Naamveilingen: het verborgen geheim achter de meest begeerde kunstwerken ter wereld
Er zijn van die momenten waarop een markt zich in één avond opnieuw uitvindt. Maandag 18 mei in New York was zo’n moment. In de veilingzaal van Christie’s aan Rockefeller Center wisselde in minder dan drie uur tijd meer dan 1,1 miljard dollar aan kunst van eigenaar. Een historisch resultaat voor de op één na hoogste opbrengst ooit voor een enkele veilingavond, enkel overtroffen door de verkoop van de Paul Allen-collectie in 2022. Maar cijfers alleen verklaren niet wat er werkelijk gebeurde.
Centraal stond een uitzonderlijke groep van zestien werken uit de nalatenschap van S.I. Newhouse, een naam die al maanden als een magneet werkte op verzamelaars wereldwijd. Deze collectie belichaamde niet alleen artistieke topkwaliteit, maar straalde ook vertrouwen uit.
Die dynamiek zette zich door gedurende de hele week. Records sneuvelden, veilinghuizen vierden meerdere 'white glove' sales en de sfeer deed denken aan de hoogdagen van de markt. Op het eerste gezicht leek de verklaring eenvoudig: absolute topwerken, ondersteund door garanties, vonden vanzelf hun weg naar kapitaalkrachtige kopers.
Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Wie aandachtiger kijkt, merkt dat het succes niet alleen bepaald wordt door wát er onder de hamer komt, maar vooral door de manier waarop het naar de markt gebracht wordt. De essentie van deze week ligt dan ook niet in de objecten zelf, maar in het mechanisme erachter. Wat maakt een naamveiling zo krachtig? En waarin schuilt precies haar geheim?
We maken voor u een analyse van de belangrijkste naamveilingen tijdens de voorbije New York marque evening sales.
De Newhouse-collectie bij Christie’s in één oogopslag: 16 werken, verkocht in amper 40 minuten, goed voor 630 miljoen dollar.
S.I.Newhouse, die in 2017 op 89-jarige leeftijd overleed, verzamelde niet om te investeren. Hij verzamelde werken om te begrijpen. Zijn collectie getuigde van een bijna onverzadigbare intellectuele nieuwsgierigheid, zowel voor sculptuur als schilderkunst. Tegelijk bezat hij het zeldzame geduld om uitsluitend het allerbeste na te jagen. Een werk als Number 7A van Jackson Pollock illustreert dat perfect. Hij had het al meermaals bewonderd toen het zich nog in de collectie van Alfred Taubman bevond, en moest uiteindelijk bijna tien jaar wachten om het zelf te kunnen verwerven. De ware verzamelaar laat zich immers niet leiden door tijdsdruk maar door het oog.
Het monumentale doek, meer dan drie meter breed, ging onder de hamer voor een recordbedrag van 181,2 miljoen dollar. Veilingmeester Adrien Meyer leidde een intense biedstrijd tussen zes kandidaat-kopers. Pollock schilderde het werk in 1948, op het absolute hoogtepunt van zijn carrière. Het geldt als het topwerk van zijn iconische dripping-techniek, waarbij hij industriële verf al druppelend, slingerend en spetterend over een horizontaal liggend doek aanbracht. Het resultaat is een krachtig en dynamisch geheel dat vandaag wordt beschouwd als een van de meest iconische werken uit zijn oeuvre.
Lessons learned, waardecreatie in de kunstmarkt
En toch kan zelfs een meesterwerk de markt niet altijd overtuigen. We keren terug naar 13 mei 2025. In de zaal van Sotheby’s bereidt veilingmeester Oliver Barker zich voor om Grande tête mince van Alberto Giacometti onder de hamer te brengen. Helaas blijft het werk onverkocht. Zonder garantie en met een onvoldoende overtuigend verhaal slaagt de veiling er niet in kopers te bewegen. De veilingwereld heeft hier zeker en vast lessen uitgetrokken. Een jaar later zijn de naamveilingen in New York dan ook volledig gegarandeerd.
