Waterkwaliteit steeds hoger op de beleidsagenda
Door Dirk Halet, strategisch coördinator, Vlakwa
België, en zeker Vlaanderen, is een kleine en dichtbevolkte regio met veel landbouw en industrie. We verbruiken dan ook veel water wat heel wat uitdagingen met zich meebrengt, waaronder de kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater.
Waterkwaliteit is al langer een prioriteit voor Europa. Met de kaderrichtlijn water en hierin het belangrijke principe van het ‘Achteruitgangsverbod’ (KRW), werd 24 jaar geleden beslist dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater moest verbeteren. Ook al is de kwaliteit van ons water de voorbije decennia erop vooruitgegaan, we hebben nog een lange weg te gaan. Om in lijn te zijn met de KRW, moet een ‘waterlichaam’ aan alle kwaliteitsnormen voldoen (one-out, all out principe). Volgens dit principe voldoet in Vlaanderen één van de 195 oppervlaktewaterlichamen aan de norm (0,5%), binnen de EU is dit ongeveer 30 procent.
De tijd dringt, want uiterlijk tegen 22 december 2027 moet ons grond- en oppervlaktewater voldoen aan de normen uit de KRW. Die deadline en de recente arresten (Ineos Aromatics, Silvamo) van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (DBRC), onderstrepen de complexe uitdagingen in de regelgeving voor zowel bedrijven als overheden. Bovendien benadrukken ze de noodzaak om te investeren in innovatieve oplossingen.
Waar gaat het over?
De Kaderrichtlijn Water en het Achteruitgangsverbod (KRW 2000) heeft als doel om tegen 2027 alle waterlichamen in Europa in een goede ecologische en chemische toestand te brengen. Het zogenaamde 'Achteruitgangsverbod' is hierbij een cruciaal principe: de kwaliteit van een waterlichaam mag niet verslechteren, zelfs niet tijdelijk, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. Concreet: elke nieuwe lozing of verandering in bestaande lozingen wordt kritisch beoordeeld op de (potentiële) impact ervan op de waterkwaliteit. In Vlaanderen bestaat hiervoor de ‘impactbeoordeling bedrijfsafvalwater’.
Die bepaling en de verwijzing naar de zogenaamde uitzonderlijke omstandigheden staan opgenomen in Artikel 4 van de Europese Kaderrichtlijn Water en Artikel 1.7.2.1.1§ 4 van het Waterwetboek.
Bedrijven in Vlaanderen zullen door dit ‘Achteruitgangsverbod’ worden geconfronteerd met uitdagingen voor het verkrijgen, vernieuwen, of aanpassen van vergunningen. Even ter herinnering en als voorbeeld, de recente arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
De Cases Ineos Aromatics en Silvamo
In deze arresten komen de strenge eisen van de KRW heel duidelijk naar voren. In de zaak van Ineos Aromatics, het opnieuw vergunnen van een petrochemische site, werd de impact van kobaltlozing in de Grote Nete uitvoerig onderzocht. Er werd in de vergunningsaanvraag een lager lozingsdebiet en een lagere lozingsnorm voorgesteld, en het bedrijf leverde inspanningen om de lozingen in de toekomst nog meer te beperken. Toch werd met de impactbeoordeling stroomafwaarts voor kobalt een slechtere toestand vastgesteld en dit zowel in worst case-omstandigheden (o.b.v. een laagwaterdebiet van de waterloop) als in realistische omstandigheden (o.b.v. een gemiddeld debiet van de waterloop). Daarom besliste de Raad dat de Vlaamse Regering binnen de drie maanden een nieuwe beslissing moet nemen over de vergunningsaanvraag.
Dat was ook zo in de zaak Silvamo, waar de vergunning van een stortplaats in Kortemark onder de loep werd genomen met de nadruk op PFAS. Volgens de betrokken partijen zou een uitbreiding leiden tot een achteruitgang van de lokale waterkwaliteit, wat in strijd is met de vereisten van de KRW en het waterwetboek.
Grote uitdagingen
Hoewel de context en specifieke omstandigheden van beide zaken verschillend zijn, delen ze de strikte naleving van waterkwaliteitsnormen, waardoor zowel bedrijven als overheden voor grote uitdagingen staan.
Het is dus niet verwonderlijk dat het thema ook op tafel ligt bij de lopende herziening van de Europese Kaderrichtlijn Water en dat de Europese Raad rond dit artikel een aantal aanpassingen voorstelt. De Vlaamse minister van Omgeving wil over de doelstellingen van deze kaderrichtlijn ook verder onderhandelen met de Europese Commissie. Hij hoopt dat de Commissie er rekening mee zal houden dat de uitdagingen in Vlaanderen groter zijn dan in andere, minder dichtbevolkte delen van Europa.
Maar de arresten tonen wel aan dat almaar meer actoren willens nillens vertrouwd zullen raken met Artikels 4 en 11.5 van de KRW. Dat laatste artikel bepaalt dat wanneer monitoring of andere gegevens aantonen dat de doelen van Artikel 4 voor een waterlichaam vermoedelijk niet worden bereikt, de lidstaten verplicht zijn de oorzaken van dat falen te onderzoeken en de betreffende vergunningen te herzien en aan te passen.
Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden?
De voorbeelden hierboven tonen duidelijk aan dat de impact van de juridische eisen rond waterbeheer groter wordt op het al dan niet verkrijgen van een vergunning. Gezien een vergunning de ‘Licence to operate’ is voor een onderneming, is vooruitdenken geen luxe.
Kenniscentra zoals het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) raden bedrijven dan ook aan om proactief een impactbeoordeling uit te voeren en zo na te gaan in hoeverre hun huidige of toekomstige lozingen de toetst doorstaan. Indien dit niet het geval zou zijn, is het essentieel om hier op te anticiperen en een en ander te onderzoeken. De centrale vraag hierbij luidt dan ook: hoe kan je de bedrijfsprocessen optimaliseren, van inkoop tot productie en lozing, om je concurrentiepositie te behouden en te versterken binnen het kader van een duurzaam waterbeleid?
Meer weten over duurzamer ondernemen?
Lees de artikels in ons nieuwsoverzicht.
Disclaimer:
Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, heeft alle informatie die u hier raadpleegt of verkrijgt een vrijblijvende en zuiver informatieve waarde. Ze wordt naar best vermogen en op regelmatige tijdstippen bijgewerkt. KBC Bank NV geeft echter geen garanties wat betreft de actualiteit, accuraatheid, correctheid, volledigheid of geschiktheid voor een bepaald doel van deze informatie. De hier verstrekte informatie vormt geen advies of verkoopaanbod van producten of diensten en is niet bestemd voor commercieel gebruik. U blijft zelf volledig aansprakelijk voor de gevolgen van het gebruik dat u van deze informatie maakt. De intellectuele eigendomsrechten op de informatie, publicaties en gegevens die hier verstrekt worden, komen toe aan KBC Bank NV of aan derden en u moet zich onthouden van elke inbreuk hierop. Behoudens de uitdrukkelijk voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Bank NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van deze informatie verboden.