Opfrissing ondernemingsrecht gaat in op 1 november

Opfrissing ondernemingsrecht gaat in op 1 november

Gepubliceerd op 13 september 2018

Vanaf 1 november 2018 gelden er nieuwe spelregels voor ondernemingen. De bestaande wetgeving was niet langer aangepast aan de huidige economische context. De hervorming moet voor meer samenhang zorgen. Dit verandert er allemaal.

1. Een nieuwe definitie van het begrip onderneming

Het Wetboek economisch recht zal een nieuwe, algemene definitie van het begrip onderneming hanteren. Voortaan is een onderneming:

  • iedere natuurlijke persoon die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent;
  • iedere rechtspersoon; en 
  • iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

Deze omschrijving is veel ruimer dan de bestaande definitie. Vroeger was een onderneming iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Het duurzaam nastreven van een economisch doel is niet langer een criterium.

  • Een onderneming is in de eerste plaats iedere natuurlijke persoon die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent: bakkers, slagers, maar ook vrije beroepers (dokter, apotheker, notaris, advocaat,enz.) of bestuurders van vennootschappen.
  • Het nieuwe ondernemingsbegrip omvat daarnaast iedere privaatrechtelijke rechtspersoon, ongeacht de statutaire en feitelijke activiteit. Het gaat onder andere om de nv, de bvba, de vof en ook verenigingen en stichtingen, zelfs al streven deze laatste geen economisch doel na.
  • Publiekrechtelijke rechtspersonen, opgericht door de overheid, vallen niet onder de definitie, behalve wanneer ze goederen of diensten op de markt aanbieden. In dat geval nemen ze deel aan het economische leven en concurreren ze met andere ondernemingen. Ze moeten dan dezelfde regels van economisch recht respecteren.
  • Tot slot omvat de nieuwe ondernemingsdefinitie elke andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Het gaat in de eerste plaats om een maatschap. Een maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid die haar vennoten (de maten genoemd) een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel wil bezorgen. Precies door dat winstgevende karakter gelden de regels van het ondernemingsrecht.
  • Opvallend: feitelijke verenigingen vallen niet onder het nieuwe ondernemingsbegrip. Deze verenigingen missen om te beginnen rechtspersoonlijkheid. Daarenboven doen de verenigingen geen uitkeringen aan hun leden. Feitelijke verenigingen die dat wél doen, worden alsnog beschouwd als een onderneming.
  • Deze ruimere definitie van het ondernemingsbegrip is terug te vinden in het hervormde insolventierecht. In tegenstelling tot vroeger kunnen nu ook de beoefenaars van vrije beroepen, vzw’s, verenigingen en maatschappen bescherming tegen hun schuldeisers zoeken via een procedure tot gerechtelijke reorganisatie. Verder kunnen ze ook failliet verklaard worden.

2. Ondernemingsrechtbank vervangt rechtbank van koophandel

  • De rechtbank van koophandel maakt plaats voor een ondernemingsrechtbank, die bevoegd is voor alle onderlinge geschillen tussen ondernemingen.
  • De ondernemingsrechtbank is niet bevoegd voor geschillen van natuurlijke personen met een zelfstandige beroepsactiviteit als de geschillen ‘kennelijk vreemd’ zijn aan hun onderneming, zoals een bakker die in zijn vrije tijd een boom velt die op het dak van de buren belandt. Bij twijfel is de ondernemingsrechtbank wél bevoegd.
  • Tot slot is de ondernemingsrechtbank ook bevoegd voor vorderingen tegen een onderneming, ook wanneer de eisende partij zelf geen onderneming is.

3. Wetboek van koophandel gaat op de schop

Het bestaande Wetboek van koophandel is niet meer van deze tijd. De verouderde bepalingen zijn vooral bedoeld voor handelaren en ondernemingen in de kleinhandel. Maar economische en wetenschappelijke veranderingen hebben de voorbije decennia net tot grotere vennootschappen geleid, met complexere structuren. Die evolutie sijpelde geleidelijk door tot in het Wetboek van koophandel. Gaandeweg kwamen er ook bijzondere wetten, zoals de faillissementswet, die niet in het Wetboek van koophandel werden opgenomen. De samenhang was daardoor zoek. De wet tot de hervorming van het ondernemingsrecht gaat die teksten van het Wetboek van koophandel die vandaag nog relevant zijn, integreren in het Wetboek van economisch recht.

4. Introductie van enkele nieuwe begrippen

De wet tot hervorming van het ondernemingsrecht voert een paar nieuwe begrippen in, zoals de geregistreerde entiteit, de inschrijvingsplichtige onderneming en de boekhoudplichtige onderneming. Het gaat om entiteiten en ondernemingen die respectievelijk verplicht zijn tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), tot een actieve inschrijving bij een ondernemingsloket en onderworpen zijn aan de boekhoudkundige regels.

5. Ruimer bewijsrecht

  • Alle ondernemingen zullen meer bewijsmiddelen mogen gebruiken tijdens rechtszaken. Voortaan gelden alle middelen van recht, ook getuigen en vermoedens, als bewijs tussen ondernemingen of tegen ondernemingen. Deze vrijheid geldt niet voor ondernemingen die een bewijs willen leveren tegen particulieren. In dat geval gelden er strengere regels.
  • De rechtbank kan de boekhouding aannemen als bewijs tussen ondernemingen. De boekhouding vormt evenwel geen bewijs tegen particulieren. Omgekeerd kunnen particulieren de boekhouding wel als bewijs tegen de onderneming gebruiken.
  • De rechtbank kan de voorlegging van (een gedeelte van) de boekhouding bevelen.
  • Tot slot is een factuur die door een onderneming werd aanvaard, een bewijs tegen deze onderneming. De factuur geldt als bewijs van alle overeenkomsten.

6. Nieuwe definitie ambachtsman

Om als ambachtsman erkend te worden en die hoedanigheid te behouden, moet een ambachtsman of ambachtsonderneming voortaan een onderneming zijn die ingeschreven is in de KBO voor de uitoefening van één of verschillende ambachtelijke activiteiten met een winstgevend doel en die minder dan twintig werknemers tewerkstelt. 

Is deze pagina nuttig voor jou? Ja Neen