De wereld in beeld: beleggingsverwachtingen 2022

Terugblik 2021

TRINA regeert het land

2021 startte stevig. Tijdens de eerste maanden van het jaar werd een vervolg gebreid aan het koersherstel van 2020. Ondanks de opstoot van de covid-deltavariant leek de pandemie onder controle en groeide de hoop op een verdere normalisering van de economie. Er werd gedroomd van een 'zomer van de vrijheid', zelfs de 'roaring twenties' leken even terug te komen. De Amerikaanse president Biden stelde een nieuw stimuluspakket voor en de centrale banken bleven voorzichtigheid prediken.

Net voor de zomer kwam er een einde aan het optimisme van de markten. De inflatievrees stak de kop op en er werd geopperd dat de centrale banken de geldkraan weleens abrupt zouden kunnen dichtdraaien. De rentevoeten sprongen op, inflatie-gelinkte obligaties waren in trek en de aandelenmarkten zetten noodgedwongen een stap terug.

De nervositeit was echter van korte duur. Eens te meer slaagden de centrale bankiers erin beleggers gerust te stellen. Unisono klonk het dat de inflatie opsprong van 'voorbijgaande aard' was. De rente zakte opnieuw naar de niveaus van begin 2021 en aandelen hervatten hun klim, verder aangevuurd door ijzersterke bedrijfsresultaten.

Het sterke economische herstel liet zich echter niet alleen op de beursvloer voelen. Toen het containerschip 'Ever Given' het Suezkanaal blokkeerde, werd duidelijk dat er in heel wat sectoren bevoorradingsproblemen ontstonden. In het derde kwartaal barstte het just-in-time-model helemaal uit zijn voegen. De sterke consumptievraag duwde de energieprijzen de hoogte in en ook in andere sectoren werd het tekort aan grondstoffen, arbeidskrachten en transportmiddelen nijpend. Het 'stagflatie'-doembeeld stak de kop op.

Tegelijkertijd werd duidelijk dat het China menens was met de strakkere regulering van de lokale economie. De aandelenmarkten pauzeerden opnieuw en de rentevoeten klommen naar de topniveaus van maart. Gelukkig namen de bedrijfsresultaten de twijfels weg. Sterke groeicijfers en beperkte margedruk duwden de koersen in oktober en november hoger. Bovendien leken de spanningen in de bevoorradingscyclus geleidelijk af te nemen.

Toen de champagne al werd koud gezet, eiste covid echter opnieuw een hoofdrol op. Terwijl Europa wordt geteisterd door een vierde virusgolf, houdt de wereld de adem in voor de gevolgen van deze nieuwe omikronvariant. Sinds eind november aarzelen de aandelenmarkten dan ook, vooralsnog zonder fors te corrigeren, en zijn obligaties weer meer in trek.

Samengevat in rendementscijfers

  • Sinds het jaarbegin noteert de MSCI World AC in euro uitgedrukt meer dan 25% hoger. Vooral Amerikaanse en Europese aandelen maken het mooie weer.
  • Chinese beleidsingrepen en een moeizame vaccinatiecampagne drukken het rendement van de opkomende markten.
  • De obligatiemarkten kunnen weinig investeerders bekoren. Vooral inflatie gelinkte obligaties zijn momenteel erg in trek. Bedrijfsobligaties presteren beter dan overheidsleningen, maar door de lage rentes wordt het jaar wellicht toch met een negatief rendement afgesloten. De voorbije, meer nerveuze, beursweken bevestigden dan weer dat obligaties, en zeker overheidsobligaties, een stabiliserende rol blijven spelen in de portefeuilles.

Vooruitblik 2022

De omikrongolf

Op korte termijn zorgt de omikronvariant voor heel wat onzekerheid. Economen en marktpartijen wachten op het verdict van de wetenschap. Sinds de initiële beurscorrectie op ‘Black Friday’ schommelen de markten zonder een duidelijke tendens, op het ritme van de nieuwsberichten die nu eens op een gunstige dan weer op een ongunstige ontwikkeling schijnen te wijzen.

KBC Asset Management kiest momenteel voor een voorzichtige, maar toch niet overdreven pessimistische positionering. Men baseert de voorzichtig positieve houding op de ervaringen uit eerdere covidgolven. Daar waar overheden bij de eerste coviduitbraak in het voorjaar van 2020 nog voor het quasi volledig stilleggen van samenleving en economie opteerden, werd bij recentere virusgolven veel meer gericht ingegrepen. Scholen en industrie bleven bijvoorbeeld open, terwijl de noodzakelijke contactbeperkingen vooral in de vrijetijdssectoren werden gezocht.

De terugval van de economie was dan ook beperkter en vaak ging het slechts om een milde vertraging. Te meer omdat consumenten en producenten zich blijkbaar hadden aangepast aan het tijdelijke nieuwe normaal. De boom van het online winkelen is hier maar één voorbeeld van.

