Nieuwe curator voor het Snijders&Rockoxhuis
Kunsthistoricus Maarten Bassens neemt eind april de fakkel over van Hildegard Van de Velde, die sinds 2001 als conservator aan het roer stond van het Snijders&Rockoxhuis. Het Antwerpse museum voor oude kunst behoort tot het KBC-patrimonium en neemt een unieke plek in binnen het bredere museumlandschap. Een dubbelgesprek over schilderkunst in de zestiende en zeventiende eeuw, de waarde van de KBC-collectie en de toekomst van de culturele sector.
KBC is de enige Belgische bank die haar kunstcollectie openstelt in een permanent museum.
Hildegard Van de Velde, conservator
Een indrukwekkende vaste collectie meesterwerken uit onze contreien, tijdelijke expo’s en het depot oude kunst van KBC. Uittredend conservator Hildegard Van de Velde zette het eerbiedwaardige Snijders&Rockoxhuis, hartje Antwerpen, stevig op de kaart van de Vlaamse museumwereld.
Hoe past het museum precies binnen de KBC-structuur?
Hildegard Van de Velde: “KBC beschikt over een omvangrijke kunstverzameling van zo’n 3.500 stukken. Daartoe behoort een deelcollectie met werken van oude meesters, die wordt ontsloten in het Snijders&Rockoxhuis. Omdat de bank geen taken van een museum kan opnemen, gebeurt dat binnen een vzw. Daarnaast is er de moderne kunstcollectie op de hoofdkantoren in Brussel en Leuven. Die bevat namen als Raveel, Ensor en Permeke. Zowel de Antwerpse huizen als beide collecties zijn hoekstenen van het imago van KBC.”
Het Snijders&Rockoxhuis is in de eerste plaats een publiek toegankelijk museum, zoals het KMSKA
Hildegard Van de Velde: “Het museum heeft bovendien een officieel kwaliteitslabel van de Vlaamse overheid. KBC is de enige Belgische bank die haar kunstcollectie in een permanent museum voor het publiek openstelt. In de kunst van de zestiende en zeventiende eeuw uit de Zuidelijke Nederlanden hebben we de voorbije 40 jaar een sterke reputatie uitgebouwd, met een volwaardige museumwerking en meesterwerken van Rubens, Van Dyck en Jordaens uit eigen huis. We geven zo echt iets terug aan de maatschappij.”
Maarten Bassens: “De deelcollectie van KBC met oude kunst bevat heel wat Vlaamse topstukken. Die openstellen voor het publiek vereist behoud, beheer en publieksontsluiting. Wij beheren als asset managers een fonds van ettelijke miljoenen euro en zijn tegelijk ambassadeurs die mee de visie van KBC uitdragen. Maar vooral blijven we verhalenvertellers van een museum met 2 sterren in de Groene Michelin-gids!”
Even terugblikken op de geschiedenis van het Snijders&Rockoxhuis zelf: het gaat eigenlijk over 2 historische huizen
Maarten Bassens: “In 1970 kocht de toenmalige Kredietbank enkele gebouwen in de Antwerpse Keizerstraat, om er ontmoetingsruimtes en een museum in onder te brengen. Er volgden jarenlange renovatiewerken en in 1977 volgde de opening. Dankzij Hildegard zijn we blijven professionaliseren.”
Hildegard Van de Velde: “Het was eigenlijk niet de bedoeling om grootschalige tentoonstellingen op te zetten. Toch zijn we daar tijdens het roemruchte Antwerpen 93 – Antwerpen als Cultuurhoofdstad van Europa – mee begonnen, in samenwerking met het Rubenshuis. Ook al worden alle andere musea stedelijk, provinciaal of Vlaams beheerd zoals KMSKA en MUHKA, we streven goede samenwerkingsverbanden na. En een kwaliteitslabel is als een soort garantie essentieel voor de bruiklenen.”
