Het VK haast zich naar de uitgang maar zonder zekerheid over waar die heen leidt

vrijdag 31 januari verlaat het Verenigd Koninkrijk (VK) officieel de EU. Er staan heel wat evenementen gepland in Groot-Brittannië, waaronder de lancering van een nieuwe herdenkingsmunt en een lichtshow in Downing Street. De overgrote meerderheid van de bedrijven en mensen, zowel in het VK als in de rest van de EU, zal evenwel geen praktische veranderingen zien totdat de overeengekomen overgangsperiode eind dit jaar afloopt. Tot die tijd zal het VK worden behandeld alsof het nog steeds een EU-lidstaat is en zal de EU-wetgeving in het VK van toepassing blijven. De vooruitzichten voor de Britse economie op langere termijn blijven onduidelijk en zijn waarschijnlijk minder veelbelovend dan aangenomen door veel Britten gezien de enorme economische en politieke uitdagingen waarmee het VK zal worden geconfronteerd. Bovendien zal brexit ook als een donderwolk boven de Europese economieën blijven hangen. ën blijven hangen.

Geen kantelpunt maar het begin van een uitdagend proces

31 januari zal geen onmiddellijk kantelpunt zijn voor het VK of voor de economieën in de EU. Wel kan er een kleine, tijdelijke “Brexit Bounce” verwacht worden in het vertrouwen en de uitgaven in het VK. Ook in de belangrijkste EU-handelspartners van het VK zou dit, zij het in mindere mate, het geval kunnen zijn omdat de onmiddellijke dreiging van een brexit zonder deal wegvalt.

De economische gevolgen op zeer korte termijn mogen dan wel beperkt lijken, de gevolgen op langere termijn zouden aanzienlijk kunnen zijn. 31 januari 2020 is een historische datum in wat al een lange en kronkelige weg naar brexit is geweest. Het VK passeert immers het “point of no return” en zal nu niet langer artikel 50 kunnen inroepen om het exitproces stoppen. Het zal daarenboven ook niet langer een stem hebben in de EU-besluitvorming. Na een moeizaam scheidingsproces dat drie jaar aansleepte, zal het VK nu proberen om in maximaal elf maanden tijd een brede vrijhandelsovereenkomst met de EU te onderhandelen. Die zal, volgens Boris Johnson, betrekking hebben op de handel in goederen en diensten en op de samenwerking op andere gebieden. Dit lijkt in het beste geval zeer ambitieus (zie ook de KBC Economische Opinie van 31 oktober 2019).

Een groot probleem in eerdere gesprekken was de scherpe verdeeldheid over brexit binnen het Britse parlement en bij de bevolking. Om verschillende redenen kan de zeer duidelijke uitkomst van de recente Britse verkiezingen toch ook problemen opleveren voor de komende onderhandelingen.

De conservatieve partij, die voorheen een minderheidsregering vormde, heeft nu een zeer grote meerderheid van 80 zetels, omdat ze in aanloop naar de verkiezingen beloofd heeft ‘brexit voor elkaar te krijgen’. De Britse kiezers lijken genoeg te hebben van het aanslepende brexit-proces, waardoor het VK waarschijnlijk voorrang zal geven aan een snelle schone breuk met de EU boven de meer geduldige maar langdurige inspanningen die nodig zijn om tot een alomvattend akkoord te komen.

De conservatieve partij, voorheen een minderheidsregering, heeft nu een zeer grote meerderheid van 80 zetels, omdat ze in aanloop naar de verkiezingen beloofd heeft ‘brexit voor elkaar te krijgen’. De Britse kiezers lijken genoeg te hebben van het aanslepende exit-proces, waardoor het VK waarschijnlijk voorrang zal geven aan een snelle schone breuk met de EU boven de meer geduldige maar langdurige inspanningen die nodig zijn om tot een alomvattend akkoord te komen.

Daarenboven hebben de recente verkiezingen ervoor gezorgd dat de brexiteers nu de touwtjes stevig in handen hebben in het Britse parlement. Het Britse team dat met de EU onderhandelt, zal daarom meer geneigd zijn te geloven dat het VK buiten de EU meer ruimte zal hebben voor een onafhankelijke beleidsvorming. Deze zou het Britse bedrijfsleven meer kansen bieden en de kosten van een beperktere toegang tot de interne markt van de EU compenseren.

Bovendien is er tot dusver geen dramatische negatieve brexit- impact geweest voor de Britse huishoudens. Uit de laatste gegevens blijkt dat de werkloosheid slechts 3,8% bedraagt, dat het gemiddelde inkomen stijgt met 3,3% en de inflatie beperkt is tot 1,3%. Een ondersteunende beleidsmix, een meer concurrerende wisselkoers en het feit dat de gevolgen na brexit nog niet voelbaar zijn, betekenen dat veel Britse consumenten eerdere ernstige waarschuwingen nu als ongegrond beschouwen. Toekomstgerichte indicatoren zoals de chronische zwakte van bedrijfsinvesteringen en van de woningmarkt krijgen weinig aandacht.

Om deze redenen is het risico groot dat het VK de komende onderhandelingen snel zal willen afhandelen. De nadruk zal meer liggen op de voordelen dan op de kosten van samenwerking met de EU en het VK zal waarschijnlijk onvoldoende rekening houden worden met de strategische overwegingen en de economische schaal van de EU in de onderhandelingen.

