Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Bidirectioneel laden in België: waar staan we in 2026?

Elektrische auto’s maken van een voertuig niet alleen een transportmiddel, maar ook een mobiele energiebron. En plots duiken er een hele reeks nieuwe afkortingen op. Maar wat betekenen begrippen zoals V2L, V2H of V2G precies — en welke merken bieden deze technologie vandaag al aan? Op deze en andere vragen leveren we hier een antwoord.

Dankzij nieuwe energiefuncties zou een elektrische auto ook stroom kunnen leveren aan apparaten, een woning ondersteunen of zelfs energie terugsturen naar het elektriciteitsnet. Sommige toepassingen zijn al vrij courant, terwijl andere nog in ontwikkeling zijn. En voor sommige is het wachten op een regelgevend kader.

Maar dat het er aan komt is zo goed als zeker. Een korte verduidelijking van de belangrijkste termen, verzamelt onder de noemer V2X (Vehicle-to-Everything):

  • V2L (Vehicle-to-Load) laat toe om elektrische toestellen rechtstreeks van stroom te voorzien via de wagen. Denk aan het opladen van een elektrische fiets of step, het voeden van kampeeruitrusting of zelfs kleine kantoorapparaten. De auto fungeert in dat geval als een mobiele stroombron.
  • V2H (Vehicle-to-Home) gaat een stap verder. Hierbij kan de batterij van het voertuig worden gebruikt als een soort thuisbatterij. De energie uit de auto kan bijvoorbeeld helpen om het eigen verbruik van zonnepanelen te optimaliseren of om tijdelijk elektriciteit te leveren bij een stroomonderbreking.
  • V2G (Vehicle-to-Grid) is de overtreffende trap van de twee voorgaande en maakt het mogelijk om energie terug te sturen naar het elektriciteitsnet. De batterij van de wagen wordt dan een flexibele energiebuffer die kan helpen om vraag en aanbod op het net in balans te houden. In theorie kan de bestuurder daarvoor een vergoeding krijgen of besparen door de wagen te laden wanneer elektriciteit goedkoper of groener is.

Welke merken bieden welke technologie?

V2L

V2L

V2L is momenteel de meest verspreide technologie. Steeds meer nieuwe elektrische wagens krijgen deze functie standaard mee.

Kia en Hyundai behoren tot de pioniers. Hun gamma omvat verschillende modellen met V2L-functionaliteit, zoals de Kia EV9, Kia EV3 en Hyundai Ioniq 6, maar ook kleinere modellen zoals de Hyundai Inster.

Renault biedt V2L onder meer aan op de Renault 5 E-Tech en de Scénic E-Tech. Nissan voorziet deze technologie op de volgende generatie van de Leaf, terwijl MG ze integreert in modellen zoals de MG4 en de ZS EV.

Bij BYD — inmiddels een belangrijke speler op de Europese EV-markt — is V2L eveneens beschikbaar op verschillende modellen, zoals de Dolphin, Atto 3, Seal en Seal U.

Traditionele Europese constructeurs hebben iets langer gewacht, maar bereiden zich voor op een bredere uitrol. Zo integreert BMW de technologie op nieuwe modellen zoals de iX3 ‘Neue Klasse’. Ook binnen de Stellantis-groep wordt V2L steeds vaker voorzien, bijvoorbeeld op de Peugeot e-208, e-2008 en e-308, maar ook op de Opel Astra Electric, DS N°8 en Citroën C5 Aircross.

Opvallend is dat sommige plug-in hybrides eveneens over deze functie beschikken. Zo kan bijvoorbeeld de Jaecoo 7 SHS van Omoda & Jaecoo elektrische toestellen van stroom voorzien via V2L.

V2H en V2G

V2H en V2G

Voor V2H en V2G is meer nodig dan enkel een compatibele wagen. Deze toepassingen vereisen bidirectioneel laden, waarbij energie niet alleen naar de batterij stroomt maar ook terug kan worden gestuurd.

Daarvoor is een specifieke laadoplossing nodig, samen met een systeem dat kan communiceren met de woninginstallatie of het elektriciteitsnet. De laadpaal en de wagen moeten continu gegevens uitwisselen om te bepalen hoeveel energie veilig kan worden geladen of teruggeleverd.

Bidirectioneel laden kan zowel via AC-laders als via DC-laders gebeuren. Bij AC-laden zit de omvormer in de wagen zelf, waardoor enkel voertuigen met een geschikte boordlader deze functie ondersteunen. Bij DC-laders bevindt de omvormer zich in de laadpaal, wat technisch meer flexibiliteit biedt maar doorgaans ook duurder en complexer is.

