Lexicon

Verklarende woordenlijst van financiële termen

Lexicon

Verklarende woordenlijst van financiële termen

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

A

aandeel
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming.

aandeel op naam
Aandeel waarbij de naam van de koper in het register van de aandeelhouders van de vennootschap wordt geregistreerd. De aandeelhouder is dus bekend.

aandeelhouder
Bezitter van één of meerdere aandelen en dus mede-eigenaar van een vennootschap.

aandeelrendement
Het rendement op aandelen bestaat uit twee onderdelen: eventuele waardestijging van het aandeel en het periodiek uit te keren deel van de winst van de onderneming: het dividend. Zie ook dividendrendement. Om het rendement van de waardestijging van de aandelen te realiseren, moet men de aandelen eerst verkopen.

aandelenanalyse
Verzamelnaam van een aantal methoden en technieken die gebruikt worden om een oordeel te krijgen over de toekomstige koersontwikkelingen van een aandeel. De meest gangbare zijn: fundamentele analyse, technische analyse en macro-economische analyse.

aandelenemissie
Zie: emissie.

aandelenfonds
Fonds dat in hoofdzaak in aandelen belegt. Het aanbod is uitgebreid: fondsen die wereldwijd beleggen, die gespecialiseerd zijn in een land of regio, in een sector of marktniche, actief of indexmatig beheerd, ... De beleggingspolitiek wordt uiteengezet in het prospectus.

aandelenfuture
Futurescontract met een onderliggende waarde van aandelen. Er zijn futures in financiële instrumenten (indices, aandelen, rente, valuta) en in grondstoffen zoals agrarische producten (graan, aardappelen, soja, koffiebonen, slachtvarkens), edelmetalen (goud, zilver, palladium) en grondstoffen (olie, koper, lood).

aandelenindex
Gewogen gemiddelde van de koersen van een aantal aandelen; met die index meten we de ontwikkeling van de koersen van die aandelen. Een aandelenindex wordt gezien als een graadmeter van de beurs.

aandelenkapitaal
Totale bedrag van de nominale waarde van de uitgegeven aandelen bij een vennootschap en dat in de statuten is vastgelegd.

aandelenoptie
Verhandelbaar recht om een pakket aandelen te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs op of tot een bepaald moment in de toekomst. Zie ook optie.

aandelensplitsing
Splitsing in meerdere gelijke delen waardoor de nominale waarde van een aandeel daalt. Door splitsing van een aandeel kan de verhandelbaarheid toenemen.

aanvrager van een verzekering
Zolang het contract niet tot stand gekomen is, spreken we van de aanvrager. De acceptatie gebeurt door de verzekeraar.

aanwijzing
Het aanwijzen van een optiebelegger met een shortpositie om de verplichtingen op grond van zijn contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs.

absoluut returnfonds
(Beleggings)fonds met in essentie een gespreide portefeuille die volgens een bepaald beleggingsbeleid belegt in aandelen, obligaties, vastgoed en/of liquiditeiten. De doelstelling van een 'traditionele' vermogensbeheerder is om zijn beleggingen zo te beheren dat het rendement van die beleggingen hoger is dan die van een bepaalde index. Zo zal een beheerder van een Belgische aandelenportefeuille proberen beter te doen dan de BEL 20-index. Een absoluut returnfonds zal integendeel meestal proberen om elk jaar een vooraf vastgesteld rendement te halen, onafhankelijk van de prestaties van een aandelenindex.

achtergestelde obligaties
Achtergestelde obligaties zijn obligaties die bij een faillissement of liquidatie van de desbetreffende onderneming pas terugbetaald worden na de andere schuldeisers (maar wel vóór de aandeelhouders). De kans is groot dat bij een faillissement de houders van dit soort papier niet of minder terugbetaald worden dan de houders van niet-achtergestelde obligaties. Het risico ervan is dus hoger en vereist een hogere vergoeding.

achtergestelde termijnbelegging
Termijnbelegging die, bij vereffening van de financiële instelling die de belegging heeft uitgegeven, pas recht geeft op de terugbetaling van de hoofdsom en de nog niet uitgekeerde interest, nadat alle andere schuldeisers zijn vergoed. De aandeelhouders worden vergoed na de eigenaars van de achtergestelde termijnbelegging.

acquisitie
Overname van een bedrijf door een ander bedrijf.

actief beheer
Portefeuillebeheer waarbij de beheerder op basis van zijn marktvisie en verwachtingen actieve posities inneemt met als doel een beter beleggingsresultaat te halen dan dat van zijn benchmark. Tegenover de kans op een beter beleggingsresultaat staat het risico dat het resultaat achterblijft bij dat van de benchmark. . Tegenovergestelde van indexmatig beheerpassief beheer.

Actieve Aandelen
Aandelen die dagelijks noteren en die op een beurs het meest verhandeld worden.

actieve positie
Positie die ontstaat wanneer het relatieve belang van sommige aandelen of obligaties in een beleggingsportefeuille afwijkt van hun belang in de referentie-index van die portefeuille.

activaspreiding
Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het risicoprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘assetallocatie’. Engels: ‘asset allocation’.

activiteitsgraad
Werkende bevolking gedeeld door de bevolking op arbeidsleeftijd. Geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod effectief aan het werk is. Synoniem: 'werkgelegenheidsgraad'. Tegenovergestelde van werkloosheidsgraad.

actuarieel rendement
Berekening van het rendement op jaarbasis die niet alleen rekening houdt met de couponuitkeringen, maar ook met andere bepalingen zoals uitgifteprijs, couponfrequentie, coupondata, terugbetalingsprijs en eindvervaldag. Het is de enige manier om beleggingen waarvan de inkomsten en uitgaven ongelijk gespreid zijn in de tijd, op een objectieve manier met elkaar te vergelijken.

ADR
Afkorting van ‘American Depositary Receipt / Asian Depositary Receipt’. Nominatieve buitenlandse aandelen omgezet in toondercertificaten die aan de Europese beurzen genoteerd kunnen zijn.

AEX-index
De door Euronext berekende en onderhouden graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt. De AEX-index is een gewogen index die gebaseerd is op de koersen van de 25 meest verhandelde, in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext. Onder andere de effectieve aandelenomzet in het voorgaande jaar is bepalend of een aandeel wordt opgenomen in de AEX-index. De weging van elk aandeel in de index is mee afhankelijk van de marktkapitalisatie van de vrij verhandelbare aandelen, maar kan nooit meer bedragen dan 10%. Jaarlijks wordt de AEX-index op de eerste handelsdag in maart herwogen. Op de AEX-index worden opties en futures verhandeld.

AEX-Lightopties
Opties op de AEX, waarbij de genoteerde premie tot stand komt door de AEX-index door tien te delen. De contractgrootte (standaardhandelshoeveelheid) bedraagt net zoals voor de AEX-opties 100. Met de AEX-Lightopties kan de cliënt voor een lager bedrag in opties op de AEX beleggen.

AEX-Optiebeurs
Derivatenbeurs van Amsterdam Exchanges die verantwoordelijk is voor de handel in opties op aandelen, goud en obligaties. De AEX heette voor 1983 de Europese optiebeurs (European Option Exchange).

afgeleid product
Financieel instrument waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van een ander actief (de onderliggende waarde). De waarde van het afgeleide product wordt niet alleen bepaald door de waarde van het onderliggende actief, maar ook door tal van andere factoren (bijvoorbeeld de renteontwikkeling, de looptijd en de volatiliteit van het onderliggende actief, …). Er bestaan verschillende soorten afgeleide producten (forwards, futures, swaps, opties, ...) op verschillende soorten van activa (grondstoffen, munten, aandelen, ...). De kracht van afgeleide producten ligt in de hefboomwerking. Behalve als speculatief instrument kunnen ze ook worden gebruikt om een portefeuille te beschermen tegen bepaalde marktrisico's (hedgen), zoals wisselkoers- en renterisico's.

afkoop
Als de verzekeringnemer op elk ogenblik voor de einddatum van zijn contract zijn reserve geheel of gedeeltelijk opvraagt, noemen we dat een volledige of een gedeeltelijke afkoop.

afloopmaand
Maand waarin een optie of een future ophoudt te bestaan of afloopt. De verschillende afloop- of expiratiemaanden vormen samen een cyclus.

agio
1.De afwijking naar boven van de beurskoers of de emissiekoers t.o.v. de nominale waarde respectievelijk t.o.v. de intrinsieke waarde. Bij een aflossing met agio wordt een obligatie tegen een hoger bedrag dan de nominale waarde terugbetaald. Als de nominale waarde 50 euro is en de actuele koers bedraagt 55 euro, dan is het agio dus 5 euro. 2. Het verschil tussen een contantkoers en een termijnkoers van een bepaalde munt, in het kader van onder meer een valutatermijncontract.

AIW
Afkorting van ‘As, If and When’. Dat betekent ‘zoals, indien en wanneer’ en heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij snelgroeiende ondernemingen die nog niet geheel beursconform zijn.

alfa
Beweeglijkheid van de aandelenkoers, die alleen kan worden verklaard door bedrijfsspecifieke factoren en niet door de algemene marktschommelingen. Het verband met de marktontwikkelingen wordt dan weergegeven door de bèta. Samen bepalen alfa en bèta het totale beleggingsresultaat. Een beheerder creëert alfa als de samenstelling van zijn portefeuille een beter beleggingsresultaat oplevert dan die van de referentie-index en als die betere prestatie niet louter het gevolg is van de marktbeweging.

Algemene Vergadering van Aandeelhouders
(Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.

algemene voorwaarden
Gemeenschappelijke voorwaarden die voor alle producten van hetzelfde type gelden. In de algemene voorwaarden wordt onder meer bepaald wanneer een contract aanvangt, welke rechten men kan uitoefenen, welke risico’s zijn uitgesloten.

all or none order
Opdracht tot aankoop of verkoop van effecten die in zijn geheel in één keer vervuld moet worden. Wanneer het order niet in zijn geheel voldaan kan worden, wordt het order niet uitgevoerd en blijft het order bestaan. Een variant is de fill or kill order die wél vervalt als het order niet direct uitgevoerd kan worden. Nederlandse tegenhanger: alles of niets-order.

all time high
Hoogste koers die een index of effect ooit heeft gehaald.

all time low
Laagste koers die een index of effect ooit heeft gehaald.

alles of niets-order
Opdracht tot aankoop of verkoop van effecten die in zijn geheel in één keer vervuld moet worden. Wanneer het order niet in zijn geheel voldaan kan worden, wordt het order niet uitgevoerd en blijft het order bestaan. Een variant is de fill or kill order die wél vervalt als het order niet direct uitgevoerd kan worden. Engels: ‘all or none order’.

AMEX
Afkorting van ‘American Stock Exchange’. Een van de Amerikaanse effectenbeurzen, niet te verwarren met de NYSE.

Amsterdam All-Share index
Door Euronext berekende en onderhouden index die betrekking heeft op alle in Nederland genoteerde aandelen die worden verhandeld op de effectenbeurs van Euronext. De Amsterdam All-Share index (AAX) is onderverdeeld in meerdere economische sectoren. De Amsterdam All-Share index en de diverse deel-indices geven een zeer getrouw beeld van de prestaties van de gehele Nederlandse effectenmarkt en diverse deelsectoren. De AAX is een zogeheten benchmarkindex.

Amsterdam Exchanges
Officiële naam van de effecten- en optiebeurs van Amsterdam Nederland.

annual meeting
Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen. Nederlandse tegenhanger: ‘algemene vergadering van aandeelhouders’.

anticipatieve heffing
Belasting die wordt geheven op een pensioenspaarrekening. Die heffing is meestal verschuldigd op het ogenblik dat de pensioenspaarder 60 jaar is geworden.

arbeidsmarktrapport
Rapport dat een schat aan informatie bevat over de ontwikkeling van de interim-arbeid, het aantal gewerkte uren per week per werknemer, de loonkosten, … De publicatie van het Amerikaanse arbeidsmarktrapport kan elke eerste vrijdag van de maand op heel wat belangstelling van beleggers en analisten rekenen. Want zonder werkgelegenheidsgroei kan er geen sprake zijn van een houdbare economische groei.

As, if and when issued
Dat betekent ‘zoals, indien en wanneer’ en heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij snelgroeiende ondernemingen die nog niet geheel beursconform zijn. Afkorting: AIW.

Asian start
Bij een fonds met Asian start wordt de beginwaarde van de onderliggende korf of index bepaald als het gemiddelde van een aantal observaties, gespreid over het eerste gedeelte van de looptijd. Werken met een gemiddelde vermijdt plotse pieken in de beginwaarde te wijten aan een te korte observatieperiode zoals bijvoorbeeld op een dag.

Asian tail
Bij een fonds met Asian tail wordt de eindwaarde van de onderliggende korf of index bepaald als het gemiddelde van een aantal observaties, gespreid over het laatste gedeelte van de looptijd. Werken met een gemiddelde vermijdt plotse pieken in de eindwaarde te wijten aan een te korte observatieperiode zoals bijvoorbeeld op een dag.

assetallocatie
Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het risicoprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘activaspreiding’. Engels: ‘asset allocation’.

assignment
Het aanwijzen van een optiebelegger met een shortpositie om de verplichtingen op grond van zijn contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs. Nederlandse tegenhanger: ‘aanwijzing’.

at-the-money
Een optie is 'at-the-money', als de uitoefenprijs dichtbij de actuele koers van het onderliggende actief ligt. De kans van uitoefening kan nog alle kanten op.

automatisch sparen
Systeem waarbij een cliënt de bank de opdracht geeft om op geregelde tijdstippen automatisch een vast of variabel bedrag over te schrijven naar zijn spaarrekening.

Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten
Belgische toezichthouder op de financiële sector en de financiële diensten. De instelling speelt een belangrijke rol in de wettelijke controle van alles wat er op de financiële markten gebeurt. Ze houdt onder meer toezicht op de financiële instellingen, de beursvennootschappen en de financiële informatieverstrekking. Als toezichthouder is ze ook voor een deel verantwoordelijk voor de bescherming van de consumenten van financiële diensten. Afkorting: 'FSMA'

automatische uitoefening
Uitoefening van optiecontracten aan het eind van de looptijd zonder nadrukkelijke opdracht van de koper. Engels: automatic exercise. Tegengestelde: uitoefening op aanvraag (Engels: individual exercise).

AVA
Afkorting van: ‘Algemene Vergadering van Aandeelhouders’. (Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.

B

baisse
Aanhoudend sterke koersterugloop gedurende een langere periode.

balance of trade
Handelsbalans. Nettoverschil tussen het import- en het exportcijfer van een land. Hierbij zijn het de roerende goederen, zoals auto's en voeding, die voorkomen op de handelsbalans.

bancassurance
Bankverzekering (voorkeurterm bij KBC). Verkoop van verzekeringsproducten en -diensten via het commerciële net van de bankinstellingen. Het concept verwijst naar hetzelfde fenomeen als ’verzekeringsfinancieren’, maar gezien vanuit het standpunt van de bankier. Zie verzekeringsfinancieren.

basispunt
Een honderdste van een procent in absolute zin. Als de rente bijvoorbeeld stijgt van 2% naar 2,10%, komen er tien basispunten bij. Synoniem: 'procentpunt'.

basisrente
De rentevergoeding op een gereglementeerde spaarrekening bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie. De basisrente wordt berekend vanaf de eerste kalenderdag die volgt op de datum van de storting of de overschrijving en loopt tot de dag van opneming/overschrijving.

Bazel-akkoord
Overeenkomst uit 1987 tussen de tien rijkste landen (G10), Zwitserland en de lidstaten van de Europese Unie over de solvabiliteitseisen waaraan banken moeten voldoen. Het oorspronkelijke akkoord (Basel I) is intussen al vervangen door een nieuw akkoord (Basel ll) en op 12 september 2010 bereikten de toezichthouders en centrale banken een akkoord over een nieuwe aanpassing (Basel lll) waarvan de invoering geleidelijk zal verlopen vanaf 2013.

BBP
Afkorting van ‘Bruto Binnenlands Product’. De marktwaarde van alle finale goederen en diensten die in een land gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) zijn voortgebracht.

BBP per hoofd
De marktwaarde van alle finale goederen en diensten die in een land gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) zijn voortgebracht. Het BBP per hoofd van de bevolking geeft een indicatie van de relatieve welvaart van een land tegenover andere landen. Zie: bruto binnenlands product.

BBP-kloof
Verschil tussen enerzijds de feitelijke productie in een land en anderzijds de productie die mogelijk is bij een normale inzet van de productiecapaciteit.

bear
Belegger die uitgaat van een negatief beurssentiment. Letterlijk: beer. Engelse term.

bear market
Markt waarin de koersen dalen en waarvan wordt verwacht dat zij verder zullen dalen.

bear rally
Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft dalen.

bear spread
Optiecombinatie die gericht is op een beperkte koersdaling Een voorbeeld is de aankoop van een put met een hogere uitoefenprijs en het schrijven van een put met een lagere uitoefenprijs. Een ander voorbeeld is het schrijven van een call met een lagere uitoefenprijs en het kopen van call met een hogere uitoefenprijs.

bearish
Een belegger is ‘bearish’ als hij verwacht dat de koersen gaan dalen (à la baisse).

bedrijfskasstroom
Resultaat van de activiteiten van een onderneming, vermeerderd met de afschrijvingen en de waardeverminderingen. Maatstaf voor de winst die een onderneming maakt met haar bedrijfsactiviteiten zonder dat de kosten en opbrengsten van de financiering erin verwerkt zitten.

beeldschermenhandel
Elektronische (beurs)vloer.

begrotingssaldo
Verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven van de overheid. In het geval van een positief saldo spreken we over een begrotingsoverschot, in het geval van een negatief saldo over een begrotingstekort.

begunstigde

  • Persoon aan wie de gespaarde tegoeden worden overgemaakt op de vrijgavedatum van een derdenbeding. Context: derdenbeding.
  • Persoon aan wie de verzekeraar de verschuldigde sommen moet uitkeren. We maken een onderscheid tussen de begunstigde bij leven en de begunstigde bij overlijden: de begunstigde bij leven is de persoon die de uitkering op de einddatum van het contract ontvangt, als de verzekerde op dat moment nog in leven is; de begunstigde bij overlijden is de persoon aan wie de verzekeraar het kapitaal uitkeert, als de verzekerde overlijdt vóór de einddatum van het contract. Context: verzekeringen.

beheerder
Iemand die het bezit van een ander beheert. De beheerder van een beleggingsfonds zorgt voor de spreiding van de beleggingen in het beleggingsfonds.

beheerloon
Vergoeding die de belegger betaalt voor de taken die de beheerder van een fonds uitvoert. Deze vergoeding is een bepaald percentage van de waarde van het fonds. Dagelijks wordt een stukje van die kosten aangerekend.

Beige Book
Informatie die de Fed publiceert over het verloop van de economie in de verschillende staten.

BEL 20-index
Oorspronkelijk was de BEL 20-index de beursindex van de 20 belangrijkste Belgische aandelen. Sedert 1 maart 2005 is de BEL 20-index samengesteld uit een variabel aantal aandelen om voldoende liquiditeit te waarborgen. Naast de al bestaande BEL 20-index zijn dan ook de nieuwe indices BEL Mid en BEL Small gelanceerd.

beleggingsfonds
Courante naam voor een ICB (Instelling voor Collectieve Belegging) van het contractuele type. In essentie een gediversifieerde portefeuille die volgens een in het prospectus uiteengezet beleggingsbeleid belegt in aandelen, obligaties, cash en/of vastgoed. De belegger kan tegen de inventariswaarde in- en uitstappen, wanneer hij dat wenst. Een beleggingsfonds biedt heel wat beleggingscomfort voor de intekenaar. Het wordt beheerd door specialisten die de markt op de voet volgen en die ook de volledige administratie voor hun rekening nemen (onder meer het innen van interesten en dividenden).

beleggingshorizon
Periode waarin een belegger, in overeenstemming met een bepaald risico, een bepaald beleggingsresultaat wil verkrijgen. Het is dus ook de periode waarin een belegger zijn geld dat hij wil beleggen, kan missen.

beleggingsmaatschappij
Beleggingsfonds dat wordt beheerd door professionele beheerders. Onderneming die belegt in verschillende effecten, en op zijn beurt weer aandelen uitgeeft.

beleggingsresultaat
Rendement op jaarbasis van een beleggingsproduct. Het beleggingsresultaat in lokale munt is het rendement uitgedrukt in de munt waarin het beleggingsproduct noteert. Voor een belegger uit het eurogebied wordt het rendement bijgevolg ook bepaald door het wisselkoersverloop van de munt (waarin de belegging noteert) tegenover de euro.

beleggingsstijl
Binnen de beleggingspolitiek van een fonds kunnen bijkomende beperkingen worden opgelegd aan de fondsbeheerder. Zo kan het fonds bij voorkeur beleggen in ondernemingen die een forse groei nastreven (growth), of integendeel beleggen in bedrijven die op zoek gaan naar waardecreatie (value). Andere beleggingsstijlen leggen bijvoorbeeld de klemtoon op aandelen van grote ondernemingen (large caps) of integendeel op die van kleine ondernemingen (small caps).

beleidsrente
Kortetermijnrente die de centrale bank vastlegt voor haar transacties met commerciële banken. De beleidsrente wordt gebruikt als monetair instrument om een bepaald doel te bereiken. In het eurogebied wordt de beleidsrente bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB). Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld, d.w.z. de kosten om te lenen en de opbrengst van spaargelden. Een verhoging (verlaging) van de rente heeft daarom een remmende (stimulerende) invloed hebben op de vraag, wat zich op zijn beurt zal vertalen in de ontwikkeling van de prijzen. Synoniem: ‘officiële rente’.

BELFOX
Afkorting van The Belgian Futures and Option Exchange, de Belgische termijn- en optiebeurs. Is ondertussen opgegaan in Euronext.

benchmark
Maatstaf waaraan rendementen op een bepaalde portefeuille worden getoetst, meestal een bepaalde aandelen- of obligatie-index, of een obligatie met een bepaalde looptijd (bijvoorbeeld 10 jaar) die voor die looptijd als benchmark fungeert.

berenkuil
Moment waarop aandelenkoersen hun laagste punt, de bodem, hebben bereikt.

bèta
Griekse letter die een maatstaf is voor het systematisch of marktgebonden risico. De bèta meet de gevoeligheid van een effect voor marktbewegingen. Op basis van koersbewegingen uit het verleden geeft de bèta van een aandeel of een portefeuille weer in welke mate mag worden verwacht dat de koers van het aandeel of de waarde van de portefeuille zal stijgen of dalen bij een stijging of daling van de benchmark. De bèta van de benchmark is altijd gelijk aan 1. Een aandeel met een bèta van 1,1 zal dus naar verwachting met 11% stijgen bij een stijging van de benchmark met 10% en met 11% dalen bij een daling van de benchmark met 10%.

betaalbaarstelling
Het aanwijzen van een dividendbewijs of coupon waarop bijvoorbeeld het dividend wordt uitgekeerd of de obligatie wordt uitgeloot.

beurs
Officieel gereglementeerde markt voor de publieke handel in effecten.

beursbelasting
Belasting die de overheid heft bij de aan- en verkoop van effecten (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, …).

beurscommissie
College van verkozen effectenmakelaars dat zorgt voor de organisatie en de dagelijkse werking van de beurs.

beurscrash
Scherpe, onverwachte daling van de beurskoersen die gewoonlijk gepaard gaat met paniek.

beursgoeroe
Invloedrijke beleggingsdeskundige.

beurshausse
Lange periode van ononderbroken koersstijging.

beursindex
Een index geeft het gemiddelde koersverloop van een groep effecten weer. Niet alle aandelen stijgen of dalen tegelijk. Als we de koersen van de verschillende onderliggende aandelen optellen, en delen door een conversiefactor om een werkbaar getal te krijgen, maken we een beursindex. Die index geeft het beeld weer van de ontwikkeling van die beurs, als we de koers van die index in de tijd vergelijken.

beursintroductie
Eerste uitgifte van aandelen of obligaties die vervolgens verhandelbaar zijn op een effectenbeurs. Na introductie van de aandelen is een onderneming beursgenoteerd. De introductie van aandelen of obligaties wordt ook wel een primaire emissie genoemd. Zie ook emissie.

beurskapitalisatie
Aantal uitgegeven aandelen vermenigvuldigd met de beurskoers.

beurskoers
Prijs waartegen een effect wordt gewaardeerd en verhandeld op de beurs. Die prijs wordt bepaald door vraag en aanbod.

beurskosten
Transactiekosten die een belegger betaald bij de uitvoering van een beursorder.

beurskrach
Belangrijke en plotse val van de beurskoersen waardoor een beurscrisis ontstaat. Synoniem: 'crash'.

beursnotering
Een bedrijf heeft een beursnotering wanneer aandelen in dat bedrijf verhandeld worden op een aandelenbeurs. Door de emissie van aandelen op de beurs kan een bedrijf zijn kapitalisatie vergroten, aandelen verkopen van een bestaande grootaandeelhouder en overgaan van een privé-bedrijf naar een beursgenoteerd bedrijf. Met de beursnotering krijgt een bedrijf verplichtingen op het gebied van rapportage en gedrag.

beursorder
Opdracht tot aankoop of verkoop op de beurs.

beurstaks
Belasting die de overheid heft bij de aan- en verkoop van beursverrichtingen. Correct is: ‘beursbelasting’.

beursvennootschap
Enige soort vennootschap die orders op de beurs mag uitvoeren en daartoe erkend is door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

beursvolging
De beursvolging is een percentage en geeft aan in welke mate een portefeuille de aandelenmarkt volgt. Individuele aandelen en klassieke aandelenfondsen volgen de tussentijdse koersbewegingen heel sterk en tellen mee voor 100%. Aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming volgen de beursontwikkeling tussentijds in mindere mate. Daarom tellen ze maar mee voor zover ze de koersbeweging van de aandelenmarkt volgen.

