Financiële termen verklaard

Lexicon van financiële terminologie

Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Financiële termen verklaard

Lexicon van financiële terminologie

Op zoek naar de betekenis van financiële termen? Vind de definities die je zoekt in onze verklarende woordenlijst.

A

aandeel
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming.

aandeelrendement
Het rendement op aandelen bestaat uit twee onderdelen: eventuele waardestijging van het aandeel en het periodiek uit te keren deel van de winst van de onderneming: het dividend. Zie ook dividendrendement. Om het rendement van de waardestijging van de aandelen te realiseren, moet men de aandelen eerst verkopen.

aandelenanalyse
Verzamelnaam van een aantal methoden en technieken die gebruikt worden om een oordeel te krijgen over de toekomstige koersontwikkelingen van een aandeel. De meest gangbare zijn: fundamentele analyse, technische analyse en macro-economische analyse.

aandelenfonds
Fonds dat in hoofdzaak in aandelen belegt. Het aanbod is uitgebreid: fondsen die wereldwijd beleggen, die gespecialiseerd zijn in een land of regio, in een sector of marktniche, actief of indexmatig beheerd, ... De beleggingspolitiek wordt uiteengezet in een Key Information Information Document (KID) en een prospectus.

aandelenfuture
Futurescontract met een onderliggende waarde van aandelen. Er zijn futures in financiële instrumenten (indices, aandelen, rente, valuta) en in grondstoffen zoals agrarische producten (graan, aardappelen, soja, koffiebonen, slachtvarkens), edelmetalen (goud, zilver, palladium) en grondstoffen (olie, koper, lood).

aandelenindex
Gewogen gemiddelde van de koersen van een aantal aandelen; met die index meten we de ontwikkeling van de koersen van die aandelen. Een aandelenindex wordt gezien als een graadmeter van de beurs.

aandelenoptie
Verhandelbaar recht om een pakket aandelen te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs op of tot een bepaald moment in de toekomst. Zie ook optie.

aandelensplitsing
Splitsing in meerdere gelijke delen waardoor de nominale waarde van een aandeel daalt. Door splitsing van een aandeel kan de verhandelbaarheid toenemen.

aanvrager van een verzekering
Zolang het contract niet tot stand gekomen is, spreken we van de aanvrager. De acceptatie gebeurt door de verzekeraar.

achtergestelde obligaties
Achtergestelde obligaties zijn obligaties die bij een faillissement of liquidatie van de desbetreffende onderneming pas terugbetaald worden na de andere schuldeisers (maar wel vóór de aandeelhouders). De kans is groot dat bij een faillissement de houders van dit soort papier niet of minder terugbetaald worden dan de houders van niet-achtergestelde obligaties. Het risico ervan is dus hoger en vereist een hogere vergoeding.

achtergestelde termijnbelegging
Termijnbelegging die, bij vereffening van de financiële instelling die de belegging heeft uitgegeven, pas recht geeft op de terugbetaling van de hoofdsom en de nog niet uitgekeerde interest, nadat alle andere schuldeisers zijn vergoed. De aandeelhouders worden vergoed na de eigenaars van de achtergestelde termijnbelegging.

actief beheer
Portefeuillebeheer waarbij de beheerder op basis van zijn marktvisie en verwachtingen actieve posities inneemt met als doel een beter beleggingsresultaat te halen dan dat van zijn benchmark. Tegenover de kans op een beter beleggingsresultaat staat het risico dat het resultaat achterblijft bij dat van de benchmark. . Tegenovergestelde van indexmatig beheerpassief beheer.

actieve positie
Positie die ontstaat wanneer het relatieve belang van sommige aandelen of obligaties in een beleggingsportefeuille afwijkt van hun belang in de referentie-index van die portefeuille.

activaspreiding
Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het beleggersprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘assetallocatie’. Engels: ‘asset allocation’.

actuarieel rendement
Berekening van het rendement op jaarbasis die niet alleen rekening houdt met de couponuitkeringen, maar ook met andere bepalingen zoals uitgifteprijs, couponfrequentie, coupondata, terugbetalingsprijs en eindvervaldag. Het is de enige manier om beleggingen waarvan de inkomsten en uitgaven ongelijk gespreid zijn in de tijd, op een objectieve manier met elkaar te vergelijken.

afgeleid product (derivaat)
Financieel instrument waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van een ander actief (de onderliggende waarde). De waarde van het afgeleide product wordt niet alleen bepaald door de waarde van het onderliggende actief, maar ook door tal van andere factoren (bijvoorbeeld de renteontwikkeling, de looptijd en de volatiliteit van het onderliggende actief, …). Er bestaan verschillende soorten afgeleide producten (forwards, futures, swaps, opties, ...) op verschillende soorten van activa (grondstoffen, munten, aandelen, ...). De kracht van afgeleide producten ligt in de hefboomwerking. Behalve als speculatief instrument kunnen ze ook worden gebruikt om een portefeuille te beschermen tegen bepaalde marktrisico's (hedgen), zoals wisselkoers- en renterisico's.

afkoop
Als de verzekeringnemer op elk ogenblik voor de einddatum van zijn contract zijn reserve geheel of gedeeltelijk opvraagt, noemen we dat een volledige of een gedeeltelijke afkoop.

Algemene Vergadering van Aandeelhouders
(Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.

algemene voorwaarden
Gemeenschappelijke voorwaarden die voor alle producten van hetzelfde type gelden. In de algemene voorwaarden wordt onder meer bepaald wanneer een contract aanvangt, welke rechten men kan uitoefenen, welke risico’s zijn uitgesloten.

anticipatieve heffing
Belasting die wordt geheven op een pensioenspaarrekening. Die heffing is meestal verschuldigd op het ogenblik dat de pensioenspaarder 60 jaar is geworden.

Anti-dilution levy
Bij uitzonderlijk grote bedragen aan netto toe- of-uittredingen kan KBC Asset Management beslissen om aan de betrokken beleggers [die op die dag toe-/uittreden] bijkomende kosten aan te rekenen die de negatieve impact op de netto inventariswaarde neutraliseren. De hoogte van die kosten is gebaseerd op de transactiekosten die de beheerder moet maken. Deze in zeer uitzonderlijke situaties aangerekende kosten zijn in het belang van de beleggers die in het fonds blijven.

Asian start
Bij een fonds met Asian start wordt de beginwaarde van de onderliggende korf of index bepaald als het gemiddelde van een aantal observaties, gespreid over het eerste gedeelte van de looptijd. Werken met een gemiddelde vermijdt plotse pieken in de beginwaarde te wijten aan een te korte observatieperiode zoals bijvoorbeeld op een dag.

Asian tail
Bij een fonds met Asian tail wordt de eindwaarde van de onderliggende korf of index bepaald als het gemiddelde van een aantal observaties, gespreid over het laatste gedeelte van de looptijd. Werken met een gemiddelde vermijdt plotse pieken in de eindwaarde te wijten aan een te korte observatieperiode zoals bijvoorbeeld op een dag.

asset allocatie
Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het beleggersprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘activaspreiding’. Engels: ‘asset allocation’.

Asset Test (%)
Test die bepaalt of meer dan 25% van het vermogen van een fonds (of een compartiment) rechtstreeks of onrechtstreeks is belegd in schuldvorderingen zoals gedefinieerd in artikel 19bis WIB92. Indien dit het geval is, is een bevrijdende roerende voorheffing van 30% verschuldigd op de inkomsten die voortkomen uit deze schuldvorderingen bij de inkoop of de overdracht onder bezwarende titel van de deelbewijzen van het fonds of in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het eigen vermogen van het fonds of van het betrokken compartiment. Je vindt deze terug op kbc.be/documentatie-beleggen.

automatisch sparen
Systeem waarbij een cliënt de bank de opdracht geeft om op geregelde tijdstippen automatisch een vast of variabel bedrag over te schrijven naar zijn spaarrekening.

B

bail-in risico
In geval van afwikkeling of risico op faling van KBC Bank NV en haar dochterondernemingen, kan het deel van een fonds dat belegd is in deposito’s en termijnrekeningen bij KBC Bank en/of andere financiële instrumenten uitgegeven of gegarandeerd door KBC Bank, geheel of gedeeltelijk worden afgeschreven of worden omgezet in kapitaalinstrumenten (aandelen), al naargelang de beslissing van de afwikkelingsautoriteit.

bancassurance
Bankverzekering (voorkeurterm bij KBC). Verkoop van verzekeringsproducten en -diensten via het commerciële net van de bankinstellingen. Het concept verwijst naar hetzelfde fenomeen als ’verzekeringsfinancieren’, maar gezien vanuit het standpunt van de bankier. Zie verzekeringsfinancieren.

basispunt
Een honderdste van een procent in absolute zin. Als de rente bijvoorbeeld stijgt van 2% naar 2,10%, komen er tien basispunten bij. Synoniem: 'procentpunt'.

bedrijfskasstroom
Resultaat van de activiteiten van een onderneming, vermeerderd met de afschrijvingen en de waardeverminderingen. Maatstaf voor de winst die een onderneming maakt met haar bedrijfsactiviteiten zonder dat de kosten en opbrengsten van de financiering erin verwerkt zitten.

begunstigde

  • Persoon aan wie de gespaarde tegoeden worden overgemaakt op de vrijgavedatum van een derdenbeding. Context: derdenbeding.
  • Persoon aan wie de verzekeraar de verschuldigde sommen moet uitkeren. We maken een onderscheid tussen de begunstigde bij leven en de begunstigde bij overlijden: de begunstigde bij leven is de persoon die de uitkering op de einddatum van het contract ontvangt, als de verzekerde op dat moment nog in leven is; de begunstigde bij overlijden is de persoon aan wie de verzekeraar het kapitaal uitkeert, als de verzekerde overlijdt vóór de einddatum van het contract. Context: verzekeringen.

beheerder
Iemand die het bezit van een ander beheert. De beheerder van een beleggingsfonds zorgt voor de spreiding van de beleggingen in het beleggingsfonds.

beheerloon
Vergoeding die de belegger betaalt voor de taken die de beheerder van een fonds uitvoert. Deze vergoeding is een bepaald percentage van de waarde van het fonds. Dagelijks wordt een stukje van die kosten aangerekend.

beheerskosten en andere administratie- of exploitatiekosten
Dit zijn jaarlijkse kosten en andere betalingen uit de activa van het fonds. Ze bestaan vooral uit het beheerloon (de vergoeding voor de taken die de fondsbeheerder uitvoert), de administratiekosten (kosten voor de periodieke berekening van de netto inventariswaarde, de opstelling van de jaarrekeningen en de administratie voor het fonds), het bewaarloon (de vergoedingen die het fonds betaalt aan de bewaarder) en de taksen die het fonds betaalt.

beleggersprofiel van een belegger
Niet iedere belegger heeft dezelfde behoeften. De ene belegger kiest graag voor wat meer risico met de kans op een hoger rendement, terwijl een andere graag zeker speelt en tevreden is met een lager rendement.

beleggersprofiel van een beleggingsfonds
Doet op basis van de productscore van het fonds een uitspraak over het beleggersprofiel van de beleggers waarvoor dat fonds een passende belegging is. Een beleggersprofiel van een fonds kan door de ontwikkelingen van de financiële markten veranderen.

beleggingsfonds
Courante naam voor een ICB (Instelling voor Collectieve Belegging). In essentie een gediversifieerde portefeuille die volgens een in het prospectus uiteengezet beleggingsbeleid belegt in aandelen, obligaties, cash en/of vastgoed. De belegger kan tegen de inventariswaarde in- en uitstappen, wanneer hij dat wenst. Een beleggingsfonds biedt heel wat beleggingscomfort voor de intekenaar. Het wordt beheerd door specialisten die de markt op de voet volgen en die ook de volledige administratie voor hun rekening nemen (onder meer het innen van interesten en dividenden). 

Voor tak-23-beleggingsfonds: zie beleggingsverzekering.

beleggingshorizon
Periode waarin een belegger, in overeenstemming met een bepaald risico, een bepaald beleggingsresultaat wil verkrijgen. Het is dus ook de periode waarin een belegger zijn geld dat hij wil beleggen, kan missen. De gewenste beleggingshorizon wordt vastgelegd in het beleggersprofiel.

beleggingsmaatschappij
Beleggingsfonds dat wordt beheerd door professionele beheerders. Onderneming die belegt in verschillende effecten, en op zijn beurt weer aandelen uitgeeft.

beleggingsresultaat
Rendement op jaarbasis van een beleggingsproduct. Het beleggingsresultaat in lokale munt is het rendement uitgedrukt in de munt waarin het beleggingsproduct noteert. Voor een belegger uit het eurogebied wordt het rendement bijgevolg ook bepaald door het wisselkoersverloop van de munt (waarin de belegging noteert) tegenover de euro.

beleggingsstijl
Binnen de beleggingspolitiek van een fonds kunnen bijkomende beperkingen worden opgelegd aan de fondsbeheerder. Zo kan het fonds bij voorkeur beleggen in ondernemingen die een forse groei nastreven (growth), of integendeel beleggen in bedrijven die op zoek gaan naar waardecreatie (value). Andere beleggingsstijlen leggen bijvoorbeeld de klemtoon op aandelen van grote ondernemingen (large caps) of integendeel op die van kleine ondernemingen (small caps).

beleggingsverzekering (tak 23)
Een tak 23-beleggingsverzekering is een levensverzekering waarvan de premies belegd worden in een of meerdere beleggingsfondsen, zonder gegarandeerd rendement.

beleidsrente
Kortetermijnrente die de centrale bank vastlegt voor haar transacties met commerciële banken. De beleidsrente wordt gebruikt als monetair instrument om een bepaald doel te bereiken. In het eurogebied wordt de beleidsrente bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB). Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld, d.w.z. de kosten om te lenen en de opbrengst van spaargelden. Een verhoging (verlaging) van de rente heeft daarom een remmende (stimulerende) invloed hebben op de vraag, wat zich op zijn beurt zal vertalen in de ontwikkeling van de prijzen. Synoniem: ‘officiële rente’.

benchmark
Een maatstaf waaraan rendementen op een bepaalde portefeuille worden getoetst. Meestal een relevante aandelen- of obligatie-index, die als norm wordt gehanteerd voor de brede markt of voor het marktsegment waarin de portefeuille belegt. 

beurs
Officieel gereglementeerde markt voor de publieke handel in effecten.

beurscrash
Scherpe, onverwachte daling van de beurskoersen die gewoonlijk gepaard gaat met paniek.

beursindex
Een index geeft het gemiddelde koersverloop van een groep effecten weer. Niet alle aandelen stijgen of dalen tegelijk. Als we de koersen van de verschillende onderliggende aandelen optellen, en delen door een conversiefactor om een werkbaar getal te krijgen, maken we een beursindex. Die index geeft het beeld weer van de ontwikkeling van die beurs, als we de koers van die index in de tijd vergelijken.

beurskapitalisatie
Aantal uitgegeven aandelen vermenigvuldigd met de beurskoers.

beurskoers
Prijs waartegen een effect wordt gewaardeerd en verhandeld op de beurs. Die prijs wordt bepaald door vraag en aanbod.

beursnotering
Een bedrijf heeft een beursnotering wanneer aandelen in dat bedrijf verhandeld worden op een aandelenbeurs. Door de emissie van aandelen op de beurs kan een bedrijf zijn kapitalisatie vergroten, aandelen verkopen van een bestaande grootaandeelhouder en overgaan van een privé-bedrijf naar een beursgenoteerd bedrijf. Met de beursnotering krijgt een bedrijf verplichtingen op het gebied van rapportage en gedrag.

