Verduidelijkingen minimale bedrijfsleidersbezoldiging van 45 000 EUR

Naar aanleiding van het Zomerakkoord wordt aan elke vennootschap, ongeacht of ze groot of klein is, de verplichting opgelegd een minimumbezoldiging van 45 000 EUR uit te keren aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon. Hierop worden twee uitzonderingen voorzien.

Verduidelijkingen minimale bedrijfsleidersbezoldiging van 45 000 EUR

Naar aanleiding van het Zomerakkoord wordt aan elke vennootschap, ongeacht of ze groot of klein is, de verplichting opgelegd een minimumbezoldiging van 45 000,00 EUR uit te keren aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon. Zoniet zal er vanaf aanslagjaar 2019 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01-01-2018) een afzonderlijke aanslag moeten worden betaald.

Hierop worden twee uitzonderingen voorzien: 

1.  Als de belastbare winst lager ligt dan 45 000,00 EUR, dan moet de bezoldiging minimaal gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. Eenvoudig gesteld zal de 45 000,00 EUR bezoldiging pas vereist zijn wanneer de vennootschap een belastbaar resultaat behaalt van tenminste 90 000,00 EUR.

2.  Startende vennootschappen hoeven geen minimumbezoldiging uit te keren. Onder een startende vennootschap wordt verstaan een vennootschap die op 1 januari van het aanslagjaar jonger is dan vier jaar, gerekend vanaf de datum van haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. 

In de mate dat de bezoldiging dus niet minimaal 45 000,00 EUR bedraagt of lager is dan het belastbaar resultaat van de vennootschap, is voor de aanslagjaren 2019 en 2020 een aftrekbare bijzondere vennootschapsbelasting van 5,1% (inclusief aanvullende crisisbijdrage) verschuldigd op het verschil tussen de minimaal vereiste bezoldiging en de toegekende bezoldiging.   

Verbonden vennootschappen (in de zin van art. 11 W. Venn.) waarbij tenminste de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in ieder van de betrokken vennootschappen, kunnen genieten van  een bijzondere regeling. In dat geval volstaat het dat deze vennootschappen gezamenlijk een vast bedrag van 75 000,00 EUR aan één van diezelfde personen uitkeren.

 

Verduidelijkingen

Inzake de minimale bedrijfsleidersbezoldiging, werden er recent een reeks amendementen goedgekeurd door de Ministerraad, die in
principe (na goedkeuring door de Kamer) vanaf aanslagjaar 2019 van toepassing zullen zijn. Ze omvatten de volgende verduidelijkingen met betrekking tot de afzonderlijke aanslag:
 

  • Initieel werd aangekondigd dat de bijzondere aanslag in de vennootschapsbelasting 5,1% (inclusief aanvullende crisisbijdrage) zou bedragen voor de aanslagjaren 2019 en 2020, om vervolgens te stijgen naar 10%
  • vanaf aanslagjaar 2021. Deze verhoging zou echter geschrapt worden, waardoor deze 5% (de crisisbijdrage wordt afgeschaft) zou bedragen vanaf aanslagjaar 2021.
  • Op basis van een letterlijke lezing van de wettekst waren bepaalde auteurs van mening dat vennootschappen die geen natuurlijke personen als bedrijfsleider hebben, geen afzonderlijke aanslag moesten betalen.  Aangezien dit niet de bedoeling was, zou worden verduidelijkt dat de afzonderlijke aanslag altijd van toepassing is als er geen natuurlijke personen bedrijfsleider zijn.
  • Er kon eveneens discussie bestaan over hoeveel de minimumbezoldiging moet bedragen bij een laag resultaat, maar ook hierover zou een verduidelijking worden aangebracht. Er wordt niet langer gesproken van een bezoldiging die minstens gelijk moet zijn aan ‘het resultaat van het belastbaar tijdperk’ maar van ‘het belastbaar inkomen’.
  • De wetgever geeft dus zeer duidelijk aan dat men het resultaat na aftrek van de bedrijfsleidersbezoldiging in aanmerking moet nemen. 

 

 

Disclaimer
Dit blogbericht mag niet worden beschouwd als en beleggingsaanbeveling of advies. 

Gerelateerde artikels