Aquaplaning: wat doe je als je auto grip verliest?

Bij hevige regen kan er zoveel water op de weg liggen dat je banden het niet snel genoeg kunnen afvoeren. Je auto verliest dan tijdelijk grip. Dat noemen we aquaplaning. Met een aangepaste snelheid en de juiste reactie kun je het risico beperken.

Wat is aquaplaning?

Bij aquaplaning vormt zich een laagje water tussen je banden en het wegdek. Daardoor verliezen één of meerdere banden tijdelijk contact met de weg. Je auto reageert minder goed op sturen, remmen of versnellen. Veel water, een hogere snelheid en versleten banden vergroten het risico. 

Hoe spreek je aquaplaning uit? Je spreekt het uit als “ak-wa-plee-ning". Het bevat het Engelse woord “plane”. Dat verwijst naar glijden of zweven over een oppervlak. Precies wat er bij aquaplaning gebeurt dus. 

Wat moet je doen bij aquaplaning?

Voel je dat je auto grip verliest? Blijf rustig en vermijd plotse bewegingen.

  • Laat het gaspedaal geleidelijk los. Zo vertraag je rustig en kunnen je banden opnieuw contact maken met het wegdek. Rijd je met een handgeschakelde auto, dan kun je ook de koppeling intrappen.
  • Rem niet plots en maak geen plotse stuurbewegingen. Kijk in de richting waar je naartoe wil en houd het stuur zo stabiel mogelijk. Laat het gaspedaal rustig los en druk bij een handgeschakelde auto de koppeling in. Zodra je banden weer grip krijgen, reageert je auto sterker op je stuurbewegingen.

Moet je toch krachtig remmen, dan kan het antiblokkeersysteem (ABS) helpen. Sensoren meten hoe snel de wielen draaien. Dreigt een wiel te blokkeren? Dan past ABS de remdruk automatisch aan. Zo blijven de wielen draaien en kun je de auto beter besturen. 

Tractiecontrole gebruikt diezelfde informatie om te merken wanneer een wiel doorslipt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer je plots versnelt op een nat wegdek. Het systeem kan dan ingrijpen om opnieuw grip te krijgen. Beide systemen helpen je om de auto onder controle te houden, maar kunnen aquaplaning zelf niet voorkomen.

Hoe voorkom je aquaplaning?

  • Pas je snelheid aan. Hoe sneller je rijdt, hoe moeilijker je banden het water kunnen afvoeren. Vertraag daarom bij hevige regen, plassen en veel water op de weg. 
  • Houd meer afstand. Op een nat wegdek heb je meer ruimte nodig om veilig tot stilstand te komen. Houd bij regen minstens drie seconden afstand van je voorligger. Kun je door de regen veel minder goed zien? Houd dan minstens vier seconden afstand. 
  • Controleer je banden. Voldoende profiel helpt om water af te voeren. Controleer daarom regelmatig het profiel, de bandenspanning en de staat van je banden. Let ook op diepe rijsporen in de weg. Daarin kan makkelijker water blijven staan. 

Aquaplaning kun je niet altijd voorkomen, maar je kunt het risico wel verkleinen. Pas je snelheid aan, houd voldoende afstand en zorg dat je banden in goede staat zijn. Verlies je toch grip? Laat dan rustig het gas los. Maak geen plotse rem- of stuurbewegingen.