beursorder
Opdracht tot aankoop of verkoop op de beurs.

beurstaks
Belasting die de overheid heft bij de aan- en verkoop van effecten (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, …).

beursvennootschap
Enige soort vennootschap die orders op de beurs mag uitvoeren en daartoe erkend is door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

beursvolging
De beursvolging is een percentage en geeft aan in welke mate een portefeuille de aandelenmarkt volgt. Individuele aandelen en klassieke aandelenfondsen volgen de tussentijdse koersbewegingen heel sterk en tellen mee voor 100%. Aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming volgen de beursontwikkeling tussentijds in mindere mate. Daarom tellen ze maar mee voor zover ze de koersbeweging van de aandelenmarkt volgen.

bevak
Afkorting van 'Beleggingsvennootschap met VAst Kapitaal'. Het is een fonds met als typisch kenmerk dat het kapitaal principieel vast is. Het kapitaal kan alleen verhoogd of verlaagd worden volgens de regels die gelden voor een gewone vennootschap, waaronder een statutenwijziging. De aandelen zijn beursgenoteerd. Door vraag en aanbod kan de beurskoers sterk afwijken van de intrinsieke waarde. De meest voorkomende bevaks beleggen in vastgoed, maar er zijn ook bevaks die in aandelen beleggen.

bevek
Bevek is de afkorting van 'Beleggingsvennootschap met Veranderlijk Kapitaal'. Een Bevek is een ICB van het statutaire type, is een rechtspersoon en is meestal een naamloze vennootschap. Een Bevek heeft als typisch kenmerk dat ze doorlopend en zonder formaliteiten haar kapitaal kan verhogen door nieuwe aandelen uit te geven of omgekeerd haar kapitaal kan verminderen door bestaande aandelen in te kopen. Daardoor kan de belegger in principe minimaal twee maal per maand in- of uittreden. Dat gebeurt tegen de netto-inventariswaarde.

bevoorrecht aandeel
Aandeel waaraan een voordeel verbonden is, bijvoorbeeld een gewaarborgd minimumdividend, een hoger dividend dan op de gewone aandelen of voorrang op de gewone aandeelhouders bij terugbetaling.

bewaarloon
Vergoeding die een bank aan haar cliënten aanrekent voor het in bewaring houden en administreren van effecten.

bewaring
De bank kan optreden als bewaarnemer van financiële instrumenten en beleggingsmunten die zij voor de cliënt-bewaargever in open bewaring aanhoudt op een of meerdere effectenrekeningen. De bank is in haar rol als bank-bewaarnemer belast met een aantal activiteiten zoals inning en betaling van interest en dividenden, terugbetaling vervallen kapitalen, omruiling en splitsing van effecten, …

bijzondere voorwaarden
Voorwaarden die specifiek van toepassing zijn op een individueel contract. Daarin staan onder meer de begin- en de einddatum van het contract, de contracterende partijen, het verzekerde kapitaal gedefinieerd. Als de bijzondere voorwaarden afwijken van de algemene voorwaarden, zijn de bijzondere voorwaarden van toepassing.

blote eigendom
Bezit van waarden op een effectenrekening zonder te kunnen profiteren van de opbrengst die deze effecten voortbrengen.

bodemgrens
Beleggingen die de techniek van bodemgrensbewaking gebruiken, streven ernaar de waarde van een belegging gedurende een vooraf bepaalde periode, bv. één jaar, niet onder een vooraf bepaalde bodemgrens (bijvoorbeeld 90% of 95% van de inventariswaarde) bepaald bij het begin van die periode te laten zakken. De ‘afstand tot de bodemgrens', de afstand van de netto-inventariswaarde (NIW) tot de bodemgrens, wordt als volgt berekend: (NIW – bodemgrens)/bodemgrens.

Bonds Fixed rate
Obligatie met vaste rente.

Bonds Floating Rate
Obligatie met variabele rente.

Broeikasgasintensiteit bedrijven
De broeikasgasintensiteit van een bedrijf geeft weer hoeveel ton CO2-equivalenten een bedrijf uitstoot per miljoen omzet in Amerikaanse dollar (tCO2 e/$M omzet).
De hoeveelheid ton broeikasgas die een bedrijf uitstoot, is de som van:

  • de directe broeikasgasuitstoot als gevolg van de eigen activiteiten van het bedrijf (scope 1); en
  • de indirecte broeikasgasuitstoot als gevolg van de opwekking van ingekochte elektriciteit (scope 2).

De indirecte broeikasgasuitstoot als gevolg van activiteiten van bijvoorbeeld leveranciers en klanten (scope3) is niet in die som opgenomen,aangezien deze scope 3-gegevens voor een groot deel afhangen van aannames en niet openbaar worden gemaakt door bedrijven.

Op fondsniveau vertegenwoordigt dit cijfer het gewogen gemiddelde van alle broeikasgasintensiteit van onderliggende bedrijven in het fonds, waarvoor data beschikbaar is.
De concrete doelstellingen ‘doel’ voor een fonds alsook de benchmark en/of een referentieportefeuille gebaseerd op een bepaalde richtspreiding waartegen deze doelstellingen afgezet worden, vind je op www.kbc.be/documentatie-beleggen > Investeringsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.

Broeikasgasintensiteit landen
De broeikasgasintensiteit van een land geeft aan hoeveel ton CO2-equivalenten een land uitstoot per miljoen Bruto Binnenlands Product in USD (tCO2e/$M BBP).
De hoeveelheid ton broeikasgassen die een land uitstoot, is de som van:

  • de broeikasgasuitstoot als gevolg van de binnenlandse productie van goederen en diensten voor binnenlandse consumptie en voor export; en
  • de broeikasgasuitstoot als gevolg van de invoer van goederen en diensten, die teruggaat naar het land van oorsprong.

Op fondsniveau vertegenwoordigt dit cijfer het gewogen gemiddelde van alle broeikasgasintensiteit van onderliggende landen in het fonds, waarvoor data beschikbaar is.
De concrete doelstellingen ‘doel’ voor een fonds alsook de benchmark en/of een referentieportefeuille gebaseerd op een bepaalde richtspreiding waartegen dezedoelstellingen afgezet worden vind je op www.kbc.be/documentatie-beleggen> Investeringsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.

broker
Lid van de beurs die uitsluitend in opdracht van anderen werkt. De broker neemt opdrachten aan van andere partijen zoals particuliere cliënten en van institutionele beleggers als pensioenfondsen. Hij kan als ‘makelaar’ een koper en een verkoper bij elkaar brengen, of een groot order zelf uitvoeren op de beurs. Een broker kan actief zijn in alle financiële producten zoals aandelen, opties en obligaties. Het is de broker ten strengste verboden om voor eigen rekening en risico op de beurs te handelen. Een broker haalt zijn inkomsten uit de uit de transacties voortvloeiende vergoedingen.

buitengewone algemene vergadering
Speciaal bijeengeroepen algemene vergadering van aandeelhouders (naast de jaarlijkse gewone algemene vergadering) die zich kan uitspreken over een aantal buitengewone agendapunten (bijvoorbeeld een kapitaalverhoging, statutenwijziging, fusie, overname, enz.).

buy and hold
Een beleggingsstrategie waarbij beleggers aandelen, obligaties of andere activa kopen en deze aanhouden gedurende een lange periode of tot hun vervaldag.

buy back
Engels voor inkoopprogramma van eigen aandelen door een bedrijf. Een bedrijf kan om verschillende redenen eigen aandelen inkopen. Het management kan van oordeel zijn dat het aandeel op de beurs sterk ondergewaardeerd is. Door een deel van haar aandelen tegen die te lage koers in te kopen, stijgt de waarde van de overblijvende aandelen. Inkoopprogramma's worden vooraf aangekondigd en hebben veelal een sterke signaalfunctie naar de markt. Het bedrijf kan over ruime kasposities beschikken en geen concrete investeringsplannen hebben. Om fiscale redenen wordt de inkoop van eigen aandelen verkozen boven het verhogen van het dividend.

C

cashflow
Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding. Synoniem: 'kasstroom'.

commercialpaper 
Verhandelbare schuldbekentenis (lening), uitgegeven door een bedrijf of een andere niet-kredietinstelling.

Commodity
Handelswaar of goederen. Meestal worden grondstoffen zoals metalen en mineralen ('hard commodities'), of landbouwproducten ('soft commodities' of 'softs') bedoeld.

compartiment
Een bevek of gemeenschappelijk beleggingsfonds kan bestaan uit verschillende compartimenten. Dit betekent dat de bevek of het gemeenschappelijk beleggingsfonds is opgesplitst in afzonderlijke portefeuilles die elk hun eigen beleggingsbeleid hebben. Ieder compartiment moet beschouwd worden als een afzonderlijke entiteit. De belegger heeft slechts recht op het vermogen en de opbrengst van het compartiment waarin hij heeft belegd. De verplichtingen van een welbepaald compartiment zijn enkel gedekt door de activa van dat compartiment.

conjunctuur
Golfbeweging in de economische activiteit, ook wel de actuele stand van zaken in een nationale economie.

consumentenvertrouwen
Indicator die een weergave is van het vertrouwen en de verwachtingen van de consumenten in een bepaald land of regio over de ontwikkeling van de economie. Deze informatie wordt periodiek, meestal maandelijks, verzameld aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst en bevat een aantal deelcomponenten die op een bepaalde manier worden geaggregeerd. Het consumentenvertrouwen wordt gebruikt als een voorspeller van de toekomstige consumentenuitgaven en vormt daardoor voor bedrijven en de financiële markt een belangrijk element bij de inschatting van de ontwikkeling van de economische conjunctuur.

Consumer Price Index
Maat van de verandering in consumentprijzen, bepaald door een maandelijks onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Onder de CPI vallen onder andere: kosten van huisvesting, voeding, transport en elektriciteit. Afkorting: ‘CPI’.

converteerbare obligatie
Obligatie die tegen bepaalde voorwaarden periodiek kan worden omgezet (geconverteerd) in een aandeel. Het is eigenlijk een optie om gedurende een zekere periode aandelen in de vennootschap te kopen. De rentevoet voor die leningen ligt lager dan voor gewone obligatieleningen. De belegger krijgt immers bijkomend het recht voor de aandelenconversie. De niet-geconverteerde obligaties worden op de eindvervaldag ten bedrage van de nominale waarde in geld terugbetaald. Niet te verwarren met een reverse convertible.

corporate action
Elke verrichting op een effect gedurende zijn looptijd, uitgezonderd terugbetaling op de eindvervaldag of uitbetaling coupon. Er zijn twee soorten corporate actions: 1. verplichte - cliënt heeft geen keuze bijvoorbeeld split - en 2. niet-verplichte - cliënt heeft hier wel de keuze bijvoorbeeld keuzedividend.

corporate bond
Obligatie die uitgegeven wordt door commerciële bedrijven. Nederlands: bedrijfsobligatie.

correlatie
Maatstaf tussen -1 en +1 die een weerspiegeling is van de mate waarin twee variabelen, bijvoorbeeld de koersen van twee aandelen, gezamenlijk in de tijd schommelen. Wanneer die twee variabelen altijd samen en in dezelfde mate stijgen en dalen, is er sprake van een perfecte positieve correlatie en is de correlatiecoëfficiënt gelijk aan +1. De coëfficiënt is -1 wanneer de variabelen altijd in perfect tegengestelde zin bewegen. Wanneer de variabelen geen enkel onderling verband vertonen, is de coëfficiënt 0. Naarmate de correlatie tussen twee aandelen kleiner is, zorgt spreiding van een beleggingsportefeuille over beide aandelen voor een vermindering van het risico. Koersbewegingen van het ene aandeel zullen dan namelijk tot op zekere hoogte worden uitgevlakt door de koersbewegingen van het andere aandeel.

coupon
Bewijs van dividend behorende bij een aandeel of rente behorende bij een obligatie (kasbons, …) waarmee respectievelijk de rente of het dividend wordt ontvangen. De coupon kan ook als (voorkeur)recht voor een reguloperatie worden gebruikt. Elke coupon draagt hetzelfde nummer als de bijbehorende mantel.

couponrendement
Rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van coupons.

couponrente
Rentepercentage waarmee de rentevergoeding over de nominale waarde van de obligatie wordt aangeduid. Het rentepercentage staat vermeld op de coupon.

courante nettowinst
Totale nettowinst zonder rekening te houden met uitzonderlijke opbrengsten (bijvoorbeeld meerwaarden) en kosten. De courante nettowinst die een onderneming publiceert, is daardoor relevanter dan de 'totale nettowinst'.

Credit Default Swap (CDS)
Een swap is een contract waarbij risico wordt overgedragen van de ene partij op de andere. Een credit default swap is een contract dat het risico van wanbetaling overdraagt van de ene partij op de andere. Bij een CDS-transactie koopt de ene partij bescherming tegen het kredietrisico terwijl de andere partij die bescherming verkoopt. De verkoper van bescherming ontvangt periodiek een vaste premie van de koper van de bescherming, en moet de koper betalen in geval van een kredietgebeurtenis (meestal wanbetaling).

credit spread
Renteverschil tussen twee beleggingsinstrumenten als gevolg van het verschil in kredietwaardigheid. Wordt meestal gebruikt om het renteverschil tussen een overheidsobligatie en een bedrijfsobligatie aan te duiden. Een nationale overheid wordt geacht de hoogste kredietkwaliteit in een obligatiemarkt te bieden. Elke andere emittent moet voor een lening met vergelijkbare looptijd een hogere rente betalen. Hoe groter het debiteurenrisico, hoe hoger de rentetoeslag.

cyclische aandelen
Aandelen van bedrijven waarvan de activiteiten gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen en/of de winstgevendheid onderhevig is aan meer dan gebruikelijke fluctuaties. Bij staal- of chemiebedrijven bijvoorbeeld kan de winst sterk fluctueren, omdat de afzet heel sterk kan schommelen, de input- en outputprijzen fors kunnen variëren en het productieproces heel kapitaalintensief is, waardoor de vaste kosten aanzienlijk zijn.

cyclische consumptie
Goederen en diensten waarvan het verbruik beïnvloed wordt door de economische conjunctuur. Het verbruik ligt hoger bij een sterke economische groei. Voorbeelden zijn auto’s of toerisme. 

cyclische sectoren
Sectoren die meestal gevoeliger zijn dan gemiddeld voor
bewegingen van de conjunctuurcyclus. Die sectoren halen meer voordelen uit economische groei dan andere, maar krijgen het ook harder te verduren wanneer de groei stabiliseert of krimpt. We beschouwen Informatietechnologie, Industriële sectoren, Basismaterialen en Cyclische consumentensectoren als cyclische sectoren.

D

dakfonds
Fonds dat niet rechtstreeks belegt in aandelen en/of obligaties, maar onrechtstreeks via andere beleggingsfondsen.

