Brigitte Mouligneau, transitiemanager Vlaanderen Circulair: ‘De circulaire economie heeft makers en doeners nodig’

De transitie van de lineaire naar de circulaire economie zal een grote impact hebben op de bedrijfswereld en op elke individuele burger. ‘In de mentaliteit moeten we terug naar vroeger, weg van de wegwerpmaatschappij,’ zegt Brigitte Mouligneau.

information-expr-quote--glyph
We zullen zuiniger moeten zijn met materialen, we zullen moeten kiezen voor kwaliteitsproducten, hun levensduur verlengen, ze beter onderhouden en ze herstellen. Gelukkig kunnen we dat doen met de kennis en de technologie van vandaag.

Brigitte Mouligneau, transitiemanager Vlaanderen Circulair

Brigitte Mouligneau

Brigitte Mouligneau is transitiemanager van Vlaanderen Circulair, een publiek-privaat partnerschap dat een knooppunt wil zijn in de circulaire economie. De twintig kernpartners vertegenwoordigen wat de maatschappelijke vijfhoek wordt genoemd: overheden, ondernemers, middenveldorganisaties, financiers en onderzoeksinstellingen.

Wat is de circulaire economie?

‘Iedereen weet dat we voor een enorme klimaatuitdaging staan. Zestig procent van onze CO2-voetafdruk wordt mee bepaald door de wijze waarop we met onze materialen omgaan: bij de productie, in de logistieke keten en in het verwerken achteraf. De circulaire economie betekent dat we ervoor zorgen dat de hulpbronnen die de aarde ons schenkt, maximaal in gebruik blijven en dat er niets verloren gaat. Dat kan op verschillende manieren.

In de eerste plaats door zo weinig mogelijk nutteloos te verbruiken. Wat betekent dat we zuinig zijn met energie, water en materialen. Als we materialen gebruiken en producten ontwikkelen, moeten we zorgen voor een zo lang mogelijke levensduur en een zo goed mogelijk gebruik.

Een goed ontwerp met duurzame materialen speelt daarin een belangrijke rol, net zoals het onderhouden en herstellen van goederen. Ook het maximaal delen van goederen zorgt voor een beter gebruik. Een privé auto staat doorgaans 90 tot 95 procent van de tijd stil, een deelauto wordt vaker benut.

Ten slotte betekent de circulaire economie ook kijken wat er met een product gebeurt op het einde van de rit. Als het eerste gebruik achter de rug is en we iets niet meer nodig hebben, moeten we gaan voor het hergebruiken door iemand anders of voor recyclage.

Bij recyclage gaat het nu vaak over downcycling. Van bakstenen maken we een goede ondergrond voor een straat. Het ideale is de baksteen te hergebruiken als baksteen. Streven naar zoveel mogelijk hoogwaardige recyclage is zeer belangrijk.’

Dat is een zeer complexe uitdaging.

‘Het is inderdaad werken op het totale systeem, de transitie zal een impact hebben op de hele samenleving en op het leven van iedereen. Als we de cirkel rond willen maken voor onze materialen, ons water, ons energiegebruik hebben we alle spelers in de keten nodig.

Daarom kijken we niet enkel naar de producenten, maar ook naar de kennisinstellingen, de overheden op alle niveaus, de middenveldorganisaties, de burgers. Ook de banken zullen nodig zijn om de overstap te maken van de lineaire naar de circulaire economie. Ze hebben een grote rol in het financieren van soms zeer nieuwe businessmodellen die het verschil kunnen maken.’

Kunt u een voorbeeld geven van die nieuwe businessmodellen?

‘Betalen per gebruik of pay per use is er één van. Dat is een soort leaseformule, waarbij een onderneming een product niet meer wil verkopen maar dat aanbiedt in een heel dienstverleningspakket. Het product blijft het eigendom van de producent of van een derde partij, de nadruk ligt op de service.

Een voorbeeld is Light-as-a-Service. Een bedrijf koopt geen armaturen en lampen meer, het least verlichting en betaalt daar een maandelijkse vergoeding voor. De producent of de eigenaar van de producten zorgt voor onderhoud en herstelling, en heeft er alle belang bij dat de producten duurzaam en van goede kwaliteit zijn. Na de contractueel bepaalde termijn neemt hij de producten terug voor hergebruik elders of voor recyclage.

Hetzelfde gebeurt al voor tapijten of muren en tussenwanden in kantoren. Dat model vraagt dat financiers en banken meedenken met de ondernemers in de circulaire economie en leningen verschaffen die ook rekening houden met de restwaarde van de materialen op het einde van de leaseperiode, en de hele levenscyclus van een product meenemen.

Een ander voorbeeld van een nieuw businessmodel zijn de digitale deelplatformen, ook daar zit een economische meerwaarde achter.’

