Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Interview met Philippe Aguirre

Een eenvoudig beeld zegt soms meer dan duizend woorden

Al meer dan veertig jaar bouwt Philippe Aguirre aan een eigenzinnig oeuvre. Zijn beelden spreken zacht, maar blijven hangen. Ze vertrekken vanuit de menselijke figuur, vanuit een gebaar of houding die meer suggereert dan verklaart. In aanloop naar een uitzonderlijk jaar – met een presentatie in Venetië en een grote overzichtstentoonstelling in het KMSKA – ging Private Expert in gesprek met een kunstenaar die verstilling koppelt aan maatschappelijke betrokkenheid, en ambacht aan een uitgesproken ethiek.

U zegt vaak dat de menselijke figuur centraal staat in uw werk. Hoe zou u zelf uw artistieke signatuur omschrijven voor iemand die uw werk nog niet kent?

“Dat is altijd een moeilijke vraag, omdat je zelf niet de beste waarnemer bent van je eigen werk. Maar inderdaad: de menselijke figuur is essentieel. Zelfs wanneer het werk abstracter wordt, gaat het over menselijkheid. Er zit een zekere verstilling in. Mijn werk zal nooit agressief zijn. Het gaat soms over politieke gebeurtenissen, over drama’s, maar ik probeer dat zo te filteren dat het geen pamflet wordt. Ik wil moeilijke dingen eenvoudig vertellen, op een poëtische manier.”

Wat komt er eerst: het beeld of het verhaal?

“Dat loopt door elkaar. Soms is er meteen een beeld. Ik herinner me een tekening van een vrouw die een man op haar hoofd draagt, zoals een kariatide. Dat beeld was er plots. Pas later besef je dat zulke beelden groeien uit ervaringen, uit dingen die je gezien hebt. Ik kom veel in Afrika, waar mensen alles op het hoofd dragen, zelfs doodskisten. Die beelden nestelen zich ergens, zonder dat je dat bewust stuurt.”

Uw band met Afrika lijkt fundamenteel. Waar is die ontstaan?

“Tijdens mijn academietijd in Antwerpen volgde ik Niet-Europese kunstgeschiedenis. Dat heeft mij echt gegrepen. Later kreeg ik via Vredeseilanden een uitnodiging om in Senegal te werken in een project rond landbouw en cultuur. We leefden en werkten een maand samen met de lokale bevolking. Dat heeft veel veranderd. Sindsdien heb ik daar kunstenaarsvrienden, organiseer ik projecten of word ik uitgenodigd. Het is geen exotisme, maar een amicale uitwisseling.”

Die invloed vertaalt zich ook in materiaal en kleur.

“Mijn beelden zijn vaak streng en verstild, maar ik werk al lang met kleur. De laatste jaren is dat sterker geworden, onder meer via textiel. Ik werk nu samen met een kleermaker in Senegal. Ik ontwerp, kies stoffen op de markt, knip patronen. Het zijn grote patchworks, bijna sculpturen in kleur. Dat is toevallig ontstaan, maar het voelt heel organisch aan.”

U werkt met een opvallende veelheid aan materialen: brons, klei, textiel, mozaïek.

“Ik heb dat altijd gedaan. Op de academie ging ik na de uren experimenteren in andere ateliers: keramiek, grafiek, noem maar op. Als ik iets zie, wil ik het begrijpen en proberen. De laatste jaren maak ik ook veel mozaïeken, met eenvoudige Winckelmans-tegels. Dat materiaal interesseert me omdat het tegelijk banaal en duurzaam is.”

Publieke opdrachten spelen een belangrijke rol in uw praktijk. Waarom zijn die zo belangrijk voor u?

“Beeldhouwkunst heeft van nature een publieke functie. Een beeld kan een ontmoetingsplek zijn, een herkenningspunt. In Antwerpen heb ik bijvoorbeeld gevochten om enkele parkeerplaatsen op te offeren voor een kunstwerk dat tegelijk een bank is. Het werd een buffer, een veilige plek om te vertoeven. Dat soort functionaliteit interesseert me enorm: kunst die ingebed is in het dagelijkse leven.”

In 2026 toont u werk in Venetië. Wat mogen we daarvan verwachten?

“Het wordt een combinatie van een groot monumentaal werk buiten en intiemere reliëfs binnen. Die reliëfs zijn in terracotta gemaakt, heel bewust. Vandaag kan alles technologisch, maar ik kies voor het meest elementaire medium. Klei, oven, handen. Ik kan het zelf maken, zonder ingenieurs of computers. Dat is ook een statement.”

Veel van dat werk vertrekt vanuit actuele beelden.

“Ja, sommige werken zijn begonnen vanuit krantenfoto’s, bijvoorbeeld rond Gaza. Maar opnieuw: ik filter dat. Het gaat over bescherming, beschutting, intra- en extramuros. Thema’s die vandaag heel relevant zijn. De reeks is geen lineair verhaal, maar een samenhang van beelden die met elkaar in dialoog treden.”

Venetië brengt ook logistieke en financiële uitdagingen met zich mee.

“Absoluut. De eer is groot, maar de kosten zijn dat ook. Transport- en productiekosten lopen snel op. Ik maak daarom ook edities: kleine terracotta- en bronzen reliëfs die verzamelaars kunnen aankopen. Dat is geen commercieel doel op zich, maar een manier om het project mogelijk te maken.”

Parallel komt er een grote overzichtstentoonstelling in het KMSKA. Hoe kijkt u daartegenaan?

“Dat wordt confronterend. Er komt werk uit veertig jaar samen, van mijn studententijd tot nu. Ik wil dat het een wandeling wordt, geen inventaris. Misschien per thema, misschien per genre . De puzzel moet nog worden gelegd. Ik krijg veel vrijheid, maar dat maakt het ook moeilijk.”

Als u één werk uit de museumcollectie zou mogen ‘binnensmokkelen’ in uw tentoonstelling, welk zou dat zijn?

“Als student was ik enorm onder de indruk van de ellende van Job van Ossip Zadkine. Dat beeld heeft me gevormd. Daarnaast blijf ik gefascineerd door oude kunst. Onlangs nog, in het Louvre, werd ik opnieuw getroffen door kleine paneeltjes uit Siena. Die invloeden werken door, vaak onbewust.”

Wat hoopt u na dit intense jaar?

“Eigenlijk droom ik ervan om een paar jaar gewoon rustig te werken. Al weet ik dat dat misschien utopisch is. Er komt altijd iets nieuws aan. Maar goed, dat hoort bij het leven van een kunstenaar.”

Tot slot: wat drijft u, na veertig jaar werken, nog steeds?

“De noodzaak om te maken. En het geloof dat een eenvoudig beeld soms meer kan zeggen dan duizend woorden. Dat is wat mij gaande houdt.”

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Inschrijven op onze nieuwsbrief

U mag dit nieuwsbericht niet beschouwen als een beleggingsaanbeveling of als advies.