Data coverage rate
De data coverage rate geeft het aandeel weer van beleggingsinstrumenten waarvoor relevante data beschikbaar is, uitgedrukt als percentage. Voor de berekening hiervan wordt er geen rekening gehouden met technische elementen zoals cash of afgeleide producten.

deelbewijs
Waardepapier uitgegeven door een fonds. Het vertegenwoordigt het deel van het totale vermogen waarop u als belegger recht hebt.

defensieve belegger
Bent u een defensieve belegger, dan legt u de nadruk op veiligheid. Ook kunt u een deel van uw vermogen voor wat langere tijd missen, drie tot vijf jaar. U kiest in grote mate voor rentedragende beleggingen. Het gewicht van uw beleggingen in aandelen is eerder bescheiden. Een goede spreiding van uw beleggingen blijft belangrijk.

defensieve sectoren
Sectoren die minder dan gemiddeld of (bijna) geen impact ondervinden van de bewegingen van de conjunctuurcyclus. Ze houden doorgaans beter stand wanneer het economisch wat minder gaat, wanneer de economische groei stabiliseert of krimpt. Maar ze profiteren ook minder van een groeiversnelling. Zo zijn gezondheidszorg, telecomoperatoren, nutsbedrijven en niet-cyclische consumentensectoren (waaronder voedings-en drankbedrijven) defensieve sectoren. 

deflatie
Aangehouden daling van het algemene prijspeil. Deflatie is negatief voor een economie, onder meer omdat het leidt tot het uitstellen van bestedingen.

depositary receipts
Depository receipts (DR) zijn effecten die een bepaald aantal aandelen vertegenwoordigen. Meestal gaat het om aandelen van bedrijven uit ontluikende markten. Depository receipts worden uitgegeven door een kredietinstelling, die de onderliggende aandelen in bewaring heeft ten behoeve van de houders van de depository receipts. De kredietinstelling is gevestigd in een ontwikkelde markt (bv. de VS). Depository receipts hebben het voordeel dat bepaalde ongemakken eigen aan ontluikende markten afwezig zijn, zoals de eventuele beperkte toegankelijkheid van deze markten, hoge transactiekosten en beperkte liquiditeit. Depository receipts zijn uitgedrukt in een internationale munt en niet in de lokale munt van het aandeel.

derdenbeding
Overeenkomst waarin wordt afgesproken dat de stipulant spaart voor een derde, de begunstigde. De gespaarde tegoeden worden door de bank op een afgesproken vrijgavedatum overgemaakt aan de begunstigde, op voorwaarde dat deze ze aanvaardt. Zolang de vrijgavedatum niet bereikt is, kan de stipulant vrij over de tegoeden beschikken. Een derdenbeding wordt vaak afgesloten voor kinderen, kleinkinderen, petekinderen.

derivaat
Financieel instrument waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van een ander actief (de onderliggende waarde). De waarde van het derivaat wordt niet alleen bepaald door de waarde van het onderliggende actief, maar ook door tal van andere factoren (bijvoorbeeld de renteontwikkeling, looptijd en volatiliteit van het onderliggende actief, …). Er bestaan verschillende soorten derivaten (forwards, futures, swaps, opties, ... ) op verschillende soorten van activa (grondstoffen, munten, aandelen, ...). De kracht van derivaten ligt in de hefboomwerking. Behalve als speculatief instrument kunnen ze ook worden gebruikt om een portefeuille te beschermen tegen bepaalde marktrisico's (hedgen), zoals wisselkoers- en renterisico's.

desinflatie
Structureel dalende trend in de inflatie, waarbij het algemene prijspeil nog altijd stijgt, maar langzamer dan voordien.

devaluatie
Het officieel vaststellen van de waardevermindering van de ene muntsoort ten opzichte van de andere.

devalueren
Verlaging van de officiële waarde van een munt door de monetaire autoriteiten in een systeem van vaste wisselkoersen. Daardoor wordt de export van het land goedkoper en de import duurder.

discounted cashflow
Methode waarbij de waardebepaling van een effect gebeurt door de actuele waarde te berekenen van de toekomstige kasstromen.

discretionair beheer
Contract waarbij een cliënt aan een wettelijk erkende bemiddelaar het mandaat geeft om voor zijn rekening de door hem toevertrouwde effectenportefeuille te beheren. In dat contract staan de objectieven vermeld die de cliënt aan de beheerder toewijst, evenals de risicograad die hij wil aanvaarden. Binnen die vastgelegde limieten mag de beheerder, zonder vooraf de cliënt te raadplegen, alle beheersbeslissingen nemen die hij nodig acht om de objectieven te bereiken.

distributeur
Financiële instelling die belast is met de commercialisering van beleggingsfondsen. De fondsen worden via de kantoren van de distributeur verkocht.

distributiedeelbewijzen
Distributiedeelbewijzen keren een deel of de totaliteit van hun eventuele inkomsten (o.a. dividenden, intresten en meerwaarden) uit in de vorm van een  dividend.

diversificatie
Een belegging houdt risico's in. Diversifiëren of spreiden is een eenvoudige, maar heel doeltreffende manier om beleggingsrisico's te beperken. Het te beleggen kapitaal wordt namelijk gespreid over beleggingen in verschillende waarden van verschillende soorten.

dividend
Deel van de winst dat periodiek (jaarlijks, op kwartaalbasis) door een onderneming aan haar aandeelhouders wordt uitgekeerd. Op die manier vormt het dividend een terugkerende, maar onzekere inkomstenstroom voor de belegger. Het is de algemene vergadering van aandeelhouders die beslist welk deel van de winst wordt uitgekeerd.

dividendbelasting
Belasting op dividenduitkeringen die op het uitbetaalde dividend in mindering wordt gebracht (o.a. roerende voorheffing, ...).

dividendrendement
Rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van dividenden.

doelmarkt
De groep klanten voor wie een financieel product bedoeld is. Bij het bepalen van de doelmarkt wordt onder meer rekening gehouden met de kennis, ervaring, financiële situatie, beleggingsdoelstellingen en risicobereidheid van de klant.

doelportefeuille
Een KBC-Doelportefeuille is een referentiekader op basis waarvan een beleggingsportefeuille optimaal wordt ingevuld conform het beleggersprofiel (van zeer defensief tot zeer dynamisch) van een klant. De doelportefeuilles worden continu aangepast aan de KBC-Beleggingsstrategie. In de portefeuille nemen we verschillende activaklassen op (aandelen, obligaties, enz.) die op een langere termijn wellicht de beste risico-opbrengstverhouding bieden voor het bijbehorende beleggersprofiel.

domiciliëring
Bij een domiciliëring geeft de verzekeringnemer aan de verzekeraar de toestemming om periodiek zijn zichtrekening te debiteren voor een bepaald bedrag. Het initiatief ligt dus bij de verzekeraar: hij vraagt aan de financiële instelling van de verzekeringnemer om zijn rekening voor een bepaald bedrag te debiteren. Context: verzekeringen.

doorlopende betalingsopdracht
Bij een doorlopende betalingsopdracht vraagt de verzekeringnemer aan zijn financiële instelling om periodiek een bepaald bedrag over te maken aan de verzekeraar. Het initiatief ligt hier dus bij de verzekeringnemer: hij geeft zijn financiële instelling de opdracht om periodiek een bepaald bedrag over te maken.

doorlopende uitgifte
Uitgifte van beleggingen waarop dagelijks kan worden ingetekend. De uitgifteperiode is niet beperkt in de tijd.

duration
De rentegevoeligheid is een maatstaf voor de impact van een verandering in de rente op de prijs van de desbetreffende obligatie. Bij een daling van 1% van de relevante rentevoet geeft ze de procentuele prijsstijging van een obligatie weer. Hoe langer de restlooptijd van de obligatie, hoe gevoeliger de prijzen zijn voor schommelingen in de rente. 

duurzame beleggingen (%)
Volgens SFDR zijn “duurzame beleggingen” investeringen in economische activiteiten die bijdragen aan

  • het behalen van een meetbare milieudoelstelling of van een sociale doelstelling,
  • mits deze belegging geen ernstige afbreuk doet aan duurzame doelstellingen,
  • en de bedrijven waarin is belegd praktijken op het gebied van goed bestuur volgen.

Om te voldoen aan bovenstaande vereisten en door KBC Asset Management als “duurzame belegging volgens SFDR” beschouwd te worden, worden uitsluitingscriteria voor bedrijven en landen toegepast en moet het bedrijf of het land bijkomend aan een positief criterium voldoen.
Een volledig overzicht van de criteria die KBC Asset Management toepast om als “duurzame belegging volgens SFDR” te worden beschouwd, is terug te vinden op www.kbc.be/documentatie-beleggen > Investeringsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.
Op fondsniveau vertegenwoordigt dit cijfer het gewogen gemiddelde van de duurzame beleggingen in een fonds, waarvoor data beschikbaar is. Het fonds definieert een minimum % duurzame beleggingen dat moet aangehouden worden, het actuele % kan dus hoger zijn. Het actuele % op het einde van het boekjaar is te vinden in de bijlage bij het jaarverslag van het fonds. Je vindt meer product-specifieke informatie op de website: www.kbc.be/SRD.

dynamische belegger
Als dynamische belegger hoopt u door een wat hoger risico te nemen op langere termijn (van 5 jaar tot 7 jaar) een hogere opbrengst te realiseren. Uw beleggingen zijn zowat gelijk verdeeld tussen aandelen en rentedragende beleggingen. Dat evenwicht vertaalt zich in normale marktomstandigheden in een voor u gunstige balans tussen rendement en risico. U weet echter dat koersdalingen zich kunnen voordoen.

 

E

ECB
Afkorting van ‘Europese Centrale Bank’. De ECB bepaalt het tarief van de beleidsrente in het eurogebied. Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld.

Ecologisch duurzame beleggingen (%)
De EU-Taxonomieverordening is een Europees classificatiesysteem om te bepalen welke economische activiteiten ecologisch duurzaam zijn. Een bedrijfsactiviteit is ecologisch duurzaam als:

  • ze fundamenteel bijdraagt aan minstens 1 van de volgende milieudoelstellingen (op basis van Technische Screening Criteria):
    • vermindering (mitigatie) van klimaatverandering
    • aanpassing (adaptatie) aan klimaatverandering
    • duurzaam gebruik en bescherming van water en duurzame exploitatie van mariene hulpbronnen
    • transitie naar een circulaire economie, afvalpreventie en recycling
    • preventie en bestrijding van verontreiniging (pollutie)
    • bescherming van gezonde ecosystemen (biodiversiteit)
  • ze geen afbreuk doet aan de andere 5 milieudoelstellingen,
  • ze sociale en bestuurlijke elementen toetst aan minimumnormen die moeten worden gehaald.

Enkel als aan die vereisten is voldaan, worden de bedrijfsactiviteiten volgens de EU-Taxonomieverordening als ecologisch duurzaam beschouwd.

effect
Verzamelnaam voor op een beurs verhandelbare financiële producten zoals aandelen, obligaties, certificaten, kasbons, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, trackers, warrants en special products.

effectenrekening
Rekening waarop waarden (effecten en beleggingsmunten) kunnen geboekt worden die de cliënt-bewaargever in bewaring geeft aan de bank-bewaarnemer.

eindvervaldag
Einddatum van een belegging waarop het kapitaal en de nog verschuldigde opbrengst worden uitbetaald.

embedded value (bij verzekeringen)
Nettoactiefwaarde van een verzekeringsmaatschappij vermeerderd met de huidige waarde van de toekomstige winsten die de bestaande verzekeringscontracten zullen genereren.

emerging markets
Landen of regio’s waarvan wordt verwacht dat ze in versneld tempo hun achterstand in economische ontwikkeling tegenover het westen zullen wegwerken. Daardoor kan van de aandelenbeurzen in die landen een hoger rendement worden verwacht. Tegenover de kansen op een hoger rendement, staan evenwel ook hogere risico's. Voorbeelden zijn een aantal landen uit Zuidoost-Azië (Thailand, China, ...), Latijns-Amerika (Brazilië, Chili, ...) en Centraal- en Oost-Europese landen (Polen, Tsjechië, ...). Nederlands: ontluikende markten.

emissie
Uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties of andere effecten. De emissieperiode is beperkt in de tijd. Een emissie of uitgifte gebeurt op de primaire markt. Nadat de emissie heeft plaatsgevonden, worden de effecten verhandelbaar op de secundaire markt. Synoniem: 'uitgifte'.

emittent
Uitgever van een obligatielening, een aandeel of een beleggingsfonds. Kan een overheid, een vennootschap of een financiële instelling zijn.

ESG
ESG staat voor Environment, Social en Governance (of vertaald: milieu, sociale thema’s en goed ondernemingsbestuur), en verwijst naar de drie thema’s die centraal staan bij een duurzaamheidsscreening.

ESG-risicoscore bedrijven
De ESG-risicoscore voor bedrijven meet het verschil tussen enerzijds de blootstelling van een bedrijf aan de voor zijn sector relevante risico’s op het vlak van milieu, sociale thema’s en goed ondernemingsbestuur ( ESG-criteria) en anderzijds de mate waarin een bedrijf die risico’s afdekt. Hoe lager de ESG-risicoscore van een bedrijf op een schaal van 0 tot 100, hoe minder duurzaamheidsrisico aanwezig is.
De ESG-risicoscore voor bedrijven wordt bepaald vanuit drie invalshoeken:

  1. Milieu: afvalbeleid, waterintensiteit en uitstoot van broeikasgassen, …
  2. Sociaal: werkomstandigheden, diversiteit van de werknemers en recht op vereniging, …
  3. Bestuur: onafhankelijkheid van de raad van bestuur en transparantie op het vlak van verloning en belastingen, …

Op fondsniveau vertegenwoordigt dit cijfer het gewogen gemiddelde van alle ESG risicoscores van de onderliggende bedrijven in het fonds, waarvoor data beschikbaar is.
De concrete doelstellingen ‘doel’ voor een fonds alsook de benchmark en/of een referentieportefeuille gebaseerd op een bepaalde richtspreiding waartegen deze doelstellingen afgezet worden vind je op www.kbc.be/documentatie-beleggen> Investeringsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.

ESG-score landen
De ESG-score voor landen beoordeelt hoe performant het overheidsbeleid van landen is op het vlak van milieu, sociale thema’s en goed bestuur (ESG criteria). Hoe hoger de ESG score voor een land op een schaal van 0 tot 100, hoe meer landen zich inzetten voor duurzame ontwikkeling.
De score wordt bepaald vanuit vijf invalshoeken:

  1. Algemene economische prestaties en stabiliteit
  2. Socio-economische ontwikkelingen en gezondheid van de bevolking
  3. Gelijkheid, vrijheid en rechten van de bevolking
  4. Milieu
  5. Veiligheid, vrede en internationale verhoudingen

Op fondsniveau vertegenwoordigt dit cijfer het gewogen gemiddelde van alle ESG scores van de onderliggende landen in het fonds, waarvoor data beschikbaar is.
De concrete doelstellingen ‘doel’ voor een fonds alsook de benchmark en/of een referentieportefeuille gebaseerd op een bepaalde richtspreiding waartegen deze doelstellingen afgezet worden vind je op www.kbc.be/documentatie-beleggen> Investeringsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.

ESMA
Europese toezichthoudende overheid voor financiële markten (destijds CESR)

ETF
ETF is de afkorting van Exchange Traded Fund. Het is een ICB die op een beurs of op een gelijkaardige markt is genoteerd. Minstens één partij (de market maker genoemd) zorgt ervoor dat er gehandeld kan worden tegen een koers die niet te veel afwijkt van de intrinsieke waarde van de ETF.

ETN
ETN is de afkorting van Exchange Traded Note. Het is een schuldinstrument en dus geen ICB. Het wordt op een beurs of op een gelijkaardige markt verhandeld. De waarde van een ETN is afhankelijk van een referentiewaarde, bijvoorbeeld een index, en van de kredietwaardigheid van de emittent. Op de eindvervaldag wordt een bedrag uitgekeerd dat afhankelijk is van de referentiewaarde.