In het basisscenario gaan we uit van een nieuwe coronagolf tijdens de wintermaanden, met ook deze keer een duidelijke maar beheersbare negatieve impact. De genomen maatregelen, het voortzetten van de vaccinatie-inspanningen en na verloop van tijd het warme lenteweer zullen wellicht op termijn beterschap brengen.

Dat wil niet zeggen dat we blind blijven voor minder positieve berichten rond de omikronvariant. De onzekerheid en de risico’s blijven hoog. Als de huidige vaccins bijvoorbeeld ineffectief zouden blijken, dan dreigt tijdelijk een diepere economische inzinking en is een correctie op o.m. de aandelenbeurzen erg waarschijnlijk.

Hoogconjunctuur

Goed nieuws is dat de onderliggende economische groeitrend ondanks corona stevig blijft. Dat blijkt ook uit de prognoses van de KBC Studiedienst. Er wordt voor 2022 gerekend op boven trend groeicijfers. Hoge private spaarquotes, productieachterstand omwille van de problemen in de aanvoerketens, extreem lage voorraden, sterke groei van de ondernemingswinsten, hoge capaciteitsbezetting en producentenvertrouwen, structurele investeringsprogramma’s door de overheden in Europa en in de VS ... Al deze elementen duiden op een verdere expansie en groei van de ondernemingswinsten.

Aandelen blijven, zeker voor de eerste jaarhelft van 2022, de favoriete activaklasse. Temeer omdat er zich nog maar eens een extra mager obligatiejaar aandient. De rentevoeten in Europa zijn erg laag of zelfs negatief. Als de centrale banken het beleid - met mondjesmaat - verstrakken, dreigen daar koersverliezen bovenop te komen. There Really Is No Alternative.

Toch mag het renterisico in Europa niet overschat worden. Naarmate het jaar vordert zal de inflatie in de eurozone wellicht opnieuw onder de doelstelling van de ECB duiken. Een verhoging van de euro-beleidsrente laat nog minstens twee jaar op zich wachten. De opwaartse rentedruk zal vooral vanuit de VS komen. Ook daar zal, naarmate basiseffecten en tijdelijke problemen in de aanvoerketens uit de jaar-op-jaarstijgingen verdwijnen, de inflatie zich opnieuw in de buurt van de doelstelling van de centrale bank nestelen. De opwaartse risico’s in de VS zijn echter meer uitgesproken als gevolg van de sterke loongroei en doorgerekende groothandel prijsstijgingen. De Fed zal daarom voorzichtigheidshalve het beleid verstrakken, maar haar nieuw beleidskader indachtig zal de verstrakking heel geleidelijk verlopen.

Dat wil zeggen dat de stijging van het centraal rentetarief vermoedelijk beperkt zal zijn en in reële termen zelfs negatief kan blijven. Ook dat zal de aandelenkoersen verder ondersteunen.

De geschiedenis leert trouwens dat een normalisatie van het monetaire beleid, eenmaal het conjunctuurherstel goed verankerd is, niet noodzakelijk negatief hoeft te zijn voor risicovolle activaklassen. Positieve groeivooruitzichten ondersteunen de markten. Pas wanneer de beleidsmakers later in de economische cyclus harder op de rem gaan staan is meer voorzichtigheid geboden.  In een midden- tot laatcyclische economische context stijgen aandelenprijzen doorgaans minder dan de winstgroei van de bedrijven. Goede, maar minder uitzonderlijke beursjaren, zijn dan het resultaat.

Alert voor een kantelpunt

Naast covid kan de Amerikaanse inflatie en de impact ervan op het monetaire beleid echter een risico vormen voor een verdere economische expansie.
De recente daling van de olieprijzen, omikron en aanvankelijk gunstige basiseffecten, zullen de Fed vermoedelijk toelaten de komende maanden toch een politiek van geleidelijkheid te blijven prediken. Met de beleidskeuze om eerst de obligatieaankopen af te bouwen alvorens de rente op te trekken kocht de centrale bank trouwens sowieso tijd. Maar in de tweede jaarhelft van 2022 zal moeten blijken in welke mate de prijsdruk ook effectief zal afnemen. Sterk stijgende huurprijzen, een koppig lage participatiegraad in de arbeidsmarkt, aantrekkende lonen, het zijn allemaal factoren die erop wijzen dat ook opwaartse risico’s nog voor een tijdje aanwezig zullen blijven.
Als de Fed forser moet ingrijpen, is het afbouwen van portefeuillerisico’s aan de orde.