Daarnaast speelt ook het beheer van de batterij een rol. Extra laad- en ontlaadcycli kunnen de levensduur beïnvloeden, waardoor constructeurs soms beperkingen opleggen op het gebruik van bidirectionele functies of op de hoeveelheid energie die kan worden teruggeleverd.

Een bijkomende uitdaging is dat sommige autofabrikanten voorlopig nog werken met gesloten ecosystemen, waarbij bidirectioneel laden enkel mogelijk is met specifieke laadpalen of energiemanagementsystemen. De verwachting is dat dit op termijn evolueert naar meer open en gestandaardiseerde oplossingen.

Wetgeving en praktische situatie in België

Hoewel de technologie snel evolueert, staat bidirectioneel laden in België nog in een relatief vroege fase. Apparatuur die elektriciteit naar het net kan terugsturen — zoals omvormers, thuisbatterijen of bidirectionele laadpalen — moet voldoen aan de technische normen van Synergrid, de federatie van Belgische elektriciteitsnetbeheerders.

In de praktijk zijn vandaag nog maar weinig systemen volledig gecertificeerd voor teruglevering via een elektrisch voertuig. Zowel de laadoplossing als de voertuigsoftware moeten daarvoor aan specifieke vereisten voldoen. Daarnaast moeten installaties worden afgestemd met de distributienetbeheerder, zoals Fluvius, die instaat voor de netveiligheid.

Ook internationale communicatieprotocollen spelen een belangrijke rol. Standaarden zoals ISO 15118 bepalen hoe een voertuig en een laadpunt veilig met elkaar communiceren over het laden of terugleveren van elektriciteit.

Dat betekent niet dat V2G of V2H onmogelijk zijn, maar wel dat de technologie vandaag nog beperkt operationeel is. Veel laadoplossingen zijn al voorbereid op bidirectionele communicatie, zodat ze deze functies in de toekomst kunnen ondersteunen zodra regelgeving en certificering verder worden geharmoniseerd.

Technisch is teruglevering via V2G of V2H al mogelijk in pilootprojecten. Europese en Belgische tests in steden zoals Utrecht, Kortrijk en Gent tonen dat voertuigen tijdelijk stroom kunnen leveren aan gebouwen of het elektriciteitsnet. Commerciële toepassingen zijn nog beperkt door certificering, softwarebeperkingen en juridische kaders.

Op Europees niveau komt er bovendien extra duidelijkheid: vanaf 2027 moeten nieuwe laadpunten compatibel zijn met bidirectionele communicatie, wat de verdere uitrol van V2X-technologie kan versnellen.

Slim laden en energie-opportuniteiten voor wagenparken

Slim laden biedt vandaag al concrete voordelen voor bedrijven met een elektrisch wagenpark. Moderne laadpunten passen het laadvermogen automatisch aan het energieverbruik van een gebouw of aan beschikbare zonne-energie aan, waardoor piekverbruik beperkt en energiekosten beter beheersbaar worden.

In België is dit extra relevant door het capaciteitstarief, waarbij de hoogte van de piekbelasting invloed heeft op de elektriciteitsfactuur. Zelfs zonder bidirectioneel laden kan een slimme laadstrategie vandaag al financiële voordelen opleveren.

Een wagenpark met tientallen elektrische voertuigen vertegenwoordigt bovendien een aanzienlijke batterijcapaciteit. Daarom denken steeds meer organisaties na over een aangepaste car policy en laadpolicy. Praktische aandachtspunten zijn onder andere:

  • de keuze voor voertuigen die V2L- of V2X-ready zijn
  • de installatie van slimme of bidirectionele laadpalen op bedrijfsparkings
  • integratie met energiebeheer en zonnepanelen
  • afspraken over laden thuis en op het werk

Op langere termijn kunnen elektrische voertuigen een rol spelen in het bredere energiesysteem. Via zogenaamde aggregatoren kunnen groepen voertuigen worden samengebracht tot één virtuele energiebron, die tijdens piekmomenten tijdelijk stroom kan leveren aan het elektriciteitsnet.

Europese en Belgische pilots tonen dat V2G en V2H niet langer louter theoretisch zijn, maar effectief operationeel getest worden. In de toekomst zouden bedrijven met grote wagenparken hier mogelijk een vergoeding voor kunnen ontvangen. Zo wordt het wagenpark niet alleen een mobiliteitsoplossing, maar ook een strategisch onderdeel van energiebeheer en netstabiliteit.

Written by FLEET.be