De KBC-Beleggingsstrategie bepaalt per doelportefeuille hoeveel beursvolging (aandelenrisico) er mag worden opgenomen in de portefeuille.

beurswaarde
Aantal in omloop zijnde aandelen van een onderneming vermenigvuldigd met de actuele beurskoers van dat aandeel. Synoniem: 'marktkapitalisatie'.

bevak
Afkorting van 'Beleggingsvennootschap met VAst Kapitaal'. Het is een fonds met als typisch kenmerk dat het kapitaal principieel vast is. Het kapitaal kan alleen verhoogd of verlaagd worden volgens de regels die gelden voor een gewone vennootschap, waaronder een statutenwijziging. De aandelen zijn beursgenoteerd. Door vraag en aanbod kan de beurskoers sterk afwijken van de intrinsieke waarde. De meest voorkomende bevaks beleggen in vastgoed, maar er zijn ook bevaks die in aandelen beleggen.

bevek
Afkorting van 'Beleggingsvennootschap met VEranderlijk Kapitaal'. Het is een fonds met als typisch kenmerk dat de bevek doorlopend en zonder formaliteiten haar kapitaal kan verhogen door nieuwe aandelen uit te geven of omgekeerd haar kapitaal kan verminderen door bestaande aandelen in te kopen. Daardoor kan de belegger op elk ogenblik in- of uittreden. Dat gebeurt tegen de inventariswaarde van dat moment.

bevestiging
Proces/document waarin de partij van een transactie aan de andere partij de details van de transactie meedeelt en zo de kans geeft om dat te bevestigen of daarop te reageren. Synoniem: ‘confirmatie’.

bevoorrecht aandeel
Aandeel waaraan een voordeel verbonden is, bijvoorbeeld een gewaarborgd minimumdividend, een hoger dividend dan op de gewone aandelen of voorrang op de gewone aandeelhouders bij terugbetaling.

bewaarloon
Vergoeding die een bank aan haar cliënten aanrekent voor het in bewaring houden en administreren van effecten.

bewaring
De bank kan optreden als bewaarnemer van financiële instrumenten en beleggingsmunten die zij voor de cliënt-bewaargever in open bewaring aanhoudt op een of meerdere effectenrekeningen. De bank is in haar rol als bank-bewaarnemer belast met een aantal activiteiten zoals inning en betaling van interest en dividenden, terugbetaling vervallen kapitalen, omruiling en splitsing van effecten, …

bijzondere voorwaarden
Voorwaarden die specifiek van toepassing zijn op een individueel contract. Daarin staan onder meer de begin- en de einddatum van het contract, de contracterende partijen, het verzekerde kapitaal gedefinieerd. Als de bijzondere voorwaarden afwijken van de algemene voorwaarden, zijn de bijzondere voorwaarden van toepassing.

Black Monday
Zware mondiale koersval op aandelenmarkten die plaatsvond op maandag 21 oktober 1987. Nederlandse tegenhanger: ‘Zwarte Maandag’.

blote eigendom
Bezit van waarden op een effectenrekening zonder te kunnen profiteren van de opbrengst die deze effecten voortbrengen.

bodembewaking
Bij een fonds met bewaking van de bodemgrens streeft de beheerder ernaar dat de inventariswaarde gedurende een jaar niet onder deze bodemgrens zakt. Als de bodemgrens in gevaar komt, bouwt hij het gewicht van aandelen af en schakelt hij over naar minder risicovolle beleggingen. Die bodemgrens vormt evenwel geen garantie voor het rendement, evenmin voor de terugbetalingsprijs, die minder kan bedragen dan de bodemgrens. Eens per jaar wordt de bodemgrens vastgelegd.

bodemgrens
Bij een fonds met bewaking van de bodemgrens streeft de beheerder ernaar dat de inventariswaarde gedurende een jaar niet onder deze bodemgrens zakt. Als de bodemgrens in gevaar komt, bouwt hij het gewicht van aandelen af en schakelt hij over naar minder risicovolle beleggingen. Die bodemgrens vormt evenwel geen garantie voor het rendement, evenmin voor de terugbetalingsprijs, die minder kan bedragen dan de bodemgrens. Eens per jaar wordt de bodemgrens vastgelegd.

bonusaandeel
Uitkering in aandelen. Aandeelhouders ontvangen dan gratis een of meer bonusrecht(en).

bonusrecht
Recht dat aan de bestaande aandeelhouders wordt toegekend en waarmee ze een bonusaandeel gratis kunnen verwerven. Vaak zijn meerdere bonusrechten nodig om een bonusaandeel te verkrijgen. Het recht wordt vertegenwoordigd door een coupon, vaak ook gewoon bonus genoemd.

booster
Verzamelnaam voor structuren die tot doel hebben het rendement van een fonds (fors) te verhogen. Deze structuren keren op hun vervaldag dikwijls een veelvoud uit van de prestatie van de onderliggende activa (aandelen, index, …).

brede cliquet
Fondsen met een cliquetstructuur spelen in op de vraag van beleggers om, naast kapitaalbescherming, ook de tussentijdse ontwikkelingen mee te pikken. Op vooraf bepaalde momenten worden eventuele meer- of minderwaarden vastgeklikt. Fondsen met een cliquetstructuur kijken niet alleen tussentijds naar de ontwikkeling van de onderliggende beurs, maar genereren op die observatiemomenten ook een nieuwe startwaarde voor de volgende deelperiode. Die observatiedata worden bij de start van het fonds vastgelegd. Op de eindvervaldag ontvangt de belegger de som van alle percentages die gedurende de looptijd van het fonds werden vastgeklikt. De term 'brede cliquet' duidt op de vastgelegde maxima/minima per deelperiode. De belegger weet van bij de start welk percentage van maximale stijging of daling meetelt in het uiteindelijke rendement. Het maximale percentage wordt ook 'cap' genoemd, het minimale 'floor'.

broker
Lid van de beurs die uitsluitend in opdracht van anderen werkt. De broker neemt opdrachten aan van andere partijen zoals particuliere cliënten en van institutionele beleggers als pensioenfondsen. Hij kan als ‘makelaar’ een koper en een verkoper bij elkaar brengen, of een groot order zelf uitvoeren op de beurs. Een broker kan actief zijn in alle financiële producten zoals aandelen, opties en obligaties. Het is de broker ten strengste verboden om voor eigen rekening en risico op de beurs te handelen. Een broker haalt zijn inkomsten uit de uit de transacties voortvloeiende vergoedingen.

bruto binnenlands product
De marktwaarde van alle finale goederen en diensten die in een land gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) zijn voortgebracht.

brutomarge
Bedrijfsresultaat als percentage van de omzet.

budgettair versoepelen
De overheid voert haar bestedingen op of verlaagt de belastingen om de economie te stimuleren. Vooral in tijden van laagconjunctuur versoepelt de overheid haar budgettair beleid. In de praktijk leidt een budgettaire versoepeling vaak tot een tekort op de begroting.

budgettair verstrakken
De overheid vermindert haar bestedingen in of verhoogt de belastingen om de economie af te koelen. Vooral in tijden van hoogconjunctuur verstrakt de overheid haar budgettair beleid.

buitengewone algemene vergadering
Speciaal bijeengeroepen algemene vergadering van aandeelhouders (naast de jaarlijkse gewone algemene vergadering) die zich kan uitspreken over een aantal buitengewone agendapunten (bijvoorbeeld een kapitaalverhoging, statutenwijziging, fusie, overname, enz.).

bull market
Een min of meer lange periode van koersstijgingen met meer dan 20% op de aandelenmarkten. Nederlands: ‘stierenmarkt’.

bull rally
Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft stijgen. Synoniem: ‘bull run’.

bull run
Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft stijgen. Synoniem: ‘bull rally’.

bull spread
Optiespread die anticipeert op een stijgende markt. Bij een call spread betekent dat kopen tegen de lagere uitoefenprijs en verkopen tegen de hogere uitoefenprijs. Bij een putoptie-spread is dat kopen tegen de lagere en verkopen tegen de hogere uitoefenprijs.

bullish
Verwachting dat de koersen gaan stijgen (à la hausse).

butterfly spread
Optiecombinatie waarbij de optiebelegger twee opties schrijft en twee opties aankoopt met telkens dezelfde afloopmaand. Deze strategie wordt bijna uitsluitend gebruikt door professionelen en traders die nauwelijks transactiekosten hoeven te betalen. We kennen de de ‘long butterfly spread’ en de ‘short butterfly spread’.

buy back
Engels voor inkoopprogramma van eigen aandelen door een bedrijf. Een bedrijf kan om verschillende redenen eigen aandelen inkopen. Het management kan van oordeel zijn dat het aandeel op de beurs sterk ondergewaardeerd is. Door een deel van haar aandelen tegen die te lage koers in te kopen, stijgt de waarde van de overblijvende aandelen. Inkoopprogramma's worden vooraf aangekondigd en hebben veelal een sterke signaalfunctie naar de markt. Het bedrijf kan over ruime kasposities beschikken en geen concrete investeringsplannen hebben. Om fiscale redenen wordt de inkoop van eigen aandelen verkozen boven het verhogen van het dividend.

buy stop order
Kooporder die vastgehouden wordt tot de stopprijs en daarna pas de markt opgaat als een kooporde, zodat een koper aandelen kan kopen tegen de meest voordelige prijs. Synoniem: 'suspended market order'.

C

calendar spread
Combinatieorder waarbij een langlopende optie wordt gekocht en een kortlopende wordt geschreven. De onderliggende waarde, het type optie (call of put) en de uitoefenprijs zijn gelijk; alleen de afloopdatum is verschillend. Synoniem: 'time spread', 'horizontale spread'. Een optiebelegger wil hieruit profijt halen, doordat de tijds- en verwachtingswaarde van de geschreven optie sneller wegsmelt dan die van de gekochte optie met een langere resterende looptijd.

call (bij obligaties)
Bij obligaties is een call het recht van de emittent om onder bepaalde omstandigheden de lening vervroegd af te lossen ('callable obligaties').

call (bij opties)
Bij opties is een call het recht om te kopen of de plicht om te leveren. De houder heeft het recht, maar niet de verplichting, om een onderliggend actief te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. De schrijver van de call heeft de plicht om dat actief te leveren, wanneer de houder van de call erom vraagt.

call spread
Optiecombinatie die gevormd wordt door het gelijktijdig kopen en schrijven van calls met verschillende uitoefenprijzen en/of afloopmaanden.

call-putratio
Verhouding tussen het aantal verhandelde call- en putopties. De call-putratio kan een aanwijzing geven van de kortetermijnverwachting van optiebeleggers. De call-putratio op een bepaalde dag is bijvoorbeeld 1,56. Dat betekent dat er ruim 50% meer callopties dan putopties zijn verhandeld. Een call-putratio groter dan 1 duidt veelal op een positieve stemming onder beleggers.

callable
Fonds waarbij in de beleggingspolitiek uitdrukkelijk is voorzien dat de tegenpartij van de gestructureerde producten de structuur vervroegd kan beëindigen tegen 100% van het initieel kapitaal (voor kosten). De beslissing om die compartimenten te callen (= vervroegd te doen eindigen) wordt genomen door de tegenpartij waarbij de indekking is gebeurd.

cap
Door het inbouwen van een cap in een fonds kan de stijging van de korf voor 100% worden gevolgd, tot een voorafbepaald maximum, de cap. Met die techniek kan de fondsbeheerder toch 100% volging geven op een (anders te) korte looptijd.

cashflow
Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding. Synoniem: 'kasstroom'.

certificaat
Belegging aan toonder. Context: termijnbeleggingen. De certificaten worden uitgegeven door een administratiekantoor. Het administratiekantoor houdt het bezit van de eigenlijke aandelen. Zij kunnen royeerbaar zijn, d.w.z. omwisselbaar in originele aandelen, of niet-royeerbaar (niet omwisselbaar) of beperkt royeerbaar. Geeft geen recht op stemming (bijzondere) algemene vergadering.

claim
1) Recht van voorkeur van bestaande aandeelhouders bij de inschrijving op nieuwe aandelen of andere effecten. De uitgevende instelling wijst voor de uitoefening van dat recht een dividendbewijs aan. Dat bewijs is doorgaans het laatste nummer van het dividendblad. Synoniem: 'inschrijvingsrecht'. 2) Indienen van een ‘verlies’ om een vergoeding te krijgen. Deze term wordt o.a. gebruikt bij Class Actions.

claimemissie
Het verschil met een gewone emissie is dat de aandelen alleen beschikbaar zijn voor houders van de al bestaande aandelen, doordat aan deze aandeelhouders een claimrecht wordt toegekend. De bedoeling daarvan is het aandeelhouderschap (en daarmee de zeggenschap) niet teveel te laten verwateren. Ook profiteren de huidige aandeelhouders nu het meest van de te verwachten hogere winst.

clickfonds
Beleggingsfonds met kapitaalbescherming dat op een vooraf bepaald moment (meestal een keer per jaar) een rendement vastlegt (vastklikt). Fonds met een vaste looptijd dat op de eindvervaldag minstens de terugbetaling van de initiële kapitaalinleg garandeert, zij het voor kosten en in de munt van uitgifte. Het beleggingsresultaat op de eindvervaldag is gekoppeld aan de ontwikkeling van een beursindex of aan de koersontwikkeling van een korf aandelen. Het aantal structuren en berekeningswijzen is zeer uiteenlopend. De meest eenvoudige is dat de opbrengst gelijk is aan de stijging van de referentie-index over de looptijd van het fonds. Er kunnen evenwel ook tussentijdse evaluatiedata worden ingelast, maximumgrenzen ingebouwd of coëfficiënten toegepast (x% van de stijging wordt uitbetaald). Ook digitale (het rendement is x% of y%, naargelang de index al dan niet met minstens z% is gestegen) of 'best of'- structuren (het rendement is gekoppeld aan de bestpresterende van x verschillende indices) zijn mogelijk. In sommige formules wordt de kapitaalbescherming uitgebreid met een gegarandeerd minimumrendement.

closing buy
Transactie die een shortpositie beëindigt of verkleint. Nederlandse tegenhanger: ‘sluitingskoop’.

closing price
Prijs van de laatste transactie van een bepaald aandeel op een handelsdag op de beurs.

closing sell
Transactie die een longpositie beëindigt of verkleint. Nederlandse tegenhanger: ‘sluitingsverkoop’.

CME
Afkorting van ‘Chicago Mercantile Exchange’: een Amerikaans bedrijf dat de grootste derivatenbeurs ter wereld uitbaat. De CME Groep maakt de handel mogelijk in futures en opties op onder meer financiële producten, grondstoffen zoals landbouwproducten en metalen, valuta en alternatieve investeringen zoals het weer en onroerend goed. Tegenwoordig is het bedrijf genoteerd aan de NASDAQ.

combinatieorder
Gelijktijdig plaatsen van een order in opties in verschillende series met dezelfde onderliggende waarde. Het doel van een combinatieorder is op een specifieke koersbeweging in te spelen. Spreads, straddles en strangles zijn enkele voorbeelden van combinatieorders.

Commodity
Handelswaar of goederen. Meestal worden grondstoffen zoals metalen en mineralen ('hard commodities'), of landbouwproducten ('soft commodities' of 'softs') bedoeld.

commodity market
Markt voor agrarische termijnproducten van Euronext. De agrarische termijnmarkt is onderdeel van de Commodity Market, die weer een onderdeel is van de optiebeurs van Euronext. Op de commoditymarkt van Euronext kan worden gehandeld in termijncontracten op aardappelen, biggen, levende slachtvarkens, eieren, koolzaad, maalbare tarwe, wijn en maïs en opties op termijncontracten varkens en aardappelen.

common stock
Engelse term voor ‘gewoon aandeel’.

compartiment
Een bevek kan bestaan uit verschillende compartimenten. Dat betekent dat de bevek is opgesplitst in afzonderlijke portefeuilles die elk een eigen beleggingsbeleid volgen. Bij iedere uitgifte van een compartiment is er een prospectus beschikbaar waarin de specifieke beleggingspolitiek van het compartiment wordt beschreven. Het voordeel voor de belegger is dat hij tegen lagere kosten kan overstappen van het ene compartiment naar het andere en zo goedkoper kan inspelen op zich wijzigende marktomstandigheden.

compenseren
Verplichting ongedaan maken door een tegengestelde transactie af te sluiten.

confirmatie
Proces/document waarin de partij van een transactie aan de andere partij de details van de transactie meedeelt en zo de kans geeft om dat te bevestigen of daarop te reageren. Synoniem: ‘bevestiging’.

conjunctuur
Golfbeweging in de economische activiteit, ook wel de actuele stand van zaken in een nationale economie.

Constant Proportion Portfolio Insurance
Beleggingsmethode die het mogelijk maakt het kapitaal geheel of gedeeltelijk te bewaken, zonder het opwaartse potentieel van de meer risicovolle activa in een portefeuille te beperken. Het CPPI-beschermingsmechanisme herberekent daartoe periodiek (dagelijks, wekelijks of maandelijks) de verhouding tussen risicovolle activa (bv. aandelen) en risicoloze geldmarktinstrumenten. Afkorting: 'CPPI'

consumentenvertrouwen
Indicator die een weergave is van het vertrouwen en de verwachtingen van de consumenten in een bepaald land of regio over de ontwikkeling van de economie. Deze informatie wordt periodiek, meestal maandelijks, verzameld aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst en bevat een aantal deelcomponenten die op een bepaalde manier worden geaggregeerd. Het consumentenvertrouwen wordt gebruikt als een voorspeller van de toekomstige consumentenuitgaven en vormt daardoor voor bedrijven en de financiële markt een belangrijk element bij de inschatting van de ontwikkeling van de economische conjunctuur.

Consumer Price Index
Maat van de verandering in consumentprijzen, bepaald door een maandelijks onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Onder de CPI vallen onder andere: kosten van huisvesting, voeding, transport en elektriciteit. Afkorting: ‘CPI’.

Contango
'Contango' is een situatie op de termijnmarkt waar de futureprijs boven de contantprijs ligt en ook toeneemt naarmate de vervaldag verderaf ligt.

contant dividend
Winstuitkering in contanten aan de aandeelhouders

contantmarkt
Deelmarkt van Euronext; bevat alle effecten waarvan een groot volume per dag verhandeld wordt, waardoor een continue prijsvorming aan de orde is. Dit betekent concreet dat om de zoveel seconden een nieuwe evenwichtsprijs tussen vraag en aanbod wordt gezocht. Als bedrijf noteren op deze markt impliceert hoge kosten. De beurs eist van deze genoteerde bedrijven dat ze geregeld verslaggeving brengen aan hun aandeelhouders. Synoniem: 'continumarkt'.

continumarkt
Deelmarkt van Euronext; bevat alle effecten waarvan een groot volume per dag verhandeld wordt, waardoor een continue prijsvorming aan de orde is. Dit betekent concreet dat om de zoveel seconden een nieuwe evenwichtsprijs tussen vraag en aanbod wordt gezocht. Als bedrijf noteren op deze markt impliceert hoge kosten. De beurs eist van deze genoteerde bedrijven dat ze geregeld verslaggeving brengen aan hun aandeelhouders. Synoniem: 'contantmarkt'.

contractgrootte
Hoeveelheid onderliggende waarde waarop een optie- of futurecontract betrekking heeft. Aandelenopties hebben doorgaans betrekking op 100 aandelen, valutaopties op 10 000 euro of 10 000 dollar.

contractspecificaties
Voorwaarden van een contract. De specificaties van een optiecontract zijn gestandaardiseerd voor de afloopmaand, de uitoefenprijs en de onderliggende waarde.

converteerbare obligatie
Obligatie die tegen bepaalde voorwaarden periodiek kan worden omgezet (geconverteerd) in een aandeel. Het is eigenlijk een optie om gedurende een zekere periode aandelen in de vennootschap te kopen. De rentevoet voor die leningen ligt lager dan voor gewone obligatieleningen. De belegger krijgt immers bijkomend het recht voor de aandelenconversie. De niet-geconverteerde obligaties worden op de eindvervaldag ten bedrage van de nominale waarde in geld terugbetaald. Niet te verwarren met een reverse convertible.

corporate action
Elke verrichting op een effect gedurende zijn looptijd, uitgezonderd terugbetaling op de eindvervaldag of uitbetaling coupon. Er zijn twee soorten corporate actions: 1. verplichte - cliënt heeft geen keuze bijvoorbeeld split - en 2. niet-verplichte - cliënt heeft hier wel de keuze bijvoorbeeld keuzedividend.

corporate bond
Obligatie die uitgegeven wordt door commerciële bedrijven. Nederlands: bedrijfsobligatie.

correlatie
Maatstaf tussen -1 en +1 die een weerspiegeling is van de mate waarin twee variabelen, bijvoorbeeld de koersen van twee aandelen, gezamenlijk in de tijd schommelen. Wanneer die twee variabelen altijd samen en in dezelfde mate stijgen en dalen, is er sprake van een perfecte positieve correlatie en is de correlatiecoëfficiënt gelijk aan +1. De coëfficiënt is -1 wanneer de variabelen altijd in perfect tegengestelde zin bewegen. Wanneer de variabelen geen enkel onderling verband vertonen, is de coëfficiënt 0. Naarmate de correlatie tussen twee aandelen kleiner is, zorgt spreiding van een beleggingsportefeuille over beide aandelen voor een vermindering van het risico. Koersbewegingen van het ene aandeel zullen dan namelijk tot op zekere hoogte worden uitgevlakt door de koersbewegingen van het andere aandeel.

correspondent
Buitenlandse bank waarmee KBC werkt in het kader van betalings- of effectenverkeer. Heel dikwijls voert KBC ook effectief een rekening bij die bank, in de munt van het land van die bank.

coupon
Bewijs van dividend behorende bij een aandeel of rente behorende bij een obligatie (kasbons, …) waarmee respectievelijk de rente of het dividend wordt ontvangen. De coupon kan ook als (voorkeur)recht voor een reguloperatie worden gebruikt. Elke coupon draagt hetzelfde nummer als de bijbehorende mantel.

couponblad
Gedeelte van een obligatie waaraan verschillende coupons zijn gehecht en waarmee de (coupon-)rente op een obligatie kan worden geïncasseerd.

couponrendement
Rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van coupons.

couponrente
Rentepercentage waarmee de rentevergoeding over de nominale waarde van de obligatie wordt aangeduid. Het rentepercentage staat vermeld op de coupon.

coupure
Effecten zoals aandelen en obligaties kunnen worden uitgegeven in verschillende coupures met elk een andere nominale waarde. De nominale waarde van coupures kan variëren van enkele centen tot vele duizenden euro’s. Kleinere coupures kunnen beter verhandelbaar zijn.

courante nettowinst
Totale nettowinst zonder rekening te houden met uitzonderlijke opbrengsten (bijvoorbeeld meerwaarden) en kosten. De courante nettowinst die een onderneming publiceert, is daardoor relevanter dan de 'totale nettowinst'.

covered warrant
Warrant uitgeschreven door een andere partij dan het bedrijf waarop de onderliggende waarde betrekking heeft. Bij uitoefening levert de uitgevende partij aandelen, die al uitstaan en verhandeld worden op de secundaire markt. Dit in tegenstelling tot ‘not covered warrants’, waarbij bij uitoefening nieuwe aandelen worden uitgegeven.

CPI
Afkorting van ‘Consumer Price Index’. Maat van de verandering in consumentprijzen, bepaald door een maandelijks onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Onder de CPI vallen onder andere: kosten van huisvesting, eten, transport en elektriciteit.

CPPI
Afkorting van ‘Constant Proportion Portfolio Insurance’. Beleggingsmethode die het mogelijk maakt het kapitaal geheel of gedeeltelijk te bewaken, zonder het opwaartse potentieel van de meer risicovolle activa in een portefeuille te beperken. Het CPPI-beschermingsmechanisme herberekent daartoe periodiek (dagelijks, wekelijks of maandelijks) de verhouding tussen risicovolle activa (bv. aandelen) en risicoloze geldmarktinstrumenten.

crash
Belangrijke en plotse val van de beurskoersen waardoor een beurscrisis ontstaat. Synoniem: ‘beurskrach’.

credit crunch
Tekort aan geld doordat de openbare kapitaalmarkt voor veel bedrijven ontoegankelijk is en de banken geen kredieten meer verstrekken, waardoor er niet of nauwelijks kan worden geïnvesteerd door bedrijven.

credit spread
Renteverschil tussen twee beleggingsinstrumenten als gevolg van het verschil in kredietwaardigheid. Wordt meestal gebruikt om het renteverschil tussen een overheidsobligatie en een bedrijfsobligatie aan te duiden. Een nationale overheid wordt geacht de hoogste kredietkwaliteit in een obligatiemarkt te bieden. Elke andere emittent moet voor een lening met vergelijkbare looptijd een hogere rente betalen. Hoe groter het debiteurenrisico, hoe hoger de rentetoeslag.

cumulatief preferent aandeel
Aandeel dat - als in vorige jaren het preferent dividend niet of niet geheel is uitgekeerd - de volgende jaren ook preferent is voor het achterstallige. Nadat alle achterstallige dividenden zijn betaald op de cumulatief preferente aandelen, kan een dividend op de gewone aandelen worden uitgekeerd.

cyclische aandelen
Aandelen van bedrijven waarvan de activiteiten gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen en/of de winstgevendheid onderhevig is aan meer dan gebruikelijke fluctuaties. Bij staal- of chemiebedrijven bijvoorbeeld kan de winst sterk fluctueren, omdat de afzet heel sterk kan schommelen, de input- en outputprijzen fors kunnen variëren en het productieproces heel kapitaalintensief is, waardoor de vaste kosten aanzienlijk zijn.

cyclische waarden
Aandelen van bedrijven die gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen of actief zijn in een cyclische bedrijfstak, bijvoorbeeld papier en scheepvaart.

D

dakfonds
Fonds dat niet rechtstreeks belegt in aandelen en/of obligaties, maar onrechtstreeks via andere beleggingsfondsen.

