Minimumbezoldiging bedrijfsleiders: aangescherpt op twee punten
Het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting houdt in dat een vennootschap op de eerste 100.000 euro belastbare winst slechts 20% belasting betaalt, in plaats van het standaardtarief van 25%. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de vennootschap voldoen aan de criteria van een kleine vennootschap en daarnaast nog aan een aantal bijkomende voorwaarden voldoen.
Zo moet de kleine vennootschap onder meer aan minstens één bedrijfsleider de minimumbezoldiging toekennen. Deze minimumbezoldiging werd recent op 2 punten verstrengd. Zo wordt het gekende brutobedrag van 45.000 euro opgetrokken tot 51.000 (vanaf aanslagjaar 2027). Daarnaast mogen forfaitaire voordelen van alle aard voortaan nog slechts maximaal 20% van de totale bruto bezoldiging uitmaken.
Belangrijk is dat deze wijzigingen voor vennootschappen waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar (balansdatum 31 december) al gevolgen hebben voor het lopende boekjaar. De wet tot hervorming van de personenbelasting, waarvan deze maatregel deel uitmaakt, is op 1 september 2026 in werking getreden en bepaalt dat de nieuwe regels van toepassing zijn vanaf aanslagjaar 2027.
Minimumbezoldiging stijgt van 45.000 naar 51.000 euro
Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt de minimumbezoldiging van 45.000 naar 51.000 euro. Voortaan wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd en afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. Bedrijfsleiders doen er daarom goed aan hun bezoldigingspakket elk jaar te toetsen aan de drempel die voor het betrokken aanslagjaar geldt.
De minimumdrempel bedraagt voor aanslagjaar 2027 niet voor elke kleine vennootschap 51.000 euro:
- Ligt het belastbare resultaat van de kleine vennootschap onder die drempel, dan volstaat een bedrijfsleidersbezoldiging die minstens gelijk is aan het belastbare resultaat van de vennootschap.
- Een startende vennootschap is tijdens de eerste vier belastbare tijdperken na de oprichting vrijgesteld van de minimumbezoldigingsvoorwaarde voor de toepassing van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Let op: ze moet wel de nieuwe 20%-grens respecteren om van dat tarief te kunnen genieten.
Beide afwijkingen op die minimumdrempelbestaan al langer en blijven bijgevolg ongewijzigd.
‘Bovenmatige’ voordelen van alle aard
De bedrijfsleidersbezoldiging bestaat doorgaans niet alleen uit een cashcomponent, maar ook uit belastbare voordelen van alle aard. Dat zijn voordelen die de bedrijfsleider verkrijgt uit of naar aanleiding van de beroepsactiviteit en die daarom ook als belastbare beroepsinkomsten worden beschouwd.
Bent u bedrijfsleider van een startende vennootschap? Dan is de onderstaande wijziging ook tijdens de eerste vier boekjaren voor u relevant.
Vanaf aanslagjaar 2027 mogen forfaitaire voordelen van alle aard maximaal 20% van de totale brutobezoldiging uitmaken. De wetgever viseert uitsluitend forfaitair belaste voordelen, zoals het voordeel voor het privégebruik van een bedrijfswagen, een ter beschikking gestelde woning, verwarming en elektriciteit, een goedkope of renteloze lening en forfaitair belaste aandelenopties.
Wordt de 20%-grens overschreden, dan verliest de vennootschap het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Opvallend is dat die grens niet per bedrijfsleider wordt beoordeeld: de bezoldigingen en voordelen van alle betrokken bedrijfsleiders worden samengeteld.
Bent u samen met uw partner bedrijfsleider van dezelfde vennootschap? Dan moet worden nagegaan of de forfaitaire voordelen die de vennootschap aan u beiden toekent, samen niet bovenmatig zijn in verhouding tot de totale brutobezoldiging die u samen ontvangt.
Die gezamenlijke beoordeling kan verrassende gevolgen hebben voor uw bezoldigingspakket.
Twee voorbeelden verduidelijken dit principe.
U bent samen met uw partner bedrijfsleider van een kleine vennootschap die niet meer als starter wordt beschouwd.
- U ontvangt een bruto bezoldiging van 45.000 euro, waarvan forfaitaire voordelen van alle aard t.w.v. 10.200 euro.
- Uw partner ontvangt een bruto bezoldiging van 20.000 euro, waarvan forfaitaire voordelen van alle aard t.w.v. 6.000 euro.
Om in aanslagjaar 2027 het verlaagde tarief te genieten, moet minstens één bedrijfsleider een brutobezoldiging van 51.000 euro ontvangen. U verhoogt daarom uw cashcomponent, terwijl het bezoldigingspakket van uw partner ongewijzigd blijft.
Hoewel uw bezoldiging na de verhoging van de cashcomponent afzonderlijk aan de 20%-grens voldoet, kan de vennootschap het verlaagde tarief toch niet genieten. Ook het bezoldigingspakket van uw partner telt immers mee. De forfaitaire voordelen van alle aard bedragen samen 22,82% van de totale brutobezoldiging: 16.200 euro aan voordelen tegenover 71.000 euro aan brutobezoldigingen.
De gezamenlijke beoordeling kan echter ook in uw voordeel spelen. Bijvoorbeeld:
- U ontvangt een bezoldiging van 51.000 euro, waarvan forfaitaire voordelen van alle aard t.w.v. 11.500 euro.
- Uw partner ontvangt een bezoldiging van 20.000 euro, waarvan forfaitaire voordelen van alle aard t.w.v.1.500 euro.
Uw bezoldiging voldoet afzonderlijk niet aan de 20%-grens. Worden beide bezoldigingen samen beoordeeld, zoals de wet voorschrijft, dan daalt de verhouding tot 18,18% en kan de vennootschap het verlaagde tarief wel genieten.
Verrekening roerende voorheffing DBI-beveks
Sinds aanslagjaar 2026 kan de roerende voorheffing op een ontvangen coupon van een DBI-bevek alleen worden verrekend als minstens één bedrijfsleider de minimumbezoldiging ontvangt. Vanaf aanslagjaar 2027 geldt daarvoor ook de verhoogde drempel van 51.000 euro. De beperking van 20% forfaitaire voordelen van alle aard is volgens de huidige wettekst niet van toepassing. Het blijft echter onzeker of de wetgever dat onderscheid bewust heeft gemaakt dan wel of het om een onbedoelde vergetelheid gaat.
En nu: bedrijfsleidersbezoldiging optrekken?
Kijk bij de beoordeling van uw bezoldigingspakket verder dan alleen het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Ook de impact op uw personenbelasting, sociale zekerheid en pensioenopbouw speelt mee.
Het verlaagde tarief levert de vennootschap maximaal 5.000 euro voordeel op: 20% in plaats van 25% belasting op de eerste schijf van 100.000 euro winst. Worden die extra reserves vervolgens als dividend uitgekeerd met 18% roerende voorheffing, dan bedraagt uw privévoordeel maximaal 4.100 euro.
Elke situatie is anders en vraagt daarom om een individuele analyse en advies op maat.
Vragen? Contacteer uw private banker of wealth manager.
Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.