De wereld in beeld: focus terug richting de economische realiteit

Vorige maand spraken we van de beurzen in herstelmodus. Ondanks een overvloed aan risico’s noteerden de meeste indices eind maart aan het niveau van voor de inval in Oekraïne. Veel reden tot optimisme viel er echter toen al niet te rapen en dat is één maandje verder nog steeds niet het geval. Het militaire conflict verschoof de laatste dagen wat naar de achtergrond, maar de vrees voor escalatie is wel niet verdwenen. De focus ging terug meer naar de economische realiteit en ondanks doorgaans sterke economische signalen is er een reëel risico op een verzwakking van het scenario.

Vooral de houding van de Federal Reserve zorgt voor de nodige zenuwachtigheid. Als er iets is waar beleggers een hekel aan hebben is het onzekerheid. Hoe ver zal de Amerikaanse centrale bank gaan in haar renteverhogingen? Inflatie, renteverhogingen, het leidt geen twijfel dat deze op de economische groei zullen wegen. En in Europa komt daar mogelijk nog een energiecrisis bovenop. In de VS zijn de effecten op de economie stilaan duidelijk. De Amerikaanse economie is in het eerste kwartaal immers met 1,4% gekrompen, ruim onder de verwachte expansie van 1,1% en na een groei van 6,9% in het vierde kwartaal van 2021. De uitvoer daalde met 5,9%. Ondertussen draait het resultatenseizoen op volle toeren en noteren we doorgaans beter dan verwachte cijfers, hoewel een uitschuiver hier en daar opduikt. Vooralsnog lijken de bedrijven de gestegen kosten en grondstofprijzen tamelijk vlot te kunnen doorrekenen aan de consument.

 

Rendementen april afgesloten ochtend van 29 april

Rendementen april afgesloten ochtend van 29 april

En de winnaar is?

Laten we met een positieve noot starten, toch voor wie dollars in bezit heeft. De Amerikaanse munt heeft zijn status van ‘veilige’ munt heroverd. De ‘greenback’ schittert trouwens tegenover vele munten. De Japanse yen noteert ondertussen op een niveau dat sinds 2002 niet meer is gezien. Rusland ziet liever roebels op de rekening verschijnen, maar de meeste landen legden deze eis naast zich neer. De nakende renteverhogingen in de VS spelen natuurlijk in de kaart van de dollar en met de onzekere politiek van de ECB kan de euro nog een tijdje het zwakke broertje blijven. De technische steun rond 1,08 (bodem maart 2020) heeft het begeven, waardoor de niveaus van de periode 2015-2017 voor het grijpen liggen. Een daling op de grafiek stemt overeen met een versteviging van de dollar.

De politiek van de centrale banken

Beleggers willen zekerheid en die is er voorlopig niet rond het beleid van de Amerikaans centrale bank. Correctie: er is een duidelijke visie van de Fed, met name een agressieve rentepolitiek. Maar rond de snelheid waarmee de Fed de rente de komende maanden zal verhogen, is er heel wat onzekerheid. Voorzitter Powell gaf al aan dat een verhoging met 50 basispunten in mei op tafel ligt. Eensgezinsheid is bij de Fed-leden dezer dagen ver zoek. Fed-lid Bullard was er als de kippen bij om een verhoging met 75 basispunten voor te stellen. Een kordaat beleid is met de hoge inflatie zeker nodig. Wat meer eensgezindheid zouden de markten op prijs stellen.

De inflatie ligt ondertussen drie keer zo hoog als de 2%-doelstelling van de Fed, dus voor Powell is het gepast om sneller te gaan dan oorspronkelijk gepland. Conclusie: de markten mogen zich opmaken voor een renteklim zoals nooit tevoren.

De Europese centrale bank met voorzitter Christine Lagarde op kop maakt alleszins geen goede beurt. Waar de Fed al langer het gevaar van de inflatie erkende, bleef Lagarde maandenlang volhouden dat het allemaal wel zo’n vaart niet zou lopen. De inflatie-opstoot zou van tijdelijke aard zijn. In maart begon ze uiteindelijk stilaan haar kar te keren. Eén maand verder moet de ECB schoorvoetend toegeven dat ze de bal hebben misgeslagen. In een recent gepubliceerd bulletin doen de Europese centrale bankiers aan zelfkritiek en gingen ze op zoek naar waar het verkeerd liep. Duidelijk is dat heel wat factoren werden onderschat.