DAX
Afkorting van ‘Deutscher Aktien IndeX’. Index die is samengesteld uit de dertig meest verhandelde aandelenfondsen die staan genoteerd aan de Duitse effectenbeurs (Deutsche Börse) in Frankfurt. De DAX wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Duitse beursbarometer.

deelbewijs
Waardepapier uitgegeven door een fonds. Het vertegenwoordigt het deel van het totale vermogen waarop u als belegger recht hebt.

deeluitvoering
Wanneer een order niet in een keer volledig uitgevoerd wordt, spreken we van een deeluitvoering. Het is zelfs mogelijk dat een order in verschillende deeluitvoeringen uitgevoerd wordt.

deep-in-the-money
Zie in-the-money.

default
Engelse term voor in gebreke blijven. Wordt gebruikt bij wanbetalingen van rente en aflossingen op een lening.

defensieve aandelen
Aandelen van bedrijven waarvan de activiteiten een min of meer stabiel verloop vertonen of die toch minder dan gemiddeld onderhevig zijn aan de conjunctuurschommelingen. Voedingsproducenten bijvoorbeeld worden in vergelijking met vele andere bedrijven doorgaans gekenmerkt door een relatief gelijkmatig stijgende winst. De afzetgroei is min of meer stabiel en voorspelbaar en een stijging van de grondstoffenprijzen kan relatief gemakkelijk worden doorberekend.

defensieve belegger
Bent u een defensieve belegger, dan legt u de nadruk op veiligheid. Ook kunt u een deel van uw vermogen voor wat langere tijd missen, drie tot vijf jaar. U kiest in grote mate voor rentedragende beleggingen. Het gewicht van uw beleggingen in aandelen is eerder bescheiden. Een goede spreiding van uw beleggingen blijft belangrijk.

deflatie
Aangehouden daling van het algemene prijspeil. Deflatie is negatief voor een economie, onder meer omdat het leidt tot het uitstellen van bestedingen.

dekkingsvereiste
Voor beleggers die opties schrijven, is een minimum aan dekkingsvereiste nodig. Dat bedrag (of de tegenwaarde ervan in andere financiële activa) vormt een buffer tegen de risico's die de belegger op grond van de geschreven opties neemt.

depot
In depot gegeven effecten. Zie effectenrekening.

depositary receipts
Depository receipts (DR) zijn effecten die een bepaald aantal aandelen vertegenwoordigen. Meestal gaat het om aandelen van bedrijven uit ontluikende markten. Depository receipts worden uitgegeven door een kredietinstelling, die de onderliggende aandelen in bewaring heeft ten behoeve van de houders van de depository receipts. De kredietinstelling is gevestigd in een ontwikkelde markt (bv. de VS). Depository receipts hebben het voordeel dat bepaalde ongemakken eigen aan ontluikende markten afwezig zijn, zoals de eventuele beperkte toegankelijkheid van deze markten, hoge transactiekosten en beperkte liquiditeit. Depository receipts zijn uitgedrukt in een internationale munt en niet in de lokale munt van het aandeel.

derdenbeding
Overeenkomst waarin wordt afgesproken dat de stipulant spaart voor een derde, de begunstigde. De gespaarde tegoeden worden door de bank op een afgesproken vrijgavedatum overgemaakt aan de begunstigde, op voorwaarde dat deze ze aanvaardt. Zolang de vrijgavedatum niet bereikt is, kan de stipulant vrij over de tegoeden beschikken. Een derdenbeding wordt vaak afgesloten voor kinderen, kleinkinderen, petekinderen.

derivaat
Financieel instrument waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van een ander actief (de onderliggende waarde). De waarde van het derivaat wordt niet alleen bepaald door de waarde van het onderliggende actief, maar ook door tal van andere factoren (bijvoorbeeld de renteontwikkeling, looptijd en volatiliteit van het onderliggende actief, …). Er bestaan verschillende soorten derivaten (forwards, futures, swaps, opties, ... ) op verschillende soorten van activa (grondstoffen, munten, aandelen, ...).De kracht van derivaten ligt in de hefboomwerking. Behalve als speculatief instrument kunnen ze ook worden gebruikt om een portefeuille te beschermen tegen bepaalde marktrisico's (hedgen), zoals wisselkoers- en renterisico's.

desinflatie
Structureel dalende trend in de inflatie, waarbij het algemene prijspeil nog altijd stijgt, maar langzamer dan voordien.

desinvestering
Verkoop of sluiting van een bedrijfsonderdeel.

Deutscher Aktien IndeX
Index die is samengesteld uit de dertig meest verhandelde aandelenfondsen die staan genoteerd aan de Duitse effectenbeurs (Deutsche Börse) in Frankfurt. De DAX wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Duitse beursbarometer. Afkorting: DAX.

devaluatie
Het officieel vaststellen van de waardevermindering van de ene muntsoort ten opzichte van de andere.

devalueren
Verlaging van de officiële waarde van een munt door de monetaire autoriteiten in een systeem van vaste wisselkoersen. Daardoor wordt de export van het land goedkoper en de import duurder.

digitale click
Structuur waarbij de meerwaarde afhankelijk is van een alles-of-niets-optie. Wordt aan een bepaalde voorwaarde voldaan, dan is er een mooie winst. Wordt de voorwaarde niet vervuld, dan is er geen (of een heel minieme) opbrengst. De belegger ontvangt op de eindvervaldag de som van de digitale clicks per deelperiode.

digitale cliquet
Fondsen met een cliquetstructuur spelen in op de vraag van beleggers om, naast kapitaalbescherming, ook de tussentijdse ontwikkelingen mee te pikken. Op vooraf bepaalde momenten worden eventuele meer- of minderwaarden vastgeklikt. Fondsen met een cliquetstructuur kijken niet alleen tussentijds naar de ontwikkeling van de onderliggende beurs, maar genereren op die observatiemomenten ook een nieuwe startwaarde voor de volgende deelperiode. Die observatiedata worden bij de start van het fonds vastgelegd. Op de eindvervaldag ontvangt de belegger de som van alle percentages die gedurende de looptijd van het fonds werden vastgeklikt. De term ‘digitale cliquet’ geeft aan dat de meerwaarde afhankelijk is van een alles-of-niets-optie. Bij het voldoen aan een bepaalde voorwaarde is er een mooie winst. Wordt de voorwaarde niet vervuld, dan is er geen (of een minimale) opbrengst.

discounted cashflow
Methode waarbij de waardebepaling van een effect gebeurt door de actuele waarde te berekenen van de toekomstige kasstromen.

discretionair beheer
Contract waarbij een cliënt aan een wettelijk erkende bemiddelaar het mandaat geeft om voor zijn rekening de door hem toevertrouwde effectenportefeuille te beheren. In dat contract staan de objectieven vermeld die de cliënt aan de beheerder toewijst, evenals de risicograad die hij wil aanvaarden. Binnen die vastgelegde limieten mag de beheerder, zonder vooraf de cliënt te raadplegen, alle beheersbeslissingen nemen die hij nodig acht om de objectieven te bereiken.

distributeur
Financiële instelling die belast is met de commercialisering van beleggingsfondsen. De fondsen worden via de kantoren van de distributeur verkocht.

distributieaandelen
Een fonds kan distributieaandelen of kapitalisatieaandelen uitgeven. Bij distributieaandelen worden bepaalde inkomsten, meestal dividenden of rente die de beleggingsvennootschap geïncasseerd heeft, periodiek uitgekeerd in de vorm van een dividend. Bij kapitalisatieaandelen worden deze inkomsten niet uitgekeerd, maar herbelegd. Beide soorten aandelen kunnen naast elkaar bestaan.

diversificatie
Een belegging houdt risico's in. Diversifiëren of spreiden is een eenvoudige, maar heel doeltreffende manier om beleggingsrisico's te beperken. Het te beleggen kapitaal wordt namelijk gespreid over beleggingen in verschillende waarden van verschillende soorten.

dividend
Deel van de winst dat periodiek (jaarlijks, op kwartaalbasis) door een onderneming aan haar aandeelhouders wordt uitgekeerd. Op die manier vormt het dividend een terugkerende, maar onzekere inkomstenstroom voor de belegger. Het is de algemene vergadering van aandeelhouders die beslist welk deel van de winst wordt uitgekeerd.

dividendbelasting
Belasting op dividenduitkeringen die op het uitbetaalde dividend in mindering wordt gebracht (o.a. roerende voorheffing, ...).

dividendrendement
Rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van dividenden.

doelportefeuille
Een KBC-Doelportefeuille is een referentiekader op basis waarvan een cliëntenportefeuille optimaal wordt ingevuld conform het risicoprofiel (van zeer defensief tot zeer dynamisch) van een cliënt.

De doelportefeuilles worden maandelijks aangepast aan de KBC-Beleggingsstrategie.

In de portefeuille nemen we verschillende activaklassen op (aandelen, obligaties, enz.) die op een langere termijn wellicht de beste risico-opbrengstverhouding bieden voor het bijbehorende risicoprofiel.

dollar/euro-optie
Optiecontract met dollars als onderliggende waarde.

dollarsatellieten
Dollarmunten andere dan de Amerikaanse dollar, voornamelijk Canadese, Australische en Nieuw-Zeelandse dollar.

domiciliëring
Bij een domiciliëring geeft de verzekeringnemer aan de verzekeraar de toestemming om periodiek zijn zichtrekening te debiteren voor een bepaald bedrag. Het initiatief ligt dus bij de verzekeraar: hij vraagt aan de financiële instelling van de verzekeringnemer om zijn rekening voor een bepaald bedrag te debiteren. Context: verzekeringen.

doorlopende notering
Het gedurende de hele handelsdag op ieder gewenst moment verhandelbaar zijn van beursgenoteerde effecten.

doorlopende opdracht
Bij een doorlopende opdracht vraagt de verzekeringnemer aan zijn financiële instelling om periodiek een bepaald bedrag over te maken aan de verzekeraar. Het initiatief ligt hier dus bij de verzekeringnemer: hij geeft zijn financiële instelling de opdracht om periodiek een bepaald bedrag over te maken.

doorlopende uitgifte
Uitgifte van beleggingen waarop dagelijks kan worden ingetekend. De uitgifteperiode is niet beperkt in de tijd.

doorrollen
Een optiepositie vervangen door een positie met een latere afloopmaand of andere uitoefenprijs.

Dow Jones
Aandelenindex van de beurs van New York.

Dow Jones Industrial Average index
Door Dow Jones & Company berekende en onderhouden beursbarometer van de Amerikaanse effectenhandel. De ‘Dow’ is samengesteld uit 30 grote Amerikaanse bedrijven en wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste beursindicatoren.

duration
De rentegevoeligheid is een maatstaf voor de impact een verandering in de rente op de prijs van de desbetreffende obligatie. Bij een daling van 1% van de relevante rentevoet geeft ze de procentuele prijsstijging van een obligatie weer. Hoe langer de restlooptijd van de obligatie, hoe gevoeliger de prijzen zijn voor schommelingen in de rente. 

Zie rentegevoeligheid.

duurzaam en maatschappelijk verantwoord investeren
Combineert traditionele financiële waarden met milieu-, maatschappij- en governance-criteria door ze op een structurele, vrijwillige en transparante manier op te nemen in het beleggingsbeheer en bij de uitoefening van de daaraan verbonden rechten. Overleg met de relevante maatschappelijke belanghebbenden (stakeholders) maakt ook deel uit van dit proces. De uitwerking van dit beleid kan gebeuren aan de hand van meerdere strategieën.

dynamische belegger
Als dynamische belegger hoopt u door een wat hoger risico te nemen op langere termijn (van 5 jaar tot 7 jaar) een hogere opbrengst te realiseren. Uw beleggingen zijn zowat gelijk verdeeld tussen aandelen en rentedragende beleggingen. Dat evenwicht vertaalt zich in normale marktomstandigheden in een voor u gunstige balans tussen rendement en risico. U weet echter dat koersdalingen zich kunnen voordoen. 

E

Easdaq
Ter ziele gegane tegenhanger van de Amerikaanse groeibeurs Nasdaq.

EBIT
Afkorting van 'Earnings Before Interests and Taxes'. De opbrengsten van een onderneming min alle kosten die verbonden zijn aan de bedrijfsvoering, vóór de financiële resultaten en belastingen.

EBITDA
Afkorting van ‘Earnings Before Interest Taxes Depreciation Appreciation’. Het resultaat van een onderneming voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie van goodwill.

ECB
Afkorting van ‘Europese Centrale Bank’. Opgericht in 1998 bij de oprichting van de Europese Monetaire Unie. Samen met de nationale centrale banken van de EU-lidstaten vormt de ECB het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De ECB bepaalt het tarief van de beleidsrente in het eurogebied. Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld.

echtheidscontrole
Alle effecten en coupons die aan het loket worden aangeboden, moeten worden gecontroleerd op echtheid (echtheidscontrole) om vervalsing uit te sluiten.

Economische Monetaire Unie
De landen die lid zijn van de Europese Monetaire Unie gebruiken de euro als munteenheid. Afkorting: ‘EMU’.

economische ongeschiktheid
De economische ongeschiktheid is het wegvallen of verminderen van het vermogen tot het uitoefenen van een beroep als gevolg van een fysiologische ongeschiktheid. De graad van economische ongeschiktheid wordt vastgesteld rekening houdend met: het vermogen van de verzekerde om zich aan een ander beroep aan te passen, het concurrentievermogen van de verzekerde op de algemene arbeidsmarkt.

effect
Verzamelnaam voor op een beurs verhandelbare financiële producten zoals aandelen, obligaties, certificaten, kasbons, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, trackers, warrants en special products.

effectenbeurs
Centrale, gereguleerde marktplaats waar aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en dergelijke worden verhandeld. In Nederland, België, Frankrijk, Portugal en binnenkort ook Londen is de marktplaats voor deze producten de effectenbeurs van Euronext. Daarvan afgeleide producten (of derivaten) zoals opties en futures worden verhandeld op een optiebeurs.

effectenbeursvennootschap
Zie beursvennootschap.

effectenmakelaar
Persoon die erkend is om orders op de beurs uit te voeren (vroeger wisselagent).

effectenportefeuille
Effectenbezit van een belegger.

effectenrekening
Rekening waarop waarden (effecten en beleggingsmunten) kunnen geboekt worden die de cliënt-bewaargever in bewaring geeft aan de bank-bewaarnemer.

eigen vermogen
Aandelenkapitaal plus reserves van een onderneming.

eindvervaldag
Einddatum van een belegging waarop het kapitaal en de nog verschuldigde rente worden uitbetaald.

embedded value (bij verzekeringen)
Nettoactiefwaarde van een verzekeringsmaatschappij vermeerderd met de huidige waarde van de toekomstige winsten die de bestaande verzekeringscontracten zullen genereren.

emerging markets
Landen of regio’s waarvan wordt verwacht dat ze in versneld tempo hun achterstand in economische ontwikkeling tegenover het westen zullen wegwerken. Daardoor kan van de aandelenbeurzen in die landen een hoger rendement worden verwacht. Tegenover de kansen op een hoger rendement, staan evenwel ook hogere risico's. Voorbeelden zijn een aantal landen uit Zuidoost-Azië (Thailand, China, ...), Latijns-Amerika (Brazilië, Chili, ...) en Centraal- en Oost-Europese landen (Polen, Tsjechië, ...). Nederlands: opkomende markten.

emissie
Uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties of andere effecten. De emissieperiode is beperkt in de tijd. Een emissie of uitgifte gebeurt op de primaire markt. Nadat de emissie heeft plaatsgevonden, worden de effecten verhandelbaar op de secundaire markt. Synoniem: 'uitgifte'.

emissie met keuzedividend
De aandeelhouder heeft de keuze om zijn dividend in contanten of in nieuwe aandelen te ontvangen. Zie ook emissie.

emissie met vaste prijs
De emissieprijs is vooraf bekend. Zolang de uitgifte niet is volgeschreven, kan tegen die prijs worden ingetekend. Zie ook emissie.

emissie met voorkeurrecht
Emissie waarbij een maatschappij de voorkeur geeft aan de bestaande aandeelhouders, wanneer ze overgaat tot verhoging van haar kapitaal door inbreng van nieuwe financiële middelen. Zie ook emissie.

emissie op basis van ‘bookbuilding’
Methode om de uitgifteprijs van een nieuw te noteren aandeel of obligatie te bepalen. Voorafgaande aan de plaatsing wordt onderzocht tegen welke prijs en naar welke hoeveelheid er voldoende vraag is, zodat afzet van de emissie verzekerd is. Zie ook emissie.

emissie op basis van tender
De inschrijver bepaalt welk bedrag/aantal hij wenst te verwerken en welke maximale prijs hij daarvoor wil betalen. De andere voorwaarden zijn vooraf vastgesteld. De emittent bepaalt de uitgifteprijs aan de hand van de aanbiedingen na de emissieperiode. Zie ook emissie.

emissiehuis
Bank die een emissie of uitgifte van aandelen of obligaties begeleidt. Een emissiehuis benadert institutionele beleggers om de komende emissie toe te lichten. Meerdere banken kunnen bij een emissie samenwerken en vormen dan een syndicaat of consortium.

emissiesyndicaat
Groep van banken in binnen- en/of buitenland die tijdelijk samenwerken bij het opzetten van een emissie. Zij doen dat, omdat het risico te groot is voor de bank of uit traditionele overwegingen (bijvoorbeeld als de uitgevende instelling meerdere bankrelaties heeft).

emittent
Uitgever van een obligatielening, een aandeel of een beleggingsfonds. Kan een overheid, een vennootschap of een financiële instelling zijn.

EMU
Afkorting van ‘Economische Monetaire Unie’. De landen die lid zijn van de EMU gebruiken de euro als munteenheid.

equity linked notes
Op maat van de cliënt gemaakte structuren, die gebonden zijn aan een index, een indexcombinatie, een aandeel of aandelenkorven. Ze werden onder meer uitgegeven door KBC Financial Products.

ESMA
Europese toezichthoudende overheid voor financiële markten (destijds CESR)

ETF
ETF is de afkorting van Exchange Traded Fund. Het is een ICB die op een beurs of op een gelijkaardige markt is genoteerd. Minstens één partij (de market maker genoemd) zorgt ervoor dat er gehandeld kan worden tegen een koers die niet te veel afwijkt van de intrinsieke waarde van de ETF.

ETN
ETN is de afkorting van Exchange Traded Note. Het is een schuldinstrument en dus geen ICB. Het wordt op een beurs of op een gelijkaardige markt verhandeld. De waarde van een ETN is afhankelijk van een referentiewaarde, bijvoorbeeld een index, en van de kredietwaardigheid van de emittent. Op de eindvervaldag wordt een bedrag uitgekeerd dat afhankelijk is van de referentiewaarde.

EURIBOR
Afkorting van 'European Interbank Offered Rate'. Interbankenrente die commerciële banken uit de eurozone elkaar aanrekenen, wanneer zij geld aan elkaar (uit)lenen. De EURIBOR wordt elke dag berekend uit een gemiddelde van de tarieven van tientallen commerciële banken.

EURO STOXX 50
Europese beursindex berekend door de firma Dow Jones. Deze index is gebaseerd op de beurskapitalisatie van de 50 aandelen die als de meest relevante beschouwd worden binnen alle landen van de Europese Muntunie.

euro/dollar-optie
Optiecontract met als onderliggende waarde 10 000 euro.

Euroclear
In Brussel gevestigd internationaal clearinginstituut. Vroegere Interprofessionele effectendeposito- en girokas (CIK).

Eurolist
De Euronext-beurs is opgedeeld in een aantal deelsegmenten volgens de karakteristieken van de genoteerde effecten en aandelen: Eurolist en Vrije markt.

Eurolist is een tweeledig segment en bestaat uit:

  • de continumarkt: bevat alle effecten waarvan een groot volume per dag verhandeld wordt, waardoor een continue prijsvorming aan de orde is.
  • de fixingmarkt: bevat effecten waarvan een minder groot, maar niettemin ruim aantal effecten per dag worden verhandeld. Dit brengt met zich mee dat tweemaal daags een evenwichtsprijs wordt gevormd,

Vrije markt is het tweede grote segment en bevat alle effecten van de kleine beursgenoteerde bedrijven. Het volume ligt veel lager en de noteringen kunnen dagenlang onveranderd zijn.

Euronext
Handelsplatform van de Nederlandse, Belgische, Franse en Portugese beurs en binnenkort de Londense beurs. Synoniem: 'Euronext N.V.'.

Euronext 100
Door Euronext ontwikkelde en berekende index die is samengesteld uit de 100 grootste ondernemingen die zijn genoteerd aan Euronext. De Euronext 100 geeft een beeld van de koersontwikkeling van de belangrijkste ondernemingen in Nederland, Frankrijk en België.

Euronext N.V.
Holdingmaatschappij die officieel werd opgericht op 22 september 2000 als een naamloze vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd in Amsterdam; heeft momenteel vestigingen in België, Frankrijk, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. Op 6 februari 2002 trad de beurs van Lissabon, BVLP (Bolsa de Valores de Lisboa e Porto) toe tot Euronext. In januari 2002 nam Euronext de Londense optie- en termijnbeurs LIFFE (London International Financial Futures and Options Exchange) over; de handel in opties en futures van Euronext en LIFFE zijn dan gecombineerd in Euronext.liffe. Op 2 september 2002 werden de markten van Euronext Lissabon, Parijs, Brussel en Amsterdam geïntegreerd in een gemeenschappelijk platform. De strategie van Euronext is erop gericht de grootste Europese financiële markt te worden. In april 2007 kwam de fusie met NYSE de New York Stock Exchange. Door de samenvoeging zou de grootste beurs ter wereld ontstaan. Het nieuwe bedrijf werd NYSE Euronext.

Euronext.com
Webadres van de officiële internetsite van Euronext. Het volledige webadres luidt http://www.euronext.com. De internetsite biedt naast nieuws en informatie over Euronext en de genoteerde en verhandelde producten ook koersinformatie.

Europees paspoort
In alle lidstaten van de EU is er een toezichthouder die de activiteiten van de beleggingsfondsen controleert. In België is dat de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De toezichthouder kan een Europees paspoort verlenen aan de fondsen die beantwoorden aan de Europese normen. Die mogen dan ook in andere lidstaten van de EU worden verkocht. De Europese normen hebben vooral betrekking op beleggingsbeperkingen, die een overdreven concentratie van de portefeuille in een beperkt aantal waarden moeten tegengaan. Zo kan een individueel aandeel hoogstens 10% van de portefeuille van een aandelenfonds uitmaken en mogen alle posities van meer dan 5% samen hoogstens 40% van de portefeuille beslaan.

Europese Centrale Bank
Opgericht in 1998 bij de oprichting van de Europese Monetaire Unie. Samen met de nationale centrale banken van de EU-lidstaten vormt de ECB het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De ECB bepaalt het tarief van de beleidsrente in het eurogebied. Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld. Afkorting: ECB.

Europese stijl-opties
Er zijn Amerikaanse en Europese stijl-opties. Het verschil tussen beide stijlen is de wijze van uitoefenen. Opties van het Amerikaanse type zijn opties die op elk ogenblik gedurende de looptijd kunnen worden uitgeoefend. Dat in tegenstelling tot opties van het Europese type die alleen op expiratiedatum uitgeoefend worden. Zie ook optie.

Eurosatellieten
Munten van Europese landen die geen deel uitmaken van de eurozone, zoals Zwitserland, Denemarken, VK, Noorwegen, Zweden

exercise
Het door de houder gebruikmaken van zijn optierecht om de onderliggende waarde op te vragen of af te geven.

exercise limit
Maximaal aantal contracten dat de houder van een optierecht per tijdseenheid per klasse mag uitoefenen. Bij overschrijding van de exercise limit mag de belegger alleen nog maar sluitingstransacties doen, totdat de positie weer onder deze, door Euronext vastgestelde, limiet is gekomen. Nederlandse tegenhanger: uitoefenlimiet

exercise price
Prijs waartegen gedurende de daarvoor vastgestelde optieperiode de houder van een optie de onderliggende waarde kan kopen of verkopen.

exercise-cut-off-time
Laatste tijdstip waarop een belegger een opdracht tot uitoefening van optierechten kan doorgeven.

expiratie
Het ophouden te bestaan (expireren) van een optie of een future. Een optie heeft altijd een beperkte looptijd. Na het bereiken van de einddatum (expiratie-datum) bestaat de optie niet meer. Meestal de derde vrijdag van de afloopmaand.

expiratiecyclus
Reeks afloopmaanden van drie-, zes- en negenmaandsopties die op een bepaalde optieklasse van toepassing is. Indexopties bijvoorbeeld worden verhandeld in de cyclus januari, april, juli en oktober.

expiratiedatum
Datum waarop een optie of een future ophoudt te bestaan. Doorgaans is dat de zaterdag na de derde vrijdag van de desbetreffende handelsmaand. Tot op dat moment kan de belegger de aan de optie verbonden rechten uitoefenen.

F

fair value
Theoretische waarde van een actief, zoals berekend op basis van een bepaald (waarderings)model. Nederlands: reële waarde

far-out-of-the-money
Zie out-of-the-money-optie.

Fed
Afkorting van ‘Federal Reserve Board’. Het hoogste bestuursorgaan van de Amerikaanse Centrale Bank, bestaande uit twaalf over de Verenigde Staten verspreide Federal Reserve Banks.

Fed Funds Rate
Amerikaanse beleidsrente. Wordt vastgelegd door de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken en het overkoepelende controleorgaan van het Amerikaanse bankwezen. Afkorting: FFR.

Federal Open Market Committee
Belangrijkste besluitvormende orgaan van het Federal Reserve System in de Verenigde Staten, het stelsel van Amerikaanse banken. Het comité bestaat uit zeven gouverneurs van de Fed en vijf voorzitters van de twaalf regionale centrale banken. Het comité komt zeswekelijks samen in Washington om de monetaire situatie te bespreken en de beleidsrente vast te leggen. Afkorting: FOMC.

Federal Reserve Board
Afkorting: Fed. Het hoogste bestuursorgaan van de Amerikaanse Centrale Bank, bestaande uit twaalf over de Verenigde Staten verspreide Federal Reserve Banks.

fill or kill order
Afkorting: FOK. Een order die direct na opgave in zijn geheel moet worden uitgevoerd (‘fill’). Als dat niet mogelijk is, dan vervalt de order (‘kill’).

financiële dienst van een beleggingsfonds
De financiële dienst van een beleggingsfonds omvat alle administratieve taken die uitgevoerd moeten worden om het beleggingsfonds op te zetten en te onderhouden en de communicatie met de overheid en de beleggers. Deze taken omvatten onder andere het opstellen van de uitgifteprospectus, het berekenen van de inventariswaarde, het opstellen van een jaarverslag en het verzekeren van de relaties met de Commissie voor het Bank-, Financie en Assurantiewezen.

floorbroker
Makelaar op de effectenbeurs; is werkzaam op de beursvloer. Hij is in dienst van een bank, commissionair of onafhankelijk makelaarsfirma. Zijn taak bestaat erin orders voor de cliënten van zijn werkgever uit te voeren. Geeft een cliënt een order op, dan is het de taak van de floorbroker om naar de betreffende crowd te gaan en deze te verhandelen met de marketmakers. Hierbij heeft hij een grote mate van zelfstandigheid. Hij neemt evenwel geen positie in.

FOK
Afkorting van ‘Fill or kill’. Een order die direct na opgave in zijn geheel moet worden uitgevoerd (‘fill’). Als dat niet mogelijk is, dan vervalt de order (‘kill’).

