Een vennootschap kan haar liquiditeitsoverschotten beleggen. Daarbij moet ze rekening houden met de fiscale gevolgen van die belegging. Beleggen in individuele aandelen is fiscaal meestal niet erg interessant. Een goed alternatief kan de DBI-bevek zijn. Waarop u moet letten als u met uw vennootschap wilt beleggen in een DBI-bevek, leest u hierna.
Beleggen in (individuele) aandelen minder interessant
Dividenden van aandelen en gerealiseerde meerwaarden op aandelen zijn in principe belastbaar in de vennootschapsbelasting.
Dividenden en meerwaarden kunnen enkel vrijgesteld worden als aan de 3 DBI-voorwaarden is voldaan.
De voorwaarden waaraan cumulatief voldaan moet zijn opdat een vennootschap de DBI-aftrek zou kunnen genieten, zijn de taxatie-, de permanentie- en de participatievoorwaarde.
- De taxatievoorwaarde gaat na of de vennootschap waarvan dividenden worden ontvangen of waarvan de aandelen met meerwaarde worden gerealiseerd, een normaal belastingregime heeft ondergaan.
- De permanentievoorwaarde vereist dat de aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste een jaar in volle eigendom werden aangehouden.
- De participatievoorwaarde houdt in dat de vennootschap-aandeelhouder een deelneming in het kapitaal moet hebben van minstens 10% of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro in de vennootschap waarvan zij de aandelen met meerwaarde vervreemdt. Voor grote vennootschappen is vanaf aanslagjaar 2026 bovendien vereist dat een participatie van minder dan 10% (maar wel met een aanschaffingswaarde van 2,5 miljoen euro) bijkomend de aard van 'financieel vast actief'1 moeten hebben om voor de DBI-aftrek in aanmerking te komen.
1 Voor het begrip 'financiële vaste activa' wordt verwezen naar de betekenis die eraan wordt gegeven door de boekhoudwetgeving. Dat impliceert dat de aangehouden aandelen moeten geboekt worden onder 'deelnemingen in verbonden entiteiten', 'deelnemingen in vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat' ofwel 'deelnemingen in andere financiële vaste activa'. Een boeking onder deze posten veronderstelt dat de onderneming een duurzame en specifieke band met de onderneming waarin ze belegt wil hebben en de belegging dus niet puur als een investering ziet.
Natuurlijk zal de participatievoorwaarde in zeer veel gevallen de vrijstelling van meerwaarden op aandelen in het gedrang brengen. Als aan deze voorwaarde niet voldaan is, zal de meerwaarde bijgevolg aan de normale tarieven van de vennootschapsbelasting worden belast.
Waarom kan de DBI-bevek interessant zijn?
Een DBI-bevek is een beleggingsvennootschap die aan verschillende voorwaarden moet voldoen. Zo moet een DBI-bevek bijvoorbeeld minstens 90% van de door haar verkregen netto-inkomsten uitkeren.
Beleggen in een DBI-bevek is een fiscaal interessant alternatief, omdat een vennootschap daarbij niet moet voldoen aan de permanentie- en de participatievoorwaarde om de ontvangen meerwaarden en dividenden in verhouding tot de DBI-coëfficiënt vrij te stellen van vennootschapsbelasting.
De taxatievoorwaarde moet echter wel vervuld zijn in hoofde van de DBI-bevek. Een DBI-bevek kan zowel kwalificerende als niet-kwalificerende inkomsten ontvangen. Kwalificerende inkomsten zijn inkomsten uit aandelen die aan de taxatievoorwaarde voldoen. De verhouding tussen deze inkomsten wordt permanent berekend en vertaald in een zogenaamde ‘DBI-coëfficiënt’. Concreet kan de vennootschap-belegger:
- DBI-aftrek genieten op de ontvangen dividenden die worden uitgekeerd door de DBI-bevek in verhouding tot de DBI-coëfficiënt (zie hieronder wat betreft niet-verrekenbaarheid roerende voorheffing als geen minimale bezoldiging aan een bedrijfsleider wordt toegekend).
- Vrijstelling genieten op de inkoop van de aandelen door een DBI-bevek in verhouding tot de DBI-coëfficiënt.
Volgens de Wet Diverse bepalingen zullen gerealiseerde 'meerwaarden' op aandelen van DBI-beveks vanaf aanslagjaar 2026 onderworpen worden aan 5% belasting. In de praktijk zal uw vennootschap evenwel (quasi) nooit aandelen van een DBI-bevek verkopen aan een derde. De DBI-bevek zal quasi altijd haar eigen aandelen inkopen (en onmiddellijk vernietigen). Uw vennootschap realiseert in dat geval geen meerwaarde op aandelen, maar een inkoopbonus (=dividend) waarop ze (blijvend) de DBI-aftrek zal kunnen toepassen. Op deze inkoopbonus is de afzonderlijke aanslag van 5% niet van toepassing.
