om het sentiment snel te doen keren. Het patroon van de groeivertraging wordt bepaald door de impact van de tweede golf. Spanje is binnen Europa het meest kwetsbare land omwille van het grote belang van toerisme, veel kmo’s en veel tijdelijke arbeidsplaatsen. Toch verhoogden onze macro-economen het groeicijfer voor het reële BBP voor 2020 van -8,3% naar 8% terwijl het cijfer voor 2021 lichtjes verlaagd werd naar 4,9%.

De financiële markten


1.  Beurzen 

Verenigde Staten

De Amerikaanse indexen staan onder druk voornamelijk door de winstname bij de technologie-aandelen. Die hebben immers een sterke prestatie neergezet sedert het dieptepunt van maart. De S&P-500 steeg met 46%, bijgevolg is een correctie niet abnormaal. Wat we wel merken in de grafiek is de toename van de volatiliteit.

 

In Europa is het herstel duidelijk minder fors geweest en aan de zijwaartse beweging die werd gevormd kwam abrupt een einde. Europa viel ten prooi aan verkopen door de oprukkende pandemie.

De opkomende markten ontsnappen evenmin aan winstnames. Het herstel in China maakt dat de daling minder uitgesproken is dan in Europa.

2.  Obligatiemarkten


De afgelopen maand kan worden opgesplitst in 2 delen. 

  • Begin oktober zetten de risicovolle activa hun positieve opmars gestaag verder. De koersen van voornamelijk de high yield bedrijfsobligaties stegen fors. Ook overheidsobligaties bleven het opvallend goed doen, vooral de obligaties uit de zogenaamde Europese periferie, met Italië op kop. Wat voorts opviel was het feit dat de rentespread tussen de VS en Europa voor het eerst sinds lange tijd opnieuw toenam. Beduidend betere macro-economische en boven verwachting bedrijfskwartaalcijfers in de Verenigde Staten verklaren deze evolutie.

  • Sinds halfweg oktober sloop er echter opnieuw onzekerheid in de financiële markten. De credit spreads van de high yield obligaties namen toe, de rente op de meest veilige overheidsobligaties (Duitsland, VS) daalden. De forse toename van het aantal COVID-gevallen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan en de vrees voor (semi-) lock down maatregelen eiste haar tol. De rentenmarkten zien de evolutie van de belangrijkste Westerse economieën opnieuw wat somberder in. De onzekerheid omtrent de nakende Amerikaanse president- en parlementsverkiezingen versterken de onzekerheidsfactor nog.

Het lijkt er sterk op dat de risicovolle assets de komende weken een moeilijkere periode tegemoet gaan.

Asset allocatie

Binnen de allocatie werden er geen wijzigingen aangebracht en bevinden we ons wat aandelen betreft op de norm (geen over- of onderweging van aandelen). De strategen beslisten einde oktober een hoger gewicht toe te kennen aan de technologiesector en de niet-cyclische consumentengoederen.


De eerdere satelliet ‘trends’ blijft actueel. 

 
Welke zijn die trends:

  • Digitalisering: bedrijfssoftware voor digitale transformatie, e-commerce, cloud infrastructuur, artificiële intelligentie, cyber security.

  • Medische technologie: onderzoek & ontwikkeling van beloftevolle geneesmiddelen, demografische evoluties, verouderende bevolking, verstedelijking.

  • Innovatie en productie: ook industrie kan via software meer toegevoegde waarde bieden.

  • Veranderend consumentengedrag: technologie creëert nieuwe consumententoepassingen.

We blijven de ontwikkelingen opvolgen. Wenst u meer informatie over de KBC-Beleggingsstrategie? Uw private banker of wealth officer is uw aanspreekpunt.

Of vraag een eerste kennismakingsgesprek, volledig vrijblijvend.

Maak een afspraak

Disclaimer
Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.