In 2018 werden de zestiende-eeuwse huizen van Snijders en Rockox samengevoegd
Hildegard Van de Velde: “De basis was het huis van burgemeester en kunstverzamelaar Nicolaas Rockox die hier leefde van 1603 tot 1640. De bank kocht ook het aanpalende Snijdershuis, De Fortuyne, van de gelijknamige kunstschilder, tijdgenoot en buurman van Rockox. In 2018 werden ze samengevoegd tot 1 museum. Maar al in 2012 werkten we samen met het KMSKA, toen gesloten voor renovatie. Enkele van hun 125 topstukken uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw namen we toen tijdelijk over. We bouwden het toenmalige Rockoxhuis om en van 5 museumzalen maakten we grote kunstkamers, letterlijk volgestouwd, onder het motto ‘het KMSKA dicht maar dichtbij’. Die samenwerking liep tot 2017 en gaf mee de aanzet voor de make-over van het Rockoxhuis en om het Snijdershuis als permanent museum in te richten.”
Zo worden 2 iconische figuren uit die tijd herenigd die elkaar ook goed kenden
Hildegard Van de Velde: “Na de Val van Antwerpen (1585) waarbij het Spaanse katholieke bestuur het overnam van de Calvinisten, werd Nicolaas Rockox voor het eerst schepen. Daarna werd hij vanaf 1603 8 keer burgemeester. Hij was mecenas van Rubens en een politiek zwaargewicht. Rockox had ondernemingszin en legde mee de grondslag voor het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Bij het grote publiek is hij minder bekend, maar in zijn tijd was hij een belangrijk politicus met een hart voor cultuur. Frans Snijders was een gerenommeerd kunstschilder van vooral stillevens, dierstukken, voorraadkamers, markt- en jachttaferelen. Hij werkte ook samen met Rubens, wat hem tot vandaag een bijzonder imago opleverde.”
Maarten Bassens: “Rockox en Snijders belichamen leiderschap, ondernemerschap en creativiteit en vormen daarmee een uithangbord voor KBC. Rockox oversteeg zijn rol als Antwerps burgemeester. Hij had een echtgenote van Spaanse afkomst, hij was dus helemaal gesetteld in het Antwerpen van de Contrareformatie. Rubens is vaak een gezamenlijke link. Zijn ‘Kruisafneming’ (1611), gemaakt voor de Antwerpse kathedraal, is een van de kroonjuwelen van de Belgische kunstgeschiedenis. Het was besteld door Rockox, die er zelf ook in profiel op staat afgebeeld.”
Hildegard Van de Velde: “Antwerpen was in die tijd de economische hoofdstad van de Zuidelijke Nederlanden. Ook na 1585 bleef het een multiculturele stad. De familie Rockox was eigenaar van een belangrijk deel van de Keizerstraat door ouders, grootouders en welgestelde aangetrouwden. We hebben van Rockox nog de boedelbeschrijving van zijn sterfhuis, waaronder 82 schilderijen. Een grote collectie van wat voor toen hedendaagse kunst was.”
De museumwereld evolueert snel. Maarten neemt de fakkel over van Hildegard. Wordt het een doorstart of komen er nieuwe accenten?
Maarten Bassens: “Er komen nieuwe accenten, maar verwacht geen radicale koerswijziging. Veel musea worden om de zoveel jaar volledig heruitgevonden, maar dat vereist mensen en middelen. In Antwerpen ondergaan het Rubenshuis, het Museum Mayer van den Bergh en het Museum Vleeshuis momenteel grondige transformaties. Hun heropening wordt zeker een inspiratiebron, maar we maken weloverwogen keuzes.”
Hildegard Van de Velde: “We laten de werken liever zelf spreken, al blijft het een evenwichtsoefening. Scholen vormen een belangrijke doelgroep en voor hen speelt beleving of ‘visitor experience’ een grote rol. We geven nu al elke bezoeker een iPad met beeldherkenning mee, maar we doen niet aan flitsende video’s en soundscapes. Recent maakten we het parcours van het museum ook nog toegankelijk met de Bloomberg-app.”