Maar dat is nu geenszins een reeds uitgemaakte zaak. Sterk toenemende bedrijfsinvesteringen en de versnelde digitalisering als gevolg van onder meer het verplichte thuiswerken, zouden de arbeidsproductiviteit kunnen opkrikken. De tweede helft van de jaren 90 leert dat sterke groei en lage inflatie dan hand in hand gaan. Komt Goudlokje opnieuw tevoorschijn?

Opnieuw cyclischer

Inzoomend op de details van de modelportefeuilles van KBC Asset Management, stuurt de meer mature economische conjunctuur ons opnieuw in de richting van cyclische aandelensectoren. Onze blik is eveneens gericht op infrastructuur en ecologie. Beiden sectoren worden van overheidswege financieel ondersteund. Ook waarde-aandelen, onder meer in de financiële sector, verdienen een meer dan gemiddeld gewicht in de portefeuille, vooral omwille van de verwachte rentestijging. Die rentestijging noopt tot voorzichtigheid m.b.t. meer defensieve sectoren en kan ook de duurdere kwaliteit- en groeibedrijven parten spelen.

Regionaal zou Europa het in 2022 beter moeten doen, al zijn we op korte termijn nog voorzichtig. Daarnaast worden ook de momenteel onderwogen posities in opkomend Azië met mondjesmaat opnieuw opgebouwd. De Chinese economie kromp in de tweede helft van 2021. Het zero tolerance beleid t.a.v. covidbesmettingen, een strikter klimaatbeleid, de naweeën van eerdere monetaire verstrakkingen en politieke ingrepen in het business model van heel wat ondernemingen (waaronder de belangrijkste vastgoedontwikkelaars), zorgden voor een terugval van het bruto binnenlands product van China.

Intussen zijn er echter signalen dat Peking budgettair en monetair opnieuw voor meer stimulus kiest. Voldoende hoge groei blijft primordiaal voor de socio-economische stabiliteit van het land. In het verleden was dergelijke beleidsomslag de voorbode voor een beter beursklimaat.

De relatief goedkoop gewaardeerde lokale aandelenmarkten zouden in 2022 een inhaalbeweging kunnen maken. We zijn dan ook gematigd positief. Het zachtjes leeglaten van een vastgoedzeepbel is geen sinecure en ook de verwachte verstrakking van het Amerikaanse monetaire beleid speelt helaas niet in het voordeel van beleggen in opkomende markten.

Een stapsgewijze rotatie staat centraal in onze ganse strategie. De omikrononzekerheden zijn te groot om op dit ogenblik meer uitgesproken posities te nemen.

Nuttige ballast

Ondanks de magere rendementsvooruitzichten verdienen obligaties nog steeds een plaats in de portefeuille. De sterke koersstijgingen van onder meer juli en november 2021 tonen aan dat obligaties de rol van stabilisator in een portefeuille blijven spelen.

Bedrijfsobligaties genieten daarbij de voorkeur. In een klimaat van stijgende rentes presteren deze beter dan overheidsobligaties. Kortere looptijden, hogere lopende rendementen en kredietspreads die negatief correleren met de risicovrije rente, zorgen voor de outperformance. Dat bedrijfsobligaties het lopend rendement op de totale obligatieportefeuille boven nul helpen tillen is bovendien mooi meegenomen. Elk basispunt telt, zeker in tijden van rendementschaarste.

De obligatiemodelportefeuille blijft beperkt procyclisch georiënteerd (korte looptijden, bedrijfsobligaties). In de herstelfase van de economische cyclus presteren immers voornamelijk bedrijfsobligaties goed. In een recessie lopen de kredietspreads doorgaans gevoelig op.

Obligaties uit opkomende markten dreigen dan weer meer onder druk te komen naarmate de Fed het beleid verstrakt. Bovendien kampen een aantal van de belangrijke emittenten uit deze markten met specifieke, lokale, economische en/of politieke problemen.

Bij het huidige rentepeil blijft de primaire doelstelling van obligaties om het evenwicht in de portefeuille te bewerkstelligen en te zorgen voor een buffer bij grote marktvolatiliteit. Grote risico’s zijn best te mijden.

Een blik op de munten

Ook voor de munten kenmerkte 2021 zich als het jaar van de oplopende inflatie. Vele centrale banken namen vervroegd afscheid van het ultrasoepel monetaire beleid. Sommigen spartelden toch tegen. Turkije bijvoorbeeld verlaagde de beleidsrente, ondanks een torenhoge inflatie. De markt verloor hierdoor het vertrouwen in de munt. De negatieve spiraal van oplopende prijzen, negatievere (reële) rentes en een verzwakkende munt was het resultaat. De Turkse lira is dit jaar de slechtste performer met een daling van 40% en meer!

