Belastingvoordeel bij kwijtschelding huur ondernemingen: ook bij particuliere verhuurders

De overheidsmaatregelen in het kader van de coronacrisis hebben als gevolg dat verschillende ondernemingen hun deuren tijdelijk hebben moeten sluiten (zoals bepaalde winkels, restaurants, cafés en fitnesscentra). Hun vaste kosten blijven echter lopen, zoals de huurprijs van het pand waarin de onderneming gevestigd is.
 
De federale wetgever heeft dan ook een bijzonder fiscaal voordeel ingevoerd specifiek voor een vrijwillige kwijtschelding van de huur voor maart, april en mei 2021. Dit geldt zowel voor verhuurders-vennootschappen als voor verhuurders-natuurlijke personen. In het eerste geval gaat het om een belastingkrediet in de vennootschapsbelasting, in het tweede geval om een belastingvermindering in de personenbelasting.

Voorwaarden

Om het belastingvoordeel te kunnen genieten moeten zowel het onroerend goed, de huurder, de verhuurder als de kwijtschelding op zich aan een aantal voorwaarden voldoen:

1. Onroerend goed

Het onroerend goed moet een gebouw zijn dat in België is gelegen en dat wordt verhuurd. Het tegen vergoeding ter beschikking stellen wordt met verhuur gelijk gesteld, hetgeen betekent dat het niet moet gaan om (handels)huur, maar dat bijvoorbeeld een erfpachtovereenkomst of brouwerijcontract ook in aanmerking komt

2. Huurder

De huurder

  • Moet voor de periode waarvoor de huurprijs wordt kwijtgescholden ofwel een natuurlijke persoon zijn die een zelfstandige activiteit uitoefent in hoofdberoep, ofwel een ‘kleine’ vennootschap, ofwel een ‘kleine’ vereniging
  • Moet gedurende dezelfde periode volgens de Kruispuntbank voor Ondernemingen actief zijn als 'onderneming op het adres van het gehuurde onroerend goed
  • Heeft de vestigingseenheid van zijn onderneming op het adres van het onroerend goed verplicht moeten sluiten als gevolg van de federale coronamaatregelen die zijn genomen sinds 12 maart 2020
  • Mocht voor de betrokken huurovereenkomst geen huurachterstallen hebben op 12 maart 2020
  • Is op het moment van de kwijtschelding geen ‘onderneming in moeilijkheden’

3. Verhuurder

De verhuurder mag geen band hebben met de huurder.

Dit betekent onder meer dat:

  • Bij een verhuur tussen natuurlijke personen, de huurder niet de echtgenoot of de wettelijk of feitelijk samenwonende partner mag zijn van de verhuurder en evenmin zijn kind, ascendent of broer of zus. Het mag ook niet gaan om een kind, ascendent, broer of zus van de echtgenoot of wettelijk of feitelijk samenwonende partner van de verhuurder
  • Bij een verhuur door een natuurlijke persoon aan een vennootschap, de verhuurder geen bedrijfsleider mag zijn in de vennootschap-huurder. Hetzelfde geldt voor zijn echtgenoot, wettelijk of feitelijk samenwonende partner, kinderen, ascendenten en broers en zussen. Dat geldt ook voor de kinderen, ascendenten en broers en zussen van de echtgenoot of wettelijk of feitelijk samenwonende partner van de verhuurder. Daarnaast mag de verhuurder geen aandelen bezitten in de vennootschap-huurder die meer dan 30% vertegenwoordigen van het eigen vermogen
  • Bij een verhuur tussen vennootschappen het niet om verbonden vennootschappen mag gaan in de zin van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

4. Kwijtschelding van de huurprijs

De verhuurder moet ‘vrijwillig en definitief’ beslissen de huurprijs ‘voor het voor de ondernemingsactiviteit aangewende gedeelte’ van het gebouw geheel of gedeeltelijk (maar wel voor minstens 40%) kwijt te schelden voor de maanden maart, april of mei 2021. Het gedeelte dat de huurder ter beschikking stelt van een derde (bijvoorbeeld bedrijfsleider, werknemer, onderhuurder) wordt niet beschouwd als zijnde gebruikt ‘voor de eigen ondernemingsactiviteit’

Deze kwijtschelding wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die uiterlijk 15 juli 2021 moet worden bezorgd aan de Administratie

Belastingvoordeel

De belastingvermindering (natuurlijke personen) en het belastingkrediet (vennootschappen) zijn gelijk aan 30% van het bedrag van de kwijtgescholden huur

Er geldt evenwel een dubbele beperking:

  • Maximum 5.000 euro per maand per huurovereenkomst, en
  • Maximum 45.000 euro per belastingplichtige-verhuurder (alle huurovereenkomsten samen)

Antimisbruik

Deze regeling is uitdrukkelijk onderworpen aan de algemene antimisbruikbepaling van artikel 344 § 1 WIB 1992 (bijvoorbeeld kwijtschelding van de huurprijs die nadien gecompenseerd wordt met een niet-verantwoorde verhoging van de huurprijs).

Bron

Wet 02.04.2021 ‘houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie’, gepubliceerd in het BS 13.04.2021

Meer info

Uw private banker of wealth officer vertelt er u graag meer over. 

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Inschrijven op onze nieuwsbrief

Auteur

Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.