Liquidatiereserve: binnenkort invoering van een specifieke antimisbruikbepaling
Enkele maanden geleden kon u al lezen dat het tarief stijgt wanneer een liquidatiereserve tijdens het leven van de vennootschap wordt uitgekeerd (nieuwsartikel 'Geld uit uw vennootschap halen? Dit verandert er in 2026'). Daarnaast komt er een specifieke antimisbruikbepaling. Wanneer liquidatiereserves worden uitgekeerd bij ontbinding en vereffening van de vennootschap én de activiteit nadien wordt verdergezet in een andere vennootschap, zal die antimisbruikbepaling kunnen spelen. In deze bijdrage lichten we dit verder toe.
Verhoging tarief liquidatiereserve
Zoals u in ons vorige bericht kon lezen, besliste de federale regering om de belastingdruk op VVPR-bis-dividenden en liquidatiereserves (uitkeringen tijdens het leven van de vennootschap en aangelegd vanaf 31-01-2025) op te trekken tot 18%. Het ontwerp van Programmawet wordt momenteel nog behandeld in het Parlement.
Belangrijk: het blijft mogelijk om liquidatiereserves aan te leggen en die bij de vereffening van de vennootschap belastingvrij te ontvangen. In dat geval geldt geen wachttermijn en betaalt u alleen de afzonderlijke heffing van 10% bij de aanleg van de liquidatiereserve.
Nieuwe specifieke antimisbruikbepaling liquidatiereserve
In de nieuwe Programmawet is ook een nieuwe specifieke antimisbruikbepaling opgenomen. De wetgever wil voorkomen dat vennootschappen worden ontbonden om aangelegde liquidatiereserves belastingvrij uit te keren, terwijl dezelfde of een gelijkaardige activiteit nadien wordt verdergezet via een andere (nieuwe of bestaande) vennootschap.
Wie?
De wetgever viseert aandeelhouders die binnen de drie jaar na de vereffening en de uitkering van liquidatiereserves zonder betaling van roerende voorheffing (rechtstreeks of onrechtstreeks) bedrijfsleider worden van een vennootschap met dezelfde of een gelijkaardige activiteit. De belastingplichtige heeft de mogelijkheid om aan te tonen dat de handelingen vooral door andere motieven zijn ingegeven dan het verkrijgen van de belastingvrijstelling. Dat vergt een beoordeling geval per geval.
Als er geen geldige motieven zijn, worden deze dividenden alsnog beschouwd als belastbare dividenden in het belastbare tijdperk waarin het bedoelde feit (namelijk het bestuursmandaat) zich voor het eerst binnen die termijn van drie jaar voordoet. Het dividend moet dan worden opgenomen in de aangifte personenbelasting.
Wordt de voormalige aandeelhouder enkel aandeelhouder (en geen bestuurder) van de ‘nieuwe’ vennootschap, dan is de nieuwe bepaling in principe niet van toepassing (maar let op voor ‘feitelijke bestuurders’).
Voorbeelden die onder de nieuwe bepaling kunnen vallen
- Een geneesheer-specialist (met een RIZIV-nummer) die aan een ziekenhuis verbonden is, liquideert zijn vennootschap om vervolgens via een andere vennootschap (met hetzelfde RIZIV-nummer) opnieuw als specialist te werken voor hetzelfde of een ander ziekenhuis.
- Een IT-specialist die via een vennootschap voor klant A werkt en daarin een liquidatiereserve heeft aangelegd, stopt voor klant A. Daarna oefent hij gelijkaardige activiteiten uit voor klant B via een nieuw opgerichte vennootschap.
Voorbeelden waarin een geldig tegenbewijs mogelijk wél wordt aanvaard
- Iemand zet zijn consultancybedrijf stop omdat hij een functie aanvaardt als werknemer (in de publieke of private sector). Na 2,5 jaar wil hij opnieuw zelfstandig worden en zijn consultancyactiviteit hervatten (na ontslag uit de vorige functie).
- Een echtgenoot vereffent zijn vennootschap om voor zijn zwaar gehandicapte partner te zorgen. Na het overlijden van de partner start hij zijn activiteit opnieuw op, binnen de drie jaar.
Inwerkingtreding
De antimisbruikbepaling treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de maand van publicatie van de nieuwe Programmawet in het Belgisch Staatsblad. Dat zal vermoedelijk ten vroegste op 1 juni 2026 zijn.
Om onder de nieuwe bepaling te vallen, moeten alle verrichtingen die het misbruik uitmaken na de inwerkingtreding plaatsvinden (zowel de toekenning van het liquidatiedividend als het hervatten van de activiteit).
Als deze specifieke antimisbruikbepaling niet van toepassing is, kan de fiscus uiteraard nog altijd een beroep doen op de algemene antimisbruikbepaling.
Vragen?
Contacteer uw private banker of wealth manager