Mikken nieuwe businessmodellen ook al op individuele burgers of gaat het vooral over bedrijven?

‘Papillon was een van de eerste projecten die we gesteund hebben. Het bood mensen in energiearmoede die niet de middelen hadden om een kwaliteitsvolle wasmachine te kopen, de mogelijkheid er toch één te gebruiken. Er hing een hele dienstverlening aan vast van onderhoud en herstel. Na het aflopen van de overeenkomst nam de producent de wasmachines terug om ze aan te bieden op de tweedehandsmarkt of te herstellen en weer te gebruiken.

In dat project was er veel aandacht voor het goed omgaan met de machines. Daarvoor was er een samenwerking met een lokale partner gelinkt aan het OCMW. Dat soort nieuwe businessmodellen werkt dus ook voor individuele burgers.’

Wat betekent het circulaire denken voor het ontwerp van producten?

‘Het ontwerp moet ervoor zorgen dat we een product kunnen demonteren, dat we de onderdelen die het snelst stuk gaan eruit kunt halen en vervangen. Even belangrijk is dat we mensen weer opleiden om te demonteren en te herstellen. Die vaardigheden zijn we de voorbije decennia kwijtgeraakt. De circulaire economie vraagt van iedereen een enorme mindshift.’

Wat is de rol van Vlaanderen Circulair daarin?

‘We zijn een publiek-privaat partnerschap, een knooppunt van alle partners in de circulaire economie. De voorbije jaren hebben we vooral gesensibiliseerd, mensen wakker gemaakt voor de noodzaak van de transitie naar een circulaire economie, en we hebben veel geëxperimenteerd.

We hebben honderden experimenten en projecten voor kennisdeling gesubsidieerd, van kleine kmo’s maar evengoed van grote ondernemingen. Het ging altijd over een samenwerking van organisaties en bedrijven waardoor een keten kon worden gesloten.

De tweede vereiste was kennisdeling zodat we van die experimenten konden leren. Om die kennisdeling op te schalen, zijn we van start gegaan met de Green Deals. We hebben bijvoorbeeld een Green Deal Circulair Bouwen. Intussen zijn 360 organisaties uit de bouwsector aan het leren en het experimenteren.

In de Green Deal Circulair Aankopen zijn we gaan kijken hoe we aankopers van bedrijven ervan konden overtuigen om te kiezen voor circulaire oplossingen. Meer dan honderd aankopers van kleine en grote ondernemingen, van overheid en privé deden mee. Vijftig andere organisaties – onderzoeksinstellingen, maar ook advocatenkantoren – hebben mee nagedacht en gefaciliteerd.

De Green Deal is intussen overgegaan naar een Europees project ProCirc waar we nu kennis delen met andere Europese koplopers.’

Kunt u verduidelijken wat dat is, circulair aankopen?

‘Dat is bewust kiezen voor duurzame aankopen gericht op het behoud van materialen, kijken naar het ecodesign, kiezen voor kwaliteit en voor herstelbare producten met een lange levensduur, voor producten die eventueel gedeeld kunnen worden. Het gaat ook over het kiezen voor de nieuwe businessmodellen waarover we het al hadden.’

Veel van onze materialen en producten komen uit verre landen. Hoe kan een aankoper van een Vlaamse onderneming terugkijken in de keten en impact hebben op het ontwerp?

‘Dat is een grote uitdaging voor de circulaire economie. Neem bedrijfstextiel. Als we dat hier maken, kunnen we goede afspraken maken met de producent over de kwaliteitseisen en een terugnameregeling uitwerken met hoogwaardige recyclage.

Voor producten uit het buitenland is dat veel moeilijker. Het is belangrijk dat aankopers zich daarvan bewust zijn en kiezen voor de meest duurzame producten waarbij rekening gehouden is met het ecodesign. Als je basisaankoop niet juist zit, wordt het heel moeilijk om op het einde van de rit naar hergebruik of kwaliteitsvolle recyclage te gaan.’

De prijs van de aankoop speelt natuurlijk ook een belangrijke rol.

‘Goedkopere producten kosten op lange termijn vaak net meer dan iets duurdere. Als het over infrastructuur gaat, brengen bedrijfsleiders de kwaliteit, het onderhoud en de mogelijkheid om te herstellen in rekening omdat ze weten dat iets vele jaren moet meegaan. Die redenering moeten we meer en meer doortrekken naar de consumptiegoederen, we moeten nadenken over de totale kost van een product.

Er wordt meer en meer onderzoek gedaan naar de kostprijs van producten op lange termijn. Daaruit blijkt dat een soms iets hogere aanvangskost vaak wordt gecompenseerd op het einde van de levenscyclus van een product.