Europees paspoort
In alle lidstaten van de EU is er een toezichthouder die de activiteiten van de beleggingsfondsen controleert. In België is dat de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). De toezichthouder kan een Europees paspoort verlenen aan de fondsen die beantwoorden aan de Europese normen. Die mogen dan ook in andere lidstaten van de EU worden verkocht. De Europese normen hebben vooral betrekking op beleggingsbeperkingen, die een overdreven concentratie van de portefeuille in een beperkt aantal waarden moeten tegengaan. Zo kan een individueel aandeel hoogstens 10% van de portefeuille van een aandelenfonds uitmaken en mogen alle posities van meer dan 5% samen hoogstens 40% van de portefeuille beslaan.

Europese Centrale Bank (ECB)
Opgericht in 1998 bij de oprichting van de Europese Monetaire Unie. Samen met de nationale centrale banken van de EU-lidstaten vormt de ECB het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De ECB bepaalt het tarief van de beleidsrente in het eurogebied. Via de beleidsrente beïnvloedt de centrale bank de prijs van het geld. Afkorting: ECB.

F

financiële dienst van een beleggingsfonds
De financiële dienst van een beleggingsfonds omvat alle administratieve taken die uitgevoerd moeten worden om het beleggingsfonds op te zetten en te onderhouden en de communicatie met de overheid en de beleggers. Deze taken omvatten onder andere het opstellen van de uitgifteprospectus, het berekenen van de inventariswaarde, het opstellen van een jaarverslag en het verzekeren van de relaties met de Commissie voor het Bank-, Financie en Assurantiewezen.

fonds
‘Fonds’ is een populaire naam voor een Instelling voor Collectieve Belegging (ICB). De term kan betrekking hebben op een compartiment van een Belgische bevek, een compartiment van een Luxemburgse sicav, een gemeenschappelijk beleggingsfonds evenals een compartiment van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
Voor tak-23 beleggingsfonds: zie beleggingsverzekering.

fondsbeheerder
Beheerder van een effectenportefeuille. Synoniem: ‘fondsmanager’.

fonds met vooropgesteld terugbetalingsminimum
Fonds dat ernaar streeft om op zijn eindvervaldag minimaal x% (meestal 90%) van de initiële inschrijvingsprijs terug te betalen, door te beleggen in verschillende activa zoals obligaties en liquiditeiten. Duidelijk te onderscheiden van fondsen met volledige kapitaalbescherming op eindvervaldag.

free float
Percentage van de aandelen van een bedrijf dat niet in vaste handen is. Het begrip ‘vaste handen’ is niet strikt omlijnd, maar het verwijst naar aandeelhouders die de bedoeling hebben controle over de onderneming uit te oefenen. Het gaat onder meer om moedermaatschappijen, holdings en familieaandeelhouders.

FSMA
Afkorting van ‘Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten’. Belgische toezichthouder op de financiële sector en de financiële diensten. De instelling speelt een belangrijke rol in de wettelijke controle van alles wat er op de financiële markten gebeurt. Ze houdt onder meer toezicht op de financiële instellingen, de beursvennootschappen en de financiële informatieverstrekking. Als toezichthouder is ze ook voor een deel verantwoordelijk voor de bescherming van de consumenten van financiële diensten.

full asianing
Bij een fonds met full asianing wordt de eindwaarde van de onderliggende korf of index berekend als een gemiddelde van waarden die verspreid over de volledige looptijd opgetekend worden. Dikwijls wordt er gerekend met kwartaalobservaties. Dat betekent dat de waarde van de onderliggende aandelenkorf of index om de drie maanden in rekening genomen wordt. Op de eindvervaldag zet men het gemiddelde van die kwartaalobservaties uit t.o.v. de startwaarde om de eventuele meerwaarde te bepalen.

fundamentele analyse
Techniek waarmee een financieel analist de ontwikkeling van beurskoersen tracht de beoordelen en te voorspellen. Daarvoor bestudeert hij o.a. de balansgegevens, de verwachte winstcijfers, de bedrijfsconjunctuur en de rentetarieven.

Futures
Een futurescontract is een overeenkomst tussen twee partijen met betrekking tot de levering van een gestandaardiseerde hoeveelheid van een – in het contract – bepaald actief (i.e. de onderliggende waarde) op een tijdstip en tegen een prijs overeengekomen. Als onderliggende waarde kan het gaan om: grondstoffen, financiële activa (obligaties, deposito’s, en dergelijke), indexen en vreemde munten.

futuremarkt
Markt waar futures (termijncontracten) worden verhandeld.

fysieke replicatie
Bij fysieke replicatie wordt de samenstelling van de onderliggende index nagebootst door instrumenten uit die index aan te kopen. Fysiek slaat op het feit dat de instrumenten zelf eigendom worden van het fonds. Bv. aandelen worden op de effectenrekening van het fonds gezet, grondstoffen zoals goud worden bewaard in kluizen op naam van het fonds. Er wordt in dat geval geen systematisch gebruik gemaakt van afgeleide producten. Fysieke replicatie kan bv. gebeuren door alle instrumenten uit de index aan te kopen, met dezelfde gewichten als in de index. Dan spreken we over full replication. Anderzijds kan de beheerder ook een beperktere, maar uitgebalanceerde set van instrumenten aankopen, die ervoor zorgt dat de index goed gevolgd wordt (bv. om transactiekosten te beperken). In dat geval spreken we over optimized sampling. 

G

geïndexeerde obligaties
Obligaties waarvan het rendement gekoppeld is aan de ontwikkeling van de inflatie. Geïndexeerde obligaties bieden het voordeel dat de coupons gebaseerd zijn op de reële rente en dat het kapitaal dagelijks gewaardeerd wordt op basis van de ontwikkeling van de onderliggende index.

geldmarktfonds
Geldmarktfondsen zijn fondsen die beleggen in rentedragende effecten op korte termijn en hierbij voldoen aan normen vastgelegd door de Europese toezichthoudende overheid voor financiële markten (destijds CESR, vandaag ESMA). Deze normen zijn dusdanig dat geldmarktfondsen per definitie op zeer korte termijn beleggen en bijgevolg weinig marktgevoelig zijn. Verder willen deze normen tot doel hebben dat de fondsen enkel in effecten met een hogere kredietwaardigheid beleggen, gediversifieerd en voldoende liquide zijn.

geldmarktinstrumenten
Geldmarktinstrumenten zijn schuldinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen: 

  • ze hebben een resterende looptijd van ten hoogste 397 dagen of , indien zij een langere looptijd hebben, wordt hun opbrengst op regelmatige basis en ten minste om de 397 dagen aangepast aan de marktrente; 
  • ze kunnen binnen een kort tijdsbestek (bijvoorbeeld 7 werkdagen) en met beperkte kosten gekocht/verkocht en geleverd/betaald worden; 
  • hun waarde kan op elk moment nauwkeurig worden berekend.

geldmarktrente
Rente op de geldmarkt. Rente op leningen met een relatief korte looptijd (1 tot 12 maanden). Deze rente wordt in belangrijke mate beïnvloed door de centrale bank. Het gaat niet om één rentetarief, maar om het geheel van rentes die betrekking hebben op geldmarktinstrumenten. Synoniem: 'korte(termijn)rente'.

gemeenschappelijk beleggingsfonds 
Gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) is de courante naam voor een ICB van het contractuele type. Een GBF bestaat uit een onverdeeld vermogen zonder rechtspersoonlijkheid dat door een beheervennootschap wordt beheerd voor rekening van de deelnemers. In economisch opzicht zijn gemeenschappelijke beleggingsfondsen en beleggingsvennootschappen nauw verwant. De verschillen situeren zich op juridisch en fiscaal vlak. 

gemengd fonds
Beleggingsfonds dat in diverse beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties, alternatieve beleggingen en liquiditeiten belegt.

gemengde verzekering
Verzekering die voorziet in de uitkering van een kapitaal zowel in geval van leven als in geval van overlijden van de verzekerde. Het is de meest voorkomende vorm van levensverzekering wegens de dubbele dekking; de premie is gedeeltelijk een risico- en gedeeltelijk een spaarpremie.

gereglementeerde markt 
Een gereglementeerde markt is een plaats (veelal een beurs) waar op regelmatige basis allerlei beleggingsinstrumenten worden gekocht en verkocht. De handel in deze effecten verloopt volgens de regels die voor die welbepaalde beurs zijn vastgelegd en is voor het grote publiek toegankelijk. De ontwikkeling van het resultaat van deze handel (beurskoers) wordt op regelmatige basis gepubliceerd. Een bekend voorbeeld van een gereglementeerde markt is Euronext in Brussel.

gereglementeerde spaarrekening
Spaarrekening die voldoet aan de bepalingen van art. 2 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen met betrekking tot de vrijstelling van roerende voorheffing. De belangrijkste kenmerken zijn: - een eerste schijf van interesten waarop geen roerende voorheffing verschuldigd is; zie ook ‘belastingvrije interest’; - een wettelijke beperking op de verrichtingen die op deze spaarrekening mogen worden uitgevoerd; zo is er geen betalingsverkeer toegestaan; - een rentevergoeding bestaande uit een basisrente en een getrouwheidspremie, die beiden binnen wettelijke minimum- en maximumgrenzen moeten worden vastgelegd.

gesloten fonds
Beleggingsfonds met een vast kapitaal. Voor elke toetreder moet een uittreder gevonden worden.

gestructureerd product
Product dat aan de cliënt als één product/oplossing wordt verkocht, maar eigenlijk bestaat uit een aantal elementaire producten (ook ‘building blocks’ genoemd). Vaak zijn deze gestructureerde producten’ ook (eenmalige) maatwerkoplossingen, maar soms worden ze ook op een bredere schaal gecommercialiseerd. Engels: structured product.

gestructureerde ICB’s (fondsen)
Gestructureerde ICB’s zijn compartimenten van beveks en sicavs die gebruik maken van afgeleide instrumenten, zoals opties en swaps, als essentieel onderdeel van het product. De onderliggende waarde is meestal een aandelenkorf of een beursindex, die als referentie dient om de eventuele meerwaarde op de vervaldag te berekenen. De onderliggende waarden worden dus niet door het fonds gekocht. De terugbetaling en/of de opbrengsten hangen af van de evolutie van de onderliggende waarden. Het gaat in principe over fondsen met een vaste looptijd/eindvervaldag.

getrouwheidspremie
De rentevergoeding op een gereglementeerde spaarrekening bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie. De getrouwheidspremie wordt toegekend voor alle bedragen die gedurende twaalf opeenvolgende, volledige maanden na de storting of na de verwervingsdatum van de vorige getrouwheidspremie ononderbroken op de spaarrekening worden aangehouden. Na het verwerven van een getrouwheidspremie start telkens een nieuwe berekeningsperiode van twaalf maanden.

groeiaandelen
Aandelen van bedrijven met uitzonderlijk hoge groeiperspectieven, waardoor de verwachtingen van de markt met betrekking tot de toekomstige omzet- en winstontwikkeling meestal ook hooggespannen zijn. Ze hebben doorgaans een hoge koers-winstverhouding, maar hun waardering is bijzonder moeilijk in te schatten. Meestal betreft het nog jonge bedrijven of activiteiten die nog in opmars zijn. In ieder geval ontbreekt een goed uitgebouwd referentiekader. Wegens de nog prille ontwikkeling en de noodzakelijke investeringen is het normaal dat de rendabiliteit nog zwak is en niet representatief voor de toekomst, wat de waardering extra bemoeilijkt. Om de waardering van groeibedrijven onderling te vergelijken wordt wel eens de PEG-ratio gehanteerd. Staan tegenover defensieve aandelen en mogen niet worden verward met cyclische aandelen.

H

handelstijden
Handel in aandelen, obligaties, opties, financiële futures, agrarische termijncontracten, warrants, trackers en special products mag alleen plaatsvinden op vaste, door de beursautoriteiten bepaalde tijden.

historische volatiliteit
Beweeglijkheid van een onderliggende waarde over een bepaalde periode, te vergelijken met de relatieve spreiding van koersen ten opzichte van het gemiddelde in die periode. Het gebruik van historische volatiliteit is gebaseerd op het idee dat men vanuit de volatiliteit van een waarde in een voorbije periode conclusies zou kunnen trekken voor de toekomst. Synoniem: ‘historische beweeglijkheid’. Engels: 'historic volatility'.

hoog dividendrendement 
Een bedrijf dat winstgevend is, kan een dividend uitkeren aan zijn aandeelhouders. Als dat dividend bovengemiddeld is in verhouding tot de aandelenkoers, spreken we van een hoog dividendrendement. 

I

IBAN
Afkorting van ‘International Bank Account Number’. Dit gestandaardiseerd internationaal rekeningnummer bestaat uit twee delen: het eerste deel bestaat uit de ISO-landcode van het land waar de rekening wordt gevoerd (twee letters) en het controlegetal (twee cijfers); het tweede deel is het BBAN.

ICB
De term ‘instelling voor collectieve belegging’ (ICB) is de overkoepelende naam voor alle vormen van beleggingsfondsen, ongeacht hun juridisch statuut. Volgens hun juridisch statuut wordt een onderscheid gemaakt tussen ICB's van het contractuele type (gemeenschappelijke beleggingsfondsen) en ICB's van het statutaire type (beleggingsvennootschappen). Voor ICB’s die bestaan uit verschillende compartimenten wordt de term ICB soms ook gebruikt om te verwijzen naar een compartiment. De belegger participeert direct in een gediversifieerde portefeuille die volgens een in het prospectus uiteengezet beleggingsbeleid belegt in bijvoorbeeld aandelen, obligaties, cash en/of vastgoed. ICB's worden beheerd in het uitsluitende belang van de deelnemers door specialisten die de markt op de voet volgen. Een andere vaak gebruikte benaming is fonds of beleggingsfonds.