Een succesvolle veiling orkestreren gaat echter verder dan enkel het bieden van financiële garanties. Voor de promotie van de verkoop van Brancusi’s Danaïde (ca. 1913) koos Christie’s voor een opvallende strategie. In een zorgvuldig geregistreerde campagne werd actrice Nicole Kidman ingezet als gezicht van de veiling. In een visueel sterk opgebouwde video beweegt zij zich rond het sculptuur, waarbij haar houding subtiel het gebogen hoofd van de sculptuur weerspiegelt. De prachtige sculptuur was eveneens al wekenlang het gespreksonderwerp bij uitstek omwille van de schoonheid waarmee Brancusi de menselijke gelaatstrekken en emoties tot de essentie wist te reduceren. Bovendien is deze Danaïde nog het enige exemplaar in privé handen. Het inzetten van de actrice was niettemin een gewaagde zet, maar de combinatie van esthetische kracht en strategische storytelling bleek bijzonder effectief: Danaïde bracht uiteindelijk 107,6 miljoen dollar op.
Naast de glamoureuze campagne speelde nog een andere, minder zichtbare maar strategisch cruciale factor mee. Net op het moment van de veiling kondigde Pace Gallery aan dat het de wereldwijde vertegenwoordiging van het Brancusi estate op zich neemt. Deze vorm van institutionele validatie door een van de meest invloedrijke galerijen in het topsegment kon moeilijk beter getimed zijn.
Pace beheert immers ook de estates van zwaargewichten als Rothko, Calder en Dubuffet, en fungeert daarmee als een belangrijke referentie voor kwaliteit, expertise en marktvertrouwen. De aankondiging ging bovendien gepaard met plannen voor een grootschalige Brancusi tentoonstelling in Londen in het najaar, wat de internationale zichtbaarheid en relevantie van de kunstenaar nog verder versterkt.
Een schoolvoorbeeld van waardecreatie in het topsegment van de kunstmarkt.
Verzamelaars kopen provenance
De schatkamer van Marian Goodman
De Amerikaanse galeriste Marian Goodman onderscheidde zich door duurzame langetermijnrelaties op te bouwen met haar kunstenaars. In plaats van te focussen op snelle commerciële winsten, zette zij in de eerste plaats in op institutionele erkenning. Voor Gerhard Richter betekende dit een doorbraak in de Verenigde Staten. Goodman introduceerde hem in Amerika en hielp zo om zijn reputatie uit te bouwen tot een van de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie. Ze creëerde als het ware zijn markt in Amerika. Goodman en Richter werkten gedurende bijna veertig jaar nauw samen.
Na haar overlijden in januari 2026 kwam een deel van haar persoonlijke collectie op de markt. De veilingresultaten van de voorbije periode bevestigden zowel de kracht als de nuance van haar nalatenschap. De groep van acht Richter werken bracht samen ongeveer 78,8 miljoen dollar op, licht boven de verwachtingen, wat de kwaliteit en herkomst van de werken onderstreepte. Tegelijk bleef het absolute topstuk, Kerze (1982), met 35,1 miljoen dollar onder de hoge verwachtingen, wat illustreert dat zelfs binnen een uitzonderlijke collectie de markt vandaag selectiever en gedisciplineerder is.
Agnes Gund, best-in-class Rothko
Als bestuurder van het MoMA speelde filantrope Agnes Gund een invloedrijke rol in de hedendaagse kunst. Tijdens een studiobezoek aan Mark Rothko kocht ze in 1967 op zijn eigen advies No. 15 (Two Greens and Red Stripe) (1964).
Dit werk geldt als een uitgesproken best-in-class Rothko: het stamt uit zijn meest gezochte periode, werd rechtstreeks van de kunstenaar verworven en bleef vervolgens bijna zestig jaar onafgebroken in dezelfde privécollectie. Die uitzonderlijk zuivere provenance leidde uiteindelijk tot een verkoopprijs van 98,3 miljoen dollar.
Opvallend was dat tijdens de New Yorkse veilingweek meerdere Rothko’s tegelijk op de markt kwamen, wat het onderscheid tussen absolute topwerken spannend maakte.
Voor meer informatie kunt u altijd terecht bij een KBC-private banker of wealth manager.