Lagarde lijkt de ernst nu wel in te zien en waarschijnlijk komt er een sneller dan verwachte renteverhoging. In Frankfurt krijgt men stilaan een punthoofd over het dilemma: hoe fors is de inflatie te bestrijden?  Voorlopig blijft de timing nog steeds vaag, terwijl de inflatie nu al wel degelijk de groei aantast. Actie graag.

Andere Europese centrale banken gaan sneller aan de slag. Zo verhoogde de Zweedse centrale bank de beleidsrente van 0% tot 0,25% en plant ze dit jaar nog twee tot drie bijkomende renteverhogingen. Daar kan de ECB nog een puntje aan zuigen.

IMF wordt pessimistischer

Weinig verrassend, maar het IMF stelde vorige maand de groeivooruitzichten voor de wereldeconomie neerwaarts bij. De reden is niet ver te zoeken: het conflict rond Oekraïne en de economie die nog niet volledig hersteld is van de pandemie. Voor de eurozone gaat de groeiverwachting voor 2022 van 3,9% naar 2,8%, en een groei van 2,1% voor België.

Ook naar de inflatieverwachting stelt men de visie bij. Het IMF verwacht dat de inflatie langer hoog zal blijven. Torenhoge grondstofprijzen zijn de oorzaak. En dit maakt de opdracht voor de centrale banken er niet gemakkelijker op. Een torenhoge inflatie en een zwakkere economische groei. Begin er maar aan …

Het IMF ziet verder gevaar in oplopende sociale spanningen als gevolg van de hoge voedsel- en energieprijzen.

‘Slowflation’ is een begrip dat meer en meer valt of met andere woorden: een stevige vertraging van de economische groei in combinatie met een hoge inflatie. Onze chief economist van KBC Groep, Hans Dewachter neemt in zijn visie voorlopig een afwachtende houding aan. Hij verwijst hiervoor naar de voorlopende indicatoren die een gemengd beeld tonen. De economische sentimentsindicatoren zoals de PMI’s voor de eurozone en de VS blijven immers op hoge niveaus. Bepaalde modellen wijzen nog steeds op een vertragende maar nog steeds positieve groei. Voor Hans Dewachter zijn harde cijfers nodig. Als eerste kwam België met cijfers naar buiten en die vormen vaak een goede barometer voor wat in de rest van de eurozone gaat volgen.

De inflatie stabiliseerde op 8,3%. Maar de onderliggende kerninflatie trok wel aan tot bijna 4% jaar op jaar, terwijl de groei in het eerste kwartaal terugviel tot 0,3%. Verontrustend is wel dat de prijsdruk niet langer beperkt blijft tot enkele categeorieën. Het aantal categorieën met een inflatie boven 3% is opgelopen tot meer dan de helft. Er is dus duidelijk een groeiend inflatieprobleem.
 

China en zijn covidobsessie

In de eerste lockdown werd China geprezen om zijn aanpak van de covidpandemie. Tegenwoordig kijken we met ongeloof naar de beelden uit Shangai en andere steden. Bij de minste uitbraak gaan miljoenensteden er in lockdown. Hoe lang gaat China dit nog volhouden? Een sterker dan verwachte groeivertraging behoort volgens het IMF tot de mogelijkheden. De groei vertraagde in China al op kwartaalbasis. Achter de doelstelling van de Chinese overheid (5,5% groei) wordt een groot vraagteken geplaatst. Niet alleen het zero-covid-beleid, maar ook de sluimerende vastgoedcrisis en een strenge regulering in tal van sectoren wegen op de economische activiteit. Via liquiditeitsinjecties poogt de Chinese centrale bank de economie te ondersteunen.

Piek olieprijs achter de rug?

De olieprijs veert nog wel eens op als Rusland dreigende taal spreekt, maar valt doorgaans al even snel terug. De hoge volatiteit met piekkoersen tot gevolg lijkt achter de rug. De olieprijs wordt terug meer gedreven door de macro-economische verwachtingen en die zijn nu eenmaal niet rooskleurig. Zeker nu ook China’s motor al een tijdje sputtert waardoor de vraag naar olie een flinke terugval kende.

