Beleggen met bodemgrensbewaking

Beleggen met bodemgrensbewaking

Zelfs het best gespreide beleggingsfonds kan in waarde dalen als het minder goed gaat op de financiële markten. Voor minder schommelingen kun je de beleggingsstrategie aanvullen met bodembewaking. Achter bodembewaking schuilt een wiskundig beheermodel dat ernaar streeft de waarde van jouw belegging continu boven een vooraf bepaalde bodemgrens te houden. Het model maakt daarbij een onderscheid tussen beleggingen met meer risico (zoals aandelen, obligaties en vastgoed) en beleggingen met minder risico (liquiditeiten).

Hoe werkt bodembewaking?

Doen de financiële markten het goed, dan volgt zo’n fonds de spreiding volgens de KBC-beleggingsstrategie.

  • In dalende markten geeft het beheermodel het signaal om voorzichtiger te beleggen en worden beleggingen met meer risico omgezet in beleggingen met minder risico.
  • Als de markten zich daarna weer herstellen, laat het beheermodel opnieuw toe om geheel of gedeeltelijk meer risicovolle beleggingen op te nemen, voor zover de afstand tot de bodem en de schommelingsgraad van de financiële markten dit toelaten.

Waar ligt de bodemgrens?

Waar die bodemgrens precies ligt, dat bepaal je zelf. Afhankelijk van jouw risicobereidheid kies je voor een bodemgrens op 95%, 90% of 85%. De bodem wordt elk jaar opnieuw bepaald, op basis van de op dat moment geldende inventariswaarde van het fonds. Die nieuwe bodemgrens, die hoger of lager kan liggen, betekent een nieuwe start en is gedurende één jaar geldig. Let wel, de bodemgrens vormt geen garantie voor het rendement of de terugbetalingsprijs.

De bodemgrens visueel uitgelegd

Stel dat je gekozen hebt voor een formule met een bodemgrens van 90%. Bij de laatste herbepaling van de bodemgrens was de inventariswaarde van de belegging 250 euro. De actuele bodemgrens bedraagt dus 225 euro (= 90% x 250 euro). Een jaar na de herbepaling wordt de bodemgrens opnieuw bepaald.

Scenario 1: de inventariswaarde van de belegging is na dat jaar gestegen, van 250 euro naar 260 euro bijvoorbeeld. Daardoor kan het niveau van de bodemgrens opgetrokken worden van 225 euro naar 234 euro (= 90% x 260 euro). Die nieuwe bodemgrens is opnieuw gedurende een jaar geldig.

Scenario 2: de inventariswaarde van de belegging is na dat jaar gedaald, van 250 euro naar 240 euro bijvoorbeeld. In dat geval wordt de bodemgrens verlaagd van 225 euro naar 216 euro (= 90% x 240 euro). Die nieuwe start laat de fondsbeheerder toe met een beperkt verlies opnieuw in de markt te stappen om zo bij herstel van de financiële markten de stijging te volgen.

Extra innovaties voor een nog beter resultaat

We volgen de marktomstandigheden op de voet en verfijnen ons model met extra innovaties om daar zo effectief mogelijk op in te spelen. We zetten die even op een rijtje. 

Meer opwaarts potentieel bij gunstige marktomstandigheden

Bij sterke prestaties van de financiële markten laat het beheermodel toe om tijdelijk en gecontroleerd meer aandelen in de portefeuille op te nemen. Dat gebeurt alleen als de afstand tot de bodemgrens voldoende groot is en de schommelingsgraad van de beurzen binnen bepaalde grenzen blijft. Zo wordt het opwaarts potentieel verhoogd zonder de bodem uit het oog te verliezen.

Een extra bescherming bij stijgende rentevoeten

Bij lage rentestand moeten de beheerders waakzaam zijn voor rentestijgingen. Die hebben immers een negatieve impact op de waarde van bestaande obligaties. Het beheermodel zorgt in zulke gevallen voor een extra bescherming door tijdelijk en gecontroleerd obligaties te verkopen ten voordele van liquiditeiten, zonder daarbij de positie in aandelen af te bouwen.

Is deze pagina nuttig voor jou? Ja Neen