Anderen, zoals enkele landen in Centraal-Europa, voerden een meer orthodox beleid. De Tsjechische centrale bank onderscheidde zich snel van haar Poolse en Hongaarse collega’s met een zeer agressieve inflatieaanpak. Hoewel de nettowinst voor de CZK (+3%) groter kon en mocht, vallen vooral de PLN (-2%) en HUF (-1%) op als lokale achterblijvers qua rendement. De Poolse en de Hongaarse centrale bank verlegden nochtans hun focus van groei naar inflatie. Maar de aarzelende start, de in verhouding erg negatieve reële rente én het hangend juridisch dispuut met de EU wierpen een schaduw over de respectievelijke munten.

Zuid-Amerika sprong noodgedwongen mee op de rentenormalisatiekar. De monetaire condities verstrakten in een aantal landen om de inflatie te bestrijden, maar het was vaak dweilen met de kraan open. De Chileense (-9%) of Colombiaanse peso (-5%) slikten ferme verliezen. Dit ondermijnde het
monetaire beleid. Economische en politieke instabiliteit, maar ook de
epidemiologische omstandigheden (vaak een lage vaccinatiegraad) wogen doorgaans zwaar(der) door in de muntanalyse van de markt.

Ook Rusland en de roebel zijn vertrouwd met (geo)politieke onzekerheid en bijgevolg economische repercussies. Denk aan de situatie nabij de Oekraïense grens en de dreiging van internationale sancties. Toch hoorde de munt bij het koppeloton. De appreciatie van bijna 10% is te danken aan de aanpak van de centrale bank. De beleidsrente zal tegen eind dit jaar naar verwachting verdubbeld zijn (8,5%). Voorts is er de aanzienlijke prijsstijging van olie (>50%) en aardgas (>400%!), twee paradepaardjes in Russische export.

Olie smeerde eveneens de motor van enkele munten zoals de Canadese dollar. De Bank of Canada nam bovendien als eerste van de grotere centrale banken de afslag naar een “beleidsnormalisatie” door in april al de netto-obligatieaankopen terug te schroeven. Het gaf de CAD een voorsprong op andere oliemunten zoals de NOK, die maar matig profiteert van de beperkte opwaartse rentecyclus die de Norges Bank vooropstelde.

De munten Down Under steunen ook op een sterke grondstoffenpijler. De Aussie-dollar putte moed uit de scherpe prijsstijging van steenkool en gas. Voor de Nieuw-Zeelandse dollar waren de wereldwijd gestegen voedselprijzen een zegen. Toch bleef hun prestatie beperkt. Ze zijn immers even gevoelig aan grondstoffen als aan het risicosentiment. Beiden verloren sinds de uitbraak van de omikronvariant al 4%.

Dat brengt ons bij de veilige havens; de Japanse yen en de Zwitserse frank. Het valt op dat vooral die laatste 2021 sterk afsloot (+4%). De yen presteerde eerder zwak ten gevolge oplopende rentes in de rest van de wereld, en dan voornamelijk in de VS. De CHF opereert vooral in een Europese context. Daar zijn de reële rentes zó negatief dat zelfs de frank aantrekkelijk oogt, vooral in onzekere covidtijden.

De Chinese yuan ondervond aan den lijve wat een écht verleidelijk rentevoordeel oplevert. Met 11% winst spreken we van een boerenjaar. De munt profiteerde voorts van een niet te stillen vraag naar consumptiegoederen (recordexport). De interne economie vertraagt, maar de overheid overweegt volgend jaar fiscale ondersteuning. China’s centrale bank voelt wel zich steeds minder comfortabeler met een sterke munt.

We eindigen met de klassieke drie. De US-dollar (8%) en het Britse pond (5%) tekenden mooie winsten op t.a.v. de euro. Ook hier kan de verklaring voor de muntappreciatie worden gezocht bij de centrale banken. De Fed (VS) en de Bank of England (VK) namen een rentebocht ten gevolge de opgelopen inflatie.
In de Verenigde Staten zal de rente in 2022 allicht enkele malen verhoogd worden. De markt gaat voorlopig uit van drie verhogingen. De Bank of England verraste de markt al met een eerste renteverhoging. Wellicht kunnen de munten in beide landen in 2022 verder beperkt appreciëren.
In de eurozone verandert er voorlopig weinig. De ECB is de meest geduldige onder de grote centrale banken. De verwachting is dat ze haar beleidsrente in 2022 ongewijzigd zal laten.

Een beleggingsstrategie op uw maat. 

Wat gebeurt er in de wereld? En wat zijn de gevolgen voor de financiële markten? In de KBC- Beleggingsstrategie gaan we dieper in op onze vooruitzichten voor specifieke regio’s, sectoren en thema’s.
Wenst u meer informatie? Uw private banker of wealth manager is uw aanspreekpunt.

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Schrijf in op onze nieuwsbrief
analist Aandelen&Opties KBC Private Banking&Wealth

Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.