Maarten Bassens: “Op het vlak van publiekswerking en digitalisering willen we blijven evolueren, maar onze kern blijft dezelfde: we vertellen kunsthistorische verhalen die nauw aansluiten bij de leefwereld van Rockox en Snijders. Mijn masteropleidingen in de middeleeuwse geschiedenis, kunstwetenschappen en archivistiek, in combinatie met mijn doctoraat over Pieter Bruegel de Oude aan de KU Leuven, leidden tot mijn focus op de zestiende eeuw. Dit najaar organiseren we de vast spraakmakende tentoonstelling ‘Van Hemessen & Vader’. Catharina van Hemessen (1528-1567), de eerste Europese vrouwelijke kunstenaar met gesigneerde werken zoals haar zelfportret, leerde het schildersvak in het atelier van haar vader, Jan Sanders van Hemessen. Hij was een toonaangevend Antwerps kunstschilder, te situeren tussen iconen als Quinten Metsys en Pieter Bruegel de Oude. Vandaag is hij nog nauwelijks bekend. De familie werkte hier twee straten verder, onder andere in opdracht van de grootouders van Nicolaas Rockox.”
Maakt het museum voor ‘Van Hemessen & Vader’ gebruik van nieuwe bruiklenen of aankopen?
Maarten Bassens: “Tot voor kort hadden we in de KBC-collectie 1 werk van Jan Sanders en 1 van Catharina van Hemessen. Dankzij de Vlaamse Gemeenschap kwam daar een klein portretje van Catharina in langdurige bruikleen bij. Onlangs konden we dat geheel versterken met een anoniem werk dat met grote zekerheid aan Jan Sanders kan worden toegeschreven – een scoop! Maar daarmee hadden we nog geen volledige tentoonstelling. Daarom schreven we verschillende Europese collecties aan. Onder meer de Phoebus Foundation van Fernand Huts reageerde positief, maar de verrassing kwam van de National Gallery in Londen. Niet alleen bleken 2 uitzonderlijke bruiklenen mogelijk, ze wilden zelf partner worden van het project. Een deel van de tentoonstelling reist na afloop door naar Londen. Voor ‘dat kleine museum van KBC’ lijkt me dat best een prestatie.”
Blijft KBC ook in de toekomst dit museum als een uithangbord beschouwen?
Maarten Bassens: “Ja, en de collectie moet blijven groeien, ‘il faut cultiver son jardin’. Dat gebeurt weloverwogen en met mondjesmaat, zodat we telkens weer nieuwe verhalen kunnen vertellen. Met de eigen stukken als vertrekpunt voor bredere tentoonstellingen, is mijn agenda goed gevuld. In 2027 vieren we de 50ste verjaardag van het museum. Die valt samen met de 450ste verjaardag van Peter Paul Rubens: er komt dus een grote Rubens-tentoonstelling aan. Daarna kijk ik uit naar projecten zoals een focusexpo rond ‘De Koning Drinkt’ van Jacques Jordaens.”
Hildegard, waar kijkt u zelf met het meeste plezier op terug?
Hildegard Van de Velde: “Vooral het tijdelijk terugbrengen van het schilderij ‘Samson & Delilah’ uit de National Gallery naar Antwerpen blijft een absoluut hoogtepunt. Daar heb ik toch wel 10 jaar over gedaan. Het werd door Rubens geschilderd om het boven Rockox’ schouw te hangen. We zien het ook afgebeeld op een kunstkamer die Rockox liet schilderen. Het komt ook voor in zijn boedelinventaris. Na zijn dood werd het verkocht ten bate van de armen. Nog in 1980 was het in het bezit van een verarmde Duitse adellijke familie, maar de bank kon het toen niet aankopen. In 2007, bij het 30-jarige bestaan van het Rockoxhuis kwam het schilderij na eeuwen eindelijk ‘terug thuis’. Dat het me, na ellenlang lobbyen, gelukt is, gaf me een enorm fijn gevoel.”