De transportsector staat voor een grote uitdaging

information-expr-quote--glyph
‘Mobiliteit moet stilaan een dienst worden waarvan we gebruik maken als we het nodig hebben.’

Cathy Macharis, professor duurzame mobiliteit en logistiek

‘Het goederen- en personenvervoer is hét pijnpunt om de doelstellingen te halen van het klimaatakkoord om CO2-uitstoot te verminderen’, waarschuwt VUB-professor Cathy Macharis. Tegelijk wijst ze erop dat een transitie heel snel kan gaan, ook in het goederentransport. ‘De coronacrisis kan helpen om deze transitie te maken.’

Cathy Macharis is professor duurzame mobiliteit en logistiek aan de VUB. Ze leidt de interdisciplinaire onderzoeksgroep MOBI met 120 medewerkers van de economische en ingenieursfaculteit. MOBI werkt rond stedelijke mobiliteit, duurzame logistiek, elektrische en autonome voertuigen, batterijen en sinds kort ook lokale energiesystemen.

Kunt u de uitdaging voor vervoer en transport even schetsen?

‘Transport is hét pijnpunt als we de CO2-uitstoot tegen 2050 met 80 tot 95 procent willen laten dalen tegenover 1990. De transportsector is vandaag verantwoordelijk voor 32 procent van die uitstoot. En terwijl we in sectoren als industrie en energie een daling zien, is er voor de transportsector een toename. Er zijn wel technologische ontwikkelingen die de CO2-uitstoot verlagen maar die volstaan op dit ogenblik niet om de toename ten gevolge van de globalisering en de bevolkingsgroei te compenseren. 


De uitdaging is enorm. Tegen 2050 moet de uitstoot van de transportsector met een factor acht naar beneden. Ook de doelstelling voor de nabije toekomst is niet min. Vlaanderen zegt dat we tegen 2030 naar een daling van 23 procent moeten gaan. Voor goederenvervoer gaat het over min drie procent tegenover 1990. Dat lijkt weinig maar als we niets doen, komen we aan plus negentien procent. Voor personenvervoer gaat het over een afname van 42 procent, dat is bijna een halvering van de CO2-uitstoot in tien jaar tijd.’

Hoe kunnen we die doelstelling halen?

‘Met de strategie van de 8 V’s: vermelden, vermijden, verschuiven, verschonen, versnellen, verbinden, veranderen en vooruit.’

Waar staat 'vermelden' voor?

‘Mensen weten vaak niet wat duurzaam is en wat niet, of hoe duurzaam hun gedrag is. Neem e-commerce: is die beter of slechter voor de CO2-uitstoot dan zelf met de auto alle boodschappen doen? Als we al onze spullen online bestellen, als de transportronde goed in elkaar zit en iedereen thuis is om zijn pakket in ontvangst te nemen, dan heb je een veel duurzamere levering van goederen dan wanneer iedereen apart naar de winkel gaat. 

Natuurlijk is de levering van goederen vandaag niet optimaal georganiseerd. Iedereen wil zijn bestelling ‘s anderendaags of zelfs dezelfde dag nog ontvangen zodat de logistieke dienstverlener niet de tijd krijgt om de goederen goed te bundelen. Er is de gratis retour, die onmogelijk duurzaam kan zijn. En twintig procent van de mensen is niet thuis waardoor de pakjesdienst nog eens moet langskomen. Maar in principe kan e-commerce duurzamer zijn.’

Wat is 'vermijden'?

‘Vermijden wilt zeggen dat we ons minder verplaatsen. Ruimtelijke ordening is de basis van ons verplaatsingsgedrag. We moeten naar meer compacte steden en multifunctionele wijken waar we kunnen wonen, werken, winkelen, ontspannen. Als die wijken ook vasthangen aan goede openbaarvervoerknooppunten kunnen we veel verplaatsingen vermijden. Al die principes staan in het beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat is werk voor op lange termijn. 

Wat kunnen we nu al doen? 