En dan brengen we niet eens de meerkosten op het vlak van milieu en klimaat in rekening, die gepaard gaan met transport over lange afstand. Dat laatste is een uitdaging die we Europees moeten aanpakken. Zit onze fiscaliteit wel juist?’

Is het verschil in loonkost een groot probleem?

‘Als we de totale kost van een product in rekening zouden brengen, wordt de invloed van de loonkost een stuk kleiner. En als we de ambitie hebben om naar een duurzame economie te gaan, moeten we ook rekening houden met de sociale omstandigheden in verre oorden.’

Wat was en is de impact van de coronapandemie op de circulaire economie?

‘Uit een bevraging blijkt dat zestig procent van de circulaire ondernemers alles goed onder controle hadden, bij niet-circulaire ondernemers ondervonden slechts enkele procenten geen impact van de pandemie. Dat verschil is niet zo verwonderlijk want de leveranciers van circulaire ondernemers bleven leveren omdat ze vaak redelijk lokaal of toch zeker Europees zijn.

Circulair ondernemen vraagt zeer nauwe contacten in de keten, meer samenwerking, vertrouwen, goede afspraken. En tijdens de COVID-crisis hebben de consumenten meer waardering gekregen voor lokale producten.’

Is Vlaanderen een koploper in de circulaire economie of hinken we achterop?

‘We lopen mee voorop, maar we hebben de kennis en de technologie om nog te versnellen. In ons nieuwe werkplan zullen we samen met onze partners en de bevoegde Vlaamse ministers Zuhal Demir en Hilde Crevits een roadmap richting 2030 en 2050 uittekenen, en we zullen werkagenda’s opstarten voor zes thema’s.

Ik zeg werkagenda’s en niet plannen, want plannen hebben we voldoende. Nu hebben we mensen en organisaties in actie nodig die projecten opzetten en knelpunten wegwerken.

De zes thema’s zijn: circulair bouwen, chemie/kunststoffen, bio-economie, de waterkringloop, de voedselketen en de maakindustrie. Voor de maakindustrie denken we in de eerste plaats aan professioneel en consumptietextiel, en gebruiksgoederen zoals elektro en batterijen.

Er komt een grote energietransitie op ons af, we moeten heel goed nadenken over de materialen die we daarin gebruiken. Die moeten maximaal recycleerbaar zijn.’

Welke rol is voor Vlaanderen Circulair weggelegd in het sensibiliseren van de burgers, de eindgebruikers?

‘We hebben ervoor gekozen om eerst de ondernemers en de kennisinstellingen te stimuleren, maar we maken werk van de bredere communicatie. Over de zes werkagenda’s heen werken we met verschillende hefbomen.

Een ervan is aandacht voor de consument, het delen van kennis via campagnes voor het brede publiek. Hoe kan je het verschil maken? Wat kan je doen in je eigen leven, je eigen huishouden? Hoe zorg je ervoor dat je minder impulsaankopen doet? Hoe vermijd je voedselverspilling? Hoe geef je een push aan de deeleconomie? Wat kan mensen overtuigen om bij de aankoop van een product toch iets meer te betalen?

Circulaire economie gaat niet alleen over technologische innovatie, het gaat ook over het gedrag in de hele keten, van de ontwerper van goederen tot de consument.’

Wat voor soort banen zal de circulaire economie nodig hebben?

‘De banen in de circulaire economie zien er anders uit dan in de lineaire. Heel positief is dat ze jobs heeft voor iedereen. We hebben heel lang gedacht dat de banen van de toekomst voor de hooggeschoolden zouden zijn, maar er komt weer veel meer werk voor de makers en de doeners, de mensen uit de praktijk.

We zullen onderhoudsmensen en herstellers nodig hebben, medewerkers die producten demonteren, maar ook mensen die goederen op een juiste manier ontwerpen en ontwikkelen. Er zal veel opleiding nodig zijn voor heel veel verschillende profielen, ook het onderwijs moet mee in het circulaire denken. Er zal ook een nieuw soort makelaars komen die ervoor zorgen dat we producten delen.’

Moeten we terug naar vroeger?

‘In de mentaliteit wel, we moeten weg van de wegwerpmaatschappij. We zullen zuiniger moeten zijn met materialen, kiezen voor kwaliteit, de levensduur van producten verlengen, ze beter onderhouden en meer herstellen.

We kunnen dat gelukkig doen met de kennis en de technologie van vandaag. We hebben goede innovatie, goede onderzoeksinstellingen, een sterk economisch weefsel. Het wordt een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat iedereen kan volgen en dat we de mensen met de juiste opleidingen in huis hebben.’

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Inschrijven op onze nieuwsbrief

U mag dit nieuwsbericht niet beschouwen als een beleggingsaanbeveling of als advies.