IDD
Afkorting van Insurance Distribution Directive. Europese richtlijn die de verkoop van (beleggings-)verzekeringen regelt en consumenten beter beschermt door onder meer informatieverstrekking, behoefteanalyse en kostentransparantie op te leggen.

indexmatig beheer
Een manier van portefeuillebeheer waarbij de beheerder probeert zo efficiënt mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een referentie-index te kopiëren. Hij is niet uit op een hoger rendement dan deze van de normportefeuille. Synoniem: 'passief beheer'. Tegenovergestelde van actief beheer.

indexvolgend fonds 
Een indexvolgend fonds is een ICB die ernaar streeft de ontwikkeling van een of meer indexen te volgen. Dat kan op twee manieren: door fysieke of synthetische replicatie.

inflatie
Aangehouden stijging van het algemene prijspeil. Inflatie zorgt voor geldontwaarding. Met eenzelfde hoeveelheid geld kan minder worden gekocht dan op een vroeger moment. Hoge inflatie is negatief voor een economie. Ook kan een loon- en prijsspiraal ontstaan als werknemers in de loononderhandelingen hogere looneisen stellen om rekening te houden met de stijgende inflatie. Dat verzwakt ook de concurrentiekracht tegenover het buitenland. Toch is een beperkt niveau van inflatie wenselijk, omdat het de economie 'smeert'. Wanneer de prijzen (licht) stijgen, heeft het namelijk geen zin om bestedingen uit te stellen.

inflatiegeïndexeerde obligatie
Obligatie waarvan de couponbetalingen en de hoofdsom gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van een bepaalde consumptieprijsindex. De koers van de inflatiegeïndexeerde obligaties wordt namelijk bepaald door de reële rente. Daaronder verstaan we de nominale rente gecorrigeerd voor de inflatieverwachtingen. Als het nominale-rentepeil en de inflatieverwachtingen even sterk stijgen, blijft de koers van de inflatiegeïndexeerde obligaties ongeveer stabiel. De belegger met een inflatiegeïndexeerde obligatie is dan beter beschermd tegen een rentestijging dan met een klassieke obligatie. Engels: inflation-linked bond.

inkoop
Wanneer een termijnbelegging vervroegd, dit is vóór de eindvervaldag, wordt vereffend, spreken we van een inkoop.

inschrijvingsorder
Order m.b.t. nieuwe emissies van obligaties, aandelen, warranten e.a. Voorwaarden: de order wordt binnen de voorziene inschrijvingsperiode geregistreerd en tegen de vastgelegde emissievoorwaarden afgerekend. Inschrijvingsorders kunnen worden aanvaard tot einde voorraad of tot einde inschrijvingsperiode.

inschrijvingsrecht
Voorkeurrecht (coupon) aan bestaande aandeelhouders toegekend waarmee ze in een bepaalde verhouding kunnen intekenen op nieuwe aandelen. Synoniem: 'voorkeurrecht'.

institutionele belegger
Onderneming die zich beroepsmatig bezighoudt met de belegging van middelen die haar door derden om uiteenlopende redenen zijn toevertrouwd. Voorbeelden: pensioenfondsen, beleggingsinstellingen.

intekenbedrag
Bedrag dat betaald wordt door de inbreng van het vermogen in het intern beleggingsfonds.

interest
Kosten van het gebruiken van geld, uitgedrukt in een percentage en over een bepaalde periode.

introductie
Eerste uitgifte van aandelen of obligaties die vervolgens verhandelbaar zijn op een effectenbeurs. Na introductie van de aandelen is een onderneming beursgenoteerd. De introductie van aandelen of obligaties wordt ook wel een primaire emissie genoemd. Zie ook emissie.

inventariswaarde (van een fonds)
Komt overeen met de marktwaarde van het netto-actief van de portefeuille, gedeeld door het aantal deelbewijzen. De inventariswaarde van een beleggingsfonds wordt periodiek, meestal dagelijks, berekend en gepubliceerd in de financiële pers. De publicatie gebeurt altijd met enige vertraging, omdat de berekeningen van de portefeuillewaarde voor een bepaalde dag maar kan gebeuren, wanneer alle beurskoersen bekend zijn. Toe- en uittredingen gebeuren altijd tegen de inventariswaarde van de dag van toe- of uittreding.

investment grade
Een heel belangrijke factor bij de beoordeling van een obligatie is de kwaliteit van de debiteur: het is belangrijk te weten of hij zijn verplichtingen inzake uitbetaling van de rente en terugbetaling van het kapitaal zal kunnen nakomen. De meeste emittenten van obligaties doen een beroep op zogenaamde ratingbureaus. Via een evaluatie van de financiële toestand van het bedrijf op dat ogenblik kennen die bureaus een rating (d.i. een waarderingscode) toe die de kredietwaardigheid of het risico van onvolledige terugbetaling van het uitgeleende bedrag weerspiegelt. Een dergelijke rating is geen aanbeveling om een obligatie aan te kopen, te bewaren of te verkopen. De ratings bestaan uit een of meerdere letters, aangevuld door symbolen of cijfers. Ratings met een investment grade worden doorgaans beschouwd als minder risicovolle beleggingen. Ratings beneden investment grade duiden op een hoger risico. Meer uitgebreide informatie over ratings vindt u op de website van ESMA. www.esma.europa.eu. 

IPO
Afkorting van 'Initial Public Offering'. Het voor het eerst publiek aanbieden van de aandelen van een bedrijf. Daarbij is het de bedoeling om het kapitaal van de onderneming te verhogen of om aan de bestaande aandeelhouders een uitstapmogelijkheid te bieden. Bij de introductie wordt de prijs bepaald door het emissiesyndicaat. Na de beursintroductie worden de aandelen verhandeld op de beurs (secundaire markt), waar de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod. Nederlands: ‘beursintroductie’.

ISIN-code
Afkorting van 'International Security IdentificatioN code'. De internationale administratiecode die bijvoorbeeld aan een effect of beleggingsfonds wordt toegekend. De ISIN-code bestaat uit een landencode en een uniek nummer.

J

jaar op jaar
Procentuele wijziging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. 

jaarbasis (op)
Wijzigingspercentage over een bepaalde periode (bijvoorbeeld een maand, een kwartaal, een periode van vijf jaar). Wordt herberekend alsof de onderliggende trend zich gedurende exact een jaar voltrokken zou hebben. Dat verhoogt de vergelijkbaarheid van wijzigingspercentages die betrekking hebben op periodes van ongelijke duur.
Synoniem: 'geannualiseerd'.

jaarvergadering
Wettelijk verplichte jaarlijkse vergadering van aandeelhouders. Synoniem: 'AHV', 'aandeelhoudersvergadering'.

K

kapitaalbescherming
Een instelling voor collectieve belegging (ICB) mag de term ‘kapitaalbescherming’ enkel gebruiken als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

  1. voor de inschrijvingsprijs van de rechten van deelneming van de instelling voor collectieve belegging gedurende de initiële inschrijvingsperiode geldt een volledige bescherming op vervaldag; 
  2. om de bescherming te verlenen is een beleggingsstrategie vastgelegd waarbij belegd wordt in deposito's, schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een onderneming die onder prudentieel toezicht staat en gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en/of schuldinstrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, of waarbij een analoge structuur geldt met een identiek tegenpartijrisico. 
  3. 3° de bescherming geldt voor alle deelnemers.

kapitaalgarantie
Voor ICB’s. Voorbehouden voor Instellingen voor Collectief Beheer (ICB’s) waarvan de waarde die ze hadden tijdens de initiële inschrijvingsperiode integraal, onherroepelijk en onvoorwaardelijk wordt gewaarborgd op de vervaldag door een derde die onder prudentieel toezicht staat en gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De garantie geldt voor alle beleggers in de ICB. De garantie krijgt de vorm van een juridisch bindende overeenkomst tussen de ICB en de garanderende instelling.

kapitaalmarkt
Vormt samen met de geldmarkt de financiële markten. Beide begrippen zijn niet strikt afgelijnd. De kapitaalmarkt heeft in hoofdzaak betrekking op langlopende financiële activa, dit wil zeggen instrumenten die bij uitgifte een looptijd hebben van meer dan een jaar. Daaronder vallen onder meer de aandelen- en obligatiemarkt.

kapitalisatie
De jaarlijkse rente wordt bij het kapitaal gevoegd. Deze rente brengt dan op haar beurt rente op (‘rente op rente’). De rente en de ‘rente op rente’ wordt uitgekeerd op de eindvervaldag samen met het belegde kapitaal. Zie: marktkapitalisatie. Context: termijnbeleggingen.

kapitalisatiedeelbewijzen
Kapitalisatiedeelbewijzen keren geen dividend uit, maar herbeleggen hun inkomsten.Bij verkoop ontvangt men de eventuele herbelegde inkomsten in één keer, in de vorm van een meerwaarde.

kapitaliseren
De jaarlijkse rente wordt bij het kapitaal gevoegd. Die rente brengt dan op haar beurt rente op (rente op rente). De rente en de rente op rente wordt uitgekeerd op de eindvervaldag samen met het belegde kapitaal.

kerninflatie
Cijfer van inflatie waarbij geen rekening is gehouden met productcategorieën waarvan de prijzen sterk kunnen schommelen, zoals energie en agrarische producten. Omdat die maat voor inflatie stabieler is dan het totale inflatiecijfer, geeft het een beter zicht op de ontwikkeling van het algemene prijspeil.

keuzedividend
Dividenduitkering waarbij de ontvanger kan kiezen tussen een uitkering in geld of in aandelen.

KID
Het Key Information Document of document essentiële informatiedocument wil de potentiële belegger op een bondige en gestructureerde wijze informeren over de essentiële elementen van een fonds of beleggingsverzekering. Het is een precontractueel document. Met precontractueel bedoelen we dat de klant voorafgaandelijk aan zijn eventuele aankooptransactie de mogelijkheid heeft gekregen om het document te bestuderen en uitleg te vragen. 
Het KID wordt kosteloos ter beschikking gesteld en volgt een op Europees niveau gestandaardiseerde lay-out. Dat laat de klant toe om op een eenvoudige, consistente en overzichtelijke wijze de essentiële kenmerken van elk fonds, aangeboden in EU-lidstaten, te vergelijken.

koers
Waarde van een effect op een bepaald moment. Koersen van effecten zijn variabel. Voor beursgenoteerde waarden wordt de koers bepaald op de beurs.

koersbeweging
Verandering in opwaartse en neerwaartse richting van de waarde van een effect. Stijgt de koers, dan wordt een effect meer waard. Daalt de koers, dan wordt een effect minder waard. Koersbewegingen worden onder andere veroorzaakt door veranderingen in vraag en aanbod op de financiële markten en door (inter)nationale economische ontwikkelingen.

koers-boekwaardeverhouding
Verhouding tussen de koers van het aandeel en het eigen vermogen per aandeel. Als een onderneming winst niet uitkeert aan de aandeelhouders, stijgt het eigen vermogen per aandeel.

koers-winstverhouding
Verhouding van de aandelenkoers tot de winst per aandeel (koers gedeeld door de winst per aandeel of de verwachte winst per aandeel). Hoe hoger (lager) de K/W-verhouding, hoe duurder (goedkoper) het aandeel. (ook P/E-ratio of Price/Earning ratio). Afkorting: ‘K/W-verhouding’.

koopsom
Storting van een eenmalig bedrag voor een (levens)verzekering.

kortetermijnrente
Rente op de geldmarkt. Rente op leningen met een relatief korte looptijd (1 tot 12 maanden). Deze rente wordt in belangrijke mate beïnvloed door de centrale bank. Het gaat niet om één rentetarief, maar om het geheel van rentes die betrekking hebben op geldmarktinstrumenten. Synoniem: 'geldmarktrente'.

kredietbeoordelingsscore/rating 
Score voor de kredietwaardigheid (van de uitgever) van een obligatie. Die score geeft de waarschijnlijkheid weer dat een belegger de vooropgestelde betalingen van interest en kapitaal daadwerkelijk gaat ontvangen. De ratings bestaan uit een of meerdere letters, aangevuld door symbolen of cijfers. AAA wordt beschouwd als de minst risicovolle belegging. Onder AAA neemt geleidelijk aan het risico toe. Meer uitgebreide informatie vindt u op de website van ESMA. www.esma.europa.eu

 

L

Large cap
Beursgenoteerd bedrijf met een grote marktwaarde of beurswaarde.

last in first out (LIFO)
Letterlijk: laatst in, eerst uit. In de context van een spaarrekening: de bedragen op de spaarrekening waarvoor de aanhoudingsperiode van de getrouwheidspremie het minst ver gevorderd is, worden bij opvragingen het eerst aangesproken. Afkorting: LIFO.

leidende indicatoren
Het idee van de leidende indicatoren is om iedere deelindicator een gewicht te geven en vervolgens tot een totale som te komen. De leidende indicatoren geven een beeld van de toestand van de gehele economie (en bewegen typisch al voor de algemene economie wijzigt) Engels: ‘leading indicators’.

leverage effect
Verschijnsel waarbij een koersbeweging van de onderliggende waarde van een afgeleid product de aanzet geeft tot een procentueel veel sterkere prijsbeweging van dit product. Nederlandse tegenhanger: ‘hefboomeffect’.

liquideren
Effectenpositie (gedwongen) afbouwen, door bijvoorbeeld verkoop.

liquiditeit (van activa)
Geeft aan in welke mate activa verhandelbaar zijn, zonder dat de prijs ervan wordt beïnvloed. In een illiquide markt riskeert een koper of een verkoper 'zijn eigen koers te maken', d.w.z. dat zijn aan- of verkooporder de prijsvorming op een zichtbare wijze beïnvloedt. Aandelen kopen of verkopen die heel actief verhandeld worden, kan snel en gemakkelijk zonder dat dat een invloed heeft op de prijsvorming. Vastgoed wordt daarentegen als illiquide activa beschouwd. Als men een huis wil verkopen, dan kan het maanden duren om een koper te vinden en de transactie administratief af te ronden.

liquiditeiten
Ter beschikking staande geldmiddelen.

longpositie
Een belegger neemt een longpositie in, wanneer hij een bepaald actief bezit of een optie heeft om het te verwerven. Hij zal dus een positief beleggingsresultaat halen, als het onderliggende effect in waarde stijgt. Het tegengestelde is een shortpositie.

looptijd
Duurtijd van een belegging tussen de begin- en einddatum. Voor obligaties is een brede waaier van looptijden mogelijk. De meeste optieklassen hebben een maximale looptijd van negen maanden, een aantal van maximaal vijf jaar. Futures hebben een maximale looptijd van twaalf maanden. Synoniem: ‘levensduur’.

lopende kosten
De lopende kosten zijn de kosten die over een periode van één jaar door het fonds betaald worden. Dit zijn alle jaarlijkse kosten en andere betalingen uit de activa van het fonds. De lopende kosten worden uitgedrukt als één percentage, nl. de procentuele verhouding van de kosten tot het gemiddeld belegd vermogen van het fonds. Voor fondsen die nog geen volledig boekjaar lopen is dit percentage slechts een schatting van de kosten.

M

makelaarsloon
Vergoeding dat een makelaar of bank krijgt in ruil voor het uitvoeren van een order of zijn tussenkomst bij een transactie.

management fee
Vergoeding die wordt betaald voor het (vermogens)beheer van een beleggingsfonds. Nederlands: beheersvergoeding.

marketmaker
Broker of bank die ervoor zorgt dat er altijd een bied-/laatkoers beschikbaar is voor een bepaald effect, en bereid is tegen die prijzen te handelen. Marketmakers handelen voor eigen rekening en hebben een liquiditeitsverhogende functie.

markt
Biedende en vragende partijen die handelen in een bepaald product. Dat kunnen aardappelen of bakstenen zijn, maar ook aandelen, obligaties, opties of futures. De markt voor deze laatstgenoemde producten wordt ‘de beurs’ genoemd.

marktkapitalisatie
Beurswaarde van een bedrijf of van alle bedrijven uit een index. De beurswaarde van een bedrijf is gelijk aan de beurskoers van het aandeel vermenigvuldigd met het aantal uitstaande aandelen. Bedrijven worden ingedeeld op basis van hun marktkapitalisatie in de categorieën small cap (tot 1 miljard USD), mid cap (van 1 tot 10 miljard USD) en large cap (meer dan 10 miljard USD).

marktrisico
Het risico van een belegging, bepaald door de schommelingen op de markt. Een belegger die kiest voor aandelen in plaats van obligaties aanvaardt het risico dat verbonden is aan de aandelenmarkt. Daaraan is niet te ontkomen. Daarnaast is er ook nog het specifieke risico van een belegging.

master-feeder
Een master-feeder is een structuur waarbij beleggers geld in een fonds, de 'feeder', beleggen. Deze 'feeder' investeert vervolgens minstens 85% van zijn vermogen in één ander fonds, de 'master'.  Het is de 'master' die effectief alle onderliggende beleggingen uitvoert.

meerwaarde
Winst die bij de verkoop van een effect of van activa gerealiseerd wordt.

meerwaardebelasting
Een taks van 10% verschuldigd op gerealiseerde meerwaarden bij de verkoop van financiële instrumenten. 

