Investeren in functie van de volgende generatie
Philippaerts We Live Horses
- Ludo, Olivier, Nicola, Thibault en Anthony Philippaerts
- Sector: Jumping en stoeterij (topsportambities in de jumping worden er gecombineerd met onder andere de handel in jonge paarden)
- Bedrijfsleider: Ludo Philippaerts en zonen
- Ligging: Oudsbergen (Limburg)
In de paardenwereld klinkt de naam Ludo Philippaerts als een klok. Als voormalige Belgische topruiter in de jumping heeft hij een goedgevulde trofeeënkast. Maar op zijn lauweren rusten heeft hij ook na het afscheid van de topsport nooit gedaan. Zijn levenswerk Stoeterij Dorperheide werd omgevormd tot Philippaerts We Live Horses en is klaar voor een volgende stap vooruit. Daarbij deed hij ook een beroep op KBC.
Ludo (63) kreeg als jongere de smaak van het springen goed te pakken binnen LRV, de Landelijke Rijvereniging. Hij werd er onder andere drie keer nationaal kampioen in dressuur en twee keer in springen – telkens in de zwaarste reeksen.
Al gauw volgde een internationale carrière in het springen met spraakmakende overwinningen in de jaren 90 en 2000. Ook werd hij twee keer vierde op de Olympische Spelen.
Vandaag houden de vier zonen de naam Philippaerts hoog in de jumpingwereld: Olivier, Nicola en Thibault springen op het hoogste vijfsterrenniveau en ook de jongste zoon Anthony behaalt al mooie plaatsen op het viersterrenniveau.
Aan- en verkoop
In de ruiterwereld is de naam Philippaerts ook verbonden met zijn bedrijf. “Alle facetten van de jumpingsport komen hier aan bod”, vertelt Ludo.
Onze kernactiviteit is het uit België. We leiden ze verder op en verkopen ze na een aantal jaar. We hebben klanten in de hele wereld, maar met de VS als belangrijkste markt. Daarnaast leiden we hier ruiters op en fungeren we als dekstation.”
Niets gaat vanzelf
Ook de zonen zijn nauw betrokken bij de stoeterij. “Van de jumpingsport alleen kan je niet leven. De jumpingsport en de handel in jonge paarden versterken elkaar. Wanneer onze ruiters en paarden het internationaal goed doen, is dat voor ons de beste reclame. Zoon Nicola verblijft dit jaar vier maanden in de VS voor klantenbezoeken. De Amerikaanse markt is een goede markt voor ons, maar niets gaat vanzelf en je moet er wel zijn. In onze branche moet je ondernemer zijn.”
Nieuwe pistes
Ondernemen is soms ook uitbreiden. Die stap zet de stoeterij dit jaar. De laatste hand wordt gelegd aan zo’n 85 extra individuele boxen voor jonge paarden. Deze zijn onderverdeeld in vier aparte staldelen, gekoppeld aan een indrukwekkende nieuwe binnenpiste.
Deze piste staat toe om ook indoor op jumping te trainen. Een robot egaliseert ’s nachts de piste, en de toplaag wordt op de juiste vochtigheid gehouden met een eb- en vloedsysteem. Buiten kwamen er onder andere een zandpiste, graspiste en galoppiste bij.
Blik over generaties
“De voorbije jaren zijn we al fors gegroeid, we huurden elders stallen voor de jonge paarden. Maar alles bij elkaar is veel logischer; dat is in andere landbouwsectoren niet anders”, vertelt Ludo. Ludo is nog steeds de bezieler achter de stoeterij, maar de vier zonen zijn nauw betrokken. De inves- teringen gebeuren vooral in functie van hun carrière. Die blik over meerdere generaties heen heeft de paardenwereld gemeenschappelijk met de land- en tuinbouw.
Ieder dossier moet op zijn merites beoordeeld worden, het ene paardenbedrijf is het andere niet
Anne-Marie Vander Sanden en Geert Brys van KBC
Stielkennis overbrengen
Anne-Marie Vander Sanden is de vaste KBC-relatiebeheerder van Ludo Philippaerts. Zij kan nog wel wat andere parallellen met de land- en tuinbouw opsommen. “Net zoals de gehele land- en tuinbouw is de paardensector een kapitaalintensieve sector, die werkt met levende materie. Voor iemand die van buiten de sector komt, is het niet evident om van nul te starten. Vergunningen, nutriëntenemissierechten, mestafzet … spelen voor de paardenhouderij even hard als in een andere sector”, somt ze op. Het leren van het vak van vader op zoon is eveneens een constante in de land- en tuin- bouw. “Het al dan niet kopen van een jong paard is vaak iets waar heel wat gevoel bij betrokken is”, legt Ludo uit.
“De afstamming kennen is minder belangrijk dan kwaliteit zien. Ook later moet je het juiste paard aan de juiste klant koppelen. Er komt ook wat gevoel bij. Die ervaring en stiel- kennis leer je niet zomaar op een paar jaar. Dat zal in andere sectoren niet anders zijn.”
We mogen fier zijn
De complexiteit van de land- en tuinbouwsector maakt ook de kredietverlening complexer. Banken moeten blijven investeren in mensen en kennis om op een gezonde manier aan kredietverlening te voldoen. Bij KBC doen ze die inspanningen. Bij sleutelmomenten van een bedrijf kijkt een adviseur Agro mee met de relatiebeheerder. Geert Brys, adviseur Agro bij KBC, is zo’n adviseur voor land- en tuinbouw. Bij de dossiers die hij uit de land- en tuinbouw onder ogen krijgt, zitten ook een deel paardenhouders.
“De paardensector wordt in ons land vaak wat kritisch onder een vergrootglas bekeken. Maar we mogen oprecht heel fier zijn op de Belgische paardensector. Waar vroeger het Belgisch trekpaard het pronkstuk was van de Belgische fokkerij, zijn dat nu de Belgische springpaarden.”
Onderbouwde visie
Ervaring uit gelijkaardige dossiers in de land- en tuinbouw speelt mee, maar elk bedrijf is toch weer anders. “Ieder dossier moet op zijn merites beoordeeld worden. Het ene varkensbedrijf is het andere niet, het ene paardenbedrijf is het andere niet”, oordeelt Anne-Marie. “Ludo kennen we al vele jaren en we kennen zijn visie. Hij had een duidelijk businessplan en kon dit ook onderbouwen met cijfers uit het verleden.”
Ludo bevestigt: “Ik vind het belangrijk om voor de bank geen nummer te zijn. Als klant ken je je relatiebeheerder, en ik weet dat als ik Anne-Marie bel dat ze gaat meedenken. Maar zonder cijfers te kunnen voorleggen lukt het natuurlijk niet. We moeten ons elke dag weer bewijzen, zowel in de jumping als in ons bedrijf. De nieuwe infrastructuur zal ons daarbij helpen.”
bron: Boerenbond