FOMC
Afkorting van 'Federal Open Market Committee'. Belangrijkste besluitvormende orgaan van het Federal Reserve System in de Verenigde Staten, het stelsel van Amerikaanse banken. Het comité bestaat uit zeven gouverneurs van de Fed en vijf voorzitters van de twaalf regionale centrale banken. Het comité komt zeswekelijks samen in Washington om de monetaire situatie te bespreken en de beleidsrente vast te leggen

fondsbeheerder
Beheerder van een effectenportefeuille. Synoniem: ‘fondsmanager’.

free float
Percentage van de aandelen van een bedrijf dat niet in vaste handen is. Het begrip ‘vaste handen’ is niet strikt omlijnd, maar het verwijst naar aandeelhouders die de bedoeling hebben controle over de onderneming uit te oefenen. Het gaat onder meer om moedermaatschappijen, holdings en familieaandeelhouders.

FSMA
Afkorting van ‘Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten’. Belgische toezichthouder op de financiële sector en de financiële diensten. De instelling speelt een belangrijke rol in de wettelijke controle van alles wat er op de financiële markten gebeurt. Ze houdt onder meer toezicht op de financiële instellingen, de beursvennootschappen en de financiële informatieverstrekking. Als toezichthouder is ze ook voor een deel verantwoordelijk voor de bescherming van de consumenten van financiële diensten.

FTSE 100 index
Door de toonaangevende Britse zakenkrant The Financial Times ontwikkelde index van de 100 meest actieve aandelen die worden verhandeld op de London Stock Exchange. FTSE wordt gewoonlijk uitgesproken als ‘foetsie’. Tegenwoordig wordt de FTSE 100 index onderhouden en berekend door FTSE International in Londen.

full asianing
Bij een fonds met full asianing wordt de eindwaarde van de onderliggende korf of index berekend als een gemiddelde van waarden die verspreid over de volledige looptijd opgetekend worden. Dikwijls wordt er gerekend met kwartaalobservaties. Dat betekent dat de waarde van de onderliggende aandelenkorf of index om de drie maanden in rekening genomen wordt. Op de eindvervaldag zet men het gemiddelde van die kwartaalobservaties uit t.o.v. de startwaarde om de eventuele meerwaarde te bepalen.

fundamentele analyse
Techniek waarmee een financieel analist de ontwikkeling van beurskoersen tracht de beoordelen en te voorspellen. Daarvoor bestudeert hij o.a. de balansgegevens, de verwachte winstcijfers, de bedrijfsconjunctuur en de rentetarieven.

Futures
Een futurescontract is een overeenkomst tussen twee partijen met betrekking tot de levering van een gestandaardiseerde hoeveelheid van een – in het contract – bepaald actief (i.e. de onderliggende waarde) op een tijdstip en tegen een prijs overeengekomen. Als onderliggende waarde kan het gaan om: grondstoffen, financiële activa (obligaties, deposito’s, en dergelijke), indexen en vreemde munten.

futuremarkt
Markt waar futures (termijncontracten) worden verhandeld.

fysieke replicatie
Bij fysieke replicatie wordt de samenstelling van de onderliggende index nagebootst door instrumenten uit die index aan te kopen. Fysiek slaat op het feit dat de instrumenten zelf eigendom worden van het fonds. Bv. aandelen worden op de effectenrekening van het fonds gezet, grondstoffen zoals goud worden bewaard in kluizen op naam van het fonds. Er wordt in dat geval geen systematisch gebruik gemaakt van afgeleide producten. Fysieke replicatie kan bv. gebeuren door alle instrumenten uit de index aan te kopen, met dezelfde gewichten als in de index. Dan spreken we over full replication. Anderzijds kan de beheerder ook een beperktere, maar uitgebalanceerde set van instrumenten aankopen, die ervoor zorgt dat de index goed gevolgd wordt (bv. om transactiekosten te beperken). In dat geval spreken we over optimized sampling of stratified sampling. 

G

gedekt schrijven
Callopties schrijven, terwijl men de onderliggende waarde in bezit heeft (en houdt). Daardoor is het risico voor de schrijver beperkt.

gedekte warrant
Warrant die bij uitoefening recht geeft op de aankoop van bestaande effecten (dus geen nieuwe aandelen).

gedematerialiseerde effecten
Effecten die worden belichaamd door een inschrijving op rekening op naam van de eigenaar of houder van de effecten, zonder mogelijkheid van materiële levering.

geïndexeerde obligaties
Obligaties waarvan het rendement gekoppeld is aan de ontwikkeling van de inflatie. Geïndexeerde obligaties bieden het voordeel dat de coupons gebaseerd zijn op de reële rente en dat het kapitaal dagelijks gewaardeerd wordt op basis van de ontwikkeling van de onderliggende index.

geldmarktfonds
Geldmarktfondsen zijn fondsen die beleggen in rentedragende effecten op korte termijn en hierbij voldoen aan normen vastgelegd door de Europese toezichthoudende overheid voor financiële markten (destijds CESR, vandaag ESMA). Deze normen zijn dusdanig dat geldmarktfondsen per definitie op zeer korte termijn beleggen en bijgevolg weinig marktgevoelig zijn. Verder willen deze normen tot doel hebben dat de fondsen enkel in effecten met een hogere kredietwaardigheid beleggen, gediversifieerd en voldoende liquide zijn.

geldmarktinstrumenten
Geldmarktinstrumenten zijn schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen: 

  • ze hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen of , indien zij een langere looptijd hebben, wordt hun opbrengst op regelmatige basis en ten minste om de 397 dagen aangepast aan de marktrente; 
  • ze kunnen binnen een kort tijdsbestek (bijvoorbeeld 7 werkdagen) en met beperkte kosten gekocht/verkocht en geleverd/betaald worden; 
  • hun waarde kan op elk moment nauwkeurig worden berekend.

geldmarktrente
Rente op de geldmarkt. Rente op leningen met een relatief korte looptijd (1 tot 12 maanden). Deze rente wordt in belangrijke mate beïnvloed door de centrale bank. Het gaat niet om één rentetarief, maar om het geheel van rentes die betrekking hebben op geldmarktinstrumenten. Synoniem: 'korte(termijn)rente'.

gelimiteerde order
Opdracht aan bank of commissionair om niet boven een bepaalde prijs te kopen of onder een bepaalde prijs te verkopen.

gemeenschappelijk beleggingsfonds 
Gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) is de courante naam voor een ICB van het contractuele type. Een GBF bestaat uit een onverdeeld vermogen zonder rechtspersoonlijkheid dat door een beheervennootschap wordt beheerd voor rekening van de deelnemers. In economisch opzicht zijn gemeenschappelijke beleggingsfondsen en beleggingsvennootschappen nauw verwant. De verschillen situeren zich op juridisch en fiscaal vlak. 

gemengde verzekering
Verzekering die voorziet in de uitkering van een kapitaal zowel in geval van leven als in geval van overlijden van de verzekerde. Het is de meest voorkomende vorm van levensverzekering wegens de dubbele dekking; de premie is gedeeltelijk een risico- en gedeeltelijk een spaarpremie.

geplaatste aandelen
Aantal aandelen aangeboden voor verkoop aan de beleggers.

gereglementeerde markt 
Een gereglementeerde markt is een plaats (veelal een beurs) waar op regelmatige basis allerlei beleggingsinstrumenten worden gekocht en verkocht. De handel in deze effecten verloopt volgens de regels die voor die welbepaalde beurs zijn vastgelegd en is voor het grote publiek toegankelijk. De ontwikkeling van het resultaat van deze handel (beurskoers) wordt op regelmatige basis gepubliceerd. Een bekend voorbeeld van een gereglementeerde markt is Euronext in Brussel.

gereglementeerde spaarrekening
Spaarrekening die voldoet aan de bepalingen van art. 2 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen met betrekking tot de vrijstelling van roerende voorheffing. De belangrijkste kenmerken zijn: - een eerste schijf van interesten waarop geen roerende voorheffing verschuldigd is; zie ook ‘belastingvrije interest’; - een wettelijke beperking op de verrichtingen die op deze spaarrekening mogen worden uitgevoerd; zo is er geen betalingsverkeer toegestaan; - een rentevergoeding bestaande uit een basisrente en een getrouwheidspremie, die beiden binnen wettelijke minimum- en maximumgrenzen moeten worden vastgelegd.

gesloten fonds
Beleggingsfonds met een vast kapitaal. Voor elke toetreder moet een uittreder gevonden worden.

gestructureerd product
Product dat aan de cliënt als één product/oplossing wordt verkocht, maar eigenlijk bestaat uit een aantal elementaire producten (ook ‘building blocks’ genoemd). Vaak zijn deze gestructureerde producten’ ook (eenmalige) maatwerkoplossingen, maar soms worden ze ook op een bredere schaal gecommercialiseerd. Engels: structured product.

getrouwheidspremie
De rentevergoeding op een gereglementeerde spaarrekening bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie. De getrouwheidspremie wordt toegekend voor alle bedragen die gedurende twaalf opeenvolgende, volledige maanden na de storting of na de verwervingsdatum van de vorige getrouwheidspremie ononderbroken op de spaarrekening worden aangehouden. Na het verwerven van een getrouwheidspremie start telkens een nieuwe berekeningsperiode van twaalf maanden.

glamour stock
Aandeel dat een publiekslieveling is.

goudgerande aandelen
Kwaliteitsaandelen. Nederlandse uitdrukking voor ’blue chips’.

green shoe
Een uitgevende instelling kan aan het begeleidende syndicaat een optie verstrekken om een aantal extra aandelen uit te geven tegen de uitgifteprijs; deze optie wordt een ‘green shoe’ genoemd. Daardoor kan bij grote belangstelling voor het aandeel een ongewenste koersbeweging worden voorkomen.

Greenback
Amerikaanse dollar.

Groei- en Stabiliteitspact
Het pact heeft als doel ervoor te zorgen dat de begrotingsdiscipline van de lidstaten van de eurozone na de invoering van de gemeenschappelijke munt wordt voortgezet. Dat pact kwam in 2000 tot stand en verving de afspraken gemaakt in het Verdrag van Maastricht van 1992. In het pact zijn er criteria opgesteld voor toetreding van landen tot de eurozone en voor toestemming om de euro als wettig betaalmiddel in te voeren.

groeiaandelen
Aandelen van bedrijven met uitzonderlijk hoge groeiperspectieven, waardoor de verwachtingen van de markt met betrekking tot de toekomstige omzet- en winstontwikkeling meestal ook hooggespannen zijn. Ze hebben doorgaans een hoge koers-winstverhouding, maar hun waardering is bijzonder moeilijk in te schatten. Meestal betreft het nog jonge bedrijven of activiteiten die nog in opmars zijn. In ieder geval ontbreekt een goed uitgebouwd referentiekader. Wegens de nog prille ontwikkeling en de noodzakelijke investeringen is het normaal dat de rendabiliteit nog zwak is en niet representatief voor de toekomst, wat de waardering extra bemoeilijkt. Om de waardering van groeibedrijven onderling te vergelijken wordt wel eens de PEG-ratio gehanteerd. Staan tegenover defensieve aandelen en mogen niet worden verward met cyclische aandelen.

H

handelsbalans
Deel van de lopende rekening van de betalingsbalans die een weerspiegeling is van de invoer en uitvoer van goederen.

handelstijden
Handel in aandelen, obligaties, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, warrants, trackers en special products mag alleen plaatsvinden op vaste, door de beursautoriteiten bepaalde tijden.

hausse
Stijgende beurstrend gedurende een langere periode.

hedge fund
Verzamelnaam voor beleggingsinstellingen waarbij de beheerder een grote beleggingsvrijheid heeft. Hij kan beleggen in om het even welke markt en in om het even welk beleggingsinstrument, en kan zowel short- (het ontlenen van beleggingsinstrumenten) als longposities (het aankopen van beleggingsinstrumenten) innemen. Meestal heeft de beheerder zelf een participatie genomen of ontvangt hij een resultaatsgebonden vergoeding, wat zijn betrokkenheid en motivatie aanscherpt. In tegenstelling tot 'traditionele' beleggingsfondsen, die doorgaans tot doel hebben om een beter resultaat te halen dan hun referentie-index, streven hedge funds een maximaal absoluut rendement na, onafhankelijk van de marktomstandigheden. Nederlands: hefboomfonds.

hefboomeffect
Verschijnsel waarbij een koersbeweging van de onderliggende waarde van een afgeleid product de aanzet geeft tot een procentueel veel sterkere prijsbeweging van dit product.

historische volatiliteit
Beweeglijkheid van een onderliggende waarde over een bepaalde periode, te vergelijken met de relatieve spreiding van koersen ten opzichte van het gemiddelde in die periode. Het gebruik van historische volatiliteit is gebaseerd op het idee dat men vanuit de volatiliteit van een waarde in een voorbije periode conclusies zou kunnen trekken voor de toekomst. Synoniem: ‘historische beweeglijkheid’. Engels: 'historic volatility'.

hoog dividendrendement 
Een bedrijf dat winstgevend is, kan een dividend uitkeren aan zijn aandeelhouders. Als dat dividend bovengemiddeld is in verhouding tot de aandelenkoers, spreken we van een hoog dividendrendement. 

I

IBAN
Afkorting van ‘International Bank Account Number’. Dit gestandaardiseerd internationaal rekeningnummer bestaat uit twee delen: het eerste deel bestaat uit de ISO-landcode van het land waar de rekening wordt gevoerd (twee letters) en het controlegetal (twee cijfers); het tweede deel is het BBAN.

ICB
Afkorting van 'Instelling voor Collectieve Belegging'. Entiteit, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, die collectief spaargelden verzamelt en gemeenschappelijk beheert. De belegger participeert direct in een gediversifieerde portefeuille. In feite de overkoepelende naam voor alle vormen van beleggingsfondsen, ongeacht hun juridisch statuut. Volgens hun juridisch statuut wordt een onderscheid gemaakt tussen ICB's van het contractuele type (gemeenschappelijke beleggingsfondsen) en ICB's van het statutaire type (beleggingsvennootschappen). Zie ook bevekbevak en privak.

impliciete volatiliteit
De impliciete volatiliteit weerspiegelt de verwachte volatiliteit in de toekomst en wordt berekend aan de hand van de koersen van opties. Hoe hoger de verwachte volatiliteit, hoe hoger de koersen van opties.

indexmatig beheer
Een manier van portefeuillebeheer waarbij de beheerder probeert zo efficiënt mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een referentie-index te kopiëren. Hij is niet uit op een hoger rendement dan deze van de normportefeuille. Synoniem: 'passief beheer'. Tegenovergestelde van actief beheer.

indexvolgend fonds 
Een indexvolgend fonds is een ICB die ernaar streeft de ontwikkeling van een of meer indexen te volgen. Dat kan op twee manieren: door fysieke of synthetische replicatie.

inflatie
Aangehouden stijging van het algemene prijspeil. Inflatie zorgt voor geldontwaarding. Met eenzelfde hoeveelheid geld kan minder worden gekocht dan op een vroeger moment. Hoge inflatie is negatief voor een economie. Ook kan een loon- en prijsspiraal ontstaan als werknemers in de loononderhandelingen hogere looneisen stellen om rekening te houden met de stijgende inflatie. Dat verzwakt ook de concurrentiekracht tegenover het buitenland. Toch is een beperkt niveau van inflatie wenselijk, omdat het de economie 'smeert'. Wanneer de prijzen (licht) stijgen, heeft het namelijk geen zin om bestedingen uit te stellen.

inflatiegeïndexeerde obligatie
Obligatie waarvan de couponbetalingen en de hoofdsom gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van een bepaalde consumptieprijsindex. De koers van de inflatiegeïndexeerde obligaties wordt namelijk bepaald door de reële rente. Daaronder verstaan we de nominale rente gecorrigeerd voor de inflatieverwachtingen. Als het nominale-rentepeil en de inflatieverwachtingen even sterk stijgen, blijft de koers van de inflatiegeïndexeerde obligaties ongeveer stabiel. De belegger met een inflatiegeïndexeerde obligatie is dan beter beschermd tegen een rentestijging dan met een klassieke obligatie. Engels: inflation-linked bond.

Initial Public Offering
Eerste uitgifte van aandelen of obligaties op een effectenbeurs. Afkorting: IPO.

inkoop
Wanneer een termijnbelegging vervroegd, dit is vóór de eindvervaldag, wordt vereffend, spreken we van een inkoop.

inschrijvingsorder
Order m.b.t. nieuwe emissies van obligaties, aandelen, warranten e.a. Voorwaarden: de order wordt binnen de voorziene inschrijvingsperiode geregistreerd en tegen de vastgelegde emissievoorwaarden afgerekend. Inschrijvingsorders kunnen worden aanvaard tot einde voorraad of tot einde inschrijvingsperiode.

inschrijvingsrecht
Voorkeurrecht (coupon) aan bestaande aandeelhouders toegekend waarmee ze in een bepaalde verhouding kunnen intekenen op nieuwe aandelen. Synoniem: 'voorkeurrecht'.

institutionele belegger
Onderneming die zich beroepsmatig bezighoudt met de belegging van middelen die haar door derden om uiteenlopende redenen zijn toevertrouwd. Voorbeelden: pensioenfondsen, beleggingsinstellingen.

intekenbedrag
Bedrag dat betaald wordt door de inbreng van het vermogen in het intern beleggingsfonds.

interest
Kosten van het gebruiken van geld, uitgedrukt in een percentage en over een bepaalde periode.

in-the-money
Een calloptie is in-the-money als de uitoefenprijs sterk onder de actuele koers van het onderliggende actief ligt. Voor een putoptie is dat in het omgekeerde geval, namelijk als de uitoefenprijs sterk boven de actuele prijs van het onderliggende ligt. De kans van uitoefening wordt zeer groot, zodat de optie fors in waarde stijgt.

in-the-money-optie
Een optie is in-the-money als deze intrinsieke waarde heeft. Callopties zijn in-the-money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. Putopties zijn in-the-money als de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een optie is deep-in-the-money wanneer de waarde zeer groot is.

intrinsieke koers
Koers die de beursautoriteiten aan een bepaald effect toekennen om een (realistische) evenwichtskoers in de markt te krijgen, bijvoorbeeld bij een overnamebod of nadat het aandeel lange tijd niet meer genoteerd is.

intrinsieke waarde
Theoretische waarde van het aandeel, gebaseerd op de waarde van de bezittingen van een onderneming minus de eventuele schulden. Context: aandelen. Koers van de onderliggende waarde minus de uitoefenprijs. Context: callopties. Uitoefenprijs minus de koers van de onderliggende waarde. De intrinsieke waarde van aandelen en/of opties kan nooit negatief zijn. Context: putopties.

introductie
Eerste uitgifte van aandelen of obligaties die vervolgens verhandelbaar zijn op een effectenbeurs. Na introductie van de aandelen is een onderneming beursgenoteerd. De introductie van aandelen of obligaties wordt ook wel een primaire emissie genoemd. Zie ook emissie.

introductie door verhandeling
Met toestemming van de beurs, ter beurze verhandelen van al eerder uitgegeven effecten.

inventariswaarde (van een beleggingsfonds)
Komt overeen met de marktwaarde van het netto-actief van de portefeuille, gedeeld door het aantal deelbewijzen. De inventariswaarde van een beleggingsfonds wordt periodiek, meestal dagelijks, berekend en gepubliceerd in de financiële pers. De publicatie gebeurt altijd met enige vertraging, omdat de berekeningen van de portefeuillewaarde voor een bepaalde dag maar kan gebeuren, wanneer alle beurskoersen bekend zijn. Toe- en uittredingen gebeuren altijd tegen de inventariswaarde van de dag van toe- of uittreding. Synoniem: ‘intrinsieke waarde’.

inverse rentestructuur
Situatie op de rente- en kapitaalmarkt waarbij de rentetarieven op korte termijn boven die op lange termijn liggen.

investment bank
Zakenbank die ondernemingen helpt kapitaal aan te trekken tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, veelal door een emissie van aandelen of obligaties.

investment grade
Een heel belangrijke factor bij de beoordeling van een obligatie is de kwaliteit van de debiteur: het is belangrijk te weten of hij zijn verplichtingen inzake uitbetaling van de rente en terugbetaling van het kapitaal zal kunnen nakomen. De meeste emittenten van obligaties doen een beroep op zogenaamde ratingbureaus. Via een evaluatie van de financiële toestand van het bedrijf op dat ogenblik kennen die bureaus een rating (d.i. een waarderingscode) toe die de kredietwaardigheid of het risico van onvolledige terugbetaling van het uitgeleende bedrag weerspiegelt. Een dergelijke rating is geen aanbeveling om een obligatie aan te kopen, te bewaren of te verkopen. De ratings bestaan uit een of meerdere letters, aangevuld door symbolen of cijfers. Ratings met een investment grade worden doorgaans beschouwd als minder risicovolle beleggingen. Ratings beneden investment grade duiden op een hoger risico. Meer uitgebreide informatie over ratings vindt u op de website van ESMA. www.esma.europa.eu. 

IPO
Afkorting van 'Initial Public Offering'. Het voor het eerst publiek aanbieden van de aandelen van een bedrijf. Daarbij is het de bedoeling om het kapitaal van de onderneming te verhogen of om aan de bestaande aandeelhouders een uitstapmogelijkheid te bieden. Bij de introductie wordt de prijs bepaald door het emissiesyndicaat. Na de beursintroductie worden de aandelen verhandeld op de beurs (secundaire markt), waar de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Nederlands: ‘beursintroductie’.

ISIN-code
Afkorting van ‘International Security IdentificatioN code’. De internationale administratiecode die bijvoorbeeld aan een effect of beleggingsfonds wordt toegekend. De ISIN-code bestaat uit een landencode en een uniek nummer, de code voor het fonds Koninklijke Olie is bijvoorbeeld NL0000009470. Die codes zijn te vinden in de FET (eerste kolom van de koerslijst).

J

jaar op jaar
Procentuele wijziging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Het eerste kwartaal van 2010 wordt bijvoorbeeld vergeleken met het eerste kwartaal van 2009.

jaarbasis (op)
Wijzigingspercentage over een bepaalde periode (bijvoorbeeld een maand, een kwartaal, een periode van vijf jaar). Wordt herberekend alsof de onderliggende trend zich gedurende exact een jaar voltrokken zou hebben. Dat verhoogt de vergelijkbaarheid van wijzigingspercentages die betrekking hebben op periodes van ongelijke duur. Synoniem: 'geannualiseerd'.

jaarvergadering
Wettelijk verplichte jaarlijkse vergadering van aandeelhouders. Synoniem: 'AHV', 'aandeelhoudersvergadering'.

jobless recovery
Herstel van de conjunctuur die niet gepaard gaat met een toename van de werkgelegenheid.

jumper
Fonds waarbij in de beleggingspolitiek opgenomen is dat, als de onderliggende waarde op een observatiemoment een bepaalde waarde heeft bereikt, de structuur vervroegd wordt beëindigd. Er wordt dan een vooraf afgesproken meerwaarde uitbetaald.

jumper structuur
Belegging die vervroegd wordt beëindigd als de onderliggende waarde op een observatiemoment een bepaalde waarde heeft bereikt. Er wordt dan een vooraf afgesproken meerwaarde uitbetaald.

K

K/W-verhouding
Afkorting van ‘koers-winstverhouding’. Verhouding van de aandelenkoers tot de winst per aandeel (koers gedeeld door de winst per aandeel of de verwachte winst per aandeel). Hoe hoger (lager) de K/W-verhouding, hoe duurder (goedkoper) het aandeel. (ook P/E-ratio of Price/Earning ratio)

kapitaalbescherming
Een instelling voor collectieve belegging (ICB) mag de term ‘kapitaalbescherming’ enkel gebruiken als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

1° voor de inschrijvingsprijs van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging gedurende de initiële inschrijvingsperiode geldt een volledige bescherming op vervaldag; 

2° om de bescherming te verlenen is een beleggingsstrategie vastgelegd waarbij belegd wordt in deposito's, schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een onderneming die onder prudentieel toezicht staat en gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en/of schuldinstrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, of waarbij een analoge structuur geldt met een identiek tegenpartijrisico 

3° de bescherming geldt voor alle deelnemers.

kapitaalgarantie
Voor ICB’s. Voorbehouden voor Instellingen voor Collectief Beheer (ICB’s) waarvan de waarde die ze hadden tijdens de initiële inschrijvingsperiode integraal, onherroepelijk en onvoorwaardelijk wordt gewaarborgd op de vervaldag door een derde die onder prudentieel toezicht staat en gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De garantie geldt voor alle beleggers in de ICB. De garantie krijgt de vorm van een juridisch bindende overeenkomst tussen de ICB en de garanderende instelling.

kapitaalmarkt
Vormt samen met de geldmarkt de financiële markten. Beide begrippen zijn niet strikt afgelijnd. De kapitaalmarkt heeft in hoofdzaak betrekking op langlopende financiële activa, dit wil zeggen instrumenten die bij uitgifte een looptijd hebben van meer dan een jaar. Daaronder vallen onder meer de aandelen- en obligatiemarkt.

kapitalisatie
De jaarlijkse rente wordt bij het kapitaal gevoegd. Deze rente brengt dan op haar beurt rente op (‘rente op rente’). De rente en de ‘rente op rente’ wordt uitgekeerd op de eindvervaldag samen met het belegde kapitaal. Zie: marktkapitalisatie. Context: termijnbeleggingen.

kapitalisatieaandelen
Een beleggingsfonds kan distributieaandelen of kapitalisatieaandelen uitgeven. Bij distributieaandelen worden bepaalde inkomsten, meestal dividenden of rente die de beleggingsvennootschap geïncasseerd heeft, periodiek uitgekeerd in de vorm van een dividend. Bij kapitalisatieaandelen worden de inkomsten niet uitgekeerd, maar herbelegd. Beide soorten aandelen kunnen naast elkaar bestaan.

kapitaliseren
De jaarlijkse rente wordt bij het kapitaal gevoegd. Die rente brengt dan op haar beurt rente op (rente op rente). De rente en de rente op rente wordt uitgekeerd op de eindvervaldag samen met het belegde kapitaal.

kasstroom
Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding.Synoniem: 'cashflow'.

kerninflatie
Cijfer van inflatie waarbij geen rekening is gehouden met productcategorieën waarvan de prijzen sterk kunnen schommelen, zoals energie en agrarische producten. Omdat die maat voor inflatie stabieler is dan het totale inflatiecijfer, geeft het een beter zicht op de ontwikkeling van het algemene prijspeil.

keuzedividend
Dividenduitkering waarbij de ontvanger kan kiezen tussen een uitkering in geld of in aandelen.

koers
Waarde van een effect op een bepaald moment. Koersen van effecten zijn variabel. Voor beursgenoteerde waarden wordt de koers bepaald op de beurs.

koersbeweging
Verandering in opwaartse en neerwaartse richting van de waarde van een effect. Stijgt de koers, dan wordt een effect meer waard. Daalt de koers, dan wordt een effect minder waard. Koersbewegingen worden onder andere veroorzaakt door veranderingen in vraag en aanbod op de financiële markten en door (inter)nationale economische ontwikkelingen.

koers-boekwaardeverhouding
Verhouding tussen de koers van het aandeel en het eigen vermogen per aandeel. Als een onderneming winst niet uitkeert aan de aandeelhouders, stijgt het eigen vermogen per aandeel.

koersgevoelige informatie
Zie voorkennis.

koersorder
Order om zo snel mogelijk effecten te kopen of te verkopen zonder een prijslimiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Synoniem: ‘marktorder’.

koersrisico
Risico dat een belegger loopt als de koers van een effect zich tegen de eigen positie in ontwikkelt.

koers-winstverhouding
Verhouding van de aandelenkoers tot de winst per aandeel (koers gedeeld door de winst per aandeel of de verwachte winst per aandeel). Hoe hoger (lager) de K/W-verhouding, hoe duurder (goedkoper) het aandeel. (ook P/E-ratio of Price/Earning ratio). Afkorting: ‘K/W-verhouding’.

koopsom
Storting van een eenmalig bedrag voor een (levens)verzekering.

kortetermijnrente
Rente op de geldmarkt. Rente op leningen met een relatief korte looptijd (1 tot 12 maanden). Deze rente wordt in belangrijke mate beïnvloed door de centrale bank. Het gaat niet om één rentetarief, maar om het geheel van rentes die betrekking hebben op geldmarktinstrumenten. Synoniem: 'geldmarktrente'.

krach
Scherpe, onverwachte daling van de beurskoersen die gewoonlijk gepaard gaat met paniek. Beruchte beurskrachs waren er in de oktobermaanden van 1929 en 1987.

kredietbeoordelingsscore/rating 
Score voor de kredietwaardigheid (van de uitgever) van een obligatie. Die score geeft de waarschijnlijkheid weer dat een belegger de vooropgestelde betalingen van interest en kapitaal daadwerkelijk gaat ontvangen. De ratings bestaan uit een of meerdere letters, aangevuld door symbolen of cijfers. AAA wordt beschouwd als de minst risicovolle belegging. Onder AAA neemt geleidelijk aan het risico toe. Meer uitgebreide informatie vindt u op de website van ESMA. www.esma.europa.eu

L

laatprijs
Prijs die ‘de markt’ wil ontvangen voor de verkoop van een bepaald effect.

langlopende optie
Opties met een looptijd van langer dan een jaar. Op de optiebeurs van Euronext worden opties verhandeld met een maximale looptijd van vijf jaar.