MiFID
Een geheel van Europese rechtsregels voor de harmonisatie en integratie van de financiële en kapitaalmarkten. MiFID streeft naar meer concurrentie en transparantie op de financiële markten door het grensoverschrijdend effectenverkeer te bevorderen en het ‘beursmonopolie’ af te schaffen ofwel de centralisatieverplichting op de gereglementeerde markten. MiFID beoogt ook een verdere uitdieping van de beschermingsregels voor de cliënt die in financiële instrumenten handelt.

modelportefeuille
Beleggingsportefeuille die volgens een bepaalde beleggingsadviseur of deskundige model staat voor zijn beleggingsvisie en beleid.

modified duration
Getal dat aangeeft hoeveel een obligatie zal stijgen (dalen) bij een daling (stijging) van de rente.

momentum
Periode waarin een duidelijke beweging is te zien, omhoog dan wel omlaag, van bijvoorbeeld koersen of winsttaxatie (koersmomentum, winstmomentum).

MSCI
Morgan Stanley Capital International (MSCI) is een onafhankelijk Amerikaans beleggingsinstituut dat van alle belangrijke beleggingsgebieden in de wereld een index berekent. KBC Asset Management fondsen worden niet gesteund, aanbevolen of gepromoot door MSCI en MSCI neemt geen aansprakelijkheid op zich met betrekking tot die fondsen of tot die indexen waarop die fondsen zijn gebaseerd. Het prospectus bevat een meer gedetailleerde beschrijving van de beperkte relatie die MSCI heeft met KBC Asset Management en alle daarmee verbonden fondsen.

muntindekking
Een belegger die belegt in producten die noteren in een vreemde munt, loopt het risico dat de wisselkoers van die vreemde munt schommelt tegenover zijn eigen munt. Dat risico kan worden afgeschermd via muntindekking.

N

NBB
Afkorting van ‘Nationale Bank van België’. De centrale bank, de 'bank der banken'. Zij bepaalt (eventueel in overleg met de minister van Financiën) het monetair beleid van een land. Het is de bank waarbij de financiële instellingen terecht kunnen voor de herfinanciering van activa (de centrale bank fungeert als 'lender’ of ‘last resort' of allerlaatste geldschieter voor de banken). De centrale bank is ook verantwoordelijk voor de uitgifte van bankbiljetten, ze bepaalt hoeveel geld er in omloop mag zijn en ze legt het disconto vast. Dat gebeurt meestal in overleg met de politieke overheid.

net asset value
Waarde rekening houdend met de meer- en minderwaarden op de balansposten en buitenbalanstellingposten. Zie netto-inventariswaarde.

netto-activa
De som van de waarde van alle effecten (aandelen/obligaties/cash e.a.) die op dat moment in de portefeuille aanwezig zijn, vermeerderd met de verworven interesten en dividenden, en verminderd met de kosten.  

nettodividend
Dividend van een aandeel na afhouding van de roerende voorheffing.

netto-inventariswaarde
Totale waarde van alle activa in een beleggingsfonds gedeeld door het aantal deelbewijzen, na aftrek van de kosten die door het fonds gedragen worden.

nettorendement
De kosten en eventueel de te betalen belasting zijn al met het resultaat verrekend. Dit resultaat in verhouding tot het belegde geld is het nettorendement.

niet-cyclische consumptie
Goederen en diensten waarvan het verbruik niet gevoelig is voor de economische conjunctuur, namelijk producten of diensten die men hoe dan ook nodig heeft, zoals voeding.

niet officieel genoteerd
Effecten waarmee volgens het bestuur van de beurs in Amsterdam iets aan de hand is. Zij hebben een zogenaamde noteringsmaatregel en worden gegroepeerd onder de naam ‘niet officieel genoteerd’.

nominaal
Kan verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de context. In verband met de waarde van een effect is het de waarde die op het effect is vermeld. Het effect kan evenwel ook tegen een andere prijs verhandeld worden, afhankelijk van vraag en aanbod. Het nominale rendement (bijvoorbeeld de nominale rente) is het rendement inclusief inflatie. Van het nominale rendement moet de inflatie afgetrokken worden om het reële rendement te verkrijgen.

nominale waarde
Waarde die staat vermeld op een waardepapier zoals een aandeel of een obligatie. Bij een aandeel zal de actuele beurswaarde over het algemeen aanzienlijk hoger liggen dan de nominale waarde.

nutsbedrijf
Een nutsbedrijf is een bedrijf dat opereert in een sector die beschouwd wordt als zijnde van openbaar nut omdat het belangrijke producten of diensten levert die in het algemeen belang zijn. Meestal gaat het om producenten en/of distributeurs van water en elektriciteit.

O

obligatie
Roerende waarde die een fractie van een langetermijnlening vertegenwoordigt. Obligaties worden meestal uitgegeven door een staat, een overheidsinstelling of een privéonderneming. Een obligatie geeft recht op de betaling van een interest (meestal vast tijdens de looptijd van de lening) en de terugbetaling van het kapitaal op de eindvervaldag.

Obligaties ter financiering van groene en/of sociale projecten
Obligaties ter financiering van groene en/of sociale projecten (‘ESG-obligaties’). We onderscheiden drie types:

  1. Groene obligaties: voor financiering van projecten met een positieve impact op het milieu
  2. Sociale obligaties: voor financiering van projecten met een positieve impact op de maatschappij
  3. Obligaties ter financiering van groene en sociale projecten: voor financiering van projecten met een positieve impact op zowel het milieu als op de maatschappij

Zowel bedrijven als overheden kunnen deze types van obligaties uitgeven. Om bij KBC Asset Management als ESG-obligatie in aanmerking te komen, moeten de obligaties in overeenstemming zijn met de principes voor de aanwending van de opbrengsten van de International Capital Market Association (ICMA).

obligatiefonds
Fonds dat vooral in obligaties en ander vastrentend papier belegt. Het aanbod is zeer verscheiden. Er zijn obligatiefondsen die ruim gespreid zijn over verschillende munten en fondsen, er zijn er die maar in een of een beperkt aantal munten beleggen, fondsen die uitsluitend in bedrijfsobligaties of in converteerbare obligaties beleggen, fondsen met uitsluitend langlopende of kortlopende obligaties, ... De specifieke beleggingspolitiek van elk fonds wordt uiteengezet in een Key Investor Information Document (KIID) en een prospectus.

officiële notering
Op een bepaald tijdstip overeenkomstig de daarvoor geldende reglementering vastgestelde koers van tot de officiële markt of de parallelmarkt toegestane effecten. De koers blijft van kracht tot de volgende officiële koers tot stand komt.

onder pari
Onder 100% van de nominale waarde. Context: vooral obligaties.

onderliggende waarde
Product waarop een derivaat wordt verhandeld, bijvoorbeeld aandelen, een index, valuta, (edel)metaal of een bulkgoed (commodity) zoals aardappelen, graan of goud.

onderweging
Bewuste keuze of actieve positie om in een beleggingsportefeuille een effect, sector, land of munt een kleiner belang te geven dan het relatieve belang ervan in de referentie-index van de portefeuille. Het is de uitdrukking van de verwachting dat het effect in de komende tijd slechter zal presteren dan het marktgemiddelde. Het tegengestelde is overweging.

ontluikende markten/ landen
Ontluikende markten/landen (synoniem voor opkomende economieën, opkomende markten/landen, groeilanden, groeimarkten en in het Engels ‘emerging markets’ genoemd) zijn landen of markten met een niveau van ontwikkeling die zich onder het niveau van de ontwikkeling van de westerse wereld bevindt, maar die een snelle economische groei doormaken of kunnen doormaken.

ontwikkelde markten/ landen
Ontwikkelde markten of landen hebben met een hoge graad van industrialisatie, een hoge mate van arbeidsdeling, een geavanceerde infrastructuur en een hoge levensstandaard. De meeste ontwikkelde landen zijn democratieën.

openingskoers
Eerste koers van een effect op een handelsdag.

openingskoersorder
Order zonder limiet dat alleen in de vooropeningsperiode kan worden ingelegd, zodat het tegen de openingskoers kan worden uitgevoerd.

optie
Contract waarbij de verkoper (of schrijver) aan de koper (houder) het recht verleent om gedurende een bepaalde periode (de looptijd) of op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid van een actief (de onderliggende waarde) te kopen (bij een call) of te verkopen (bij een put) tegen een bij het aangaan van het contract overeengekomen prijs. Tegenover het recht van de koper staat de plicht voor de verkoper tot het leveren (bij een calloptie) of tot het opnemen (bij een putoptie). Voor het aangaan van die verplichting ontvangt de schrijver een vergoeding, de optiepremie. De verplichting vervalt, als de koper zijn recht niet uitoefent. Er bestaan optiecontracten op individuele aandelen, beursindices, obligaties, deviezen, goud, olie, …

optiecontract
Overeenkomst tussen twee partijen waarbij de onderliggende waarde, uitoefenprijs en looptijd vastliggen. Bij aandelenopties heeft een contract normaal gesproken betrekking op een onderliggende waarde van 100 aandelen.

overweging
Bewuste keuze of actieve positie om in een beleggingsportefeuille een effect, sector, land of munt een groter belang te geven dan het relatieve belang ervan in de referentie-index. Het is de uitdrukking van de verwachting dat het effect in de komende tijd beter zal presteren dan het marktgemiddelde. Tegengestelde van onderweging.

P

pariteit

  • Gelijkwaardigheid van de koersen van hetzelfde aandeel op verschillende beurzen
  • Spilkoers of middenkoers
  • Aantal warrants nodig om de onderliggende waarde uit te oefenen

passief beheer
Een manier van portefeuillebeheer waarbij de beheerder probeert zo efficiënt mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een referentie-index te kopiëren. Hij is niet uit op een hoger rendement dan deze van de normportefeuille. Het tegenovergestelde van actief beheer.

PEG-ratio
Afkorting van ‘Price/Earnings-to-Growth ratio’. De koers-winstverhouding (K/W, of P/E in het Engels) van een aandeel wordt afgezet tegenover de verwachte langetermijngroeivoet van de winst per aandeel. Wordt voornamelijk gebruikt om de waardering van groeiaandelen met elkaar te vergelijken, want de koers-winstverhouding wordt gecorrigeerd voor de groei op lange termijn. Voor ondernemingen met een hoge groeiverwachting ligt de K/W doorgaans namelijk hoger, omdat beleggers bereid zijn er meer voor te betalen.

peiling productkennis
Vragenlijst die peilt naar de kennis van een belegger over bepaalde beleggingsproducten en hun risico’s. De resultaten worden gebruikt om passend beleggingsadvies te kunnen geven.

periodieke opdracht
Geautomatiseerde overschrijving waarbij na een eenmalige registratie een overschrijvingsopdracht ten laste van de opdrachtgever periodiek op een vaste vervaldag wordt uitgevoerd.

plain vanilla (bij beleggingsfondsen)
Beleggingsfondsen met een 'plain vanilla'-structuur bieden naast de kapitaalbescherming op de eindvervaldag een bepaald percentage van de eventuele stijging van de onderliggende waarde. Die onderliggende waarde kan (1) een beursindex of een korf van beursindices zijn, (2) een korf met individuele aandelen, (3) of nog een andere waarde, bijvoorbeeld een valuta. De eventuele meerwaarde wordt op de eindvervaldag bepaald. Bij de lancering van het fonds wordt wel duidelijk afgesproken in welke mate de onderliggende waarde gevolgd wordt, uitgedrukt in procenten (bijvoorbeeld 100%).

price earnings ratio (P/E)
Verhouding van de aandelenkoers tot de winst per aandeel (koers gedeeld door de winst per aandeel of de verwachte winst per aandeel). Hoe hoger (lager) de K/W-verhouding, hoe duurder (goedkoper) het aandeel. Nederlandse tegenhanger: ‘koers-winstverhouding’ (afgekort: K/W-verhouding).

primaire emissie
Uitgifte op de primaire markt.

primaire markt
Emissiemarkt. Geld- of kapitaalmarkt waarop een nieuw effect wordt uitgegeven en aangeboden aan beleggers. De prijs van het effect wordt bepaald door het emissiesyndicaat. Na uitgifte wordt het effect verhandeld op de secundaire markt en wordt de prijs bepaald door het spel van vraag en aanbod.

privak
Bevak die voornamelijk belegt in aandelen van niet-beursgenoteerde bedrijven en meer in het bijzonder in durfkapitaal. Een privak belegt in aandelen van jonge en beloftevolle ondernemingen die nood hebben aan risicokapitaal en in ondernemingen die in afwachting van een beursgang een deel van hun aandelen bij privé-investeerders wensen onder te brengen. Beleggers mikken daarmee hoofdzakelijk op de realisatie van belangrijke meerwaarden bij een succesvolle beursintroductie of bij een vooraf vastgelegde uittredingsregeling. Om de verhandelbaarheid van de portefeuille te verhogen, kan een privak ook gedeeltelijk beleggen in aandelen van ondernemingen die al aan de beurs noteren.

private equity
Aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Wordt meestal geassocieerd met durfkapitaal.

private placement
Plaatsing van effecten door een partij, bij niet meer dan 50 beleggers. In een striktere betekenis verwijst het ook naar een belegging op maat.

productscore
KBC heeft de productscore ontwikkeld om de diverse spaar- en beleggingsproducten onderling te kunnen vergelijken. Voor elk spaar- en beleggingsproduct berekenen we telkens op dezelfde manier een score. Zo weet u of een product een meer defensief of meer dynamisch karakter heeft. Dat drukken we uit in een getal van 1 tot 7. Naast een cijferbeoordeling vermelden en beschrijven we op de productfiche ook de sterk bepalende determinanten. De productscore wordt op regelmatige tijdstippen herberekend. Wijzigende marktomstandigheden kunnen immers een invloed hebben op de kenmerken van de spaar- of beleggingsproducten. Ook de scoringsmethodiek zelf kan herzien worden om maximale transparantie en consistentie na te streven, of te blijven beantwoorden aan wijzigende of nieuwe regelgeving. De productscore is daarom een belangrijk hulpmiddel zowel bij het kiezen van de juiste belegging als de opvolging ervan.

profielfonds
Beleggingsfonds dat een heel ruime spreiding nastreeft over aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten. Naargelang van het beleggersprofiel van de belegger kan hij kiezen voor fondsen met systematisch meer obligaties of liquiditeiten (en dus minder aandelen) of fondsen die structureel sterk in aandelen zijn belegd. De onderliggende aandelen- en obligatieportefeuilles zijn eveneens sterk gespreid. Op die manier is het een alles-in-eenoplossing voor de eindbelegger, met het gepaste risiconiveau. De beleggingspolitiek wordt toegelicht in een Key Investor Information Document (KIID) en een prospectus.

promotor
Financiële instelling die belast is met de verkoop/commercialisering van fondsen.

prospectus
Publicatie waarin de emittent bij een uitgifte of een beursnotering een aantal gegevens over zijn vennootschap bekendmaakt, evenals een precieze beschrijving geeft van de voorwaarden van de emissie. In het prospectus staan onder meer gegevens over het eigen vermogen, de financiële positie, de resultaten en de vooruitzichten van de vennootschap.

provisie
Kosten die worden aangerekend om orders te plaatsen, transacties aan te gaan. Naargelang het concrete product (otc-markt, effecten of beursgenoteerde opties) verschilt de manier waarop het bedrag van de provisies wordt bepaald

Q

< ... >

R

Ratingspreiding
De spreidingen in de tabel ‘ratingspreiding’ worden als volgt bepaald: De ratingspreiding van de obligatieportefeuille wordt bepaald door de score die is toegekend aan vastrentende instrumenten (incl. derivaten) door een van volgende ratingbureaus: Moody’s, Standard&Poors (S&P), Fitch. Voor elk instrument wordt de 2de hoogste score als rating overgenomen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de verfijningen (+, -, 1, 2 of 3) na de letter(s). Is slechts 1 rating beschikbaar, dan wordt hiervan de rating afgeleid. Bv. Een instrument met scores Aa2 (Moody’s), AA- (S&P) en A+ (Fitch) krijgt als rating AA (zie overzicht). 

