Het mobiliteitsbudget in opmars
Het mobiliteitsbudget is nog niet verplicht, maar nu al fors in opmars. 31% meer bedrijven bieden een mobiliteitsbudget aan in vergelijking met 2024. Het is dan ook een slimme zet om nu al te introduceren of op zijn minst alles goed voor te bereiden.
Het mobiliteitsbudget is in opmars: op één jaar tijd steeg het aantal bedrijven (met salariswagens) die het mobiliteitsbudget aanbieden aan hun werknemers met 31%. In absolute aantallen blijven de cijfers wel beperkt: iets meer dan 4,5 op de 100 bedrijven met bedrijfswagens geven werknemers de mogelijkheid om hun salariswagen om te ruilen voor een groener alternatief of cash, versus iets meer dan 3,4 op de 100 bedrijven in 2024. Vooral ondernemingen die de komende jaren verplicht worden om een mobiliteitsbudget in te voeren, nemen de vlucht vooruit. Dat blijkt uit een analyse van hr-expert Acerta op basis van de gegevens van 28.000 bedrijven en 370.000 werknemers in de privésector.
Via het mobiliteitsbudget kunnen werknemers die voor hun functie aanspraak maken op een salariswagen, het budget of een deel daarvan naar keuze besteden: voor een kleinere, groenere wagen (pijler 1), voor andere duurzame vervoersmiddelen zoals een fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit en voor huisvestingskosten (pijler 2) en/of uitbetaald in cash (pijler 3). Het mobiliteitsbudget zal vanaf 2027 verplicht worden in bedrijven met meer dan 50 werknemers, vanaf 2028 geldt die verplichting ook voor kmo’s met minstens 15 werknemers. Maar op die deadline wachten heel wat ondernemingen niet, zo blijkt uit het Acerta-onderzoek. Minstens 4,51% van alle bedrijven met salariswagens biedt het nu al aan. Dat is een toename van 31% ten opzichte van eind 2024.
Van de bedrijven met salariswagens en 50 of meer werknemers, die vanaf 2027 verplicht worden, doet meer dan een op de tien (12,76%) het al. Ook dat is een stijging ten opzichte van 2024: +6%. Bij de kmo’s met salariswagens en 15 tot 50 werknemers, die nog tot 2028 hebben om in orde te zijn, biedt intussen 6,78% al een mobiliteitsbudget aan. Een toename van zo’n 29% in vergelijking met 2024.
Toch toont een KBC-enquête (najaar 2025) ook aan dat het mobiliteitsbudget nog niet zo goed is gekend. Zo’n 33% gebruikt het niet en kent het enkel van naam, terwijl bijna evenveel respondenten het helemaal niet kennen.
Fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit populair
We zien ook dat het percentage werknemers met een mobiliteitsbudget in plaats van een salariswagen maar licht steeg in 2025, namelijk met 2%. Vooral pijler 2 heeft aan populariteit gewonnen (+22%). Daarbij besteden werknemers het mobiliteitsbudget niet aan een milieuvriendelijke bedrijfsauto, maar aan andere duurzamer vervoersmiddelen zoals een fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit of aan huisvestingskosten. Pijler 3, waarbij werknemers het resterende mobiliteitsbudget uitbetaald krijgen, is minder populair dan in 2024 (-12%). Amper 1 op de 24 werknemers kiest voor een mobiliteitsbudget in plaats van een salariswagen.
Dit jaar wordt een belangrijk jaar voor grotere ondernemingen om zich klaar te maken voor de verplichte invoering van het mobiliteitsbudget. De bewustwording gaat er wel op vooruit: nog maar 7% van alle werkgevers die salariswagens aanbieden is nog niet op de hoogte van wat de verplichting precies inhoudt, zo blijkt uit de panelbevraging. Zij moeten de komende maanden dus nog werk maken van de voorbereiding voor de uitrol van het mobiliteitsbudget. Werknemers die vanaf dit jaar gebruikmaken van een mobiliteitsbudget kunnen enkel nog kiezen voor elektrische vervoersmiddelen. Buiten de wettelijke verplichting is het mobiliteitsbudget overigens een belangrijke troef in de’ war for talent’, ook voor kleinere kmo’s. Om een geschikte kandidaat voor een bepaalde functie aan te trekken, kan het aanbieden van een mobiliteitsbudget net het nodige duwtje zijn dat een potentiële kandidaat over de streep trekt.”
Charlotte Thijs, mobiliteitsexperte Acerta
Wel mee bezig, niet mee bezig
Wie het mobiliteitsbudget momenteel niet invoert, doet dat vooral door onduidelijkheid over de verplichtingen en uitzonderingen (72%), gevolgd door lopende lease-, huur- of andere contracten voor bedrijfswagens (48%) en een gebrek aan vraag vanuit de werknemers (42,7%). Zo blijkt uit de Acerta-bevraging.
Kleinere bedrijven hebben meer weerstand tegen het mobiliteitsbudget dan grotere ondernemingen. Zes op de tien ondernemingen met minder dan 50 werknemers zijn zelfs ronduit tegen een verplicht mobiliteitsbudget. Zeven op de tien (68,4%) kleine kmo’s zouden het ook niet aanbieden als het niet voor hen verplicht is of wordt. Maar bij werkgevers met 50-249 werknemers zakt dat aandeel al naar 54,6%. Bij grote werkgevers (250+) zou exact 50% het wel doen en 50% niet.
Hoe haalbaar de invoering voor werkgevers lijkt, hangt bovendien sterk samen met de bedrijfsgrootte. Ook dat toont de bevraging aan. Bij kleine bedrijven met salariswagens (1-49 werknemers) ziet 43,9% het mobiliteitsbudget als (helemaal) onhaalbaar, tegenover 31,6% bij middelgrote bedrijven (50-249 werknemers) en 26,4% bij grote bedrijven (250+ werknemers).
Meer weten over het mobiliteitsbudget?
Disclaimer:
Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, heeft alle informatie die u hier raadpleegt of verkrijgt een vrijblijvende en zuiver informatieve waarde. Ze wordt naar best vermogen en op regelmatige tijdstippen bijgewerkt. KBC Bank NV geeft echter geen garanties wat betreft de actualiteit, accuraatheid, correctheid, volledigheid of geschiktheid voor een bepaald doel van deze informatie. De hier verstrekte informatie vormt geen advies of verkoopaanbod van producten of diensten en is niet bestemd voor commercieel gebruik. U blijft zelf volledig aansprakelijk voor de gevolgen van het gebruik dat u van deze informatie maakt. De intellectuele eigendomsrechten op de informatie, publicaties en gegevens die hier verstrekt worden, komen toe aan KBC Bank NV of aan derden en u moet zich onthouden van elke inbreuk hierop. Behoudens de uitdrukkelijk voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Bank NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van deze informatie verboden.