Thuiswerken stimuleren, coworkingspaces creëren, teleconferencing organiseren. Door de lockdown heeft 70 % van de Belgen daar nu volop mee kennis gemaakt en 84 % van hen zegt ook na de lockdown meer te willen thuiswerken en online te vergaderen. Ook in het goederenvervoer kunnen we nog veel vermijden. Voor het leveren van pakjes zijn lockersystemen of afhaalpunten een goede oplossing. Er is nog winst te boeken door het beter bundelen van goederen zodat vracht- en bestelwagens minder lucht vervoeren.
 

En 'verschuiven'?

De 3e V gaat over het verschuiven van wegtransport naar het spoor, de binnenvaart, cargofietsen. De binnenvaart zit in stijgende lijn en is goed voor vijftien procent van het goederenvervoer, het spoor blijft vrij constant op tien procent.’
 

Wegtransport is natuurlijk zeer flexibel. Hoe kan de aantrekkingskracht van de alternatieven verhoogd worden?

‘Wij werken veel op synchromodaal vervoer. Als een producent meer data heeft over bijvoorbeeld afvaarten van binnenschepen en weet waar er nog capaciteit over is, vergemakkelijkt dat de modal shift en zijn goederen ook veel beter te volgen. Realtime data en het delen van data doorheen de hele keten zijn belangrijk. Daarnaast boort de binnenvaart ook nieuwe segmenten aan: vroeger was het bulktransport, daarna kwamen de containers, nu is er een derde golf met paletten op het binnenschip. Zeker voor bouwmaterialen is dat echt van de grond gekomen. 

Sommige transportbedrijven kiezen ervoor om een multimodale speler te worden, ze investeren in eigen terminals. Dat zijn mooie signalen. Daarnaast hebben cargofietsen nog veel potentieel. Sommige studies zeggen dat 50 procent van wat we nu in de stad vervoeren met de cargofiets zou kunnen.’
 

Wat met het personenvervoer?

‘De grote stromen moeten via het openbaarvervoernetwerk gaan. Deelauto’s, -fietsen en -steps in combinatie met openbaar vervoer moeten ervoor zorgen dat mensen geen auto meer nodig hebben. Door de coronacrisis zijn veel mensen bang geworden om het openbaar vervoer te gebruiken wegens smetvrees, maar op termijn blijft het de ruggengraat van een duurzaam mobiliteitssysteem.’

Er wordt gezegd dat we evolueren naar Mobility as a Service. Wat houdt dat in?

‘Mobility as a Service of MaaS wil zeggen dat we afstappen van het model van vervoermodi die we zelf bezitten en dat mobiliteit een dienst wordt waarvan we gebruik maken op het moment dat we die nodig hebben. Als we van A naar B willen, dan zorgt de mobiliteitsdienstverlener ervoor dat die verplaatsing vlot en comfortabel kan gebeuren, via een combinatie van vervoermodi van publieke en private aanbieders. 

1 app zorgt voor de ticketing en de betaling. In Antwerpen is er nu al Whim waarmee je voor 55 euro per maand onbeperkt toegang hebt tot het openbaar vervoer, deelsteps en een aantal credits voor een deelwagen of een taxi. Ook MaaS moet passen in een breder beleid. Je kunt het niet invoeren zonder een sterk openbaar vervoer, dat is de ruggengraat waarop andere modi aantakken.’

En wat met 'verschonen'?

‘Met verschonen bedoel ik de evolutie naar vooral elektrische mobiliteit. Voor elektrische voertuigen zijn er nog 3 belangrijke barrières: de aankoopprijs, het bereik of de autonomie van de auto en de laadinfrastructuur. De prijzen zijn wel aan het dalen en de batterijen worden performanter. Er komen veel interessante modellen op de markt met een bereik van 400 kilometer. 

Laadinfrastructuur heeft te maken met waar de auto staat: vooral thuis of op het werk. De oplaadmogelijkheden thuis hangen zeer sterk af van waar iemand woont. In een stad zal er heel wat publieke laadinfrastructuur moeten komen omdat mensen daar niet vaak een eigen garage hebben. Opladen op het werk betekent dat werkgevers in laadinfrastructuur moeten voorzien.’

