Afzwaaien vóór de wettelijke pensioendatum
Publicatie Acerta
De regering heeft de pensioenhervorming een tijdje geleden goedgekeurd. Maar wat blijkt? Het jongste pensioenonderzoek van hr-expert Acerta leert dat meer dan 9 op de 10 werknemers niet tot hun 66ste willen werken. 41% onder hen zou zelfs willen stoppen op 59 of eerder.
De nieuwe pensioenmaatregelen van de federale regering die grotendeels in 2027 in voege treden, met de invoering van een bonus-malussysteem, deden de voorbije weken opnieuw heel wat stof opwaaien. Ook het Federaal Planbureau plaatste er onlangs nog kanttekeningen bij. Die maatregelen moeten werknemers stimuleren om minder op vervroegd pensioen te gaan en om langer door te werken na hun wettelijke pensioenleeftijd.
Die wettelijke pensioenleeftijd bedraagt sinds 1 januari 2025 66 jaar en stijgt naar 67 jaar vanaf 2030. Maar zien werknemers dat wel zitten? Wanneer willen zij met pensioen?
Om meteen met de deur in huis te vallen: de overgrote meerderheid van de bevraagde werknemers wil vóór de wettelijke pensioenleeftijd (66 jaar) afzwaaien, zo blijkt uit het pensioenonderzoek van Acerta. 92,1% wil maximaal werken tot 65 jaar. Twee jaar geleden lag dat percentage een heel stuk lager (80,5%) en toen was de wettelijke pensioenleeftijd nog 65. 41% onder hen geeft zelfs aan dat ze zouden willen stoppen op de leeftijd van 59 jaar of vroeger. Slechts 7,9% geeft aan om pas op 66 of later te willen stoppen.
Nog opvallend: de helft (51%) van de twintigers en dertigers wil zelfs voor hun 60ste de arbeidsmarkt verlaten. Tegelijkertijd zijn werknemers realistisch: slechts 44% verwacht effectief voor de 66ste verjaardag te kunnen stoppen.
Tussen verwachting en realiteit
Werknemers beseffen wel dat de realiteit hen zal dwingen om langer te werken. Terwijl 92,1% vroeger wil stoppen dan wettelijk voorzien, verwachten slechts iets meer dan vier op de tien (43,9%) werknemers dat dit ook effectief zal kunnen. Bijna zes op de tien (56,1%) geven aan dat ze naar verwachting minstens tot 66 aan de slag zullen blijven.
Figuur 1: op welke leeftijd willen werknemers met pensioen gaan? – Spiegelbevraging Acerta
Mieke Bruyninckx, juridische experte bij Acerta: “Het enthousiasme om langer te werken, is niet toegenomen de voorbije jaren, terwijl de wettelijke pensioenleeftijd wel verhoogd is en de pensioenbonus mensen wil motiveren om langer te werken. Vorig jaar is de wettelijke pensioenleeftijd al gestegen naar 66 jaar. Vanaf 2030 wordt dat 67 jaar. De impact van de pensioenhervormingen, waarbij ook de toegang tot het vervroegd pensioen strikter wordt, maakt dat sommige werknemers langer moeten werken.
We raden werkgevers aan aandacht te hebben voor de motivatie bij werknemers om de loopbaan te verlengen. Werkbaar werk is dé sleutel: als jobs voldoende ruimte bieden voor autonomie, haalbaarheid en flexibiliteit, dan kan langer werken echt een wenselijke keuze worden. Dat kan bijvoorbeeld door aangepast werk te voorzien, een nieuwe job invulling aan te bieden of een andere functie in hetzelfde of een ander bedrijf via een systeem van personeel delen.”
Jongere medewerkers willen vroeg stoppen
De voorkeuren om vroeger af te zwaaien, verschillen naargelang de leeftijd. Opvallend genoeg: naarmate de leeftijd van de bevraagde werknemers toeneemt, groeit het enthousiasme om langer te werken. Maar liefst 93% van de 18- tot 35-jarigen wil tot maximum 65 jaar werken. Iets meer dan de helft (51%) wil zelfs al op 59 jaar of eerder stoppen. Bij de 55-plussers zijn de cijfers iets beter: 86,2% wil tot maximum 65 jaar aan de slag zijn.
Figuur 2: op welke leeftijd gewenst met pensioen, per leeftijdscategorie? – Spiegelbevraging Acerta
Wat een verschil met de leeftijd waarop jongere medewerkers denken daadwerkelijk met pensioen te gaan. Terwijl amper 7% van de 18- tot 35-jarigen en 5,7% van de 36- tot 45-jarigen tot 66 jaar of langer wil werken, denken respectievelijk 61,5% en 65,6% onder hen langer dan hun 66ste te moeten doorgaan. Velen vrezen dus de tering naar de nering te moeten zetten.
Bonus versus malus
Dat werknemers in bepaalde gevallen financieel minder zullen krijgen als ze vervroegd met pensioen gaan (malus), kan op weinig bijval rekenen. Liefst 7 op de 10 werknemers (70,3%) is eerder tot sterk tegen de pensioenmalus. Het aantal tegenstanders is het grootst bij 55-plussers. Bijna 75,1% van hen is eerder tot sterk tegen de malus gekant. De sterkste tegenkanting zien we trouwens bij arbeiders en vrouwen. Bijna 8 op de 10 arbeiders (79,8%) en 3 op de 4 vrouwen (74%) is eerder tot sterk tegen.
Het bonussysteem, waarbij langer werken dan de wettelijke pensioenleeftijd extra pensioen oplevert, wordt positiever ontvangen: bijna 2 op de 3 (62%) zijn (sterk) voor de maatregel. Dat enthousiasme neemt wel af naarmate de werknemer dichter zijn pensioen nadert.
Tot slot nog een opvallende vaststelling: liefst 52,6% overweegt niet om de loopbaan te verlengen en zo de pensioenbonus te bekomen. 39,7% overweegt het misschien. Het aantal werknemers dat niet langer wil doorwerken voor de pensioenbonus neemt toe naarmate het pensioen nadert: van de 18- tot 35-jarigen zegt 35,3% neen, van de 55-plussers wil 7 op de 10 (69,9%) niet langer werken om de pensioenbonus te bekomen.
Over de cijfers
De gegevens zijn afkomstig uit de jaarlijkse Spiegelbevraging die Acerta opstelde met ondersteuning van Bart Meuleman, socioloog en survey methodoloog en als docent verbonden aan de KU Leuven. De bevraging werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Indiville bij een staal van meer dan 600 Belgische werkgevers en meer dan 2 000 werknemers
Disclaimer:
Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, heeft alle informatie die u hier raadpleegt of verkrijgt een vrijblijvende en zuiver informatieve waarde. Ze wordt naar best vermogen en op regelmatige tijdstippen bijgewerkt. KBC Bank NV geeft echter geen garanties wat betreft de actualiteit, accuraatheid, correctheid, volledigheid of geschiktheid voor een bepaald doel van deze informatie. De hier verstrekte informatie vormt geen advies of verkoopaanbod van producten of diensten en is niet bestemd voor commercieel gebruik. U blijft zelf volledig aansprakelijk voor de gevolgen van het gebruik dat u van deze informatie maakt. De intellectuele eigendomsrechten op de informatie, publicaties en gegevens die hier verstrekt worden, komen toe aan KBC Bank NV of aan derden en u moet zich onthouden van elke inbreuk hierop. Behoudens de uitdrukkelijk voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Bank NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van deze informatie verboden.