De Valkenierswet: een goede juridische regeling zorgt voor harmonie in nieuw samengestelde gezinnen.

De zoektocht naar evenwicht tussen partner en de kinderen uit een vorige relatie.

Uit recente cijfers van een onderzoek van het Vlaamse Ministerie van Welzijn blijkt dat één op de tien gezinnen met kinderen in België een nieuw samengesteld gezin is. Veel mensen vinden een nieuwe partner en vormen (samen met hun respectievelijke kinderen) een nieuw gezin na een eerdere scheiding. Dat de huidige samenleving meer nieuw samengestelde gezinnen kent, is ook de wetgever niet ontgaan. Toen de hervorming van het erfrecht onderzocht werd, kreeg de situatie van het nieuw samengesteld gezin dan ook de nodige aandacht.

De Belg is het vertrouwen in het huwelijk niet verloren, want ook na een echtscheiding kiest men nog vaak om te trouwen. In een tweede (of derde) huwelijk vertrekt men echter zelden van een wit blad. De aanwezigheid van niet-gemeenschappelijke kinderen dwingt tot een continue evenwichtsoefening. Persoonlijke of emotionele argumenten maken dat evenwicht broos. Het spreekt voor zich dat kinderen uit een vorige relatie het niet altijd makkelijk hebben met het feit dat er een nieuwe partner komt, zeker niet als deze - bij wijze van voorbeeld - van dezelfde leeftijd is of als de omstandigheden van de voorgaande scheiding door de kinderen als kwetsend zijn ervaren.  


Een goede juridische regeling is dan ook de basis voor een harmonieus nieuw samengesteld gezin. Een ouder die opnieuw huwt, vraagt zich best af welke aanspraken de kinderen en de aanstaande hebben in zijn nalatenschap. De ene verkiest om de huwelijkspartner af te schermen van zijn kinderen en wil dus een zo ruim mogelijke bescherming van zijn toekomstige partner, terwijl de andere de bescherming van zijn kinderen boven alles stelt.

Als u trouwt, weet dan dat uw huwelijkspartner een beschermd erfdeel heeft (reserve). Concreet is dit de helft van uw nalatenschap in vruchtgebruik en minstens het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. Heeft een van de partners (een) kind(eren) uit een vorige relatie heeft, geeft de wet de partners de mogelijkheid in hun huwelijkscontract een regeling op te nemen waarin zij (gedeeltelijk) afstand kunnen doen van hun aanspraken in elkaars nalatenschap (de zogenaamde “Valkeniersclausule”), zelfs van het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Op die manier erven de kinderen (een deel van) uw vermogen onmiddellijk in volle eigendom.

Uiteraard is het niet de bedoeling dat de langstlevende de gezinswoning in alle haast moet ontruimen na het overlijden van zijn/haar partner. De aanstaande partners willen zeker zijn dat de langstlevende even kan nadenken over zijn/haar toekomst. De wet voorziet daarom dat de partner die afstand doet van zijn erfaanspraken (door middel van dergelijk Valkeniersbeding) een minimale bescherming behoudt. Deze bescherming bestaat uit een recht van bewoning (en gebruik) van de gezinswoning (en de huisraad) voor een periode van minimaal zes maanden. Indien deze periode te kort lijkt voor de partners, kan er in het huwelijkscontract een langere periode voorzien worden.

De partners bepalen vrij of zij volledig of gedeeltelijk afstand doen van hun erfaanspraken. Het is met andere woorden geen ‘alles of niets’ verhaal. Naargelang de situatie en wensen van de partners zal de afstand volledig dan wel beperkt zijn. Zo kan er bijvoorbeeld een recht van bewoning of vruchtgebruik voorzien worden voor drie jaar of kan de afstand enkel betrekking hebben op een bepaald goed.

Als de langstlevende partner in die overgangsperiode (van minimum zes maanden) een nieuwe thuis vindt en er zijn intrek neemt, dan vervalt het recht van bewoning. Het doel van de overgangsperiode is dan immers bereikt.

Het is ook niet nodig dat de regeling wederkerig is. Als slechts één van de toekomstige partners kinderen heeft uit een vorige relatie, is het zeker denkbaar dat de partner met kinderen zijn erfaanspraken volledig behoudt. Er is dan immers geen dispuut mogelijk met de kinderen van de overledene, aangezien die er geen heeft. 

We illustreren het voorgaande met een voorbeeld:

Jean en Marie besluiten te huwen. Beiden hebben kinderen uit een vorig huwelijk. Ze gaan wonen in het huis van Jean. Marie zal haar appartement verhuren. Ze zijn het erover eens dat hun huwelijk hun kinderen niet mag benadelen of tekortdoen.
Na bespreking met de notaris kiezen ze om te huwen onder het stelsel van scheiding van goederen. Zij doen in hun huwelijkscontract afstand van de erfaanspraken in elkaars nalatenschap en komen overeen dat Marie - als Jean als eerste overlijdt - (geen vruchtgebruik maar) een recht van bewoning van acht maanden krijgt op de gezinswoning. Als  Marie vier maanden na het overlijden van Jean terug verhuist naar haar eigen appartement, dan vervalt haar recht van bewoning op dat moment.

De opmaak van een Valkeniersclausule verloopt volgens een strikt stramien. In totaal neemt deze procedure minstens zes weken in beslag.

Tot slot is het belangrijk te weten dat een Valkeniersclausule in het Centraal Register van Testamenten (CRT) bij de Federatie van Notarissen wordt geregistreerd. Deze registratie zorgt ervoor dat de bepaling altijd uitwerking krijgt bij het overlijden van een van de partners. 

Op 1 september 2018 trad het nieuwe erfrecht in werking. Wat betekent dit voor u? U kunt onze gids voor het nieuwe erfrecht aanvragen via deze link

Hebt u nog vragen over de Valkeniersclausule? Contacteer dan uw private banker. Hij of zij brengt u zo nodig in contact met een expert Financiële Planning van KBC.

Is deze pagina nuttig voor u? Ja Neen

Disclaimer
Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.  

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.