Large cap
Beursgenoteerd bedrijf met een grote marktwaarde of beurswaarde.

last in first out
Letterlijk: laatst in, eerst uit. In de context van een spaarrekening: de bedragen op de spaarrekening waarvoor de aanhoudingsperiode van de getrouwheidspremie het minst ver gevorderd is, worden bij opvragingen het eerst aangesproken. Afkorting: LIFO.

laten
Prijzen afgeven waartegen men effecten wil verkopen. ‘Laten’ is het tegenovergestelde van ‘bieden’.

leadmanager
Krijgt een mandaat van de emittent en is de leader van het emissiesyndicaat bij een emissie. Hij draagt de integrale administratieve en commerciële verantwoordelijkheid en de belangrijkste financiële verantwoordelijkheid. Een co-lead komt op de tweede plaats na de leadmanager en heeft een minder grote financiële verantwoordelijkheid dan de leadmanager.

leidende indicatoren
Het idee van de leidende indicatoren is om iedere deelindicator een gewicht te geven en vervolgens tot een totale som te komen. De leidende indicatoren geven een beeld van de toestand van de gehele economie (en bewegen typisch al voor de algemene economie wijzigt) Engels: ‘leading indicators’.

leverage effect
Verschijnsel waarbij een koersbeweging van de onderliggende waarde van een afgeleid product de aanzet geeft tot een procentueel veel sterkere prijsbeweging van dit product. Nederlandse tegenhanger: ‘hefboomeffect’.

leveringscontract
Overeenkomst tussen twee partijen met het oog op de levering of afwikkeling van een order. De afspraak kan zijn dat op een bepaald moment stukken in een effectenrekening worden geboekt.

leveringskosten
Door de bank of commissionair berekende kosten voor de levering van een waarde.

leveringsmaand
Maand(en) waarin de onderliggende waarde van een contract kan worden geleverd. Voor de agrarische termijnhandel spreken we van ‘leveringsmaand’, bij opties spreken we van afloopmaand.

Liffe
Afkorting van: ‘London International Financial Futures Exchange’. Londense beurs die vooral actief is op het gebied van rentetermijncontracten (financial futures) en opties op rentefutures. De LIFFE fuseerde in 1991 met de Londense optiemarkt LTOM (London Traded Options Market). Thans maakt zij deel uit van NYSE Euronext.

LIFO
Afkorting van ‘Last in first out’. Letterlijk: laatst in, eerst uit. In de context van een spaarrekening: de bedragen op de spaarrekening waarvoor de aanhoudingsperiode van de getrouwheidspremie het minst ver gevorderd is, worden bij opvragingen het eerst aangesproken.

lightfutures
Futures die betrekking hebben op een onderliggende waarde die 1/10 is van een index. Op de optiebeurs van Euronext Amsterdam worden onder andere lightfutures verhandeld op de AEX-index en de Midkap-index.

lightopties
Opties die betrekking hebben op een onderliggende waarde die 1/10 is van een index. Wegens de geringere benodigde investering zijn lightopties vooral interessant voor de belegger met bescheiden financiële middelen. Op de optiebeurs van Euronext worden onder andere lightopties verhandeld op de AEX-index en de Midkap-index.

limiet
Maximale koopprijs of minimale verkoopprijs. Koop- en verkooporders kunnen met of zonder limiet worden opgegeven.

limietenboek
Administratief systeem waarin gelimiteerde orders worden beheerd die buiten de actuele marktprijzen vallen, totdat uitvoering mogelijk is door verandering van de marktprijzen.

limietkoers
Hoogste koers waartegen iemand wil kopen of de laagste koers waartegen iemand wil verkopen.

limietkoersorder
Koersorder met de volgende bijzonderheid: als er een deeluitvoering plaatsvindt, blijft het restant van het order in de markt liggen, maar dan als een limietorder. Als limiet wordt de koers genomen van de eerste uitvoering. Limietkoersorders kunnen worden geplaatst tijdens de vooropeningsfase (“order tegen openingskoers” genoemd) en tijdens de hoofdhandel. Ze kunnen zowel worden gebruikt voor effecten die doorlopend worden verhandeld als voor effecten die via de procedure van fixing worden verhandeld. Synoniem: 'marktprijsorder'. Engels: ‘market-to-limit order’.

limietorder
Gelimiteerd order met een door de opdrachtgever bepaalde maximumkoopprijs of minimumverkoopprijs. Een gelimiteerd order mag uitsluitend tegen de opgegeven limiet (of beter) worden uitgevoerd. Engels: limit order.

liquide markt
Markt waarin veel vraag en aanbod samenkomen. In een liquide markt kunnen aan- en verkooporders gemakkelijk worden uitgevoerd. Een belegger heeft belang bij een zo liquide mogelijke markt.

liquideren
Effectenpositie (gedwongen) afbouwen, door bijvoorbeeld verkoop.

liquiditeit (van activa)
Geeft aan in welke mate activa verhandelbaar zijn, zonder dat de prijs ervan wordt beïnvloed. In een illiquide markt riskeert een koper of een verkoper 'zijn eigen koers te maken', d.w.z. dat zijn aan- of verkooporder de prijsvorming op een zichtbare wijze beïnvloedt. Aandelen kopen of verkopen die heel actief verhandeld worden, kan snel en gemakkelijk zonder dat dat een invloed heeft op de prijsvorming. Vastgoed wordt daarentegen als illiquide activa beschouwd. Als men een huis wil verkopen, dan kan het maanden duren om een koper te vinden en de transactie administratief af te ronden.

liquiditeit (van een bedrijf)
liquiditeit (van een bedrijf) Geeft aan in welke mate een onderneming aan zijn betalingsverplichtingen op korte termijn kan voldoen.

liquiditeiten
Ter beschikking staande geldmiddelen.

lock-upregeling
Regeling die bepaalt dat bestaande aandeelhouders van nieuwe beursgenoteerde ondernemingen hun aandelen gedurende een bepaalde periode (meestal zes maanden) na de introductie niet mogen verkopen.

lokale markt
Deel van de beurs waar vooral aandelen van wat kleinere ondernemingen worden verhandeld.

longpositie
Een belegger neemt een longpositie in, wanneer hij een bepaald actief bezit of een optie heeft om het te verwerven. Hij zal dus een positief beleggingsresultaat halen, als het onderliggende effect in waarde stijgt. Het tegengestelde is een shortpositie.

looptijd
Duurtijd van een belegging tussen de begin- en einddatum. Voor obligaties is een brede waaier van looptijden mogelijk. De meeste optieklassen hebben een maximale looptijd van negen maanden, een aantal van maximaal vijf jaar. Futures hebben een maximale looptijd van twaalf maanden. Synoniem: ‘levensduur’.

lopende kosten
De lopende kosten zijn de kosten die het fonds over een periode van één jaar betaalt. Dat zijn alle jaarlijkse kosten en andere betalingen uit de activa van het fonds. De lopende kosten worden uitgedrukt als één percentage, namelijk de procentuele verhouding van de kosten tot het gemiddelde belegde vermogen van het fonds.

lopende rekening van de betalingsbalans
Onderdeel van de betalingsbalans dat de handel in goederen en diensten, inkomen (uit arbeid, investeringen en beleggingen) en transferbetalingen (schenkingen) gedurende een bepaalde periode weergeeft. Er is een overschot op de lopende rekening, wanneer de export de import overtreft, of m.a.w. wanneer de ontvangsten uit het buitenland ten gevolge van handel in goederen of diensten of van transferbetalingen groter zijn dan de betalingen aan het buitenland ten gevolge van die handel of van transferbetalingen.

lotenlening
Obligatielening waarbij op geregelde tijdstippen een obligatie wordt 'uitgeloot' (vervroegd terugbetaald). Daar is meestal een mooie extra premie mee gemoeid.

loting
Door loting kan worden bepaald welke obligatiehouders in welk jaar een deel van de hoofdsom krijgen afgelost of wie een premie ontvangt (bij premieobligaties). Lotingsysteem waarbij wordt bepaald welke schrijver van een optie zal worden aangewezen om bij uitoefening de onderliggende waarde te leveren dan wel af te nemen.

M

maatschappelijk aandeel
Aandeel aan toonder zonder aanduiding van de nominale waarde.

maatschappelijk verantwoord beleggen
Combineert traditionele financiële waarden met milieu-, maatschappij- en governance-criteria door ze op een structurele, vrijwillige en transparante manier op te nemen in het beleggingsbeheer en bij de uitoefening van de daaraan verbonden rechten. Overleg met de relevante maatschappelijke belanghebbenden (stakeholders) maakt ook deel uit van dit proces. De uitwerking van dit beleid kan gebeuren aan de hand van meerdere strategieën.

macro-economie
Wetenschap van een economisch systeem in zijn totaliteit. Hierin wordt met name aandacht besteed aan geldstromen, groei van het bruto binnenlandsl product, de inflatie en andere algemene eenheden of factoren.

makelaarsloon
Vergoeding dat een makelaar of bank krijgt in ruil voor het uitvoeren van een order of zijn tussenkomst bij een transactie.

management fee
Vergoeding die wordt betaald voor het (vermogens)beheer van een beleggingsfonds. Nederlands: beheersvergoeding.

mandje
Pakket van verschillende aandelen die gezamenlijk worden verhandeld. Een mandje kan bijvoorbeeld het pakket aandelen zijn waaruit een index is samengesteld.

mandjeshandel
Handel in mandjes aandelen. Mandjeshandel kan dienen ter afdekking van posities in indexopties en futures.

marge
Verschil tussen de beurs- of tradingprijs en de prijs die de cliënt aangerekend krijgt.

margin
Bedrag in geld of aandelen dat een belegger moet storten ter dekking van een shortpositie.

margin call
Extra dekking die een bank of commissionair van cliënten kan eisen voor een aangegane positie. Dat gebeurt als de koersen zich in een voor de positie ongunstige richting bewegen. Als de margin call niet wordt nagekomen, kan de positie eventueel gedwongen worden afgebouwd.

marginverplichting
Minimumdekkingseisen van de AEX-Optiebeurs waaraan beleggers die opties schrijven, moeten voldoen. Het bedrag, of de tegenwaarde van dat bedrag in effecten, vormt een buffer tegen de risico's die de belegger op grond van de geschreven opties neemt.

market order
Order tegen de marktkoers dat onmiddellijk naar de beurs gaat. Het order zal worden uitgevoerd tegen de koers die geldt op het ogenblik dat het order aan de beurt is in de markt. Nederlandse tegenhanger: ‘koersorder’.

market performer
Aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de komende 12 maanden ongeveer even goed zal doen als de aandelenindex van de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld wordt.

market supervision
Afdeling die belast is met het toezicht op de handel en de naleving van de handelsregels van de effectenbeurs en de optiebeurs. De afdeling Market Supervision heeft een belangrijke rol in het bewaren van de integriteit van de markt. Trading Floor Officials vallen onder de afdeling Market Supervision.

marketmaker
Broker of bank die ervoor zorgt dat er altijd een bied-/laatkoers beschikbaar is voor een bepaald effect, en bereid is tegen die prijzen te handelen. Marketmakers handelen voor eigen rekening en hebben een liquiditeitsverhogende functie.

market-to-limit order
Koersorder met de volgende bijzonderheid: als er een deeluitvoering plaatsvindt, blijft het restant van het order in de markt liggen, maar dan als een limietorder. Als limiet wordt de koers genomen van de eerste uitvoering. Market-to-limit orders kunnen worden geplaatst tijdens de vooropeningsfase (“order tegen openingskoers” genoemd) en tijdens de hoofdhandel. Ze kunnen zowel worden gebruikt voor effecten die doorlopend worden verhandeld als voor effecten die via de procedure van fixing worden verhandeld. Nederlandse tegenhanger: marktprijsorder, limietkoersorder.

marking
Activiteit van optiehandelaren tegen het einde van de handel, waarbij zij proberen de optiepremie te beïnvloeden, zodat voor hen een gunstige slotkoers en daarmee een gunstige positie tot stand komt in verband met de dagelijkse waardering van posities.

marking price
Prijs die dagelijks wordt berekend door Euronext Amsterdam Clearing & Depository en gelijk is aan het midden van de laatst afgegeven bied- en laatprijs van de betreffende optieserie. De ‘marking price’ wordt gebruikt voor de margeberekening in Nederland.

markt
Biedende en vragende partijen die handelen in een bepaald product. Dat kunnen aardappelen of bakstenen zijn, maar ook aandelen, obligaties, opties of futures. De markt voor deze laatstgenoemde producten wordt ‘de beurs’ genoemd.

marktkapitalisatie
Beurswaarde van een bedrijf of van alle bedrijven uit een index. De beurswaarde van een bedrijf is gelijk aan de beurskoers van het aandeel vermenigvuldigd met het aantal uitstaande aandelen. Bedrijven worden ingedeeld op basis van hun marktkapitalisatie in de categorieën small cap (tot 1 miljard USD), mid cap (van 1 tot 10 miljard USD) en large cap (meer dan 10 miljard USD).

marktorder
Order om zo snel mogelijk effecten te kopen of te verkopen zonder een prijslimiet, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of zonder minimumprijs voor een verkooporder. Synoniem: 'koersorder'.

marktprijsorder
Koersorder met de volgende bijzonderheid: als er een deeluitvoering plaatsvindt, blijft het restant van het order in de markt liggen, maar dan als een limietorder. Als limiet wordt de koers genomen van de eerste uitvoering. Marktprijsorders kunnen worden geplaatst tijdens de vooropeningsfase (“order tegen openingskoers” genoemd) en tijdens de hoofdhandel. Ze kunnen zowel worden gebruikt voor effecten die doorlopend worden verhandeld als voor effecten die via de procedure van fixing worden verhandeld. Synoniem: 'limietkoersorder'. Engels: 'market-to-limit order'.

marktrisico
Het risico van een belegging, bepaald door de schommelingen op de markt. Een belegger die kiest voor aandelen in plaats van obligaties aanvaardt het risico dat verbonden is aan de aandelenmarkt. Daaraan is niet te ontkomen. Daarnaast is er ook nog het specifieke risico van een belegging.

meerwaarde
Winst die bij de verkoop van een effect of van activa gerealiseerd wordt.

middenkoers
Midden tussen bied- en laatkoersen.

MiFID
Een geheel van Europese rechtsregels voor de harmonisatie en integratie van de financiële en kapitaalmarkten. MiFID streeft naar meer concurrentie en transparantie op de financiële markten door het grensoverschrijdend effectenverkeer te bevorderen en het ‘beursmonopolie’ af te schaffen ofwel de centralisatieverplichting op de gereglementeerde markten. MiFID beoogt ook een verdere uitdieping van de beschermingsregels voor de cliënt die in financiële instrumenten handelt.

mini
Op de effectenbeurs van Euronext Brussel verhandelbaar derivaat dat de koersontwikkeling van een index exact volgt. Als onderliggende waarde worden de BEL 20-index en de Dow Jones EURO STOXX 50 gebruikt. Een mini heeft betrekking op 1/100 deel van de onderliggende waarde. Driemaandelijks krijgt de houder van een mini een dividenduitkering. Een mini is feitelijk een zeer langlopende optie (looptijd tot 31 december 2049!).

mix fund
Beleggingsfonds dat in diverse beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties, vastgoed en deposito’s belegt.

modelportefeuille
Beleggingsportefeuille die volgens een bepaalde beleggingsadviseur of deskundige model staat voor zijn beleggingsvisie en beleid.

modified duration
Getal dat aangeeft hoeveel een obligatie zal stijgen (dalen) bij een daling (stijging) van de rente.

momentum
Periode waarin een duidelijke beweging is te zien, omhoog dan wel omlaag, van bijvoorbeeld koersen of winsttaxatie (koersmomentum, winstmomentum).

monetair versoepelen
Het verlagen van de beleidsrente of het verhogen (van de groei) van de geldhoeveelheid (M3) door de centrale bank. Dat vertaalt zich in lagere financieringskosten voor commerciële banken om leningen te verstrekken. Door die lagere interestlasten zouden ondernemingen en gezinnen hun bestedingen moeten opvoeren en op die manier de economische groei ondersteunen.

monetair verstrakken
Het verhogen van de beleidsrente of het beperken (van de groei) van de geldhoeveelheid (M3) door de centrale bank. Dat vertaalt zich in hogere financieringskosten voor commerciële banken om leningen te verstrekken. Door de hogere interestlasten zouden ondernemingen en gezinnen hun bestedingen moeten beperken en op die manier de economische groei afkoelen.

MSCI-sectoren
Morgan Stanley Capital International (MSCI) deelde de activiteiten van beursgenoteerde ondernemingen hiërarchisch in in 10 sectoren, 24 industriegroepen en daarbinnen in nog meer gedetailleerde niveaus. De classificatie van deze onafhankelijke leverancier van aandelenbeurs-indices is in de financiële wereld de standaard voor de classificatie van beursgenoteerde aandelen. Obligaties worden niet volgens deze classificatie ingedeeld.

muntindekking
Een belegger die belegt in producten die noteren in een vreemde munt, loopt het risico dat de wisselkoers van die vreemde munt schommelt tegenover zijn eigen munt. Dat risico kan worden afgeschermd via muntindekking.

N

naakt schrijven
Een optie schrijven of een future verkopen zonder dat men de onderliggende waarde in zijn bezit heeft. Dat kan aanzienlijke (financiële) risico’s met zich meebrengen. Synoniem: 'ongedekt schrijven'.

nabeurs
De periode nadat de beurs officieel is gesloten.

NASDAQ
Afkorting van ‘National Association of Security Dealers of Automated Quotations’. Amerikaanse beurs waar jonge en snelgroeiende bedrijven noteren.

NBB
Afkorting van ‘Nationale Bank van België’. De centrale bank, de 'bank der banken'. Zij bepaalt (eventueel in overleg met de minister van Financiën) het monetair beleid van een land. Het is de bank waarbij de financiële instellingen terecht kunnen voor de herfinanciering van activa (de centrale bank fungeert als 'lender’ of ‘last resort' of allerlaatste geldschieter voor de banken). De centrale bank is ook verantwoordelijk voor de uitgifte van bankbiljetten, ze bepaalt hoeveel geld er in omloop mag zijn en ze legt het disconto vast. Dat gebeurt meestal in overleg met de politieke overheid.

net asset value
Waarde rekening houdend met de meer- en minderwaarden op de balansposten en buitenbalanstellingposten. Nederlands: nettoactiefwaarde. Zie netto-inventariswaarde.

nettoactiefwaarde
Waarde rekening houdend met de meer- en minderwaarden op de balansposten en buitenbalanstellingposten. Engels: net asset value Zie netto-inventariswaarde.

nettodividend
Dividend van een aandeel na afhouding van de roerende voorheffing.

netto-inventariswaarde
Totale waarde van alle activa in een beleggingsfonds gedeeld door het aantal deelbewijzen, na aftrek van de kosten die door het fonds gedragen worden.

nettorendement
De kosten en eventueel de te betalen belasting zijn al met het resultaat verrekend. Dit resultaat in verhouding tot het belegde geld is het nettorendement.

Next 150
Door Euronext ontwikkelde en berekende index waarin de 150 ondernemingen zijn opgenomen die qua marktkapitalisatie direct volgen op de Euronext 100. Dit is het mid-capsegment van de effectenbeurs van Euronext. De Next 150 wordt jaarlijks in februari, mei, augustus en november hergewogen, de weging van een individueel aandeel kan niet meer dan 10% bedragen. De Next 150 wordt op dit moment alleen gebruikt als benchmark.

NextTrack
Marktsegment van Euronext waarin vanaf 2001 trackers worden verhandeld.

niet officieel genoteerd
Effecten waarmee volgens het bestuur van de beurs in Amsterdam iets aan de hand is. Zij hebben een zogenaamde noteringsmaatregel en worden gegroepeerd onder de naam ‘niet officieel genoteerd’.

nifty fifty
Amerikaans jargon voor vijftig aandelen die het meeste voorkomen in de aandelenportefeuilles van grote institutionele beleggers.

nil paid share
Bij de inschrijving wordt een deel van de prijs betaald en op een latere datum moet nog een deel worden betaald. De aandelen die men uit deze inschrijving ontvangt, zijn ‘nil paid shares’. Nederlandse tegenhanger: Niet-volgestort aandeel.

nominaal
Kan verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de context. In verband met de waarde van een effect is het de waarde die op het effect is vermeld. Het effect kan evenwel ook tegen een andere prijs verhandeld worden, afhankelijk van vraag en aanbod. Het nominale rendement (bijvoorbeeld de nominale rente) is het rendement inclusief inflatie. Van het nominale rendement moet de inflatie afgetrokken worden om het reële rendement te verkrijgen.

nominale waarde
Waarde die staat vermeld op een waardepapier zoals een aandeel of een obligatie. Bij een aandeel zal de actuele beurswaarde over het algemeen aanzienlijk hoger liggen dan de nominale waarde.

nominatief certificaat
Effect op naam van de cliënt dat het originele aandeel (= de onderliggende waarde) vertegenwoordigt. Het is een bevestiging van inschrijving in het register van de maatschappij. Het is geen effectief bewijs van eigendom. Aangezien de inschrijving in de boeken van de maatschappij het enige eigendomsbewijs is, kan altijd een nieuw certificaat worden aangevraagd. Het oude certificaat wordt dan waardeloos in het register van de maatschappij.

noteringseenheid
Minimumprijsverschil dat wordt aangehouden bij de handel in effecten. Bij aandelen is de noteringseenheid 0,01 euro en bij aandelenopties 0,05 euro.

NSC
Afkorting van ‘Nouveau Système de Cotation’. Elektronisch handelssysteem dat wordt gebruikt voor de effectenhandel van Euronext.

NTS
Afkorting van ‘New Trading System’ op Euronext. Computersysteem waarlangs de beursmakelaars aandelen verhandelen. Op de termijnmarkt is NTS de opvolger van CATS (Computer Assisted Trading System). Op de contantmarkt neemt NTS de rol over van de klassieke roephandel (criée) op de beursvloer.

nulcouponobligatie
Obligatie zonder jaarlijkse rente, maar waarvan de uitgifteprijs veel lager is dan nominale waarde die op de eindvervaldag zal worden terugbetaald. De uitgifteprijs is gelijk aan de nominale waarde die wordt geactualiseerd volgens de uitgiftedatum en de vastgestelde interest. Een voorbeeld: een nulcoupon met een nominale waarde van 1 000 euro, een rente van 10% en een looptijd van 10 jaar, zal een uitgifteprijs van 38,55% of 385,5 euro hebben. Want omgekeerd zal een belegging van 385,5 euro tegen een samengestelde interest van 10% over 10 jaar op de eindvervaldag ook 1 000 euro waard zijn. Synoniem: ‘zero bond’.

nutsbedrijf
Een nutsbedrijf is een bedrijf dat opereert in een sector die beschouwd wordt als zijnde van openbaar nut omdat het belangrijke producten of diensten levert die in het algemeen belang zijn. Meestal gaat het om producenten en/of distributeurs van water en elektriciteit.

NYSE
Afkorting van ‘New York Stock Exchange’. Synoniem: 'big board'.

O

obligatiefonds
Fonds dat vooral in obligaties en ander vastrentend papier belegt. Het aanbod is zeer verscheiden. Er zijn obligatiefondsen die ruim gespreid zijn over verschillende munten en fondsen, er zijn er die maar in een of een beperkt aantal munten beleggen, fondsen die uitsluitend in bedrijfsobligaties of in converteerbare obligaties beleggen, fondsen met uitsluitend langlopende of kortlopende obligaties, ... De specifieke beleggingspolitiek van elk fonds wordt uiteengezet in een prospectus.

obligatieoptie
Optiecontract met als onderliggende waarde obligaties.

