Nieuwe belastingcode: verrekenbare roerende voorheffing in de personenbelasting

Voor inkomstenjaar 2018 (aanslagjaar 2019) is er een nieuwe belastingvrijstelling voor de eerste schijf van 640 euro voor dividenden van bepaalde aandelen. Deze vrijstelling geldt per persoon.

Als belegger moet u zelf de vrijstelling vragen in de aangifte personenbelasting, aangezien ze niet van toepassing is aan de bron. Zowel dividenden van Belgische als van buitenlandse aandelen komen in aanmerking. Met ‘dividenden’ bedoelen we “alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen of winstbewijzen".
 

De wet heeft de volgende dividenden uitdrukkelijk uitgesloten:

  • dividenden uitgekeerd door (tussenkomst van) juridische constructies (het gaat hier om entiteiten onderworpen aan de “Kaaimantaks”);
  • dividenden van instellingen voor collectieve belegging (“fondsen”) of uitgekeerd door tussenkomst van gemeenschappelijke beleggingsfondsen;
  • dividenden uit bijzondere verdelingsverrichtingen (bijvoorbeeld fusieverrichtingen, verdeling van het kapitaal van de vennootschap of de inkoop van eigen aandelen);
  • geherkwalificeerde intresten (dus intresten die een vennootschap toekent aan haar aandeelhouder/bestuurder en die bepaalde grenzen overschrijdt).

Om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling moet u nagaan hoeveel roerende voorheffing er werd ingehouden en moet u de roerende voorheffing vermelden in vak VII, onder code 1437/2437 als u ze wilt recupereren. Hebt u dividenden  ontvangen waarop verschillende tarieven van roerende voorheffing van toepassing zijn, dan kunt u zelf kiezen voor welke dividenden u deze vrijstelling vraagt. In die optiek is het aangewezen om de dividenden aan te geven waarop een hoger tarief werd toegepast. Het maximaal aan te geven bedrag is 192 euro.

Dit fiscale voordeel geldt alleen voor natuurlijke personen (rijksinwoners of niet-rijksinwoners) en niet voor rechtspersonen.

In bepaalde gevallen is men geen volle eigenaar van de aandelen. Wie heeft er dan recht op de recuperatie? Bij een nalatenschap of schenking met voorbehoud van vruchtgebruik behoort de blote eigendom van de aandelen in principe toe aan de kinderen en het vruchtgebruik aan de ouder(s). In principe zal de vruchtgebruiker de dividenden innen en dus de roerende voorheffing betalen. Bijgevolg kan de vruchtgebruiker de roerende voorheffing recupereren.

Ontving u dividenden uit het buitenland waarop geen roerende voorheffing werd ingehouden, dan past u de vrijstelling eenvoudig toe door de eerste 640 euro van die dividenden niet aan te geven onder subrubriek A, 2, b) inzake de verplicht aan te geven inkomsten ‘Andere inkomsten zonder roerende voorheffing’.

Voor dividenden van aandelen van gehuwden moet men rekening houden met het huwelijksvermogensrecht. Wordt u als echtgenoten samen belast, dan moet u de inkomsten van uw kapitalen en roerende goederen als volgt aangeven:

  • inkomsten die volgens het vermogensrecht tot het eigen vermogen van een echtgenoot behoren, moeten volledig op naam van die echtgenoot worden aangegeven;
  • alle andere inkomsten moeten voor de helft op naam van elk van de echtgenoten worden aangegeven.
Voor de ingehouden roerende voorheffing geldt hier ook hetzelfde principe. Op welke rekening het dividend werd gestort (een rekening op naam van beide echtgenoten of een rekening op naam van slechts één echtgenoot), is niet van belang.
 
Wat als minderjarigen aandelen bezitten? De roerende inkomsten van minderjarige kinderen worden bij de inkomsten van hun ouders gevoegd. Minderjarigen hebben dus zelf geen recht op dit fiscale voordeel. Als minderjarigen dividenden hebben geïnd, moet de roerende voorheffing die daarop werd ingehouden worden teruggevraagd in de aangifte in de personenbelasting van hun ouders.
 
Als er dividenden geïnd worden door een onverdeeldheid (bijvoorbeeld een maatschap of een onverdeeldheid die ontstaat door schenking of nalatenschap) is de roerende voorheffing op dividenden in principe aan de bron betaald. De leden van een onverdeeldheid kunnen de ingehouden roerende voorheffing – elk voor hun deel – terugvragen. De deelgerechtigdheid van elk lid staat beschreven in de statuten van de maatschap, een schenkingsakte of een nalatenschapsaangifte.
 
Uiteraard moet men de bewijsstukken voor de belastingdiensten ter beschikking houden.
De toepassing van de verrekenbare roerende voorheffing op dividenden gaat o.a. gepaard met de halvering van de vrijgestelde schijf van intresten op spaarboekjes.
 

Hebt u hierover nog vragen? Een KBC-private banker beantwoordt ze graag. 
 

Is deze pagina nuttig voor u? Ja Neen

Disclaimer
Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.  

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.