Het besluit van de Britse regering om in de Britse wetgeving een verlenging van de overgangsperiode onmogelijk te maken, zou om diezelfde redenen ook kunnen falen de beoogde versterking van de Britse onderhandelingspositie te verwezenlijken. Het beloven dan ook moeilijke discussies te worden en het is waarschijnlijk dat er meermaals gevreesd zal worden dat het VK uit de EU zal crashen aan het einde van het jaar.

Een complicerende factor is de ambitie van het VK om tegelijkertijd handelsovereenkomsten te sluiten met een aantal andere landen. Hierbij wordt gesuggereerd dat een akkoord met de VS de onderhandelingspositie van het VK ten opzichte van de EU zou versterken. Het pad van het VK naar zijn uitgesproken ambitie om “een kampioen van de vrije handel” te worden zal evenwel allesbehalve makkelijk zijn. De Britse voorgestelde belasting op digitale diensten en de betrokkenheid van Huawei bij de uitrol van 5G in het VK, stoten de VS alvast danig tegen de borst.

Economische realiteit kan botsen met politieke retoriek

Wat de EU betreft, heeft Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen in een toespraak begin januari de beginselen en prioriteiten van haar onderhandelingspositie ten opzichte van het VK zeer duidelijk uiteengezet. Ze merkte op dat het partnerschap niet hetzelfde kan en zal zijn als voorheen.
Bovendien zei ze dat, hoe meer verschillen er zijn, hoe minder nauw het partnerschap zal zijn. Ze gaf aan te willen werken aan alle oplossingen die de integriteit van de EU, haar interne markt en haar douane-unie waarborgen maar dat er over deze zaken geen toegevingen gedaan zullen worden.

Duidelijke verschillen in de door het VK en de EU gesignaleerde aanpak en de huidige politieke stemming in Groot- Brittannië maken het onwaarschijnlijk dat het VK en de EU de overgangsperiode tot na het einde van het jaar zullen verlengen. Dit betekent ook dat een handelsovereenkomst waarschijnlijk “beperkt en ondiep” zal zijn en in de eerste plaats gericht op de handel in goederen. De vooruitgang op het gebied van de handel in diensten zal waarschijnlijk beperkt zijn en het zal moeilijk worden tot definitieve regelingen te komen op gebieden als beveiliging en data.

Is een overeenkomst dan technisch onmogelijk? Ervaringen met eerdere EU-handelsovereenkomsten doen vermoeden dat een termijn van elf maanden volstrekt ontoereikend is om tot een overeenkomst met het VK te komen. De EU en het VK hebben echter een sterke band waardoor de kans vergroot dat er voldoende vooruitgang geboekt kan worden rond de grote lijnen van een handelsovereenkomst, zij het met een beperkte omvang. Op basis hiervan zou een voorlopige deal gesloten kunnen worden met een technische implementatieperiode met een looptijd voorbij het einde van 2020.

Het bereiken van een dergelijk resultaat zal in belangrijke mate afhangen van de mate waarin de EU ervan overtuigd is dat het VK een level playing field in acht zal nemen. Dit zal toezeggingen vereisen op een aantal gebieden zoals staatssteun, sociale en arbeidsnormen, het milieu en relevante belastingkwesties. De recente retoriek van het VK, waarin de intentie om de onderlinge afstemming te vermijden werd benadrukt, is niet bemoedigend. Met enige creatieve nadruk op de gemeenschappelijke kenmerken van het VK en de EU zou dit probleem evenwel opgelost moeten kunnen worden.

De aanzienlijke uitdagingen die we zien voor het sluiten van een zeer elementaire handelsovereenkomst tussen het VK en de EU doen vermoeden dat de brexit-bezorgdheid in het komende jaar waarschijnlijk als een grote en dreigende donderwolk boven de Britse en Europese economie zal blijven hangen. Zelfs als deze uitdagingen overwonnen kunnen worden, zal het soort vrijhandelsovereenkomst dat nu door de Britse regering wordt overwogen, mettertijd waarschijnlijk ernstige negatieve gevolgen hebben voor de economische activiteit in het VK.

Het Britse ministerie van Financiën heeft geschat dat het beëindigen van de vrije handel in goederen en de aanzienlijke beperking van de handel in diensten tussen het VK en de EU ertoe zou kunnen leiden dat het Britse bbp ongeveer 7% lager ligt dan in een “no brexit”-scenario. Dit bedrag is gelijk aan de cumulatieve groei van de Britse economie in de periode van 2016 tot 2019. Het feit dat dit misschien niet in één keer of onmiddellijk gebeurt, doet niets af aan de risico’s. Tussen de brexit-datum van 31 januari en de waarschijnlijke effectieve vertrekdatum aan het eind van het jaar, wanneer de overgangsperiode afloopt, zouden er grote verschillen kunnen ontstaan tussen de politieke retoriek en de economische realiteit in het VK.

We houden u via deze nieuwsberichten op de hoogte van de verder ontwikkelingen. 

Bekijk ook de video 'Cijfers en Centen' van Tom Simonts, senior financial economist KBC Group.

Austin Hughes, KBC Ierland

Disclaimer
Dit nieuwsbericht mag niet beschouwd worden als een beleggingsaanbeveiling of advies. 

We gebruiken cookies en soortgelijke technologieën om je een goedwerkende website aan te bieden die je surfervaring aangenamer maakt. We kunnen de website ook aanpassen aan je behoeften en je voorkeuren. Door verder te surfen, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil je meer info? Of wil je dit niet? Klik hier.