Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Rotor DC: pionier op het gebied van hergebruik in de bouw

Het hergebruik van bouwmaterialen, dat lange tijd marginaal was, is een cruciale milieu-uitdaging geworden voor de bouwsector. In België is de coöperatie RotorDC een referentie die concreet bijdraagt aan een duurzamer Brussel. Om meer te weten te komen over deze unieke aanpak, waarbij ‘afval’ wordt omgezet in grondstoffen, spraken we met de commerciële directrice, Cécile Guichard.

Cécile Guichard, opgeleid als designer, sloot zich vanaf het begin aan bij het Rotor-avontuur. Rotor werd in Brussel opgericht door een multidisciplinair collectief, was aanvankelijk actief als vzw en specialiseerde zich al gauw in het hergebruik van bouwmaterialen. Na onderzoek naar de geschiedenis van de handelaars in materialen, die in de loop van de 20e eeuw uit de stadscentra verdwenen, wilde het team een meer algemene stedelijke entiteit creëren die de uitdagingen van deze tijd aankon. In 2014 werd, gezien de grote vraag en de behoefte aan een opslagplaats en een showroom, RotorDC opgericht als een onafhankelijke coöperatieve vennootschap, volledig in handen van de werknemers. De missie? Voorkomen dat bouwmaterialen ‘afval’ worden en ze een nieuw leven geven in toekomstige grootschalige projecten, kleine handelszaken of bij particulieren.

Hoe is RotorDC ontstaan? Hoe bent u van het idealisme van het begin naar een levensvatbaar economisch model gegaan?

“Rotor, de vzw, werd in 2005 opgericht door collega's die geïnteresseerd waren in de materiaalstromen in de bouw en de industrie. Hun aanpak was zowel activistisch als puur pragmatisch. Bewust van de enorme impact van deze sectoren in Europa – winning van grondstoffen, productie van afval en geopolitieke gevolgen – en van het razende tempo van bouwprojecten in een bruisende hoofdstad als Brussel, probeerden ze het beroep van stedelijke handelaar in materialen opnieuw in te voeren. Dit moest worden aangepast aan de huidige realiteit: loonkosten, grondprijzen en belastingen. Het idee was om te bewijzen dat hergebruik van materialen economisch haalbaar was door mee te werken met het systeem in plaats van het te omzeilen.”

Enkele jaren geleden kon u bij de sloop van het voormalige hoofdkantoor van BNP Paribas Fortis 230 ton materiaal recupereren. Wat zijn, afgezien van de cijfers, de verhalen achter deze materialen?

“Dit project, met materialen van de grote Belgische designers Jules Wabbes en Christophe Gevers, blijft een van onze meest waardevolle realisaties. Het redden van tonnen materiaal is slechts een deel van het verhaal. Voormalige werknemers van de bank, en soms ook hun kinderen, namen contact met ons op om een aandenken aan deze bijzondere werkplek te bewaren. In Brussel is er ook een mooi assortiment van deze elementen terug te vinden bij ijssalon Chez Gaston in de Sint-Katelijnewijk of bij bierhuis Le Dekkera in Vorst. Maar een van de meest indrukwekkende toepassingen was de rechtstreekse overbrenging van een deel van de door Christophe Gevers ontworpen kantine, die ongewijzigd werd heringericht in het cultureel centrum Les Abattoirs de Bomel in Namen. Hierdoor bleven niet alleen de objecten zelf maar ook de algemene samenhang van het ontwerp behouden, terwijl er een interessante sociale dimensie werd toegevoegd: een bedrijfskantine die deel uitmaakt van een culturele locatie.”

Wat zijn de hardnekkige structurele obstakels die de invoering van hergebruik in de weg staan?

“Hergebruik vertegenwoordigt nog steeds slechts een fractie van de gebruikte materialen in de sector, minder dan 1%. Het grootste obstakel is de concurrentie met nieuw materiaal, waarin de maatschappelijke kosten niet worden doorberekend. Ik begrijp niet dat een materiaal dat aan de andere kant van de wereld wordt geproduceerd, en waarvan de winning en productie zware sociale en ecologische gevolgen hebben, goedkoper kan zijn dan het gewoon op een pallet zetten van onze hergebruikte materialen. Dat is absurd. Bovendien geldt voor hergebruikte materialen net als voor nieuwe materialen een btw-tarief van 21%, terwijl de productiekosten ervan vrijwel nul zijn, wat de invoering ervan nog meer belemmert en het systeem incoherent maakt.”

‘Vandaag de dag is de hoeveelheid hergebruikte materialen verwaarloosbaar in vergelijking met de grondstoffen die dagelijks worden verbruikt en vernietigd’

Hoe slaagt u erin om uw milieumissie te verzoenen met de noodzaak om concurrerend en rendabel te blijven?