OBO
Afkorting van ‘order book official’. Medewerker van de optiebeurs van Euronext die is belast met het toezicht op de handel in een bepaalde optie. Bovendien voert een Order Book Official het beheer over het orderboek van dat fonds.

odd lot
Kleiner aantal aandelen dan honderd. In de Verenigde Staten en Canada worden aandelen meestal verhandeld als ‘round lots’ (eenheden van honderd stuks).

off-floor trader
Handelaar in opties; in tegenstelling tot marketmakers, niet op de beursvloer, maar vanuit een kantoorruimte elders.

officieel bericht opties/futures
Brochure waarin de mogelijkheden en risico’s van in opties of futures handelen worden uitgelegd. De bank of commissionair is verplicht de belegger een exemplaar van het Officieel Bericht bij de optieovereenkomst te overhandigen. Door ondertekening van de optieovereenkomst verklaart de belegger bekend te zijn met de inhoud van het Officieel Bericht.

officiële notering
Op een bepaald tijdstip overeenkomstig de daarvoor geldende reglementering vastgestelde koers van tot de officiële markt of de parallelmarkt toegestane effecten. De koers blijft van kracht tot de volgende officiële koers tot stand komt.

OMS
Afkorting van ‘Order Management System’. Systeem dat orders opslaat, een overzicht bijhoudt en de uitvoering van het order koppelt.

onder pari
Onder 100% van de nominale waarde. Context: vooral obligaties.

onderhandse emissie
Emissie waarbij potentiële beleggers gericht worden benaderd. Het is niet mogelijk om openbaar in te schrijven op de emissie. Via een onderhandse emissie worden de effecten uitsluitend bij institutionele beleggers geplaatst.

onderhandse verkoop
Bij een onderhandse verkoop sluiten de verkoper en de koper onderling een akkoord over de verkoop van een belegging of onroerend goed. Zij komen overeen tegen welke prijs en onder welke voorwaarden de verkoop gesloten wordt. Tussenkomst van een financiële instelling of (bij onroerend goed) een notaris of vastgoedmakelaar is niet vereist. Men spreekt soms ook (bij vastgoed) van een ‘verkoop uit de hand’.

onderliggende waarde
Product waarop een derivaat wordt verhandeld, bijvoorbeeld aandelen, een index, valuta, (edel)metaal of een bulkgoed (commodity) zoals aardappelen, graan of goud.

onderwaardering
Bedrag dat de koers van een aandeel lager is dan de nominale waarde van het aandeel. In theorie is er voordeel te behalen door een ondergewaardeerd aandeel of derivaat te kopen. Synoniem: 'disagio'.

onderweging
Bewuste keuze of actieve positie om in een beleggingsportefeuille een effect, sector, land of munt een kleiner belang te geven dan het relatieve belang ervan in de referentie-index van de portefeuille. Het is de uitdrukking van de verwachting dat het effect in de komende tijd slechter zal presteren dan het marktgemiddelde. Het tegengestelde is overweging.

ongedekt schrijven
Een optie schrijven of een future verkopen zonder dat men de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen of een valuta, in zijn bezit heeft. Dat kan aanzienlijke (financiële) risico’s met zich meebrengen. Synoniem: 'naakt schrijven'.

ongedekte warrant
Ongedekte warrants worden door bedrijven uitgegeven op hun eigen aandelen (met als doel extra kapitaal aan te trekken), gedekte warrants worden uitgegeven door financiële instellingen en zijn uitoefenbaar in aandelen van een andere onderneming.

onregelmatig effect
Effecten met verzet, beschadigde papieren, alleen de mantel, alleen het couponblad, onregelmatig couponblad (ontbreken van niet-vervallen coupons...), onregelmatige kapitalisatie (al coupons geknipt, overige coupons gekapitaliseerd), inschrijving in grootboek en bewijs van borgstelling en handgift. Alle andere stukken zijn regelmatig.

open buy
Transactie waarbij een effect wordt gekocht ofwel een positie wordt geopend waarbij men het recht heeft een effect te kopen of te verkopen. Een daaropvolgende verkoop van hetzelfde effect wordt een ‘sluitingsverkoop’ genoemd – de eerder aangegane positie wordt daardoor weer teruggedraaid, ‘gesloten’. Nederlandse tegenhanger: ‘openingskoop’, ‘aankoopopening'.

open fonds
Beleggingsfonds waarin geen constructies opgezet zijn om het belegde kapitaal te beschermen. Of een fonds open is, staat los van de activa waarin het belegt. Zo bestaan er zowel open aandelenfondsen als open obligatiefondsen.

open interest
Totaal aantal openstaande optiecontracten op een bepaald moment. De ‘open interest’ kan worden beschouwd als een graadmeter voor de liquiditeit van de markt.

open outcry
Manier van handelen waarbij vroeger orders en prijzen op de beursvloer luid, duidelijk en voor alle betrokken partijen hoorbaar werden aangekondigd. De handel op de optiebeurzen van Euronext verloopt uitsluitend via beeldschermen.

open sell
Openingstransactie waarbij de belegger ‘short’ gaat. Hierbij gaat hij een positie aan waarbij hij de verplichting heeft een effect te leveren of te kopen. Een daaropvolgende sluitingsaankoop draait de eerder aangegane verplichting terug of sluit deze positie. Nederlandse tegenhanger: ‘openingsverkoop’, ‘verkoopsopening’.

openbaar aankoopbod
Verrichting waarbij een vennootschap die de controle over een andere beursgenoteerde vennootschap wenst te verkrijgen, aan de aandeelhouders daarvan voorstelt om tegen contanten hun aandelen en, eventueel hun andere effecten, op te kopen binnen een welbepaalde termijn en tegen een prijs die doorgaans boven de beurskoers ligt. Krachtens de wettelijke bepalingen die een gelijke behandeling van alle aandeelhouders van een beursgenoteerde vennootschap verzekeren, moet de vennootschap die een dergelijke verrichting lanceert, zich als koper aanbieden voor alle effecten die binnen het bod worden aangeboden: zij kan haar tussenkomst niet beperken tot de aankoop van alleen die effecten waardoor ze een meerderheidsparticipatie in het kapitaal van de vennootschap verwerft. Zie ook openbaar bod tot omruiling. Synoniem: 'openbaar bod tot aankoop'.

openbaar bod tot aankoop
Verrichting waarbij een vennootschap die de controle over een andere beursgenoteerde vennootschap wenst te verkrijgen, aan de aandeelhouders daarvan voorstelt om tegen contanten hun aandelen en, eventueel hun andere effecten, op te kopen binnen een welbepaalde termijn en tegen een prijs die doorgaans boven de beurskoers ligt. Krachtens de wettelijke bepalingen die een gelijke behandeling van alle aandeelhouders van een beursgenoteerde vennootschap verzekeren, moet de vennootschap die een dergelijke verrichting lanceert, zich als koper aanbieden voor alle effecten die binnen het bod worden aangeboden: zij kan haar tussenkomst niet beperken tot de aankoop van alleen die effecten waardoor ze een meerderheidsparticipatie in het kapitaal van de vennootschap verwerft. Zie ook openbaar bod tot omruiling. Synoniem: 'openbaar aankoopbod'.

openbaar bod tot omruiling
In tegenstelling tot het openbare bod tot aankoop heeft de betaling plaats tegen afgifte van andere effecten (doorgaans maar niet noodzakelijk de aandelen van de kopende vennootschap), eventueel aangevuld met een opleg in contanten. De omruilingsverhouding van de effecten en, in voorkomend geval, het bedrag van de opleg bepalen de eventuele premie ten opzichte van de beurskoers. Zie ook openbaar bod tot aankoop.

Openbaar Orderboek
Elektronisch systeem van de beurs, waarin orders per waarde worden verzameld, gesorteerd en uitgevoerd, deels automatisch.

openbare emissie
Zie emissie.

openbare veiling
Op de openbare veiling worden niet-genoteerde effecten verhandeld. Euronext Brussels organiseert tweemaal per week een veiling waarop niet- en niet langer genoteerde effecten worden verhandeld. We denken aan aandelen, vastgoedcertificaten, obligaties, kasbons, ...

openingskoers
Eerste koers van een effect op een handelsdag.

openingskoersorder
Order zonder limiet dat alleen in de vooropeningsperiode kan worden ingelegd, zodat het tegen de openingskoers kan worden uitgevoerd.

openingskoop
Transactie waarbij een effect wordt gekocht ofwel een positie wordt geopend waarbij men het recht heeft een effect te kopen of te verkopen. Een daaropvolgende verkoop van hetzelfde effect wordt een sluitingsverkoop genoemd – de eerder aangegane positie wordt daardoor weer teruggedraaid, ‘gesloten’. Synoniem: 'aankoopopening'. Engels: 'open buy'.

openingsverkoop
Openingstransactie waarbij de belegger ‘short’ gaat. Hierbij gaat hij een positie aan waarbij hij de verplichting heeft een effect te leveren of te kopen. Een daaropvolgende sluitingsaankoop draait de eerder aangegane verplichting terug of sluit deze positie. Synoniem: 'verkoopsopening'. Engels: ‘open sell’.

operationeel risico
Risico dat ontstaat uit de mogelijkheid van een fout bij de uitvoering van een transactie.

opkomende markten
Landen of regio’s waarvan wordt verwacht dat ze in versneld tempo hun achterstand in economische ontwikkeling tegenover het westen zullen wegwerken. Daardoor kan van de aandelenbeurzen in die landen een hoger rendement worden verwacht. Tegenover de kansen op een hoger rendement, staan evenwel ook hogere risico's. Voorbeelden zijn een aantal landen uit Zuidoost-Azië (Thailand, China, ...), Latijns-Amerika (Brazilië, Chili, ...) en Centraal- en Oost-Europese landen (Polen, Tsjechië, ...). Nederlands:’emerging markets’

opportunity loss
Risico bij het gedekt schrijven van een calloptie dat de aandelen moeten worden geleverd tegen een (uitoefen)prijs die lager is dan de koers van het aandeel op de AEX-Effectenbeurs. De belegger verliest door het schrijven van de call de gelegenheid om de aandelen tegen een betere prijs te verkopen. Nederlandse tegenhanger: ‘gelegenheidsverlies’.

oprichtersaandeel
Speciaal aandeel, met vaak extra rechten, waar uitsluitend de oprichters van een vennootschap houder van zijn. Soms ook aandelen die worden verstrekt voor bewezen diensten bij de oprichting van een vennootschap. Ze hebben geen nominale waarde.

opschorting
Tijdelijk staken van de beurshandel in een effect, meestal in verband met een belangrijke mededeling van de betrokken vennootschap.

optie
Contract waarbij de verkoper (of schrijver) aan de koper (houder) het recht verleent om gedurende een bepaalde periode (de looptijd) of op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid van een actief (de onderliggende waarde) te kopen (bij een call) of te verkopen (bij een put) tegen een bij het aangaan van het contract overeengekomen prijs. Tegenover het recht van de koper staat de plicht voor de verkoper tot het leveren (bij een calloptie) of tot het opnemen (bij een putoptie). Voor het aangaan van die verplichting ontvangt de schrijver een vergoeding, de optiepremie. De verplichting vervalt, als de koper zijn recht niet uitoefent. Er bestaan optiecontracten op individuele aandelen, beursindices, obligaties, deviezen, goud, olie, …

optiebeurs
Gereguleerde marktplaats waar opties en futures (termijncontracten) worden verhandeld. Op de optiebeurs van Euronext worden opties op aandelen, indices, obligaties, dollars, financiële futures en agrarische termijncontracten en -opties verhandeld.

optiecontract
Overeenkomst tussen twee partijen waarbij de onderliggende waarde, uitoefenprijs en looptijd vastliggen. Bij aandelenopties heeft een contract normaal gesproken betrekking op een onderliggende waarde van 100 aandelen.

optieklasse
Verzameling van alle calls en puts die betrekking hebben op dezelfde onderliggende waarde.

optieovereenkomst
Voordat een belegger in opties kan handelen, moet er een optieovereenkomst worden gesloten met een bank of commissionair. In die overeenkomst worden de rechten en plichten van de belegger en de bank of commissionair vastgelegd. Bovendien verklaart de belegger kennis te hebben genomen van de inhoud van het Officieel Bericht Opties.

optiepositie
Recht of plicht naar aanleiding van een door een belegger verrichte optietransactie.

optiepremie
Prijs van een optie. Deze prijs bestaat uit de intrinsieke waarde plus de tijd- en verwachtingswaarde. De premie van een optie is uiteraard variabel.

optieserie
Alle opties met dezelfde onderliggende waarde, afloopmaand, uitoefenprijs en van hetzelfde type (call of put). De KBC september /70 call is een optieserie.

opwaarts potentieel
Winstmogelijkheden van een belegging.

Order Book Official
Medewerker van de optiebeurs van Euronext die is belast met het toezicht op de handel in een bepaalde optie. Bovendien voert een Order Book Official het beheer over het orderboek van dat fonds. Afkorting: OBO.

order driven
Prijsvorming die plaatsvindt op basis van de aanwezige orders.

orderboek
Administratief systeem waarin gelimiteerde orders waarvan uitvoering (nog) niet mogelijk is, centraal worden beheerd en indien mogelijk alsnog worden uitgevoerd. Op de effectenbeurs van Euronext Amsterdam wordt het orderboek beheerd door de hoekman, bij de optiebeurs van Euronext Amsterdam valt het orderboek onder de verantwoordelijkheid van de Order Book Official en bij enkele aandelen onder verantwoordelijkheid van de Floor Broker Specialist.

organische omzetgroei
Interne groei van het bedrijf zonder rekening te houden met groei door fusies en overnames.

OTC
Afkorting van ‘over the counter’. Transacties tussen marktpartijen onderling en die niet op een centrale marktplaats, de beurs, worden aangeboden en verhandeld. Ook de afwikkeling van die transacties (clearing) kan onderling worden afgesproken.

out-of-the-money-optie
Optie zonder intrinsieke waarde. Een calloptie is out-of-the-money wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een putoptie is out-of-the-money als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. De premie van een out-of-the-money-optie bestaat alleen uit tijd- en verwachtingswaarde. Door een sterke koersbeweging kan een out-of-the-money-optie intrinsieke waarde ontwikkelen en dus at-the-money of zelfs in-the-money worden. In extreme gevallen spreken we van far-out-of-the-money.

outperformance
Beleggingsresultaat dat beter is dan dat van de referentie-index. Tegengestelde van underperformance.

outperformer
Aandeel dat meer in koers is gestegen dan de AEX. Een aandeel dat het slechter doet dan de AEX heet underperformer.

outsourcing
Uitbesteden van werkzaamheden die niet tot de kernactiviteit van een onderneming behoren zoals personeelsadministratie, schoonmaken, catering of onderhoud van computersystemen en software.

over the counter
Transacties tussen marktpartijen onderling en die niet op een centrale marktplaats, de beurs, worden aangeboden en verhandeld. Ook de afwikkeling van die transacties (clearing) kan onderling worden afgesproken. Afkorting: OTC.

overbought
Marktsituatie waarbij zeer veel vraag naar een bepaald effect is geweest en de koers snel en fors is gestegen. Nederlandse tegenhanger: overgekocht.

overgenomen emissie
Emissie waarbij het begeleidende syndicaat het plaatsingsrisico overneemt van de uitgevende instelling. Als de belangstelling voor de aandelen onverhoopt tegenvalt, kunnen de syndicaatsleden een aanzienlijk financieel verlies lijden. Engels: underwriting.

overnamebod
Openbare bieding tot overname van (een deel van) het aandelenkapitaal van een onderneming. Een overnamebod kan vriendelijk of vijandig zijn ofwel met of zonder instemming van het bestuur en de Raad van Commissarissen van de over te nemen onderneming. De aandeelhouders moeten uiteraard wel akkoord gaan met het overnamebod door hun aandelen bij de biedende partij aan te melden.

overtekenen
Bij een openbare inschrijving op een uit te geven aandeel kan een belegger inschrijven voor meer aandelen dan eigenlijk gewenst, terwijl de belegger daar niet voldoende financiële middelen voor heeft. Bij een eventuele overtekening krijgt de belegger dan wellicht toch het gewenste aantal aandelen toegewezen. Valt de belangstelling voor de emissie onverhoopt tegen, dan kan de inschrijvende worden verplicht om het volledige aantal aandelen waarvoor hij heeft ingeschreven af te nemen. Dat kan een behoorlijk financieel risico opleveren! Overtekenen wordt door Euronext niet toegestaan. Een emissie waarvoor meer belangstelling is dan er stukken zijn, wordt ‘overtekend’ genoemd.

overwaardering
De waardering geeft de verhouding weer tussen de actuele beurskoers en de verwachte winst per aandeel. Wanneer de koers hoog is in verhouding tot de getaxeerde winst per aandeel spreken we van een ‘overwaardering’.

overweging
Bewuste keuze of actieve positie om in een beleggingsportefeuille een effect, sector, land of munt een groter belang te geven dan het relatieve belang ervan in de referentie-index. Het is de uitdrukking van de verwachting dat het effect in de komende tijd beter zal presteren dan het marktgemiddelde. Tegengestelde van onderweging.

P

papieren verlies
Treedt op wanneer de actuele beurskoers of prijs van een effect lager is dan de koers of prijs waartegen is gekocht, terwijl dat effect nog wel in bezit is. Synoniem: ‘niet-gerealiseerd verlies’.

pariteit

- Gelijkwaardigheid van de koersen van hetzelfde aandeel op verschillende beurzen
- Spilkoers of middenkoers
- Aantal warrants nodig om de onderliggende waarde uit te oefenen

passief beheer
Zie indexmatig beheer. Een manier van portefeuillebeheer waarbij de beheerder probeert zo efficiënt mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een referentie-index te kopiëren. Hij is niet uit op een hoger rendement dan deze van de normportefeuille. Het tegenovergestelde van actief beheer.

pay-out
Deel van de nettowinst dat als dividend aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

pay-out ratio
Verhouding tussen de uitgekeerde winst en de nettowinst over het boekjaar. De ratio wordt meestal berekend op basis van de geconsolideerde nettowinst (deel van de groep).

PEG-ratio
Afkorting van ‘Price/Earnings-to-Growth ratio’. De koers-winstverhouding (K/W, of P/E in het Engels) van een aandeel wordt afgezet tegenover de verwachte langetermijngroeivoet van de winst per aandeel. Wordt voornamelijk gebruikt om de waardering van groeiaandelen met elkaar te vergelijken, want de koers-winstverhouding wordt gecorrigeerd voor de groei op lange termijn. Voor ondernemingen met een hoge groeiverwachting ligt de K/W doorgaans namelijk hoger, omdat beleggers bereid zijn er meer voor te betalen.

penny stock
Aandeel dat wordt verhandeld voor minder dan 1 dollar. Deze aandelen zijn vaak erg grillig en fluctueren sterk. Ze worden beschouwd als uiterst speculatief en zijn niet geschikt voor de conservatieve beleggers.

performance
Engels voor beleggingsresultaat.

periodieke opdracht
Geautomatiseerde overschrijving waarbij na een eenmalige registratie een overschrijvingsopdracht ten laste van de opdrachtgever periodiek op een vaste vervaldag wordt uitgevoerd.

Pink Sheet
Dagelijkse publicatie van bied- en laatprijzen van duizenden over-the-counteraandelen. Veel van deze aandelen zijn niet opgenomen in de dagelijkse publicatie van de beurskoersen in de kranten.

plain vanilla (bij beleggingsfondsen)
Beleggingsfondsen met een 'plain vanilla'-structuur bieden naast de kapitaalbescherming op de eindvervaldag een bepaald percentage van de eventuele stijging van de onderliggende waarde. Die onderliggende waarde kan (1) een beursindex of een korf van beursindices zijn, (2) een korf met individuele aandelen, (3) of nog een andere waarde, bijvoorbeeld een valuta. De eventuele meerwaarde wordt op de eindvervaldag bepaald. Bij de lancering van het fonds wordt wel duidelijk afgesproken in welke mate de onderliggende waarde gevolgd wordt, uitgedrukt in procenten (bijvoorbeeld 100%).

POCM
Afkorting van ‘Public Order Correspondent Member’. Instelling van Euronext Amsterdam die in opties handelt voor rekening en risico van derden door tussenkomst van een Public Order Member. Een POCM kan ook voor eigen rekening en risico handelen. Buitenlandse partijen hebben de POCM-status.

POM
Afkorting van ‘Public Order Member’. Toegelaten instelling van Euronext Amsterdam die voor rekening en risico van derden in opties handelt. De orders worden uitgevoerd door een Floor Broker. Een POM mag ook voor eigen rekening en risico in opties handelen. Particuliere beleggers geven hun orders op via een Public Order Member. KBC is ook een POM.

positielimiet
Maximaal aantal opties of futures in een klasse dat een belegger op een bepaald moment in zijn bezit mag hebben. De positielimieten voor particuliere en professionele beleggers zijn verschillend. Een belegger mag geen openingstransacties meer doen, als een positielimiet wordt overschreden.

preferente aandelen
Aandelen waarop een vast percentage dividend wordt uitgekeerd, voordat houders van gewone aandelen dividend ontvangen. Preferente aandelen worden ook wel ‘prefs’ genoemd. Er bestaan ook cumulatief preferente aandelen, ‘cumprefs’.

price earnings ratio (P/E)
Verhouding van de aandelenkoers tot de winst per aandeel (koers gedeeld door de winst per aandeel of de verwachte winst per aandeel). Hoe hoger (lager) de K/W-verhouding, hoe duurder (goedkoper) het aandeel. Nederlandse tegenhanger: ‘koers-winstverhouding’ (afgekort: K/W-verhouding).

price spread
Gelijktijdig kopen en schrijven van opties van dezelfde klasse en afloopmaand, maar met verschillende uitoefenprijzen. Bij een combinatie van calls heeft de gekochte calloptie een lagere uitoefenprijs dan de geschreven; bij een combinatie van puts heeft de gekochte putoptie een hogere uitoefenprijs dan de geschreven.

prijsinterval
Minimumverschil waarmee de prijs van een effect mag veranderen. De prijsinterval bij aandelen is 0,01 euro en bij aandelenopties 0,05 euro.

primaire emissie
Uitgifte op de primaire markt.

primaire markt
Emissiemarkt. Geld- of kapitaalmarkt waarop een nieuw effect wordt uitgegeven en aangeboden aan beleggers. De prijs van het effect wordt bepaald door het emissiesyndicaat. Na uitgifte wordt het effect verhandeld op de secundaire markt en wordt de prijs bepaald door het spel van vraag en aanbod.

prioriteitsaandeel
Aandeel dat bepaalde voordelen geeft t.o.v. een gewoon aandeel, bijvoorbeeld een hoger dividend of meer invloed via het stemrecht tijdens een Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het aandelenbelang van de oprichters of bestuurders van een onderneming bestaat vaak uit prioriteitsaandelen. Synoniem: ‘oligarchisch aandeel’.

privak
Bevak die voornamelijk belegt in aandelen van niet-beursgenoteerde bedrijven en meer in het bijzonder in durfkapitaal. Een privak belegt in aandelen van jonge en beloftevolle ondernemingen die nood hebben aan risicokapitaal en in ondernemingen die in afwachting van een beursgang een deel van hun aandelen bij privé-investeerders wensen onder te brengen. Beleggers mikken daarmee hoofdzakelijk op de realisatie van belangrijke meerwaarden bij een succesvolle beursintroductie of bij een vooraf vastgelegde uittredingsregeling. Om de verhandelbaarheid van de portefeuille te verhogen, kan een privak ook gedeeltelijk beleggen in aandelen van ondernemingen die al aan de beurs noteren.

private equity
Aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Wordt meestal geassocieerd met durfkapitaal.

private placement
Plaatsing van effecten door een partij, bij niet meer dan 50 beleggers. In een striktere betekenis verwijst het ook naar een belegging op maat.

procentpunt
Een procent in absolute zin. Als de rente bijvoorbeeld stijgt van 2 % naar 3 %, komt er een procentpunt bij. Niet te verwarren met procent. In het voorbeeld stijgt de rente met 50 procent. Ziebasispunt.

producentenvertrouwen
Indicator die een weergave is van het vertrouwen en de verwachtingen van bedrijfsleiders in een bepaald land of regio over de ontwikkeling van de economie. Deze informatie wordt periodiek, meestal maandelijks, verzameld aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst en bevat deelcomponenten die op een bepaalde manier worden geaggregeerd. Het producentenvertrouwen wordt gebruikt als een voorspeller van de toekomstige investeringen van bedrijven en hun plannen om werknemers aan te werven. Daardoor vormt het voor bedrijven en de financiële markt een belangrijk element bij de inschatting van de ontwikkeling van de economische conjunctuur. Bekende indicatoren van producentenvertrouwen zijn de Duitse IFO en de Amerikaanse ISM.

productscore
KBC heeft de productscore ontwikkeld om de diverse spaar- en beleggingsproducten onderling te kunnen vergelijken. Voor elk spaar- en beleggingsproduct berekenen we telkens op dezelfde manier een score. Zo weet u of een product een meer defensief of meer dynamisch karakter heeft. Dat drukken we uit in een getal van 1 tot 7. Naast een cijferbeoordeling vermelden en beschrijven we op de productfiche ook de sterk bepalende determinanten. De productscore wordt op regelmatige tijdstippen herberekend. Wijzigende marktomstandigheden kunnen immers een invloed hebben op de kenmerken van de spaar- of beleggingsproducten. Ook de scoringsmethodiek zelf kan herzien worden om maximale transparantie en consistentie na te streven, of te blijven beantwoorden aan wijzigende of nieuwe regelgeving. De productscore is daarom een belangrijk hulpmiddel zowel bij het kiezen van de juiste belegging als de opvolging ervan.

profielfonds
Beleggingsfonds dat een heel ruime spreiding nastreeft over aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten. Naargelang van het risicoprofiel van de belegger kan hij kiezen voor fondsen met systematisch meer obligaties of liquiditeiten (en dus minder aandelen) of fondsen die structureel sterk in aandelen zijn belegd. De onderliggende aandelen- en obligatieportefeuilles zijn eveneens sterk gespreid. Op die manier is het een alles-in-eenoplossing voor de eindbelegger, met het gepaste risiconiveau. De beleggingspolitiek wordt toegelicht in het prospectus.

profitless recovery
Herstel van de conjunctuur waarbij de bedrijfswinsten niet aanzienlijk verbeteren.

promotor
Financiële instelling die belast is met de verkoop/commercialisering van fondsen.

prospectus
Publicatie waarin de emittent bij een uitgifte of een beursnotering een aantal gegevens over zijn vennootschap bekendmaakt, evenals een precieze beschrijving geeft van de voorwaarden van de emissie. In het prospectus staan onder meer gegevens over het eigen vermogen, de financiële positie, de resultaten en de vooruitzichten van de vennootschap.

provisie
Kosten die worden aangerekend om orders te plaatsen, transacties aan te gaan. Naargelang het concrete product (otc-markt, effecten of beursgenoteerde opties) verschilt de manier waarop het bedrag van de provisies wordt bepaald.

