VVPRbis voor kapitaalloze vennootschappen onder het nieuwe vennootschapsrecht.

De invoering van het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) betekent in sommige gevallen een uitbreiding van het toepassingsgebied van het VVPRbis-regime.

Wat houdt het VVPRbis-regime in?

Het VVPRbis-regime werd vanaf 1 juli 2013 ingevoerd en laat kleine vennootschappen toe om aandelen uit te geven waarvan de dividenden – onder bepaalde voorwaarden – recht geven op de toepassing van een verlaagd tarief van roerende voorheffing.

Het gaat om dividenden die betrekking hebben op nieuwe aandelen op naam, uitgegeven vanaf 1 juli 2013 en die – behoudens uitzonderingen – door de oorspronkelijke inschrijver worden bijgehouden. Deze aandelen vertegenwoordigen een inbreng in geld en ze moeten op het ogenblik van de dividenduitkering (en dus niet noodzakelijk op het ogenblik van de inschrijving) volgestort zijn.

Roerende voorheffing

Het tarief van de roerende voorheffing bedraagt standaard 30%, maar wordt verlaagd naar:

  • 20% voor dividenden verleend of toegekend uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na het boekjaar van de inbreng;
  • 15% voor dividenden verleend of toegekend uit de winstverdeling van het derde boekjaar of volgende na dat van de inbreng.

Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de uitkering van winsten van vorige boekjaren, die oorspronkelijk werden gereserveerd.

Regelgeving

In de oorspronkelijke regelgeving was verder voorzien dat het kapitaal van de vennootschap minimum 18.550,00 euro moest bedragen. Vennootschappen zonder minimum kapitaalvereisten (VOF, CommV) vielen uit de boot, tenzij hun kapitaal minstens 18.550,00 euro bedroeg en eveneens volgestort was op het ogenblik van de dividenduitkering.

Het Wetboek Vennootschappen en verenigingen heeft het kapitaalbegrip voor een BV afgeschaft. Nu spreekt men van inbreng. Tevens werd de minimum kapitaalvereiste van 18.550,00 euro voor een BV afgeschaft. Bij de oprichting dient een BV voortaan ‘over een eigen vermogen te beschikken dat, mede gelet op de andere financieringsbronnen, toereikend is in het licht van de voorgenomen activiteit’.

Vermits het de bedoeling was dat de invoering van het nieuwe WVV geen negatieve fiscale gevolgen zou hebben, had de handhaving van de (fiscale) minimum kapitaalvereiste voor het VVPRbis-regime niet langer zin. In de regeling omtrent VVPRbis werd de minimum kapitaalvereiste dan ook geschrapt. Logischerwijze werd ook de principiële uitsluiting van vennootschappen zonder minimum kapitaal uit de wetgeving geweerd.

Voor nieuw opgerichte vennootschappen is die schrapping uiteraard voordelig: zij kunnen van de VVPRbis-regeling genieten, ook als de volgestorte inbreng de vroegere norm van 18.550,00 euro niet bereikt.

De rulingcommissie heeft zich recent positief uitgesproken in een situatie waarbij werd voorgesteld om een kapitaalvermindering te doen met vrijstelling van de volstortingsplicht. Hierdoor was het ‘overblijvende kapitaal’, (of beter: de resterende ‘(on)beschikbare eigen vermogensrekening’ onder het nieuwe WVV) plots volledig volgestort. De rulingcommissie ziet hier geen graten in. De commissie bevestigt bovendien dat het voordeel van het VVPRbis-regime ook niet zonder meer geweigerd kan worden voor de reserves, aangelegd vóór de omvorming van een BVBA in een BV. Op het ogenblik van de omzetting was de voorwaarde inzake het minimum kapitaal immers niet vervuld. De kapitaalvermindering maakte voor de commissie ook geen fiscaal misbruik uit, omdat ze bedrijfseconomisch geïnspireerd was door een overschot aan liquide middelen. 

De nieuwe regeling riep meteen ook heel wat vragen op met betrekking tot bestaande vennootschappen, die hun oorspronkelijk geplaatst kapitaal nog niet hadden volgestort. Dienden BV’s dat kapitaal alsnog te volstorten alvorens van VVPRbis te kunnen genieten? Of bestond de mogelijkheid om door een kapitaalvermindering (met vrijstelling van volstortingsplicht) aan de voorwaarde inzake ‘volstorting’ te voldoen?

Voor de vennootschappen onder de vorm van een VOF of CommV blijft de situatie genuanceerder. Bleven deze vennootschappen voorheen van het voordeel verstoken, omwille van het feit dat hun (geplaatst) kapitaal minder bedroeg dan 18.550,00 euro, dan bracht een volstorting sowieso geen soelaas. Dat blijft ook na de invoering van het WVV het geval. Voor hen zullen bijgevolg enkel nieuwe aandelen die werden uitgegeven na 1 mei 2019 in aanmerking komen voor VVPRbis.

Bron: voorafgaande beslissingen 2020.0114 en 2020.0178

Hebt u hierover nog vragen? Uw private banker of wealth officer is uw eerste aanspreekpunt. Zo nodig schakelt hij een expert Financiële Planning Ondernemen in die voor u klaarstaat voor het beantwoorden van al uw vragen.

Maak nu kennis met KBC Private Banking & Wealth

Maak een afspraak

Wenst u op de hoogte te blijven van onze nieuwsberichten?

U mag dit nieuwsbericht niet beschouwen als een beleggingsaanbeveling of als advies.

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.