Nieuwe formule forfaitaire waardering ‘voordeel van alle aard’ bij ter beschikking stellen van woning

Voordeel van alle aard woning: nieuwe coëfficiënt “2” vanaf 2019

Werknemers/bedrijfsleiders die gratis een woning ter beschikking krijgen van hun werkgever, moeten voortaan rekening houden met een aangepaste waardering. Dat was al aangekondigd door de minister, maar werd ondertussen ook officieel bekrachtigd via het Koninklijk Besluit van 9 december 2018 (B.S. 27 december 2018).

Achtergrond van de wijziging

Volgens bepaalde rechtspraak was het onderscheid dat in het verleden werd gemaakt inzake de waardering van het voordeel van alle aard voor woningen in functie van de verstrekker (natuurlijk of rechtspersoon), discriminerend. Via een circulaire deelde de minister al in mei 2018 mee dat er voorlopig geen rekening moest worden gehouden met een coëfficiënt, en dit in afwachting van een wetwijziging. Via het KB van 9 december 2018 werd de coëfficiënt “2” vervangen in de bestaande formule.

Nieuwe formule forfaitaire waardering

Het nieuwe voordeel van alle aard wordt voortaan als volgt berekend:
VAA = 100/60ste van het geïndexeerd KI X 2.

Deze formule is van toepassing ongeacht de persoon die de woning ter beschikking stelt en ongeacht het kadastraal inkomen (= KI) van de woning, wat in het verleden anders was (zie hierna ‘Oude berekening voordeel van alle aard’). De nieuwe waarderingswijze is van toepassing op woningen die ter beschikking worden gesteld vanaf 1 januari 2019.

Oude berekening voordeel van alle aard

Een natuurlijke persoon stelde een woning ter beschikking:
het voordeel van alle aard (= VAA) werd forfaitair geraamd op 100/60ste van het geïndexeerd kadastraal inkomen.

Een rechtspersoon stelde een woning ter beschikking
1. Het (niet-geïndexeerd) kadastraal inkomen is kleiner of gelijk aan 745,00 EUR:
    het VAA bedraagt 100/60ste van het geïndexeerde KI vermenigvuldigd met een factor 1,25.

2. Het (niet-geïndexeerd) kadastraal inkomen is groter dan 745,00 EUR:
    het VAA bedraagt 100/60ste van het geïndexeerde KI vermenigvuldigd met een factor 3,8.

Impact van de wijziging

Bepaalde personen zullen hun belastbaar voordeel aanzienlijk zien stijgen:
de genieters van een (geheel of gedeeltelijk gratis) ter beschikking gestelde woning door een natuurlijk persoon zien hun belastbaar voordeel verdubbelen.
Personen die van een rechtspersoon een woonst ter beschikking krijgen gesteld met een (niet-geïndexeerd) kadastraal inkomen van max. 745,00 EUR, zien de coëfficiënt 1,25 verhogen met 60%.
Personen die een woonst ter beschikking krijgen van een rechtspersoon, zijn echter de winnaars. Zij zien de coëfficiënt dalen van 3,8 naar 2 of omzeggens halveren.

Of hiermee de discussie rond de waardering van het voordeel van alle aard inzake woningen is beslecht, is nog maar de vraag. De Raad van State heeft namelijk een erg kritisch advies geformuleerd in dit verband. Kort samengevat stelt zij dat de rechtsgrond van het nieuwe KB zeer wankel is aangezien de coëfficiënt “2” en het gebruik van het verouderde begrip van het kadastraal inkomen, niet als resultaat hebben het voordeel van alle aard en de werkelijke huurwaarde zo dicht mogelijk te benaderen. Het lijkt ons dan ook niet denkbeeldig dat diegene die hun voordeel van alle aard aanzienlijk zien stijgen, op basis van dit advies van de Raad van State de nieuwe regeling zullen proberen aan te vechten.

Enerzijds kan alleen maar worden toegejuicht dat er op basis van het KB vanaf 2019 rechtszekerheid is gecreëerd omtrent de waarderingswijze van het voordeel van alle aard. Hiervoor hadden we dit niet aangezien de circulaire van de minister waarin de tijdelijke afschaffing van de coëfficiënt in werd opgenomen, geen wettelijk grondslag had. Anderzijds willen we toch ook waarschuwen dat de fiscus de fiscale aftrek van de kosten verbonden aan de aankoop van dergelijke onroerende goederen op verschillende manieren betwist, en dit gesteund door bepaalde rechtspraak. Wij denken bijvoorbeeld aan een appartement aan de zee maar ook aan een gezinswoning die ter beschikking wordt gesteld door de vennootschap aan zijn bedrijfsleider. De praktijk leert dat de fiscus steeds succesvoller de fiscale aftrekbaarheid van dergelijke kosten betwist, zodat enige waakzaamheid toch geboden is in dit verband.

Voor meer informatie kan uw private banker de expertise van een KBC-adviseur Financiële Planning Ondernemen inschakelen. 

Nog geen klant? Dan kunt u een afspraak maken op www.kbcprivatebanking.be
 

Is deze pagina nuttig voor u? Ja Neen

Disclaimer
Dit blogbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.