Public Limit Order Book
Administratief systeem van de optiebeurs van Euronext Amsterdam waarin nog niet uitgevoerde, gelimiteerde orders van cliënten, het publiek, worden bewaard, totdat uitvoering tegen de limietprijs (of beter) mogelijk is. Het Public Limit Order Book wordt beheerd door de Order Book Official.

Public Order Correspondent Member
Instelling van Euronext Amsterdam die in opties handelt voor rekening en risico van derden door tussenkomst van een Public Order Member. Een POCM kan ook voor eigen rekening en risico handelen. Buitenlandse partijen hebben de POCM-status. Afkorting: ‘POCM’.

Public Order Member
Afkorting: ‘POM’. Toegelaten instelling van Euronext Amsterdam die voor rekening en risico van derden in opties handelt. De orders worden uitgevoerd door een Floor Broker. Een POM mag ook voor eigen rekening en risico in opties handelen. Particuliere beleggers geven hun orders op via een Public Order Member. KBC is ook een POM.

put
Een recht. Bij obligaties is een put het recht voor de houder om onder bepaalde omstandigheden de lening vervroegd te laten terugbetalen. Bij opties en warrants is een put een verkoopoptie. De houder heeft het recht, maar niet de verplichting, om een onderliggend actief te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. De schrijver van de put heeft de plicht om dat actief te kopen wanneer de houder van de put erom vraagt. De houder van een putoptie zal zijn recht uitoefenen, als de marktprijs lager is komen te liggen dan de uitoefenprijs. Gebeurt dat niet, dan loopt de optie waardeloos af. Putopties kunnen worden gebruikt om de waarde van een aandeel of portefeuille te beschermen tegen koersdalingen.

put spread
Optiecombinatie waarbij de ene put wordt gekocht en de andere put (met een andere uitoefenprijs en/of afloopmaand) wordt verkocht.

putoptie
Verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid onderliggende waarde te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

Q

quote driven
Prijsvorming die plaatsvindt op basis van de aanwezige noteringen.

R

randomselectie
Lotingsmethode die een eerlijke verdeling van de kansen garandeert; wordt gebruikt bij ‘assignments’.

rating
De rating van een obligatie duidt de waarschijnlijkheid aan dat een belegger de vooropgestelde betalingen van interest en kapitaal daadwerkelijk zal ontvangen. Standard en Poor’s drukt zijn ratings uit in letters in een range van AAA tot D. Waarbij een obligatie met AAA rating de hoogst mogelijke waarschijnlijkheid heeft dat een belegger de vooropgestelde betalingen van interest en kapitaal zal ontvangen.

ratingagentschap
Gespecialiseerd bedrijf dat de kredietwaardigheid van uitgevers van obligaties beoordeelt. Ze geven de belegger een beeld van de risico’s die gepaard gaan met een onderneming of een beleggingsinstrument.

real time
Koersen die direct op het scherm verschijnen, zodra er is gehandeld.

recessie
Periode van negatieve economische groei. Gewoonlijk wordt pas van een recessie gesproken, als de negatieve groei twee achtereenvolgende kwartalen aanhoudt.

reconciliatie
Controle van een bepaalde activiteit door verschillende afgeleide bronnen met elkaar te vergelijken met als uiteindelijk doel correctheid te krijgen over de hele lijn.

recurrente winst
Winst die voor herhaling vatbaar is (dus exclusief de uitzonderlijke resultaten).

redenominatie
De nominale waarde van een aandeel of een obligatie veranderen. Dit gebeurt vrijwel uitsluitend als de uitgevende instelling in financiële moeilijkheden verkeert. Synoniem: ‘afstempeling’.

reële rente
Nominale rente minus inflatie.

referentie-index
Barometer voor de marktontwikkelingen. De BEL 20-index is bijvoorbeeld de referentie-index voor de beurs van Brussel. Kan ook verwijzen naar een norm- of referentieportefeuille die wordt gebruikt als basis om een beleggingsportefeuille samen te stellen. Het resultaat van die beleggingsportefeuille wordt dan vergeleken met de referentie-index. Zie ook actief beheer en indexmatig beheer.

registeraandeel
Aandeel op naam. De namen van de aandeelhouders staan genoteerd in een register dat door het betreffende bedrijf wordt bijgehouden.

rendement
Opbrengst of inkomen van een investering of belegging als financiële uitkomst over een (meestal) bepaalde periode. Indien uitgedrukt in een percentage van de waarde van de investering/belegging of van het geïnvesteerde/belegde bedrag, spreken we veelal van rentabiliteit.

rendement op aandelen
Zie actuarieel rendement.

rendement op eigen middelen
Maatstaf voor winstgevendheid die een indicatie geeft van de rentabiliteit van de eigen middelen. De ‘return on equity’ wordt berekend door de winst als percentage van de eigen middelen uit te drukken. Op die manier wordt nagegaan in hoeverre risico nemen lonend is geweest. Nederlands equivalent voor ‘return on equity’ en ‘ROE’.

rentecurve
Grafisch beeld, op een bepaald moment en voor een bepaalde munt, van de rentetarieven van kracht over verschillende periodes. De rentecurve is ‘normaal’, wanneer de kortlopende rente lager is dan de langlopende rente: de uitlener aanvaardt een minder hoge vergoeding, vermits hij minder lang de liquiditeiten uitleent; de lener is bereid een hogere prijs te betalen, omdat hij langer over de geleende liquiditeit beschikt. Een ‘omgekeerde’ rentecurve (kortlopende rente tijdelijk hoger dan langlopende rente) weerspiegelt traditioneel de verwachting van een rentedaling: de houders van liquiditeiten trachten deze voor een zo lang mogelijke periode te beleggen, terwijl de potentiële leners zich voor een zo kort mogelijke periode proberen te verbinden, om te kunnen inspelen op de verwachte rentedaling. Engels: ‘yield curve’.

rentedragend
Interest opbrengend.

Het gedeelte van de portefeuille dat een rentedragend karakter heeft, zoals individuele obligaties en obligatiefondsen. Daarbij wordt ook een stuk geteld van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming, namelijk het gedeelte dat voor die kapitaalbescherming zorgt.

rentegevoeligheid (duration)
De rentegevoeligheid is een maatstaf voor de impact een verandering in de rente op de prijs van de desbetreffende obligatie. Bij een daling van 1% van de relevante rentevoet geeft ze de procentuele prijsstijging van een obligatie weer. Hoe langer de restlooptijd van de obligatie, hoe gevoeliger de prijzen zijn voor schommelingen in de rente.

rentemarge netto
Marge die het verschil uitdrukt tussen ‘inleen’-rente (creditrente voor de banken) en ‘uitleen’-rente (creditrente voor de cliënt).

renterisico
Het risico dat uw belegging in waarde daalt, doordat de rente op nieuwe beleggingen met een gelijkaardige restlooptijd stijgt.

rentespread
Het verschil tussen de effectieve rendementen van twee obligaties, bijvoorbeeld van staats- versus bedrijfsobligaties, van twee landen of van korte- versus langetermijnleningen.

restrendement
Het restrendement is het lopende rendement dat een obligatie nog heeft tot vervaldag op basis van de huidige waarde. Het restrendement laat toe om het rendement van obligaties met gelijkaardige restlooptijden, maar met verschillende coupons op een correcte manier te vergelijken. Bij stijgende obligatieprijzen daalt het restrendement en omgekeerd.

return
Procentuele verandering van de waarde van een aandelenbelegging over een bepaalde periode, waarbij uitgegaan wordt van de herbelegging van het dividend. Het is dus de totale opbrengst, bestaande uit het direct rendement (opbrengst) van de couponuitkering en het indirect rendement dat voortspruit uit de kapitaalwinst (meerwaarde).

return on equity
Maatstaf voor winstgevendheid die een indicatie geeft van de rentabiliteit van de eigen middelen. De ‘return on equity’ wordt berekend door de winst als percentage van de eigen middelen uit te drukken. Op die manier wordt nagegaan in hoeverre risico nemen lonend is geweest. Engels voor ‘rendement op eigen middelen’. Afkorting: ‘ROE’.

reverse cliquet
Structuur die wordt gebruikt voor de opbouw van beleggingsfondsen met kapitaalbescherming. Naast de kapitaalbescherming zijn de hoge potentiële meerwaarde (= voorgift) en de korte tot heel korte looptijd de belangrijkste kenmerken. De meerwaarde op de eindvervaldag is niet zozeer afhankelijk van de stijging van de onderliggende index, maar wel van de maandelijkse schommeling (volatiliteit).

risicoaversie
Niet vlug bereid zijn om risico te nemen of een meer dan normale vergoeding eisen voor het nemen van risico.

risicoklasse van een fonds
Geeft aan hoezeer de opbrengst van een belegging in dat fonds kan schommelen. Deze classificatie werd opgesteld door de Belgian Asset Managers Association (BEAMA). Het uitgangspunt voor de bepaling van de risicoklasse is de volatiliteit. Deze vinden we door de standaardafwijking te berekenen van de maandelijkse returncijfers, in euro, over een periode van 5 jaar.

risicopremie
Extra rendement dat verkregen werd of vooraf geëist wordt voor het nemen van risico. Risico kan op tal van factoren slaan. Het extra rendement wordt altijd berekend tegenover de risicoloze vergoeding op dezelfde beleggingshorizon. Beleggingen op langere termijn hebben over het algemeen een hogere risicopremie. Beleggers eisen een hogere premie, omdat ze hun geld langer moeten afstaan en de toekomst onzeker is. De risicopremie op aandelen (tegenover obligaties) is verbonden aan de groeiverwachtingen op lange termijn en de mate van onzekerheid daarover. Ook beleggingstechnische factoren genereren risicopremies. Op een moeilijk toegankelijke markt met beperkte verhandelde volumes, beperkte doorstroming van informatie en weinig gesofisticeerde beleggingsinstrumenten ligt de risicopremie hoger dan op zeer liquide markten.

risicoprofiel van een belegger
Niet iedere belegger heeft dezelfde behoeften. De ene belegger kiest graag voor wat meer risico met de kans op een hoger rendement, terwijl een andere graag zeker speelt en tevreden is met een lager rendement.

risicoprofiel van een beleggingsfonds
Doet op basis van de risicoklasse van het fonds een uitspraak over het risicoprofiel van de beleggers waarvoor dat fonds een passende belegging is. Een risicoprofiel van een fonds kan door de ontwikkelingen van de financiële markten veranderen.

risicospectrum
Visuele voorstelling die het te verwachten rendement van een concreet beleggingsproduct toont naast verschillende andere beleggingsvormen. Met het risicospectrum kunnen beleggers de risicograad van verschillende beleggingsvormen vergelijken, nagaan in welke mate de beleggingshorizon invloed heeft op het risico van de beleggingsvorm en controleren of een bepaalde beleggingsvorm past in hun beleggingsportefeuille.

ROE
Afkorting van ‘return on equity’. Maatstaf voor winstgevendheid die een indicatie geeft van de rentabiliteit van de eigen middelen. De ‘return on equity’ wordt berekend door de winst als percentage van de eigen middelen uit te drukken. Op die manier wordt nagegaan in hoeverre risico nemen lonend is geweest. Engels voor ‘rendement op eigen middelen’.

roerende voorheffing
Afkorting: ‘RV’.

roll-over
Een optiepositie vervangen door een positie met een latere afloopmaand of andere uitoefenprijs. Nederlands equivalent: doorrollen.

royeerbaar
Omwisselbaar in gewone aandelen.

RV
Afkorting van ‘roerende voorheffing’.

S

S & P 500-index
Door Standard’s & Poor ontwikkelde en berekende index waarin de aandelen van 500 Amerikaanse ondernemingen zijn opgenomen. De S & P 500-index werkt volgens het sectorclassificatiesysteem. De S & P 500-index werd in 1926 voor het eerst berekend en bestaat sinds 1957 uit 500 ondernemingen. Samen met de ‘Dow Jones Industrial Average index’ behoort de S & P 500-index tot de meest bekeken beursbarometers ter wereld. Futures op de S & P 500-index behoren tot de meest verhandelde ter wereld.

samengestelde interest
De interest kapitaliseren. De verworven rente wordt niet uitgekeerd, maar bij het belegde kapitaal gevoegd waardoor rente op rente ontstaat.

schatkistcertificaat
Kortlopend schuldbewijs van de Schatkist. In België zijn ze uitgedrukt in euro, hebben ze bij uitgifte looptijden van 3, 6 en 12 maanden en worden ze wekelijks uitgegeven via een veiling. Deze financiële instrumenten worden verhandeld op de geldmarkt en zijn gericht op professionele marktpartijen.

schrijven
Een shortpositie in een optie verkrijgen. Bij het schrijven (verkopen) van opties gaat de belegger de verplichting aan om gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf vastgestelde prijs aandelen te leveren (calloptie) of te kopen (putoptie).

schrijver
De schrijver neemt de verplichting op zich de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) of te kopen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs.

secundaire markt
Geld- of kapitaalmarkt waarop bestaande effecten na hun uitgifte (op de primaire markt) worden verhandeld. De prijs van het effect wordt niet bepaald door de emittent, die niet bij de handel betrokken is, maar door vraag en aanbod. Een secundaire markt maakt een belegging liquide. De belegger hoeft niet te wachten tot de vervaldag van het effect of de opheffing van de vennootschap om zijn belegging weer te gelde te maken. De aandelenbeurs is bijvoorbeeld de secundaire markt voor aandelen.

settlement
Afwikkeling van een transactie, zowel qua stukken als qua geld.

settlementprijs
Koers van de onderliggende waarde waartegen opties en futures op de eindvervaldag worden afgerekend of verrekend. Bij opties en futures op de AEX-index is deze koers het gemiddelde van de 31 noteringen die op de laatste handelsdag elke hele minuut van 15.30 tot en met 16 uur tot stand komen.

shareholder's value
Waarde van de onderneming voor de aandeelhouders.

sharpe ratio
Maatstaf van de opbrengst, gecorrigeerd voor het genomen risico. Geeft aan hoeveel bijkomend rendement (bovenop de risicoloze rente) werd behaald per eenheid risico die werd genomen. Wordt berekend door het verschil tussen de behaalde opbrengst en de risicovrije rente te delen door de standaardafwijking van de opbrengsten van de belegging. De ‘sharpe ratio’ geeft aan of de opbrengst werd behaald dankzij goed beheer of door extra risico te nemen. Hoe hoger de ratio, hoe positiever de verhouding risico-rendement kan worden beoordeeld.

short covering
Effecten die men eerder verkocht heeft zonder ze te bezitten, terugkopen (short gaan).

short gaan
Effecten verkopen die men niet in zijn bezit heeft, om zo te profiteren van een daling van de koers. Een shortpositie aangaan kan verschillende redenen hebben: willen profiteren van een verwachte daling van een aandeel, risico’s afdekken die voortvloeien uit bijvoorbeeld een optiepositie, proberen te profiteren van een prijsverschil tussen gerelateerde effecten (zoals de Nederlandse en Amerikaanse aandelen van bijvoorbeeld Philips).

short straddle
Straddle waarbij call- en putopties zijn geschreven met dezelfde afloopmaand en dezelfde uitoefenprijs.

shortcombinatie
Een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopdatum tegelijkertijd schrijven. De uitoefenprijzen van de opties zijn verschillend.

shortpositie
Afhankelijk van de context heeft een shortpositie betrekking op een onderweging in een portefeuille of op de gevolgen van het schrijven van een optie. De schrijver van de optie loopt namelijk het risico dat de optie wordt uitgeoefend, waardoor hij de onderliggende waarde zal moeten leveren of afnemen tegen de vooraf bepaalde prijs. De bedoeling kan zijn om de betrokken effecten later goedkoper te kunnen kopen. De belegger hoopt ook om met de ontvangen opbrengst van de verkoop extra winst te maken. Het tegengestelde is longpositie, haussepositie.

sicav
Afkorting van 'Société d'Investissement à Capital Variable'. Nederlands : bevek.

slotdividend
Als er in de loop van een boekjaar een interimdividend wordt uitgekeerd, wordt er per saldo van het boekjaar meestal nog een slotdividend uitgekeerd (representatief voor de resterende winst).

slotkoers
Koers van de laatst tot stand gekomen transactie op een handelsdag of de middenkoers van de laatste bied- en laatprijzen. Synoniem: ‘slotprijs’.

slotprijs
Prijs van de laatst tot stand gekomen transactie op een handelsdag of de middenprijs van de laatste bied- en laatprijzen.

sluitingskoop
Effectenbeurs: koop van een aandeel of een obligatie om een openstaande short- of baissepositie ongedaan te maken. Optiebeurs: koop van een optie of een future om een openstaande shortpositie ongedaan te maken. De koper van de optie of de future wordt hierdoor ontslagen van zijn leverings- of afnameplicht. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een ‘closing buy’.

sluitingsverkoop
Effectenbeurs: de verkoop van een openstaande aandelen- of obligatiepositie. Optiebeurs: verkoop van een openstaande optie- of futurespositie. Hierdoor doet de verkoper afstand van de rechten die voortvloeien uit een optiepositie of de plichten die voortvloeien uit een futurespositie. Bij de optiehandel spreekt men veelal van een ‘closing sell’.

small caps
Bedrijven met een geringe beurskapitalisatie. Wat met een geringe beurskapitalisatie wordt bedoeld, kan van land tot land verschillen.

SMI
Afkorting van ‘Swiss Market-index’. Zwitserse beursgraadmeter.

solvabiliteit
Eigen vermogen van een bedrijf als percentage van het totale vermogen. Het is een maatstaf voor de financiële sterkte van een onderneming.

spaarquote
Deel van het nationaal inkomen dat gespaard wordt.

speculeren
Bepaalde risico's nemen met als doel relatief hoge winsten te behalen, veelal op korte termijn.

split
Deling van een aandeel door een bepaald getal om het minder zwaar en meer verhandelbaar te maken. Zo wordt een aandeel dat door winstcumulatie tot bijvoorbeeld 200 euro is aangegroeid, vaak opgesplitst in tien aandelen van 20 euro of vijf van 40 euro. Zie ook corporate action.

sponsor
Emissiehuis dat de aanvraag tot toelating tot de notering aan de effectenbeurs doet en zorgt voor een actieve begeleiding van de uitgevende instelling. Meerdere sponsors kunnen een syndicaat of een consortium vormen.

spookhandel
As, if and when issued-handel.

spot price
Prijs op de contantmarkt.

SPV
Afkorting van ‘Special Purpose Vehicle’. Vennootschap die financiële instellingen opzetten om bepaalde activa te verwerven of uit te geven. Meestal betreft het een juridisch onafhankelijke entiteit. Met een SPV kan een onderneming activiteiten financieren zonder de balans van de volledige onderneming te belasten. Op die manier worden bepaalde financiële risico’s van de balans gehaald. Wordt door financiële instellingen ook opgezet als tegenpartij voor swaps en andere kredietgerelateerde afgeleide producten.

SRI
Afkorting van socially responsible investments; Nederlands: Duurzaam en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen of kortweg Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB).

standaardafwijking
Het resultaat van een belegging ligt op jaarbasis binnen een bepaalde marge rond het gemiddelde resultaat op langere termijn. De standaardafwijking is een wiskundig begrip dat de breedte van deze schommelingsmarge beschrijft. Hoe groter de standaardafwijking, hoe breder de marge en hoe groter het risico dat met deze beleggingsvorm samengaat.

standaardisatie
Door standaardisatie wordt de verhandelbaarheid van optiecontracten bevorderd. De standaardisatie van opties op de AEX-Optiebeurs heeft betrekking op de hoeveelheid onderliggende waarde, de uitoefenprijs en de looptijd.

stemrecht
Aandelenbezit geeft de aandeelhouder stemrecht tijdens de (verplichte) jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Houders van certificaten van aandelen hebben geen stemrecht.

step-up
Obligatie of termijnbelegging waarbij de rentevoet voor elke volgende periode hoger is dan de vorige.

sterftetafel
De sterftetafel geeft voor iedere leeftijd aan welke kans er is op overlijden binnen het betreffende levensjaar. Ze bepaalt zo de kostprijs van de dekking 'overlijden'.

stipulant
Persoon die een derdenbeding afsluit en hiermee spaart voor een derde. Context: derdenbeding.

stock picking
Aandelen selecteren waarvan een goed rendement wordt verwacht.

stockdividend
Dividend in aandelen/bonus.

stock-optioncertificaat
Certificaat waarmee men het recht kan uitoefenen om bepaalde aandelen op te nemen. Die certificaten kunnen niet in bewaring worden gegeven.

stop order
Order voor een effectenhandelaar om te kopen of te verkopen tegen de marktprijs, als het aandeel een specifieke prijs heeft overschreden die we de stopprijs noemen. Een 'stop order' kan een dagorder zijn, maar ook een good-till-cancelled order.

stop/loss-order
Een stop/loss-order blijft maar een dag geldig. Het stop/loss-order wordt uitgevoerd, als de stop/loss-koers wordt doorbroken. De beursmakelaar spant zich dan in om een dergelijk order zo snel mogelijk uit te voeren en zoveel mogelijk deeluitvoeringen te vermijden. Als er geen volledige uitvoering is op het einde van de verhandelingsperiode van die dag, zal het niet-uitgevoerde saldo automatisch worden geschrapt. Voor het niet-uitgevoerde saldo wordt een nieuw order ingevoerd.

stop-limit order
Ordertype waarbij het order pas zal worden uitgevoerd bij het bereiken van een door de belegger vooraf bepaalde koers: de stopkoers. Het order gaat wel onmiddellijk naar de beurs, maar wordt daar pas zichtbaar wanneer de marktkoers de opgegeven stopkoers bereikt. Wanneer het order aan de beurt is in de markt, wordt het uitgevoerd tegen de opgegeven limietkoers. Anders gesteld: een stop-limit order is een limietorder dat wordt geactiveerd na het bereiken van een stopkoers.

stop-market order
Ordertype waarbij het order pas zal worden ingezet bij het bereiken van een door de belegger vooraf bepaalde koers: de stopkoers. Het order gaat wel onmiddellijk naar de beurs, maar wordt daar pas zichtbaar wanneer de marktkoers de opgegeven stopkoers bereikt. Wanneer het order aan de beurt is in de markt, wordt het uitgevoerd tegen de eerstvolgende koers die gevormd wordt. Anders gesteld: een stop-market order is een market order dat wordt geactiveerd na het bereiken van een stopkoers.

STP
Afkorting van ‘Straight Through Processing’.

straddle
Combinatieorder waarbij een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand en uitoefenprijs gelijktijdig worden gekocht of geschreven. Een long straddle (gekochte straddle) geeft de mogelijkheid om in te spelen op een verwachte sterke beweeglijkheid van de koersen in een willekeurige richting. Een short straddle (geschreven straddle) biedt een maximale winst wanneer de koersen zich stabiliseren. De schrijver van een straddle loopt een risico: bij een sterke stijging of een sterke daling van koersen kan het verlies oplopen tot een bedrag dat niet meer wordt gecompenseerd door de ontvangen premie.

streefbedrag
Bij het sluiten van bepaalde levensverzekeringen, bijvoorbeeld KBC-Life Plan, neemt de cliënt zich voor om op bepaalde tijdstippen premies te storten, zonder dat hij zich ertoe verbindt dit bedrag elk jaar ook effectief te betalen. Het streefbedrag kan ook nog vanuit de invalshoek van de fiscaliteit gedefinieerd worden. Het kan dan ook op twee manieren worden gedefinieerd: streefbedrag = fiscale maximum; streefbedrag = door de cliënt zelf bepaald bedrag.

strike price
Prijs waartegen een optie kan worden uitgeoefend. Nederlandse tegenhanger: uitoefenprijs.

stripping
Operatie waarbij de mantel en het couponblad (strip) van een klassieke roerende waarde (aandeel of obligatie) worden gescheiden, om beide documenten afzonderlijk verhandelbaar te maken. In België hebben tal van vennootschappen de ’stripping’ van hun VVPR-aandelen (zie ‘VVPR-aandelen’) doorgevoerd om de liquiditeit te verhogen. Zie ook GNMA.

STRIPS
Afkorting van ‘Separate Trading of Registered Interest and Principal Securities’. Oorspronkelijk waren de VVPR-aandelen volwaardige aandelen met het achtervoegsel VVPR. Er bestonden van veel bedrijven dus twee soorten aandelen: de gewone aandelen die voor 1994 uitgegeven waren en de VVPR aandelen die na 1994 uitgegeven waren. Dat kwam de verhandelbaarheid van de aandelen niet ten goede en de Belgische wetgever maakte het mogelijk om de rechten op verlaagde voorheffing te “strippen”. Daardoor zijn de Strip VVPR-aandelen ontstaan. Momenteel hebben alle Belgische bedrijven, met uitzondering van Recticel, hun VVPR-rechten gestript.

stuk
Aandeel of obligatie.

subprime
Letterlijk ’minder dan eerste klas’. Hypotheekleningen aan leners met een lagere kredietwaardigheid. Deze leningen worden naar analogie met rommelobligaties ook wel eens 'rommelhypotheken' genoemd. Wanneer een Amerikaan een woning wil kopen en daarvoor een hypotheeklening wil afsluiten, krijgt hij op basis van zijn afbetalingsmogelijkheden een ‘credit score’. Leners die onder een bepaalde drempel scoren, krijgen het label ‘subprime’.

swap
Een swap is overeenkomst tussen twee partijen waarbij de ene partij een bepaalde kasstroom, valuta of risico inwisselt voor een kasstroom, valuta of risico van de andere partij. Het kan gaan over renteswaps, deviezenswaps, credit default swaps, total return swaps en equity swaps.

Swiss Market-index
Zwitserse beursgraadmeter. Afkorting: SMI.

syndicaat
Tijdelijk samenwerkingsverband van twee of meer handelsbanken bij een introductie of een vervolgemissie. Een van de deelnemende syndicaatsleden treedt op als syndicaatsleider of leadmanager. Synoniem: 'consortium'.

synthetische replicatie 
Bij synthetische replicatie wordt de index gevolgd door gebruik te maken van afgeleide producten.

synthetische risico-indicator
Zie wettelijke risico-indicator.

