Week van de Mobiliteit: van lege straten op zondag naar drukke fietsostrades op werkdag
Dertig jaar geleden was een autoloze zondag nog een opvallend experiment. Vandaag is het duidelijk dat die ene dag meer in beweging heeft gezet dan alleen het verkeer.
De auto blijft voor veel mensen een belangrijk vervoermiddel. Maar hij deelt de weg steeds vaker met de fiets, het openbaar vervoer en deelmobiliteit. Wat ooit begon als een sensibiliseringsactie, groeide uit tot een motor van verandering voor onze steden én onze verplaatsingsgewoonten.
Een andere kijk op de stad
Eind jaren 90 was de auto het vertrekpunt van bijna elke verplaatsing. De eerste Autoloze Zondag doorbrak dat vertrouwde beeld.
Elk jaar werd 161 km² van Brussel afgesloten voor individueel gemotoriseerd verkeer. Daarmee creëerde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de grootste tijdelijke voetgangerszone van Europa. Ook andere steden, zoals Gent, Antwerpen, Luik en Namen, organiseerden gelijkaardige initiatieven. Plots kregen voetgangers, fietsers en bewoners alle ruimte.
Die ervaring liet een blijvende indruk na. Mensen ontdekten hoe stil een stad kan zijn zonder doorgaand verkeer. Ze merkten dat de luchtkwaliteit verbeterde en gebruikten straten en pleinen opnieuw als ontmoetingsplek. Voor velen was het de eerste keer dat ze zagen hoe anders openbare ruimte kan worden ingericht.
Van experiment naar beleid
Doorheen de jaren werd de Week van de Mobiliteit meer dan een sensibiliseringscampagne. Lokale overheden gebruikten de week steeds vaker om nieuwe verkeersconcepten uit te testen.
Sommige tijdelijke projecten kregen later een vaste plaats in het straatbeeld. Denk aan extra fietsinfrastructuur, verkeersluwe zones, voetgangersgebieden zoals die in het centrum van Brussel en de invoering van circulatieplannen zoals Good Move. Ook fietsostrades kregen een stevige impuls. Ze verbinden woongebieden steeds beter met stadscentra en maken langere fietsverplaatsingen aantrekkelijker.
Zo groeide de Week van de Mobiliteit uit tot een proeftuin voor duurzame mobiliteit.
De fiets wint terrein
Sinds 2010 is het fietsverkeer tijdens de spits met meer dan 460% gestegen.
De grootste verandering is misschien wel de opmars van de fiets.
Volgens de Fietsbarometer is het fietsverkeer tijdens de spits sinds 2010 met meer dan 460 procent gestegen. Op drukke invalswegen naar Brussel, zoals de Brusselse Wetstraat, tellen sommige telpunten tijdens de ochtendspits meer dan duizend fietsers per uur.
Ook de elektrische fiets speelt daarin een belangrijke rol. Vandaag maakt hij bijna de helft van het fietspark uit. Daardoor kiezen steeds meer mensen voor de fiets, ook voor langere afstanden.
Bakfietsen en longtails brengen 15% van de kinderen naar school.
Daarnaast zien we steeds vaker bakfietsen en longtailfietsen in het straatbeeld. Ze maken het makkelijker om kinderen of boodschappen te vervoeren. Voor sommige gezinnen vormt de fiets daardoor een volwaardig alternatief voor een tweede wagen. En dat blijkt uit de cijfers. Voor het vervoer van kinderen vertegenwoordigen deze fietsen ongeveer 15 procent van de fietsen die ’s ochtends worden geteld.
Deelmobiliteit vult dat aanbod verder aan. Deelfietsen en elektrische steps bieden extra flexibiliteit voor korte verplaatsingen in en rond de stad. Ze zijn goed voor miljoenen verplaatsingen per jaar.
Ook bedrijven schakelen mee
De mobiliteitsverandering stopt niet aan de stadspoort. Ook werkgevers zetten steeds meer in op duurzame alternatieven.
De Week van de Mobiliteit is voor veel organisaties een moment om werknemers aan te moedigen vaker voor de fiets, het openbaar vervoer of deelmobiliteit te kiezen.
Daarnaast zorgt het mobiliteitsbudget voor extra mogelijkheden. Werknemers kunnen hun bedrijfswagen of een deel ervan inruilen voor andere mobiliteitsoplossingen, zoals een bedrijfsfiets, treinabonnement of gedeelde mobiliteit.
Een verandering die blijft
De belangrijkste erfenis van de eerste autoloze zondag dertig jaar geleden ligt niet in de verkeersluwe straten van één septemberdag, maar in de mentaliteitswijziging die erop volgde. Wat begon als een symbolische actie groeide uit tot een katalysator voor een ander mobiliteitsbeleid, met meer ruimte voor fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. Dertig jaar later is de auto nog steeds aanwezig, maar niet langer vanzelfsprekend het enige antwoord op elke verplaatsing.
Written by FLEET.be