Fixed income markten april

Nu Rusland de gaskraan voor enkele Europese landen lijkt te gaan dichtdraaien, evolueert de oorlog tussen Oekraïne en Rusland naar een nieuwe fase. Het onmiddellijke gevolg van deze escalatie is dat de energieprijzen, met gas op kop, opnieuw de pan uit swingen.

Voor de al nerveuze centrale bankiers is dit uiteraard geen goed nieuws. Hun vastberadenheid om de toegenomen inflatie met rentestijgingen te gaan bekampen, lijkt de afgelopen maand alleen maar te zijn toegenomen.
Vooral in de VS wil men de renteverhogingen versneld doorvoeren. Verschillende beleidsmakers alluderen op verhogingen van 50 basispunten per keer. Afgelopen maand steeg de overheidsrente in de VS dan ook onverstoorbaar verder en bereikte voor de 10 jaar nipt het 3%-niveau niet.
De laatste dagen merken we wel opnieuw een lichte ontspanning op de rentemarkt, ingegeven door de vrees voor een economische groeivertraging. Momenteel noteert de 10-jaarrente op 2.84%.

Het verschil tussen de korte- en langetermijn rentevoeten blijft klein, wat een erg vlakke rentecurve impliceert.

In de eurozone zagen we een gelijkaardig beeld. De overheidsrente liep ook in onze contreien verder op. De Duitse 10-jaarsrente bereikte een niveau van net geen 1%. Ook in Europa zagen we de laatste dagen een lichte daling.
De spreads tussen de eurokernlanden (Duitsland, Nederland, Finland) en de periferie (Spanje, Italië, Griekenland) liep verder op.

De vrees voor een algemene groeivertraging zorgde voor een slechte performance van bedrijfsobligaties. De kredietspreads liepen op. De meest gevoelige obligaties, high yield, corrigeerden het meest. De kredietspreads voor dit type obligaties namen toe met ongeveer 50 basispunten in zowel de VS als in de eurozone.

Wat munten betreft was tijdens de afgelopen maand april vooral de dollar de sterperformer. De dollar verstevigde ten opzichte van de euro tot het hoogste peil van de afgelopen 5 jaar. De dollar noteert op dit ogenblik 1.055 per euro.

Ook de sterke prestatie van de grondstofmunten viel op. Canadese en Australische dollar, Noorse Kroon en Braziliaanse Real kenden een mooie maand. Ook munten van landen die het voortouw namen in het verhogen van de beleidsrente apprecieerden. Het uitgesproken voorbeeld hiervan was de Tsjechische Kroon.

Voor de komende maand verwachten we meer van hetzelfde, al lijken de overheidsrentes stilaan een piek te bereiken. Zeker wanneer het scenario van forse groeiafkoeling waarheid zou worden.

Eén ding staat vast: de marktvolatiliteit zal ook de komende periode erg hoog blijven.

Onze allocatie: paniek is een slechte raadgever

Heel wat onzekerheden overheersen niet alleen de markten maar ook ons dagelijks leven. Als het verleden ons iets heeft geleerd, is dat paniek nooit een goede oplossing is. Voorzichtig zijn blijft wel de boodschap. In de beleggingsstrategie zijn we licht onder de norm belegd in aandelen en zorgen veilige staatsobligaties voor een buffer. Binnen de aandelenallocatie gaat onze voorkeur naar Noord-Amerika en Azië. Defensieve sectoren zoals farma overwegen we. Niet vergeten dat aandelen zowat de enige inflatieresistente activa zijn.
De grootste risicofactor blijft de hoge inflatie en we houden ook rekening met een scenario waarbij de energieprijzen voor langere tijd hoog zullen blijven.

 

 

Een beleggingsstrategie op uw maat. 

Wat gebeurt er in de wereld? En wat zijn de gevolgen voor de financiële markten? In de KBC- Beleggingsstrategie gaan we dieper in op onze vooruitzichten voor specifieke regio’s, sectoren en thema’s.
Wenst u meer informatie? Uw private banker of wealth officer is uw aanspreekpunt.

Maak kennis met KBC Private Banking & Wealth
Inschrijven op onze nieuwsbrief
Aktien&Optionen-Analyst KBC Private Banking&Wealth

Dit nieuwsbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.