“We stellen ons die vraag niet, want de milieumissie zit in ons DNA. De echte uitdaging is economische levensvatbaarheid. Het feit dat we een coöperatieve vennootschap zijn, helpt ons om deze kwesties aan te pakken, want we doen dit niet voor de winst. We zijn er wel trots op dat we onze lonen kunnen betalen met de verkoop van onze materialen, wat zeldzaam is in onze sector. De recente crisissen, zowel op gezondheids- als op geopolitiek gebied, hebben onze materialen concurrerender gemaakt, omdat ze hebben geleid tot bevoorradingsproblemen en prijsstijgingen voor nieuwe materialen.”

Welke band onderhoudt u met architecten, designers en aannemers in de bouwsector?

“Om professionals te bereiken, moeten zij zeker zijn van de kwaliteit van het materiaal. Daarom bieden wij een goede klantenservice, opslag-, reconditionerings- en leveringsdiensten om hen te helpen kansen te benutten. Ons werk bestaat erin hergebruikte materialen even gemakkelijk om te gebruiken te maken als nieuwe materialen. Wij zijn heel duidelijk over de staat, de kwaliteit en de herkomst van elk stuk. De grote uitdaging is om iedereen de middelen te geven om de dingen goed te doen.”

Wat is de volgende grote innovatie waaraan u werkt om uw milieu-impact te optimaliseren?

“Voor ons bestaat de innovatie uit de ontwikkeling van semi-industriële processen voor het reconditioneren van bepaalde materialen. Zo hebben we bijvoorbeeld een reinigingslijn ontwikkeld voor keramische tegels, waarbij ze in zuurbaden worden gedompeld om de mortel los te weken. Voor cementtegels hebben we een machine die de mortel afsnijdt. Onlangs hebben we een onderzoeksproject afgerond naar grootschalig hergebruik van stenen geveltegels, met name door ze om te vormen tot vloerbedekking.”

Hoe past RotorDC concreet in de stedelijke en economische structuur van Brussel?

“We hebben het gevoel dat we in een stad leven die voortdurend in aanbouw is: de gebouwen die we hebben geërfd van de ‘brusselisering’ raken verouderd en moeten worden herontworpen. Dat is een enorme uitdaging, maar ook een kans, want we hebben toegang tot een groot aanbod van en een grote vraag naar materialen. Bovendien is onze Brusselse klantenkring zeer geëngageerd en creatief, en fungeert zij als ambassadeur voor nieuwe manieren om onze leef- en werkomgeving vorm te geven en aan te passen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ook zeer actief geweest op het gebied van de circulaire economie en heeft ons via verschillende projectoproepen van Be Circular of Innoviris zijn steun verleend om nieuwe filières te lanceren.”

Hergebruik, dat vroeger marginaal was, is een grote uitdaging geworden. Hoe beoordeelt u de evolutie van de perceptie ervan in de Brusselse bouwsector?

“We hebben de afgelopen jaren een mentaliteitsverandering gezien. In het begin moesten we de opdrachtgevers overtuigen om ons de materialen te laten recupereren. Tegenwoordig denken velen van hen al in de eerste fasen van het project aan hergebruik en krijgen we veel voorstellen. Ik denk niet dat het vernietigen van materialen ooit iemand plezier heeft gedaan, maar vroeger bestond er geen alternatief of was het te duur. We zijn van een totale blokkade naar een situatie gegaan waarin vraag en aanbod steeds beter op elkaar aansluiten.”

Wat zijn de belangrijkste operationele en logistieke uitdagingen waarmee u dagelijks wordt geconfronteerd?

“Aanvankelijk was de grootste uitdaging om bekendheid op te bouwen zodat we toegang kregen tot bouwplaatsen. Vandaag de dag zijn we goed bekend, maar de echte uitdaging is veranderd: het gaat er nu om projecten te vinden waar de gerecupereerde materialen daadwerkelijk kunnen worden hergebruikt. Een magazijn vullen is betrekkelijk eenvoudig, maar het leegmaken door de materialen te verkopen is dat veel minder. Elke stap – transport, sortering, opslag en voorbereiding voor hergebruik – moet worden geoptimaliseerd om het materiaal concurrerend te houden ten opzichte van nieuw materiaal. We moeten de spelers ook overtuigen van de kwaliteiten ervan en hun terughoudendheid wegnemen met inspirerende voorbeelden en passende begeleiding. De prijs blijft een uitdaging, aangezien de aankoop van hergebruikt materiaal voornamelijk lokale arbeidskrachten vereist, waardoor logistieke efficiëntie van cruciaal belang is in het dagelijks werk.”

Een laatste woord om af te sluiten over de huidige stand van zaken op het gebied van hergebruik?

“Het is belangrijk te begrijpen dat de hergebruikssector nog in de kinderschoenen staat. Op de schaal van het geproduceerde afval en het verbruik van grondstoffen in Brussel en België blijft onze impact nog beperkt. Het opnieuw op gang brengen van deze praktijk heeft vandaag een prijs: die van de pionier. De vraag is dus hoe we de prijzen opnieuw in evenwicht kunnen brengen zodat hergebruik de norm wordt en niet de uitzondering.”

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Inschrijven op onze nieuwsbrief

U mag dit nieuwsbericht niet beschouwen als een beleggingsaanbeveling of als advies.