Opgelet, de heffing van 5% zal bijvoorbeeld wel van toepassing zijn als uw vennootschap in het kader van een dividenduitkering kiest voor de overboeking van bestaande DBI-beleggingen uit haar eigen effectenportefeuille naar de effectenportefeuille van de aandeelhouder(s). Een overboeking van effecten naar de rekening van de aandeelhouder(s) betekent voor de dividenduitkerende vennootschap een ‘realisatie’.
Het onderstaande voorbeeld illustreert het verschil in rendement tussen enerzijds beleggen in een individueel aandeel (meerwaarde volledig belastbaar) en anderzijds in een 100% aandelenfonds met DBI-aftrek op basis van een DBI-coëfficiënt van bijvoorbeeld 97%. We gaan uit van hetzij een meerwaarde op aandelen, hetzij een inkoopbonus m.b.t. de DBI-bevek van telkens 100.000 euro.
Individueel aandeel | DBI-bevek (97%) | |
Aankoop | 100.000,00 | 100.000,00 |
Waarde bij realisatie | 110.000,00 | 110.000,00 |
Meerwaarde/inkoopbonus | 10.000,00 | 10.000,00 |
DBI-aftrek | 0,00 | 9.700,00 |
Belastbare basis | 10.000,00 | 300,00 |
Vennootschapsbelasting* | -2.500,00 | -75,00 |
Nettorendement in vennootschap | 7.500,00 | 9.925,00 |
(*) ervan uitgaande dat de betrokken vennootschap wordt belast aan de normale tarieven in de vennootschapsbelasting (25%)
Verdere aandachtspunten
- Minderwaarden op DBI-beveks zijn fiscaal niet aftrekbaar. Dat geldt echter ook voor minderwaarden op individuele aandelen of op andere beveks.
- Als de vennootschap-belegger onvoldoende winst maakt in een bepaald belastbaar tijdperk om van de DBI-aftrek te kunnen genieten, is de DBI-aftrek onbeperkt in de tijd overdraagbaar.
- De DBI-bevek moet de passende roerende voorheffing inhouden als ze een dividend betaalt of toekent. De ingehouden roerende voorheffing is voor de vennootschap-belegger in principe verrekenbaar en terugbetaalbaar (net zoals bij individuele aandelen en beveks).
- De ingehouden roerende voorheffing op het vrijgestelde deel van het dividend is voor de vennootschap-belegger vanaf aanslagjaar 2026 alleen nog verrekenbaar met de vennootschapsbelasting (en eventueel terugbetaalbaar), in zoverre de ontvangende vennootschap in het inkomstenjaar van ontvangst van de uitkering van de DBI-bevek een minimale bezoldiging toekent aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon. De minimale bedrijfsleidersbezoldiging die op heden moet toegekend worden, bedraagt 45.000 euro, maar zou volgens ontwerpwetgeving worden opgetrokken naar 50.000 euro vanaf aanslagjaar 2027. Het bedrag van de vereiste minimale bedrijfsleidersbezoldiging zou in de toekomst ook jaarlijks geïndexeerd worden. Als het belastbare inkomen van de vennootschap lager ligt dan dit bedrag, wordt de minimumdrempel versoepeld. In dat geval volstaat het dat een bezoldiging wordt toegekend die minstens gelijk is aan het belastbare inkomen van de vennootschap
- Kmo-vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting van 20% op de eerste 100.000 euro aan belastbare grondslag toepassen. Eén van de voorwaarden stelt dat de vennootschap niet overmatig in aandelen mag beleggen (meer dan 50% van een specifiek eigen vermogen). Daarbij moet ze, naast individuele aandelen, ook rekening houden met beleggingen in beveks en DBI-beveks.
- De belegging in een DBI-bevek moet overeenstemmen met het beleggersprofiel van de betrokken vennootschap.
- Als de vennootschap permanent over liquiditeitsoverschotten beschikt, kan ze overwegen om de liquiditeiten eerst aan de vennootschap te onttrekken om ze daarna te beleggen in de privésfeer.
Fiscale behandeling
Het stelsel van definitief belaste inkomsten (DBI) is van toepassing voor vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting voor niet-inwoners. De werkelijke fiscale behandeling zal afhankelijk zijn van bepaalde elementen van de DBI-bevek zelf en van de inidividuele situatie van de betrokken vennootschap. De fiscale behandeling kan in de toekomst wijzigen.
Wat zijn de risico's?
- DBI-beveks beleggen in aandelen. Dat betekent doorgaans meer schommelingen in de waarde van het fonds, maar ook mogelijk betere rendementsvooruitzichten op langere termijn.
- Houd er ook rekening mee dat deze DBI-beveks geen vast rendement, geen kapitaalbescherming en geen vervaldag hebben.
* Update van 19 maart 2026