 Moody'sS&P

Fitch

Investment GradeAaaAAAAAA
Aa1, Aa2, Aa3AA+, AA, AA-AA
A1,A2,A3A+, A, A-A
Baa1, Baa2, Baa3BBB+, BBB, BBB-BBB
Sub Investment GradeBa1, Ba2, Ba3BB+, BB, BB-BB
B1, B2, B3B+, B, B-B
Caa1, Caa2, Caa3CCC+, CCC, CCC-CCC
CaCCCC
CCC

ratingagentschap
Gespecialiseerd bedrijf dat de kredietwaardigheid van uitgevers van obligaties beoordeelt. Ze geven de belegger een beeld van de risico’s die gepaard gaan met een onderneming of een beleggingsinstrument.

reconciliatie
Controle van een bepaalde activiteit door verschillende afgeleide bronnen met elkaar te vergelijken met als uiteindelijk doel correctheid te krijgen over de hele lijn.

recurrente winst
Winst die voor herhaling vatbaar is (dus exclusief de uitzonderlijke resultaten).

redemption gate
Bij extreme marktomstandigheden kunnen de activa van een fonds met  verminderde verhandelbaarheid kampen.
Op dat moment kan de fondsbeheerder ervoor opteren om de verzoeken (orders) tot terugbetaling tijdelijk te beperken, om a) mogelijke liquiditeitsproblemen te vermijden en b) de resterende beleggers in het fonds te beschermen.
Deze beperking (redemption gate) wordt enkel geactiveerd wanneer de verzoeken tot terugbetaling een vooraf vastgelegde drempel overschrijden en zal dus eerder uitzonderlijk gebruikt worden.

reële rente
Nominale rente minus inflatie.

referentie-index
Barometer voor de marktontwikkelingen. De BEL 20-index is bijvoorbeeld de referentie-index voor de beurs van Brussel. Kan ook verwijzen naar een norm- of referentieportefeuille die wordt gebruikt als basis om een beleggingsportefeuille samen te stellen. Het resultaat van die beleggingsportefeuille wordt dan vergeleken met de referentie-index.

rendement
Opbrengst of inkomen van een investering of belegging als financiële uitkomst over een (meestal) bepaalde periode. Indien uitgedrukt in een percentage van de waarde van de investering/belegging of van het geïnvesteerde/belegde bedrag, spreken we veelal van rentabiliteit.

rentecurve
Grafisch beeld, op een bepaald moment en voor een bepaalde munt, van de rentetarieven van kracht over verschillende periodes. De rentecurve is ‘normaal’, wanneer de kortlopende rente lager is dan de langlopende rente: de uitlener aanvaardt een minder hoge vergoeding, vermits hij minder lang de liquiditeiten uitleent; de lener is bereid een hogere prijs te betalen, omdat hij langer over de geleende liquiditeit beschikt. Een ‘omgekeerde’ rentecurve (kortlopende rente tijdelijk hoger dan langlopende rente) weerspiegelt traditioneel de verwachting van een rentedaling: de houders van liquiditeiten trachten deze voor een zo lang mogelijke periode te beleggen, terwijl de potentiële leners zich voor een zo kort mogelijke periode proberen te verbinden, om te kunnen inspelen op de verwachte rentedaling. Engels: ‘yield curve’.

rentedragend
Interest opbrengend.
Het gedeelte van de portefeuille dat een rentedragend karakter heeft, zoals individuele obligaties en obligatiefondsen. Daarbij wordt ook een stuk geteld van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming, namelijk het gedeelte dat voor die kapitaalbescherming zorgt.

rentegevoeligheid
Het risico dat uw belegging in waarde daalt, wanneer de rente op nieuwe beleggingen met een gelijkaardige restlooptijd stijgt.

renterisico
Het risico dat uw belegging in waarde daalt, doordat de rente op nieuwe beleggingen met een gelijkaardige restlooptijd stijgt.

rentespread
Het verschil tussen de effectieve rendementen van twee obligaties, bijvoorbeeld van staats- versus bedrijfsobligaties, van twee landen of van korte- versus langetermijnleningen.

Responsible Investing Advisory Board
De Responsible Investing Advisory Board is een raad van onafhankelijke personen, die uitsluitend belast zijn met het toezicht op de aanpak en de werkzaamheden van de gespecialiseerde onderzoekers van KBC Asset Management NV.

restrendement
Het restrendement is het lopende rendement dat een obligatie nog heeft tot vervaldag op basis van de huidige waarde. Het restrendement laat toe om het rendement van obligaties met gelijkaardige restlooptijden, maar met verschillende coupons op een correcte manier te vergelijken. Bij stijgende obligatieprijzen daalt het restrendement en omgekeerd.

return
Procentuele verandering van de waarde van een aandelenbelegging over een bepaalde periode, waarbij uitgegaan wordt van de herbelegging van het dividend. Het is dus de totale opbrengst, bestaande uit het direct rendement (opbrengst) van de couponuitkering en het indirect rendement dat voortspruit uit de kapitaalwinst (meerwaarde).

return on equity
Maatstaf voor winstgevendheid die een indicatie geeft van de rentabiliteit van de eigen middelen. De ‘return on equity’ wordt berekend door de winst als percentage van de eigen middelen uit te drukken. Op die manier wordt nagegaan in hoeverre risico nemen lonend is geweest. Engels voor ‘rendement op eigen middelen’. Afkorting: ‘ROE’.

risicoaversie
Niet vlug bereid zijn om risico te nemen of een meer dan normale vergoeding eisen voor het nemen van risico.

risicopremie
Extra rendement dat verkregen werd of vooraf geëist wordt voor het nemen van risico. Risico kan op tal van factoren slaan. Het extra rendement wordt altijd berekend tegenover de risicoloze vergoeding op dezelfde beleggingshorizon. Beleggingen op langere termijn hebben over het algemeen een hogere risicopremie. Beleggers eisen een hogere premie, omdat ze hun geld langer moeten afstaan en de toekomst onzeker is. De risicopremie op aandelen (tegenover obligaties) is verbonden aan de groeiverwachtingen op lange termijn en de mate van onzekerheid daarover. Ook beleggingstechnische factoren genereren risicopremies. Op een moeilijk toegankelijke markt met beperkte verhandelde volumes, beperkte doorstroming van informatie en weinig gesofisticeerde beleggingsinstrumenten ligt de risicopremie hoger dan op zeer liquide markten.

roerende voorheffing
Afkorting: ‘RV’.

S

samengestelde interest
De interest kapitaliseren. De verworven rente wordt niet uitgekeerd, maar bij het belegde kapitaal gevoegd waardoor rente op rente ontstaat.

schatkistcertificaat
Kortlopend schuldbewijs van de Schatkist. In België zijn ze uitgedrukt in euro, hebben ze bij uitgifte looptijden van 3, 6 en 12 maanden en worden ze wekelijks uitgegeven via een veiling. Deze financiële instrumenten worden verhandeld op de geldmarkt en zijn gericht op professionele marktpartijen.

secundaire markt
Geld- of kapitaalmarkt waarop bestaande effecten na hun uitgifte (op de primaire markt) worden verhandeld. De prijs van het effect wordt niet bepaald door de emittent, die niet bij de handel betrokken is, maar door vraag en aanbod. Een secundaire markt maakt een belegging liquide. De belegger hoeft niet te wachten tot de vervaldag van het effect of de opheffing van de vennootschap om zijn belegging weer te gelde te maken. De aandelenbeurs is bijvoorbeeld de secundaire markt voor aandelen.

settlement
Afwikkeling van een transactie, zowel qua stukken als qua geld.

SFDR-classificatie
De Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) is een Europese wetgeving voor informatieverstrekking over duurzaamheid in de financiële sector. Ze deelt onder meer fondsen op in drie categorieën:

  • Artikel 6-fondsen: fondsen die geen duurzame investering als doelstelling hebben, noch ecologische en/of sociale kenmerken promoten.
  • Artikel 8-fondsen: fondsen die ecologische en/of sociale kenmerken promoten.
  • Artikel 9-fondsen: fondsen die een duurzame doelstelling hebben.

sharpe ratio
Maatstaf van de opbrengst, gecorrigeerd voor het genomen risico. Geeft aan hoeveel bijkomend rendement (bovenop de risicoloze rente) werd behaald per eenheid risico die werd genomen. Wordt berekend door het verschil tussen de behaalde opbrengst en de risicovrije rente te delen door de standaardafwijking van de opbrengsten van de belegging. De ‘sharpe ratio’ geeft aan of de opbrengst werd behaald dankzij goed beheer of door extra risico te nemen. Hoe hoger de ratio, hoe positiever de verhouding risico-rendement kan worden beoordeeld.

short gaan
Effecten verkopen die men niet in zijn bezit heeft, om zo te profiteren van een daling van de koers. Een shortpositie aangaan kan verschillende redenen hebben: willen profiteren van een verwachte daling van een aandeel, risico’s afdekken die voortvloeien uit bijvoorbeeld een optiepositie, proberen te profiteren van een prijsverschil tussen gerelateerde effecten (zoals de Nederlandse en Amerikaanse aandelen van bijvoorbeeld Philips).

shortpositie
Afhankelijk van de context heeft een shortpositie betrekking op een onderweging in een portefeuille of op de gevolgen van het schrijven van een optie. De schrijver van de optie loopt namelijk het risico dat de optie wordt uitgeoefend, waardoor hij de onderliggende waarde zal moeten leveren of afnemen tegen de vooraf bepaalde prijs. De bedoeling kan zijn om de betrokken effecten later goedkoper te kunnen kopen. De belegger hoopt ook om met de ontvangen opbrengst van de verkoop extra winst te maken. Het tegengestelde is longpositie, haussepositie.

sicav
Afkorting van 'Société d'Investissement à Capital Variable'. Nederlands : bevek.

slotdividend
Als er in de loop van een boekjaar een interimdividend wordt uitgekeerd, wordt er per saldo van het boekjaar meestal nog een slotdividend uitgekeerd (representatief voor de resterende winst).

slotkoers
Koers van de laatst tot stand gekomen transactie op een handelsdag of de middenkoers van de laatste bied- en laatprijzen. Synoniem: ‘slotprijs’.

slotprijs
Prijs van de laatst tot stand gekomen transactie op een handelsdag of de middenprijs van de laatste bied- en laatprijzen.

small caps
Bedrijven met een geringe beurskapitalisatie. Wat met een geringe beurskapitalisatie wordt bedoeld, kan van land tot land verschillen.

spreiding
Om het risico van individuele posities (aandelen, obligaties, …) in een portefeuille te vermijden, wordt er aan spreiding gedaan. Dat wil zeggen dat je als belegger meerdere sectoren, landen of regio`s en (bijvoorbeeld) zowel aandelen als obligaties opneemt. Een strategiefonds werkt volgens het principe van spreiding.

SPV
Afkorting van ‘Special Purpose Vehicle’. Vennootschap die financiële instellingen opzetten om bepaalde activa te verwerven of uit te geven. Meestal betreft het een juridisch onafhankelijke entiteit. Met een SPV kan een onderneming activiteiten financieren zonder de balans van de volledige onderneming te belasten. Op die manier worden bepaalde financiële risico’s van de balans gehaald. Wordt door financiële instellingen ook opgezet als tegenpartij voor swaps en andere kredietgerelateerde afgeleide producten.

SRI
De samenvattenderisico-indicator is een richtsnoervoorhet risiconiveau van dit product ten opzichte van andere producten. De indicator laat zien hoe groot de kans is dat beleggers verliezen op het product wegens marktontwikkelingen of doordat er geen geld voor betaling is. 

standaardafwijking
Het resultaat van een belegging ligt op jaarbasis binnen een bepaalde marge rond het gemiddelde resultaat op langere termijn. De standaardafwijking is een wiskundig begrip dat de breedte van deze schommelingsmarge beschrijft. Hoe groter de standaardafwijking, hoe breder de marge en hoe groter het risico dat met deze beleggingsvorm samengaat.

stemrecht
Aandelenbezit geeft de aandeelhouder stemrecht tijdens de (verplichte) jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Houders van certificaten van aandelen hebben geen stemrecht.

step-up
Obligatie of termijnbelegging waarbij de rentevoet voor elke volgende periode hoger is dan de vorige.

sterftetafel
De sterftetafel geeft voor iedere leeftijd aan welke kans er is op overlijden binnen het betreffende levensjaar. Ze bepaalt zo de kostprijs van de dekking 'overlijden'.

stipulant
Persoon die een derdenbeding afsluit en hiermee spaart voor een derde. Context: derdenbeding.

stock picking
Aandelen selecteren waarvan een goed rendement wordt verwacht.

STP
Afkorting van ‘Straight Through Processing’. Dit betekent een geautomatiseerde verwerking van een transactie zonder manuele tussenkomst. Dankzij STP verloopt de verwerking sneller, efficiënter en met minder kans op fouten.

strategiefonds
Zie profielfonds.

streefbedrag
Bij het sluiten van bepaalde levensverzekeringen, bijvoorbeeld KBC-Life Home Plan, neemt de cliënt zich voor om op bepaalde tijdstippen premies te storten, zonder dat hij zich ertoe verbindt dit bedrag elk jaar ook effectief te betalen. Het streefbedrag kan ook nog vanuit de invalshoek van de fiscaliteit gedefinieerd worden. Het kan dan ook op twee manieren worden gedefinieerd: streefbedrag = fiscale maximum; streefbedrag = door de cliënt zelf bepaald bedrag.

swap
Een overeenkomst met als doel een rendement te behalen of bescherming te bieden tegen een bepaald risico door twee betalingsstromen op een vooraf bepaald tijdstip en tegen vooraf vastgelegde voorwaarden te ruilen. Bij een deviezenswap worden munten geruild, bij een renteswap rentestromen.