T

T+3
Transactiedatum plus drie dagen. Dat betekent dat drie dagen na de transactie de effecten worden geleverd en/of afgerekend.

target
Fonds waarbij in de beleggingspolitiek opgenomen is dat, als de som van de jaarlijkse coupons een bepaald percentage bereikt of overstijgt, het compartiment wordt beëindigd.

technische interestvoet
Interestopbrengst die KBC Verzekeringen aan cliënten garandeert op de theoretische afkoopwaarde van iedere polis.

tegenpartij van eersterangskwaliteit 
Tegenpartijen van eersterangskwaliteit zijn tegenpartijen waaraan internationale ratingbureaus een goede kredietbeoordelingsscore hebben toegekend en die handelen conform internationale standaarden en gebruiken, waaronder het uitwisselen van zekerheden.

termijnmarkt
Markt waar vraag en aanbod worden samengebracht op het gebied van goederen en financiële waarden. Amsterdam kent de Financiële Termijnmarkt Amsterdam (FTA) en de Aardappeltermijnmarkt Amsterdam (ATA)

TFO
Afkorting van ‘Trading Floor Official’. Medewerker van Euronext die belast is met het toezicht op de handel op de optiebeursvloer. Anders dan de Order Book Official heeft de Trading Floor Official de hele optiebeursvloer als werkterrein en houdt hij zich niet bezig met het beheer van het orderboek. Een Trading Floor Official handhaaft het ordelijke karakter, speelt een belangrijke rol in de integriteit van de optiemarkt en is bevoegd om een handelaar die de regels overtreedt te beboeten.

tick
Kleinste eenheid waarmee een koers beweegt.

ticker symbol
Symbool waarmee een effect op de beurs wordt aangeduid.

tier 1-ratio
Eigen vermogen van een financiële instelling als een percentage van de toegestane kredieten. De ratio geeft aan in welke mate de onderneming in staat is om op lange termijn aan haar verplichtingen naar haar cliënten te voldoen. Het bedrag van de toegestane kredieten is gebaseerd op een risicoweging. Kredieten aan meer risicodragende ondernemingen wegen zwaarder door dan kredieten aan bijvoorbeeld nationale overheden. De kern (of core) tier 1-ratio is het aandelenkapitaal vermeerderd met de reserves van een onderneming.

tijds- en verwachtingswaarde
Verschil tussen de optieprijs en de intrinsieke waarde van de optie. Die waarde wordt bepaald door een zestal factoren: (1) de relatie tussen de uitoefenprijs en de koers van de onderliggende waarde, (2) de beweeglijkheid of volatiliteit van de onderliggende waarde, (3) de resterende looptijd, (4) het dividend, (5) de rentestand en (6) het marktklimaat.

tijger
Aziatische markt in opkomst. De tijgers zijn Singapore, Hongkong, Zuid-Korea en Taiwan.

time spread
Combinatieorder waarbij call- of putopties met dezelfde onderliggende waarde en uitoefenprijs, maar met verschillende afloopmaanden worden gekocht en geschreven. De belegger koopt bijvoorbeeld een langlopende calloptie als dekking voor een korter lopende, geschreven calloptie.

TINA
There is no alternative. Soms kiezen beleggers voor aandelen omdat er geen interessante alternatieven zijn. Als liquiditeiten weinig opbrengen, de reële rente op overheidsleningen heel laag is en bedrijfsobligaties een nauwelijks hoger rendement bieden, stroomt veel geld richting aandelenmarkt met als voornaamste reden dat er geen alternatief is.

toekenningsrecht
Recht (coupon) dat aan de aandeelhouders wordt toegekend, waarmee ze in een bepaalde verhouding gratis nieuwe aandelen kunnen verkrijgen (bijvoorbeeld bij een bonusaandeel en een stockdividend).

toewijzing
Verdeling in overeenstemming met de emissievoorwaarden, zoals vermeld in het prospectus en eventueel in een daaraan aansluitende publicatie, van het aantal uit te geven effecten onder degenen die hierop hebben ingeschreven.

totaal kostenpercentage
De Europese richtlijn UCITS III verplicht de fondsbeheerders tot de bekendmaking in het vereenvoudigde prospectus van het totaal kostenpercentage (TKP). In de TKP zijn alle jaarlijkse terugkerende kosten samengebracht. Naast het beheerloon worden ook andere kosten als administratie- en marketingkosten in rekening gebracht. De publicatie van het TKP verbetert de vergelijkbaarheid van de kosten tussen verschillende fondsen. Afkorting: TKP.

tracker
Aandeel op een index. Een tracker volgt nauwkeurig de koersontwikkeling van de index, inclusief de dividenduitkering. Voor een belegger heeft beleggen in een tracker duidelijke voordelen boven beleggen in alle losse componenten die samen de index vormen. Euronext noteert trackers op de AEX-index, de CAC40, de Eurotop 100 en de Dow Jones Euro STOXX 50.

tracking error
Maat voor het risico dat een fondsbeheerder mag lopen met zijn beleggingsbeleid. Geeft de (theoretische) maximale afwijking aan van het rendement van de beleggingen ten opzichte van de referentie-index.

trader
Belegger die door snelle aankoop- en verkooptransacties winst probeert te behalen.

trading
1. Algemene term voor de verrichtingen die tot doel hebben op relatief korte termijn een positief resultaat te halen uit hun vereffening. 2. (België) Binnen de verrichtingen in afgeleide producten slaat die term krachtens het Koninklijk besluit van 23 september 1992 op de verrichtingen die niet als hedging kunnen worden beschouwd.

Trading Floor Official
Medewerker van Euronext die belast is met het toezicht op de handel op de optiebeursvloer. Anders dan de Order Book Official heeft de Trading Floor Official de hele optiebeursvloer als werkterrein en houdt hij zich niet bezig met het beheer van het orderboek. Een Trading Floor Official handhaaft het ordelijke karakter, speelt een belangrijke rol in de integriteit van de optiemarkt en is bevoegd om een handelaar die de regels overtreedt te beboeten. Afkorting: TFO.

trading jacket
Handelaren en beursofficials op de beursvloer van de optiebeurs van Euronext Amsterdam dragen ter vergroting van de onderlinge herkenbaarheid een (bont)gekleurd jasje.

transactie
Aan- of verkoop van een onderliggend, een aandeel, een obligatie, een fonds, …

transactiekosten
Aan- en verkoopkosten die een bank of commissionair een cliënt aanrekent bij het kopen en verkopen van effecten.

trend
Als een koers zich gedurende een langere tijd in een bepaalde, duidelijke richting beweegt, spreken we van een trend. Beleggers proberen trends te ontdekken om ervan te kunnen profiteren.

turnaround
Een bedrijf dat verlieslatend was, maar erin slaagt om weer winstgevend te worden.

tussenpersoon
Persoon of instelling die de verzekeraar en de verzekeringnemer samenbrengt. Hij is het aanspreekpunt voor de cliënt. De tussenpersoon verkoopt het contract, laat het ondertekenen, past op vraag van de cliënt het contract aan, bemiddelt bij de uitkering van het kapitaal. Voor de levensverzekeringen die KBC Verzekeringen verkoopt, zijn ofwel de verzekeringsagenten ofwel de KBC-bankkantoren de tussenpersoon.

tussentijds uitoefenen
Een optierecht uitoefenen, voordat de optie afloopt. Alleen Amerikaanse opties kunnen tussentijds worden uitgeoefend. Tussentijds uitoefenen kan interessant zijn voor callopties, vlak voordat het onderliggende aandeel ex-dividend gaat.

type
Geeft aan of een optie een call of een put is.

U

uitgesloten risico
Overlijdensoorzaak dat niet door het contract worden gedekt. Voorbeeld: het overlijden van de verzekerde dat opzettelijk veroorzaakt is door de verzekeringnemer of de begunstigde. Als de verzekerde door een van deze oorzaken overlijdt, betaalt de verzekeraar het kapitaal dat in de aanvullende overlijdensdekking is verzekerd, niet uit. In dat geval ontvangt de begunstigde bij overlijden dus alleen de opgebouwde reserve.

uitgifte
Uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties of andere effecten. De emissieperiode is beperkt in de tijd. Een emissie of uitgifte gebeurt op de primaire markt. Nadat de emissie heeft plaatsgevonden, worden de effecten verhandelbaar op de secundaire markt. Synoniem: 'emissie'.

uitgiftepremies
Verschil dat een vennootschap bij een kapitaalverhoging ontvangen heeft; het verschil tussen de uitgifteprijs van nieuwe aandelen en hun nominale boekwaarde.

uitgifteprijs
Prijs/koers waartegen een uitgevende instelling een effect bij een emissie op de markt brengt en die door beleggers die hebben ingeschreven op de emissie wordt betaald.

uitkeerbaar effect
Effect dat a) zijn vervaldag heeft bereikt en dus kan worden uitbetaald ofwel b) vervroegd kan worden uitbetaald ten gevolge van de uitoefening van een put- of calloptie of de trekking (aflossing) en uitloting.

uitoefenen
Een optiecontract geeft de houder het recht de onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te kopen of te verkopen. Wanneer de houder zijn optie uitoefent, koopt of verkoopt hij de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs. Uitoefening van optiecontracten is te allen tijde mogelijk aan het einde van de looptijd. Soms is ook tussentijds uitoefenen mogelijk.

uitoefenlimiet
Maximaal aantal contracten dat de houder van een optierecht per tijdseenheid per klasse mag uitoefenen. Bij overschrijding van de exercise limit mag de belegger alleen nog maar sluitingstransacties doen, totdat de positie weer onder deze, door Euronext vastgestelde, limiet is gekomen. Engels: ‘exercise limit’.

uitoefenprijs
Prijs waartegen de koper van een optie de onderliggende waarde kan aanschaffen of leveren. Engels: strike price.

uncovered option
Cliënt schrijft callopties zonder dat de onderliggende waarden in depot aanwezig zijn. Nederlandse tegenhanger: ongedekte optie.

underperformance
Beleggingsresultaat dat slechter is dan dat van de referentie-index. Tegengestelde van outperformance.

V

value-at-risk
Risicomodel dat de kans op een negatief beleggingsresultaat schat bovenop een vooraf bepaald niveau, gebaseerd op de waarschijnlijkheid en de looptijd. De ‘value-at-risk’ wordt berekend met behulp van statistische analyses die gebruikmaken van historische marktontwikkelingen, correlaties en koersschommelingen. Afkorting: ‘VAR’.

valutadatum
Datum vanaf wanneer geld rentedragend wordt of tot en met welke datum geld rentedragend is op een rekening.

valutaoptie
Optie waarbij de onderliggende waarde een valuta is. Engels: currency option.

VAR
Afkorting van ‘value-at-risk’. Risicomodel dat de kans op een negatief beleggingsresultaat schat bovenop een vooraf bepaald niveau, gebaseerd op de waarschijnlijkheid en de looptijd. De ‘value-at-risk’ wordt berekend met behulp van statistische analyses die gebruikmaken van historische marktontwikkelingen, correlaties en koersschommelingen.

variabele rente
Rente die op bepaalde tijdstippen wordt aangepast (bijvoorbeeld bij een obligatielening).

vaste rente
Rente die over de hele looptijd van de belegging/lening wordt vastgelegd.

vastetermijnverzekering
De vastetermijnverzekering kan het best met een spaarplan worden vergeleken. De einddatum van het plan wordt op voorhand vastgelegd en wordt gerespecteerd, ongeacht of de verzekerde al dan niet in leven is.

vastgoedbevak
Bevak die belegt in een gespreide en wisselende portefeuille van vastgoed. Vastgoedbevaks worden verhandeld op de beurs en het gaat altijd om distributieaandelen. Ze zijn verplicht om minimaal 80% van hun winst uit te keren. De dividenden zijn onderworpen aan de roerende voorheffing die van toepassing is op aandelen. Vastgoedbevaks die voor minimaal 60% beleggen in residentieel vastgoed, genieten vrijstelling van roerende voorheffing. Niet te verwarren met vastgoedcertificaat.

vastgoedcertificaat
Effect dat wordt uitgegeven ter financiering van commerciële gebouwen of kantoorgebouwen. In tegenstelling tot een vastgoedbevak heeft een vastgoedcertificaat altijd betrekking op een specifiek project, zodat de risicospreiding beperkt is. De certificaathouder is geen mede-eigenaar van het vastgoed, maar bezit alleen een schuldvordering tegenover de instelling die het certificaat uitgeeft. Het certificaat geeft recht op een deel van de netto-opbrengsten van de verhuring en, na het verstrijken van de looptijd van het certificaat, op een deel van de restwaarde bij de verkoop van het vastgoed. De couponuitkeringen van vastgoedcertificaten houden direct verband met het nettoresultaat van de uitbating van het gebouw. Een deel van de coupon wordt meestal fiscaal als een terugbetaling van het initieel geïnvesteerde kapitaal beschouwd en is daardoor niet aan de roerende voorheffing onderworpen.

vastrentend
Een belegging met vaste rente is een belegging waarvan de rentevergoeding bij de uitgifte (emissie) of intekening wordt vastgelegd en gegarandeerd blijft over de hele looptijd.

vergelijkbare verkopen
Omzet van de winkels die al meer dan een jaar open zijn, zonder rekening te houden met overnames en winkeluitbreidingen. De vergelijkbare verkopen zijn belangrijk om de omzetontwikkeling van een bedrijf beter te kunnen inschatten.

verrekening in contanten
Bij verrekening in contanten leidt de uitoefening van de optie niet tot fysische levering maar tot een verrekening op basis van het prijsverschil tussen de uitoefenprijs van de optie en de afrekeningkoers van de onderliggende waarde. Engels: cash settlement.

verrekeningscontract
Contract waarbij geen levering van de onderliggende waarde mogelijk is en er op de afloopdatum een afrekening in contanten gebeurt. De hoogte daarvan wordt bepaald door het verschil tussen de slotprijs en de prijs waartegen de belegger zijn positie op de futuremarkt opende. Indexcontracten zijn vaak verrekeningscontracten.

verzekeraar
Verzekeringsmaatschappij die de stortingen ontvangt en de uitkering garandeert van de verschuldigde sommen die in het contract zijn vermeld. Voor de levensverzekeringen die in KBC worden verkocht, is dat KBC Verzekeringen.

verzekerde
Een levensverzekering wordt gesloten op het leven van de verzekerde. Zijn overlijden of 'in leven zijn' op de einddatum bepaalt welk kapitaal de verzekeraar moet uitkeren. De verzekerde is in veel gevallen dezelfde persoon als de verzekeringnemer.

verzekering bij leven
Verzekering die voorziet in de uitbetaling van een kapitaal aan de begunstigde, als de verzekerde op een bepaald tijdstip (bepaalde leeftijd) nog in leven is.

verzekering bij overlijden
Verzekering die voorziet in de uitbetaling van een vooraf bepaald kapitaal in geval van overlijden van de verzekerde aan diegene die in het contract als begunstigde bij overlijden is aangeduid.

verzekeringnemer
Persoon die het contract sluit met de verzekeraar.

verzekeringsfinancieren
Verkoop van bankproducten en -diensten via het commerciële net van de verzekeringsmaatschappijen. Het concept verwijst naar hetzelfde fenomeen als ‘bancassurance’ bankverzekering (zie bancassurance), maar gezien vanuit het standpunt van de verzekeraar.

verzekeringsvoorstel
Document waarin de bijzondere voorwaarden van de verzekering worden bepaald. De ondertekening van het voorstel verplicht de verzekeringnemer niet de verzekering aan te gaan. Op basis van de gegevens op het verzekeringsvoorstel beslist de verzekeraar tegen welke voorwaarden hij het risico wil aanvaarden en maakt hij het verzekeringscontract op. De verzekering krijgt pas een definitief karakter, nadat de verzekeringnemer dat contract heeft ondertekend. Voor de sluiting van het contract mag de verzekeraar of tussenpersoon geen enkele storting eisen.

verzet
Bij verlies, diefstal of beschadiging van effecten aan toonder kan de belegger verzet aantekenen. Dat betekent dat hij zich verzet tegen de verhandeling van de effecten of tegen de uitoefening van de rechten die eraan verbonden zijn. Zo wil hij zijn rechten op de verloren of gestolen effecten vrijwaren. Verzet is een bewarende maatregel. Door verzet aan te tekenen, heeft de belegger nog niet bewezen de rechtmatige eigenaar te zijn.

VIX-index
De VIX-index is een maatstaf voor de impliciete volatiliteit van de S&P 500-index. De index weerspiegelt in zekere zin de verwachting van de markt voor de volatiliteit van de index tijdens de volgende 30 dagen. De VIX-index wordt daarom ook wel eens de index van de angst of de angstbarometer genoemd.

vloer
Plaats in het beursgebouw waar de handel plaatsvindt.

volatiliteit
De mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of een ander financieel product, van een aandelenindex of van een muntkoers.

volmacht
Rechtshandeling of document waarbij de volmachtgever een derde, de volmachthouder, belast rechtshandelingen in naam en voor rekening van de volmachtgever te verrichten.

vooraf getekend contract
Contract dat op voorhand door de verzekeraar is getekend. In dat geval wordt de sluiting van het contract niet voorafgegaan door de ondertekening van een voorstel; bij ondertekening door de verzekeringnemer van een voorafgetekend contract zijn de verzekeringnemer en de verzekeraar onmiddellijk contractueel gebonden. Op basis daarvan kan onmiddellijk een eerste storting gebeuren. De verzekeringnemer kan het contract wel opzeggen binnen de 30 dagen na ondertekening. In dat geval betaalt de verzekeraar de stortingen terug na afhouding van de kosten voor de aanvullende dekking overlijden.

voorbeurs
Periode in de ochtend tot het moment dat de beurshandel begint.

voorkennis
Elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op (een emittent van) genoteerde financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, de koers van deze financiële instrumenten aanzienlijk zou kunnen beïnvloeden.

voorkeursrecht
Verhandelbaar recht voor bestaande aandeelhouders bij uitgifte van nieuwe aandelen. Houders van een voorkeursrecht of claim hebben voorrang bij de toewijzing van de nieuwe aandelen. Synoniem: ‘inschrijvingsrecht’, ‘claimrecht’.

voorlopig prospectus
Prospectus dat de uitgevende instelling publiceert, als bij een aanstaande beursnotering de prijs en de hoeveelheid van de uit te geven aandelen nog niet bekend zijn. Later volgt hierop een supplement met vermelding van de uitgifteprijs en de hoeveelheid uit te geven aandelen. Engels: pink herring.

vork
Hoogste en laagste prijs van een effect op de beurs over een gegeven periode of de hoogste en laagste prijs waartegen kan worden ingetekend bij een emissie.

vrije levensverzekering
Verzekering die niet aan een krediet gekoppeld is (woningkrediet, handelskrediet of lening op afbetaling).

vrije storting met betalingsvraag
In dit geval bezorgt KBC Verzekeringen de verzekeringnemer periodiek (volgens de door hem zelf gekozen periodiciteit) een betalingsvraag voor zijn contract. Bij die betalingsvraag is een overschrijvingsformulier gevoegd waarop het streefbedrag per fractie en het persoonlijke referentienummer van de cliënt (in de mededelingszone) is voorgedrukt.

VVPR-aandeel
VV: verminderde voorheffing, PR: précompte réduite. Aandeel waarop een lagere voorheffing wordt toegepast, een aandeel met een gunstiger fiscaal regime. Ze kunnen door vennootschappen ter gelegenheid van een kapitaalverhoging onder strikte voorwaarden uitgegeven worden. Een VVPR-aandeel is uitgegeven na 01-01-94 en er is maar 15% RV verschuldigd op de dividenden.

VV-strip
Afzonderlijk couponblad dat het recht op verminderde voorheffing vertegenwoordigt. Op de coupon van een aandeel wordt maar 15% roerende voorheffing ingehouden, als de belegger ook de overeenkomstige coupon van de VV-strip aanbiedt. Een deel van de VV-aandelen werden ontbonden in gewone aandelen en VV-strips.

W

Wall Street
Straat in New York waar de New York Stock Exchange is gevestigd.

warrant
Effect dat de koper het recht geeft gedurende de vooraf bepaalde looptijd effecten (aandelen, indexen, ...) te kopen (call) of te verkopen (put). Er bestaan twee types warrants: (1) het Europese type: kan alleen op het einde van de looptijd worden uitgeoefend; (2) het Amerikaanse type: kan op elk moment worden uitgeoefend.Tijdens de looptijd worden warrants op de beurs verhandeld. Voordelen van warrants: er is maar een kleine investering nodig; er kunnen grote winsten mee worden gemaakt (door het hefboomeffect); putwarrants kunnen (een deel van) de aandelenportefeuille beschermen; het potentiële verlies is maximaal het geïnvesteerde bedrag.

werkgelegenheidsgraad
Werkende bevolking gedeeld door de bevolking op arbeidsleeftijd. Geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod effectief aan het werk is. Synoniem: 'activiteitsgraad'. Tegenovergestelde van werkloosheidsgraad.

werkloosheidsgraad
Werkloze bevolking gedeeld door beroepsbevolking. Geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod niet aan het werk is. Tegenovergestelde van activiteitsgraad en werkgelegenheidsgraad.

wettelijke risico-indicator
De wettelijk verplichte risicoscore van een compartiment van een Instelling voor Collectieve Belegging (ICB). De score wordt berekend op basis van de standaardafwijking op jaarbasis van de return in euro en houdt zo rekening met de beweeglijkheid in de markt. De score wordt zesmaandelijks berekend en kan dan hoger of lager uitvallen naargelang de beweeglijkheid in de markt toeneemt of afneemt..

winst nemen
Effecten verkopen met als doel de koerswinst te verzilveren.

winst op sterfte
Als er in de portefeuille van de overlijdensverzekeringen in de loop van een boekjaar minder verzekerden overlijden dan verwacht op basis van de sterftetafel die in het tarief wordt gebruikt, realiseert KBC Verzekeringen in dat boekjaar een 'winst op sterfte'.

winst per aandeel
Winst gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.

winstdeling bij leven
Bovenop de gewaarborgde interest kan de cliënt nog een deling in de interestwinst ontvangen. Deze winstdeling is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van KBC Verzekeringen en van de ontwikkeling van de marktrente. Ze wordt m.a.w. niet gegarandeerd en verandert van jaar tot jaar. Het winstdelingspercentage wordt vastgelegd, nadat het boekjaar is afgesloten.

winstmarge
Winst uitgedrukt in percentage van de omzet.

winstrendement
Winst per aandeel gedeeld door de koers van het aandeel. Is dus de inverse van de koers-winstverhouding (K/W). Winstrendement is een theoretisch begrip voor de belegger, want een bedrijf keert zijn winst niet noodzakelijk (volledig) uit. Het winstrendement maakt het mogelijk om het (boekhoudkundige) rendement van een aandeel te vergelijken met het rendement op een vastrentend effect als een obligatie.

winstverwatering
De uitgifte van nieuwe aandelen kan leiden tot een (al dan niet tijdelijke) verwatering van de toekomstige winst per aandeel. De winst moet namelijk over een groter aantal uitstaande aandelen worden verdeeld.

wisselkoers
De prijs van het geld van een land uitgedrukt in de munteenheid van een ander land. Behalve in een systeem van vaste wisselkoersen schommelen wisselkoersen ten gevolge van ontwikkelingen in andere variabelen, zoals inflatie- en renteverschillen tussen de betrokken landen.

wisselkoersrisico
Het risico dat een vreemde munt in waarde schommelt tegenover de eigen munt. Voorbeeld: het wisselkoersrisico van een beleggingsfonds geeft aan of wisselkoersschommelingen van de activa waarin het fonds belegt, een grote invloed hebben op de inventariswaarde van het fonds.

Bij een gestructureerd beleggingsfonds wordt gebruikgemaakt van compo-of quanto-opties. Dat zijn opties waarbij de uitdrukkingsmunt van de onderliggende index of aandelen verschilt van de uitdrukkingsmunt van het fonds.
In het geval van compo-opties is er een wisselkoersrisico. Daarbij wordt de uitdrukkingsmunt van de onderliggende index of aandelen tegen de geldende wisselkoers omgezet naar de uitdrukkingsmunt van het fonds. De eventuele meerwaarde wordt bijgevolg bepaald door de ontwikkeling van het onderliggende én de ontwikkeling van de wisselkoers. In het geval van quanto-opties gebeurt die omzetting niet en is er geen wisselkoersrisico. Daarbij wordt de stijging van de onderliggende index of aandelen verrekend zonder bijsturing voor de tussentijdse ontwikkeling van de wisselkoers.

X

Xetra
Elektronisch handelssysteem van de beurs in Frankfurt.

Y

yield curve
Grafisch beeld, op een bepaald moment en voor een bepaalde munt, van de rentetarieven van kracht over verschillende periodes. De rentecurve is ‘normaal’, wanneer de kortlopende rente lager is dan de langlopende rente: de uitlener aanvaardt een minder hoge vergoeding, vermits hij minder lang de liquiditeiten uitleent; de lener is bereid een hogere prijs te betalen, omdat hij langer over de geleende liquiditeit beschikt. Een ‘omgekeerde’ rentecurve (kortlopende rente tijdelijk hoger dan langlopende rente) weerspiegelt traditioneel de verwachting van een rentedaling: de houders van liquiditeiten trachten deze voor een zo lang mogelijke periode te beleggen, terwijl de potentiële leners zich voor een zo kort mogelijke periode proberen te verbinden, om te kunnen inspelen op de verwachte rentedaling. Nederlands: ‘rentecurve’.

yield
Rendement op effecten.

Z

zero bond
Obligatie zonder jaarlijkse rente, maar waarvan de uitgifteprijs veel lager is dan nominale waarde die op de eindvervaldag zal worden terugbetaald. De uitgifteprijs is gelijk aan de nominale waarde die wordt geactualiseerd volgens de uitgiftedatum en de vastgestelde interest. Een voorbeeld: een nulcoupon met een nominale waarde van 1 000 euro, een rente van 10% en een looptijd van 10 jaar, zal een uitgifteprijs van 38,55% of 385,5 euro hebben. Want omgekeerd zal een belegging van 385,5 euro tegen een samengestelde interest van 10% over 10 jaar op de eindvervaldag ook 1 000 euro waard zijn. Synoniem: ‘nulcouponobligatie’.

Zwarte Maandag
Zware mondiale koersval op aandelenmarkten die plaatsvond op maandag 21 oktober 1987. Engels: 'Black Monday'.