Twintig jaar EPB: hoe Vlaanderen in twee decennia de sprong maakte naar fossielvrije nieuwbouw

In 2026 viert Vlaanderen een belangrijke verjaardag. Precies twintig jaar geleden trad de regelgeving rond Energieprestatie en Binnenklimaat, beter bekend als EPB, in werking. Wat toen begon als een technisch kader om energieverliezen in gebouwen te beperken, groeide uit tot een van de meest invloedrijke hefbomen in het Vlaamse energie- en klimaatbeleid.

Twintig jaar later is de impact onmiskenbaar: nieuwbouwwoningen in Vlaanderen behoren vandaag tot de meest energiezuinige van Europa. Fossielvrij verwarmen is de norm geworden en hernieuwbare energie is structureel ingebed in de manier waarop we bouwen. De EPB-regelgeving heeft niet alleen geleid tot betere gebouwen, maar ook tot een fundamentele mentaliteitsverandering in de bouwsector; bij ontwerpers, aannemers, projectontwikkelaars en bouwheren. Vlaanderen bouwt vandaag al voor de toekomst.

Van bijzaak naar fundament

Toen de EPB-regelgeving in 2006 van start ging, speelde energiezuinigheid nog een ondergeschikte rol in het bouwproces. Woningen werden ontworpen vanuit comfort, esthetiek en kostprijs, met weinig aandacht voor het energiegebruik op lange termijn.De gemiddelde nieuwbouwwoning met een vergunningsaanvraag in 2006 haalde een E-peil van E88. Hernieuwbare energie was de uitzondering en verwarmen op fossiele brandstoffen, zoals stookolie en gas, was de vanzelfsprekende keuze.

Twintig jaar later ziet het gebouwenpark er volledig anders uit. Nieuwbouwwoningen met een vergunningsaanvraag in 2023 halen gemiddeld een E-peil van E1. Steeds meer woningen gaan zelfs onder nul en produceren meer hernieuwbare energie dan ze zelf nodig hebben voor verwarming, ventilatie en koeling. Waar energieprestatie vroeger een technische verplichting was, is ze vandaag een kwaliteitslabel geworden. Die evolutie kwam er niet vanzelf. Ze is het resultaat van een consequent en voorspelbaar beleid, waarbij Vlaanderen stap voor stap de lat hoger legde en tegelijk een duidelijke langetermijnrichting aangaf. In de eerste jaren van de EPB lag de focus vooral op de gebouwschil. Betere isolatie was de snelste en meest kostenefficiënte manier om energieverliezen te beperken. Tussen 2010 en 2016 werden de isolatie-eisen stapsgewijs aangescherpt. Daken, muren, vloeren en vensters werden jaar na jaar performanter.
Een tweede grote kantelmoment volgde vanaf 2014, toen het gebruik van hernieuwbare energie verplicht werd in nieuwbouw. Die verplichting betekende een structurele doorbraak voor zonnepanelen, die al snel uitgroeiden tot de meest gekozen technologie om aan het minimum aandeel hernieuwbare energie te voldoen. In 2021 werd opnieuw een belangrijke mijlpaal bereikt met de invoering van de BEN-norm, of Bijna-Energie Neutraal bouwen. Sindsdien moeten alle nieuwe woningen een E-peil van maximaal E30 halen. Die norm werd niet alleen gehaald, maar ruim overtroffen. Nieuwbouw in Vlaanderen presteert al vele jaren systematisch beter dan wat wettelijk verplicht is.

Hernieuwbare energie als standard

De verplichte inzet op hernieuwbare energie sinds 2014 heeft het bouwlandschap fundamenteel veranderd. Zonnepanelen zijn vandaag quasi overal aanwezig in nieuwbouw. Voor vergunningsaanvragen in 2023 werd op 98 procent van alle nieuwbouwwoningen een zonnepaneleninstallatie geplaatst. In 2006 was dat amper 1 procent. Andere hernieuwbare technieken, zoals zonneboilers, spelen vandaag nog een beperkte rol. Warmtenetten komen voor in specifieke contexten, maar vertegenwoordigen over de verschillende aanvraagjaren heen slechts een klein aandeel.

Waar zonnepanelen de eerste grote stap waren richting hernieuwbare energie, is de warmtepomp uitgegroeid tot het symbool van fossielvrije nieuwbouw. Vooral sinds aanvraagjaar 2021 kent deze technologie een uitgesproken doorbraak. Voor vergunningsaanvragen in 2023 koos 86 procent van de bouwheren voor een warmtepomp, bijna altijd in combinatie met zonnepanelen. In 2006 was dat aandeel nog verwaarloosbaar. De combinatie warmtepomp-zonnepanelen is sinds 2021 veruit de populairste keuze om te voldoen aan het vereiste aandeel hernieuwbare energie.

Die evolutie is geen toeval. Ze wordt onder steund door regelgeving die fossiele technieken stelselmatig uitfaseert. Sinds 2022 is het plaatsen van een stookolieketel verboden in nieuwbouw. Sinds 1 januari 2025 is ook een aardgasaansluiting niet langer toegestaan voor nieuwe woningen en appartementen. Fossielvrij verwarmen is daarmee niet langer een keuze, maar de norm. Daarmee wordt de basis gelegd voor een elektriciteitsgedreven, hernieuwbaar energiesysteem. 

Vlaanderen en Europa: op koers richting 2030

De Vlaamse evolutie sluit naadloos aan bij de Europese ambities. De herziene Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD) bepaalt dat alle nieuwbouwwoningen tegen 2030 zero-emissiewoningen moeten zijn, met uitstekende energieprestaties en zonder directe uitstoot van fossiele brandstoffen. Vlaanderen zit vandaag al dicht bij die norm. Met een gemiddeld E-peil rond E0, een quasi universele inzet van zonnepanelen en een snelle doorbraak van warmtepompen, behoort Vlaanderen tot de koplopers. Dat is geen toeval, maar het resultaat van een beleid dat Europese doelstellingen vroegtijdig vertaalde naar concrete, haalbare stappen.

De volgende uitdaging: renovatie

Twintig jaar EPB bewijst dat transitie mogelijk is. Maar het werk is niet af. Terwijl nieuwbouw vandaag futureproof is, ligt de grote uitdaging voor de komende decennia bij het bestaande gebouwenpark. De ervaring met EPB biedt daarbij een belangrijke les: structurele verandering vraagt tijd, maar met een duidelijke richting, consistente regelgeving en draagvlak bij de sector kan ze gerealiseerd worden.

Meer informatie

De volledige EPB-cijfers zijn beschikbaar op de Energiekaart van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA): Energiekaart Vlaanderen | VEKA.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). Met dank aan Tim Van Helden.
 

Regels in Brussel

Brussel volgde enkele jaren later. Sinds 2 juli 2008 geldt ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een EPB-kader voor energiezuiniger bouwen en renoveren.

In 2015 werd dat ondergebracht in het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, dat energie, klimaat en luchtkwaliteit in één ruimer beleidskader samenbrengt. De uitgangspunten zijn dezelfde als in Vlaanderen: minder energieverbruik, minder uitstoot en gebouwen die klaar zijn voor de klimaatdoelen van morgen. Alleen kiest Brussel, met zijn compacte en sterk verstedelijkte gebouwenpark, voor een eigen tempo en eigen accenten.

Wenst u op de hoogte te blijven van onze nieuwsberichten?

Disclaimer
Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.