Swing pricing
Een instrument waarbij de netto inventariswaarde (NIW) van een fonds wordt aangepast om transactiekosten toe te wijzen aan de beleggers die deze kosten veroorzaken.
Bij grote netto in of uitstroom moet het fonds activa kopen of verkopen, wat transactiekosten meebrengt.
Zonder swing pricing zouden deze kosten gedeeld worden door alle beleggers.
Met swing pricing wordt de NIW op die dag verhoogd of verlaagd zodat de in of uitstappende beleggers de kosten dragen en de resterende beleggers beschermd blijven tegen waardevermindering.

synthetische replicatie 
Bij synthetische replicatie wordt de index gevolgd door gebruik te maken van afgeleide producten.

synthetische risico-indicator
Zie wettelijke risico-indicator

T

T+x
Transactiedatum plus x dagen. Dat betekent dat x dagen na de transactie de effecten worden geleverd en/of afgerekend.

technische interestvoet
Interestopbrengst die KBC Verzekeringen aan cliënten garandeert op de theoretische afkoopwaarde van iedere polis.

tegenpartij van eersterangskwaliteit 
Tegenpartijen van eersterangskwaliteit zijn tegenpartijen waaraan internationale ratingbureaus een goede kredietbeoordelingsscore hebben toegekend en die handelen conform internationale standaarden en gebruiken, waaronder het uitwisselen van zekerheden.

tier 1-ratio
Eigen vermogen van een financiële instelling als een percentage van de toegestane kredieten. De ratio geeft aan in welke mate de onderneming in staat is om op lange termijn aan haar verplichtingen naar haar cliënten te voldoen. Het bedrag van de toegestane kredieten is gebaseerd op een risicoweging. Kredieten aan meer risicodragende ondernemingen wegen zwaarder door dan kredieten aan bijvoorbeeld nationale overheden. De kern (of core) tier 1-ratio is het aandelenkapitaal vermeerderd met de reserves van een onderneming.

tracker
Aandeel op een index. Een tracker volgt nauwkeurig de koersontwikkeling van de index, inclusief de dividenduitkering. Voor een belegger heeft beleggen in een tracker duidelijke voordelen boven beleggen in alle losse componenten die samen de index vormen.

tracking error
Maat voor het risico dat een fondsbeheerder mag lopen met zijn beleggingsbeleid. Geeft de (theoretische) maximale afwijking aan van het rendement van de beleggingen ten opzichte van de referentie-index.

transactie
Aan- of verkoop van een onderliggend, een aandeel, een obligatie, een fonds, …

transactiekosten (fondsen)
De transactiekosten worden berekend en gerapporteerd zoals voorgeschreven door de Europese PRIIPS-verordening en bestaan enerzijds uit expliciete transactiekosten en anderzijds uit impliciete transactiekosten.

  • Expliciete transactiekosten omvatten hoofdzakelijk het makelaarsloon dat het fonds betaalt voor de aan- en de verkoop van effecten.
  • Impliciete transactiekosten reflecteren voor aandelen het verschil tussen de prijs op het ogenblik dat de fondsbeheerder een order in de markt plaatst en de werkelijke uitvoeringsprijs van dat order (slippage). Voor obligaties weerspiegelen de impliciete transactiekosten het prijsverschil tussen de koop- en verkoopprijs van een obligatie in de markt (spreads). De gerapporteerde transactiekosten kunnen voor een groot deel uit impliciete transactiekosten bestaan.

Treasury Bill
Schatkistpapier

tussenpersoon
Persoon of instelling die de verzekeraar en de verzekeringnemer samenbrengt. Hij is het aanspreekpunt voor de cliënt. De tussenpersoon verkoopt het contract, laat het ondertekenen, past op vraag van de cliënt het contract aan, bemiddelt bij de uitkering van het kapitaal. Voor de levensverzekeringen die KBC Verzekeringen verkoopt, zijn ofwel de verzekeringsagenten ofwel de KBC-bankkantoren de tussenpersoon.

U

uitgesloten risico
Overlijdensoorzaak dat niet door het contract worden gedekt. Voorbeeld: het overlijden van de verzekerde dat opzettelijk veroorzaakt is door de verzekeringnemer of de begunstigde. Als de verzekerde door een van deze oorzaken overlijdt, betaalt de verzekeraar het kapitaal dat in de aanvullende overlijdensdekking is verzekerd, niet uit. In dat geval ontvangt de begunstigde bij overlijden dus alleen de opgebouwde reserve.

Uitsluitingscriteria voor bedrijven en landen
Bedrijven of overheden die met hun activiteiten of de manier waarop ze die activiteiten uitvoeren zwaar indruisen tegen de principes van verantwoord handelen worden uitgesloten. We onderscheiden 2 types:

  • Uitsluitingscriteria die gelden voor alle actief beheerde conventionele fondsen van KBC Asset Management zoals het uitsluiten van ernstige schenders van de Global Compact principes van de Verenigde Naties, schending van mensenrechten, controversiële regimes, tabaksproducenten, ontginning van steenkool, …
  • En uitsluitingscriteria specifiek voor fondsen die verantwoord beleggen zoals het uitsluiten van bedrijven gelinkt aan of actief in conventionele wapens, fossiele brandstoffen, gokactiviteiten, adult entertainment, bont- en speciaalleer, … .

Alle uitsluitingscriteria vind je op www.kbc.be/documentatie-beleggen> Algemeen uitsluitingsbeleid voor conventionele fondsen en fondsen die verantwoord beleggen en op www.kbc.be/documentatie-beleggen >  Uitsluitingsbeleid voor fondsen die verantwoord beleggen.

V

value-at-risk
Risicomodel dat de kans op een negatief beleggingsresultaat schat bovenop een vooraf bepaald niveau, gebaseerd op de waarschijnlijkheid en de looptijd. De ‘value-at-risk’ wordt berekend met behulp van statistische analyses die gebruikmaken van historische marktontwikkelingen, correlaties en koersschommelingen. Afkorting: ‘VAR’.

valutadatum
Datum vanaf wanneer geld rentedragend wordt of tot en met welke datum geld rentedragend is op een rekening.

valutaoptie
Optie waarbij de onderliggende waarde een valuta is. Engels: currency option.

variabele rente
Rente die op bepaalde tijdstippen wordt aangepast (bijvoorbeeld bij een obligatielening).

vaste rente
Rente die over de hele looptijd van de belegging/lening wordt vastgelegd.

vastetermijnverzekering
De vastetermijnverzekering kan het best met een spaarplan worden vergeleken. De einddatum van het plan wordt op voorhand vastgelegd en wordt gerespecteerd, ongeacht of de verzekerde al dan niet in leven is.

vastgoedbevak
Bevak die belegt in een gespreide en wisselende portefeuille van vastgoed. Vastgoedbevaks worden verhandeld op de beurs en het gaat altijd om distributieaandelen. Ze zijn verplicht om minimaal 80% van hun winst uit te keren. De dividenden zijn onderworpen aan de roerende voorheffing die van toepassing is op aandelen. Vastgoedbevaks die voor minimaal 60% beleggen in residentieel vastgoed, genieten vrijstelling van roerende voorheffing. Niet te verwarren met vastgoedcertificaat.

vastgoedcertificaat
Effect dat wordt uitgegeven ter financiering van commerciële gebouwen of kantoorgebouwen. In tegenstelling tot een vastgoedbevak heeft een vastgoedcertificaat altijd betrekking op een specifiek project, zodat de risicospreiding beperkt is. De certificaathouder is geen mede-eigenaar van het vastgoed, maar bezit alleen een schuldvordering tegenover de instelling die het certificaat uitgeeft. Het certificaat geeft recht op een deel van de netto-opbrengsten van de verhuring en, na het verstrijken van de looptijd van het certificaat, op een deel van de restwaarde bij de verkoop van het vastgoed. De couponuitkeringen van vastgoedcertificaten houden direct verband met het nettoresultaat van de uitbating van het gebouw. Een deel van de coupon wordt meestal fiscaal als een terugbetaling van het initieel geïnvesteerde kapitaal beschouwd en is daardoor niet aan de roerende voorheffing onderworpen.

vastrentend
Een belegging met vaste rente is een belegging waarvan de rentevergoeding bij de uitgifte (emissie) of intekening wordt vastgelegd en gegarandeerd blijft over de hele looptijd.

verantwoord beleggen
Verantwoord beleggen is een manier van investeren waarbij de belegger zijn financiële doelstellingen combineert met zijn bekommernis om het milieu (Environment), sociale aspecten (Social) en goed ondernemingsbestuur (Governance). De modaliteiten van toepassing kunnen meerdere vormen aannemen die gebaseerd zijn op positieve selectie (actoren met goede praktijken), uitsluiting (van controversiële sectoren) of beide tegelijk, waarbij steeds de dialoog met de ondernemingen wordt aangegaan.

verrekening in contanten
Bij verrekening in contanten leidt de uitoefening van de optie niet tot fysische levering maar tot een verrekening op basis van het prijsverschil tussen de uitoefenprijs van de optie en de afrekeningkoers van de onderliggende waarde. Engels: cash settlement.

verzekeraar
Verzekeringsmaatschappij die de stortingen ontvangt en de uitkering garandeert van de verschuldigde sommen die in het contract zijn vermeld. Voor de levensverzekeringen die in KBC worden verkocht, is dat KBC Verzekeringen.

verzekerde
Een levensverzekering wordt gesloten op het leven van de verzekerde. Zijn overlijden of 'in leven zijn' op de einddatum bepaalt welk kapitaal de verzekeraar moet uitkeren. De verzekerde is in veel gevallen dezelfde persoon als de verzekeringnemer.

verzekering bij leven
Verzekering die voorziet in de uitbetaling van een kapitaal aan de begunstigde, als de verzekerde op een bepaald tijdstip (bepaalde leeftijd) nog in leven is.

verzekering bij overlijden
Verzekering die voorziet in de uitbetaling van een vooraf bepaald kapitaal in geval van overlijden van de verzekerde aan diegene die in het contract als begunstigde bij overlijden is aangeduid.

verzekeringnemer
Persoon die het contract sluit met de verzekeraar.

verzekeringsfinancieren
Verkoop van bankproducten en -diensten via het commerciële net van de verzekeringsmaatschappijen. Het concept verwijst naar hetzelfde fenomeen als ‘bancassurance’ bankverzekering (zie bancassurance), maar gezien vanuit het standpunt van de verzekeraar.

verzekeringsvoorstel
Document waarin de bijzondere voorwaarden van de verzekering worden bepaald. De ondertekening van het voorstel verplicht de verzekeringnemer niet de verzekering aan te gaan. Op basis van de gegevens op het verzekeringsvoorstel beslist de verzekeraar tegen welke voorwaarden hij het risico wil aanvaarden en maakt hij het verzekeringscontract op. De verzekering krijgt pas een definitief karakter, nadat de verzekeringnemer dat contract heeft ondertekend. Voor de sluiting van het contract mag de verzekeraar of tussenpersoon geen enkele storting eisen.

volatiliteit
De mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of een ander financieel product, van een aandelenindex of van een muntkoers.

volmacht
Rechtshandeling of document waarbij de volmachtgever een derde, de volmachthouder, belast rechtshandelingen in naam en voor rekening van de volmachtgever te verrichten.

vooraf getekend contract
Contract dat op voorhand door de verzekeraar is getekend. In dat geval wordt de sluiting van het contract niet voorafgegaan door de ondertekening van een voorstel; bij ondertekening door de verzekeringnemer van een voorafgetekend contract zijn de verzekeringnemer en de verzekeraar onmiddellijk contractueel gebonden. Op basis daarvan kan onmiddellijk een eerste storting gebeuren. De verzekeringnemer kan het contract wel opzeggen binnen de 30 dagen na ondertekening. In dat geval betaalt de verzekeraar de stortingen terug na afhouding van de kosten voor de aanvullende dekking overlijden.

vrije levensverzekering
Verzekering die niet aan een krediet gekoppeld is (woningkrediet, handelskrediet of lening op afbetaling).

vrije storting met betalingsvraag
In dit geval bezorgt KBC Verzekeringen de verzekeringnemer periodiek (volgens de door hem zelf gekozen periodiciteit) een betalingsvraag voor zijn contract. Bij die betalingsvraag is een overschrijvingsformulier gevoegd waarop het streefbedrag per fractie en het persoonlijke referentienummer van de cliënt (in de mededelingszone) is voorgedrukt.

W

warrant
Effect dat de koper het recht geeft gedurende de vooraf bepaalde looptijd effecten (aandelen, indexen, ...) te kopen (call) of te verkopen (put). Er bestaan twee types warrants:

  • het Europese type: kan alleen op het einde van de looptijd worden uitgeoefend; 
  • het Amerikaanse type: kan op elk moment worden uitgeoefend.

Tijdens de looptijd worden warrants op de beurs verhandeld.
Voordelen van warrants:

  • er is maar een kleine investering nodig; 
  • er kunnen grote winsten mee worden gemaakt (door het hefboomeffect); 
  • putwarrants kunnen (een deel van) de aandelenportefeuille beschermen; 
  • het potentiële verlies is maximaal het geïnvesteerde bedrag.

winst nemen
Effecten verkopen met als doel de koerswinst te verzilveren.

winst op sterfte
Als er in de portefeuille van de overlijdensverzekeringen in de loop van een boekjaar minder verzekerden overlijden dan verwacht op basis van de sterftetafel die in het tarief wordt gebruikt, realiseert KBC Verzekeringen in dat boekjaar een 'winst op sterfte'.

winstdeling bij leven
Bovenop de gewaarborgde interest kan de cliënt nog een deling in de interestwinst ontvangen. Deze winstdeling is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van KBC Verzekeringen en van de ontwikkeling van de marktrente. Ze wordt m.a.w. niet gegarandeerd en verandert van jaar tot jaar. Het winstdelingspercentage wordt vastgelegd, nadat het boekjaar is afgesloten.

winstmarge
Winst uitgedrukt in percentage van de omzet.

winstrendement
Winst per aandeel gedeeld door de koers van het aandeel. Is dus de inverse van de koers-winstverhouding (K/W). Winstrendement is een theoretisch begrip voor de belegger, want een bedrijf keert zijn winst niet noodzakelijk (volledig) uit. Het winstrendement maakt het mogelijk om het (boekhoudkundige) rendement van een aandeel te vergelijken met het rendement op een vastrentend effect als een obligatie.

wisselkoersrisico
Het risico dat een vreemde munt in waarde schommelt tegenover de eigen munt. Voorbeeld: het wisselkoersrisico van een beleggingsfonds geeft aan of wisselkoersschommelingen van de activa waarin het fonds belegt, een grote invloed hebben op de inventariswaarde van het fonds.

X

< ... >

Y

yield curve
Grafisch beeld, op een bepaald moment en voor een bepaalde munt, van de rentetarieven van kracht over verschillende periodes. De rentecurve is ‘normaal’, wanneer de kortlopende rente lager is dan de langlopende rente: de uitlener aanvaardt een minder hoge vergoeding, vermits hij minder lang de liquiditeiten uitleent; de lener is bereid een hogere prijs te betalen, omdat hij langer over de geleende liquiditeit beschikt. Een ‘omgekeerde’ rentecurve (kortlopende rente tijdelijk hoger dan langlopende rente) weerspiegelt traditioneel de verwachting van een rentedaling: de houders van liquiditeiten trachten deze voor een zo lang mogelijke periode te beleggen, terwijl de potentiële leners zich voor een zo kort mogelijke periode proberen te verbinden, om te kunnen inspelen op de verwachte rentedaling. Nederlands: ‘rentecurve’.

yield
Rendement op effecten.

yield to maturity (YTM)
Is het verwachte rendement op jaarbasis van een obligatiebelegging als deze tot vervaldag wordt aangehouden. De YTM van een fonds wordt berekend als de gewogen gemiddelde YTM van de onderliggende financiële instrumenten van de portefeuille.

Z

zero bond
Obligatie zonder jaarlijkse rente, maar waarvan de uitgifteprijs veel lager is dan nominale waarde die op de eindvervaldag zal worden terugbetaald. De uitgifteprijs is gelijk aan de nominale waarde die wordt geactualiseerd volgens de uitgiftedatum en de vastgestelde interest.

We helpen je graag

Beleggingsstrategie

Lees hoe onze beleggingsstrategie inspeelt op wat er in de economische en financiële wereld gebeurt.

Vrijstelling roerende voorheffing op dividenden uit aandelen