Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Federaal begrotingsakkoord: (bedrijfs)wagen grotendeels buiten schot, elektrische bestelwagen verliest terrein

Het nieuwe federale begrotingsakkoord, dat deel uitmaakt van een bredere inspanning om de overheidsfinanciën te saneren, stuurt een gemengd signaal naar de professionele mobiliteitssector. Enerzijds komt de (bedrijfs)wagen nagenoeg ongeschonden uit de besprekingen, anderzijds wordt een cruciale maatregel om de elektrificatie van lichte bedrijfsvoertuigen te versnellen uiteindelijk geschrapt.

Hoewel de regering aanzienlijke besparingen doorvoert, kiest ze ervoor om de autofiscaliteit niet fundamenteel te hertekenen. Bedrijfswagens blijven grotendeels gevrijwaard van de zwaarste ingrepen, ondanks een verhoging van de accijnzen op benzine, diesel en aardgas.

Die stijging voor fossiele brandstoffen blijft overigens beperkt: ze komt neer op ongeveer 0,26 euro extra per tankbeurt van 50 liter. De hogere gasprijs wordt deels gecompenseerd door een (lichte) daling van de elektriciteitsprijs – in dit geval dus eerder goed nieuws voor elektrische mobiliteit.

Aftrek voor elektrische bestelwagens

Voor lichte bedrijfsvoertuigen met elektrische aandrijving is het plaatje veel minder rooskleurig. De regering had gewerkt aan een verhoogde investeringsaftrek voor elektrische camionettes. Het plan was ambitieus: een aftrek van 130 of 140% (in plaats van 100%), afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Zelfstandigen zouden in aanmerking komen voor een tarief van 40%, terwijl grote ondernemingen rond 30 tot 40% zouden uitkomen. De maatregel zou zelfs retroactief gelden vanaf 1 januari 2025, zowel voor aankopen als voor financiële leasingformules.

Maar het begrotingsakkoord, ook bekend als het “Arizona”-akkoord, schrapt deze verhoogde investeringsaftrek. Daardoor bespaart de staat 87 miljoen euro tussen 2026 en 2029. Deze beslissing zal de vraag naar elektrische bestelwagens op korte termijn allicht niet stimuleren.

En het mobiliteitsbudget?

Het begrotingsakkoord bevat geen bepalingen over de verplichting rond het mobiliteitsbudget. Alles wijst er nu op dat de verplichting om werknemers met recht op een salariswagen ook een mobiliteitsbudget te moeten aanbieden, niet op 1 januari 2026 in werking zal treden. Juni 2026 lijkt momenteel waarschijnlijker, aangezien nieuwe teksten opnieuw onderwerp van overleg zijn tussen de verschillende ministeriële kabinetten.

Written by FLEET.be