Hoe minder een vrachtwagen uitstoot, hoe lager de heffing. Heeft dat tot een vergroening van het wagenpark geleid?

‘Zeker. Veel vrachtwagens op onze wegen komen uit het buitenland, de properste voertuigen worden naar hier gestuurd. Wat de kilometerheffing nauwelijks doet, is een verschuiving bewerkstelligen van de weg naar binnenvaart of spoor. Omdat ze geen rekening houdt met het tijdstip van rijden heeft ze ook geen impact op de congestie. We hebben een slimme kilometerheffing nodig, ook voor personenvervoer. Die zou een positieve impact hebben op de files. 

De economische kost van de congestie bedraagt voor heel Europa 1 procent van het bnp, bij ons zal het nog meer zijn. Wat te weinig wordt gezegd, is dat met een slimme kilometerheffing sommige mensen minder zouden betalen dan nu. Duurzaam gedrag zou beloond worden.’

2030 is morgen, 2050 komt dichterbij, dat versnellen uw vijfde V is hoeft geen verwondering te wekken. Maar hoe snel kan het gaan?

‘Een transformatie kan zeer snel gaan. En nu moet het snel gaan, we hebben geen tijd te verliezen. Alleen slagen we er niet in het juiste kader te creëren: we hebben salariswagens, we betalen per jaar voor autobezit en niet voor autogebruik. Die taboes moeten sneuvelen om echt te kunnen veranderen, de meer duurzame opties moeten de beste of de makkelijkste worden.

Het afschaffen van de salariswagens zit er niet meteen in, maar vanuit de klimaatoptiek kunnen we ze wel gebruiken als hefboom. 13,5 procent van alle auto’s zijn salariswagens, ze zijn goed voor 40 procent van de nieuwe aankopen. Als we de salariswagens verplicht elektrisch maken, is dat een hefboom om zeer snel een injectie te hebben van elektrische auto’s. Na vier jaar komen ze op de tweedehandsmarkt waar ze ook voor andere mensen interessant worden. En ze zullen werkgevers stimuleren om de nodige laadinfrastructuur te installeren.’
 

De laatste pijlers van uw strategie zijn 'verbinden' en 'veranderen'. Wat verstaat u daaronder?

‘Verbinden wil zeggen dat beleid en burgers samen tot duurzame oplossingen komen. Maar uiteindelijk zullen mensen hun gedrag natuurlijk moeten veranderen. Daarbij volstaat het niet om de juiste argumenten aan te reiken, gedragsverandering gaat ook over emoties. Het nieuwe pad moet gemakkelijker en aantrekkelijker zijn dan het oude. Een crisis is altijd een goed moment om nieuwe gedragingen aan te leren. 

De coronacrisis heeft ons geleerd dat we inderdaad meer van thuis uit kunnen, dat er veel in onze nabijheid is en het heeft ons leren nadenken over essentiële verplaatsingen. Mensen springen nu massaal op de fiets en de overheid kan dat verder aanmoedigen door extra fietsinfrastructuur te voorzien. Het belang van een leefbare stad is nu meer dan ooit duidelijk geworden. Laten we hopen dat we niet terug snel naar business as usual gaan, maar deze crisis aangrijpen om naar een duurzamer mobiliteitssysteem te gaan.’

Deze zomer verschijnt het nieuwe boek " Met een factor 8 naar de mobiliteit van de toekomst" van Cathy Macharis bij Stichting Kunstboek.

Hebt u interesse in duurzaam beleggen? Uw private banker of wealth officer vertelt er u graag meer over.

Of vraag een afspraak voor een eerste kennismakingsgesprek, volledig vrijblijvend.

Maak een afspraak


 

Wenst u op de hoogte te blijven van onze nieuwsberichten?

Disclaimer
Dit blogbericht mag niet worden beschouwd als een beleggingsaanbeveling of advies.
 

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.